Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 30 januari 2012
Auteur:
Functie: Unit-manager Transfer
Organisatie: Academie voor Sociale Studies


Kiezen voor Post-hbo: waarom?

Het volgen van post-hbo-opleidingen of cursussen is erg in trek. Enerzijds spelen bij de student zijn eigen professionaliseringsdoelen een rol, anderzijds heeft deze trend te maken met de samenleving die om hoogopgeleide professionals vraagt.

Studenten in de klas voor een post-hbo-opleidingNadat ik eerst kort het licht heb geworpen op het ontstaan van het hbo zelf, wil ik wat achtergrondinformatie geven over waar de aandacht voor het Post-hbo vandaan komt. Vervolgens wil ik focussen op de kansen voor de organisatie waar de professional werkt en tot slot op zijn eigen belangen. Mijn stelling is: hoe individueel de keuze door de professional ook wordt gemaakt, het aanbod van (Post-)hbo-onderwijs zelf is een reactie op de tijd waarin de samenleving zich met haar eigen op die tijd afgestemde vraagstukken bevindt.

Terugkijkend in de geschiedenis, met de ideeën in het hoofd van wat hbo nu is, zijn er al hbo-achtige opleidingen te signaleren in de zeventiende en achttiende eeuw. In 1797 wordt bijvoorbeeld 'de kweekschool' (opleiding tot leraar) te Groningen opgericht. In 1848 start de eerste technische 'hbo'-opleiding in Rotterdam en in 1899 de 'opleidingsrichting voor Socialen Arbeid' te Amsterdam. Het zijn met name particulieren die tot initiatieven richting dergelijke vormen van onderwijs komen. Hoger beroepsonderwijs als openbare voorziening vanuit de overheid is pas sinds 1963 een feit. De Wet op het Voortgezet Onderwijs brengt het gehele hbo dan onder overheidsbekostiging.

Hbo in relatie tot industrialisatie en verzorgingsstaat

Op de site van de hbo-raad1 is te lezen dat de industrialