Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 28 oktober 2013
Auteur:
Organisatie: Millian


Studiekosten fiscaal aftrekbaar in 2013

In Nederland bestaat de mogelijkheid om het lesgeld en de uitgaven voor studiemateriaal zoals boeken en laptop, af te trekken bij de belasting zowel particulier als voor de werkgever. In dit artikel een overzicht met de belangrijkste bepalingen.

Goed nieuws uit de blauwe envelop: Studiekosten fiscaal aftrekbaarEen studie volgen kan aardig in de papieren lopen. Dit kan een reden zijn om er voor te kiezen de studie niet te volgen. Maar wanneer de cursus, studie of training echt bedoeld is om te groeien binnen de huidige functie of om u te laten omscholen, dan is het mogelijk de kosten fiscaal af te trekken.
Er is in Nederland de mogelijkheid om het lesgeld en de uitgaven voor o.a. boeken en laptop, af te trekken bij de belasting zowel als particulier als voor uw werkgever. Hieronder een overzicht met de belangrijkste bepalingen.

Particulier

Wanneer u een studie volgt die u zelf bekostigt, wees er dan op bedacht dat u de studiekosten en de studie gerelateerde kosten kunt aftrekken van de belasting als persoonsgebonden aftrek. Dit heeft als voordeel dat u uiteindelijk misschien minder belasting hoeft te betalen, wanneer u belastingaangifte doet.

Er zitten natuurlijk wel een aantal voorwaarden aan:

  • U of uw fiscale partner maken zelf de kosten voor uw studie of die van uw fiscale partner. Kosten voor de studie van uw kind mag u dus niet aftrekken.
  • De opleiding of studie is gericht op uw beroep of toekomstige beroep.
  • Er is sprake van een leertraject. Hierbij doet u kennis op onder begeleiding of toezicht.
  • Uw totale kosten min eventuele vergoedingen zijn hoger dan de drempel van € 250.
  • Het bedrag dat u mag aftrekken als studiekosten en andere scholingsuitgaven na vermindering van de drempel, is maximaal € 15.000.

(bron: www.belastingdienst.nl)

De aftrekbare kosten

De volgende kosten mag u aftrekken:

  • Lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld;
  • kosten voor studieboeken of vakliteratuur;
  • kosten voor EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties). U kunt uw competenties laten vastleggen in een verklaring (de EVC-verklaring). Deze moet u laten opmaken door een erkend instituut;
  • afschrijving van duurzame goederen.
    Duurzame goederen zijn goederen die een aantal jaren meegaan. In het geval van een laptop mag u gedurende drie jaar 30% van het bedrag aftrekken, 10% niet. Daarbij moet de pc aantoonbaar gebruikt zijn voor de studie.

Niet aftrekbare kosten:

  • Reiskosten en kosten van levensonderhoud.
  • Rente op studieschulden.
  • Verblijfskosten, studiereizen of excursies.
  • Kosten studieruimte.

Werkgever

Wanneer een opleiding (gedeeltelijk) wordt bekostigd door de werkgever, kunnen de kosten ook fiscaal worden afgetrokken van de belasting door de werkgever.

Afdrachtvermindering onderwijs

Voor bedrijven is de Wet Vermindering Afdracht (WVA) van toepassing. Op grond van deze wet is het als werkgever mogelijk minder belasting en premies te betalen voor verschillende groepen werknemers of voor bepaalde kosten die er worden gemaakt. Belangrijkste doelen van de afdrachtverminderingen zijn het stimuleren van de werkgelegenheid en het bevorderen van onderwijs en onderzoek. De WVA zal per 1 januari 2014 worden afgeschaft. Er zal dan een subsidieregeling voor in
de plaats komen.

Werknemers voor wie u de afdrachtvermindering onderwijs kunt toepassen, zijn onder te verdelen in acht categorieën:

  1. Een werknemer die de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsbegeleidende leerweg.
  2. Een werknemer die is aangesteld als assistent in opleiding (aio) of als promovendus bij een universiteit of is aangesteld als onderzoeker in opleiding (oio) bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek of de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen of bij een onderzoeksinstelling die onder een van deze twee instellingen valt.
  3. Een werknemer die is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO.
  4. Een werknemer die bij u werkt in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo).
  5. Een werknemer die een voormalige werkloze is en die aangewezen scholing volgt om hem op startkwalificatieniveau te brengen.
  6. Een leerling die een leer-werktrajectvolgt in het 3e of 4e leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De leerling hoeft niet in dienstbetrekking te zijn.
  7. Een stagiair die minstens twee maanden lang een stage volgt voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. De stagiair hoeft niet in dienstbetrekking te zijn.
  8. Een werknemer die een procedure Erkenning verworven competentie (EVC-procedure) volgt bij een erkende EVC-aanbieder.

Met ingang van 1 januari 2012 geldt de afdrachtvermindering onderwijs onder voorwaarden ook voor werknemers die in een ander EU- of EER-land een opleiding volgen. Hiervoor zijn speciale regelingen die te vinden zijn op: www.belastingdienst.nl onder de kop Zakelijk-Personeel en loon-Loonheffingen berekenen en dan Afdrachtvermindering.

Uitleg per categorie

1. Werknemer die beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg volgt
De werkgever mag de afdrachtvermindering toepassen als het werk plaatsvindt op grond van een leer-werkovereenkomst tussen de werkgever, de werknemer en de onderwijsinstelling. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dat verantwoordelijk is en toezicht houdt, moet de overeenkomst ook ondertekenen.

2. Werknemer die is aangesteld als assistent of onderzoeker in opleiding of als promovendus
Een assistent in opleiding of een promovendus is iemand die tijdelijk bij een universiteit is aangesteld om zich door wetenschappelijk onderzoek en het volgen van onderwijs verder
te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper.
Een onderzoeker in opleiding is iemand die, na het halen van een doctoraal examen bij een universiteit of een afsluitend examen bij een hbo-instelling, tijdelijk is aangesteld om zich door wetenschappelijk onderzoek en het volgen van onderwijs verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper.

De aanstelling van de assistent in opleiding, de promovendus of de onderzoeker in opleiding moet geregeld zijn in een overeenkomst tussen degene bij wie de werknemer is aangesteld, en een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO.

3. Werknemer die is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO
De werkgever mag de afdrachtvermindering toepassen als de werknemer aan de volgende 3 voorwaarden voldoet:

  • Hij is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO.
  • Hij krijgt een loon dat overeenkomt met het loon van een aio of promovendus.
  • Hij doet promotieonderzoek op grond van een overeenkomst tussen degene bij wie de promotieonderzoeker is aangesteld en een universiteit.

De aanstelling moet geregeld zijn in een overeenkomst tussen de privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO, en de universiteit.

4. Werknemer die bij het bedrijf werkt in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo)
De werkgever mag de afdrachtvermindering toepassen onder de volgende voorwaarden:

  • De opleiding is ingeschreven in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).
  • Het werk sluit aan bij de opleiding.
  • De werknemer is niet ingeschreven als voltijdstudent.
  • De werknemer werkt in een aangewezen bedrijfssector.

De afdrachtvermindering is ook van toepassing als de werknemer al eerder een hbo-opleiding heeft gevolgd.
Het werk moet plaatsvinden op grond van een onderwijsarbeidsovereenkomst tussen de werkgever, de werknemer en de hogeschool.

5. Werknemer die (ex-)werkloze is met scholing tot startkwalificatieniveau
De werkgever mag de afdrachtvermindering toepassen als de werknemer aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

  • Hij volgt bij het bedrijf een opleiding tot startkwalificatieniveau en hij was werkloos voordat hij deze opleiding bij het bedrijf begon.
  • Hij volgt bij het bedrijf een opleiding tot startkwalificatieniveau en hij nam voordat hij deze opleiding bij u begon, deel aan een re-integratietraject van een gemeente in het kader van de Wet werk en bijstand of via UWV WERKbedrijf.
  • Hij heeft bij een vorig leerbedrijf een opleiding tot startkwalificatieniveau gevolgd die hij bij het bedrijf vervolgt en hij was vóór die opleiding werkloos.

Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau. De opleidingen die hieraan voldoen, zijn de opleidingen van niveau 1 (assistentenopleiding) en 2 (basisberoepsopleiding) uit het zogenoemde Crebo-register, dat wordt vastgesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

6. Een leerling die een leer-werktraject volgt in het 3e of 4e leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)
De leerling moet werkzaamheden doen op grond van een leer-werkovereenkomst tussen de werkgever, de leerling, de onderwijsinstelling en het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. De leerling hoeft niet in dienst te zijn.

7. Een stagiair die minstens twee maanden lang een stage volgt voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2
Bij een stage voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau.

De opleidingen die hieraan voldoen, zijn:

  • de assistentenopleiding (niveau 1)
  • de basisberoepsopleiding (niveau 2)

Alleen opleidingen die zijn ingeschreven in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo), dat wordt vastgesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
komen in aanmerking voor de afdrachtvermindering.

Het bedrijf moet zijn erkend als leerbedrijf door een van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
De stage moet plaatsvinden op grond van een leer-werkovereenkomst tussen de werkgever, de onderwijsinstelling en de stagiair. De stagiair hoeft niet in dienst te zijn.

8. Een werknemer die een EVCprocedure volgt
Met een procedure Erkenning verworven competenties (EVC-procedure) kan de werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft. Na het succesvol volgen van een EVCprocedure krijgt de werknemer een ervaringscertificaat. Als de werkgever de kosten van deze procedure betaalt of vergoedt, mag hij de afdrachtvermindering toepassen.

Zie hieronder een samengevat overzicht met de bedragen voor Afdrachtvermindering.

Voor de volledige informatie en de volledige tabellen kunt u terecht op: www.belastingdienst.nl

Afdrachtvermindering onderwijs voor werknemers algemeen
Werknemer / leerling Loon niet meer dan
(indien van toepassing)
Bedrag
afdrachtvermindering
per werknemer
Maximum bedrag
afdrachtvermindering
per werknemer
per maand per maand per kalenderjaar
Werknemer die beroepspraktijkvorming
van de beroepsbegeleidende leerweg volgt
€ 1.910,25 € 225 € 2.700
Werknemer die is aangesteld als assistent of
onderzoeker in opleiding of als promovendus
n.v.t. € 227,34 € 2.728
Werknemer die is aangesteld bij een privaat-
rechtelijke rechtspersoon of TNO
n.v.t. € 227,34 € 2.728
Werknemer die bij het bedrijf werkt in
het kader van een initiële opleidingen in
het hoger beroepsonderwijs (hbo)
€ 1.910,25 € 225 € 2.700
Werknemer die (ex-)werkloze is met scholing
tot startkwalificatieniveau
€ 1.910,25 € 272,84 € 3.274
Een leerling die een leer-werktraject
volgt (3e-4e haar vmbo)
n.v.t. € 272,84 € 2.728
Een stagiair die minstens 2 maanden lang
een stage volgt op mbo-niveau 1 of 2
n.v.t. € 108,09 € 1.297
Een werknemer die een EVC-procedure volgt n.v.t. vast bedrag van € 327,- per procedure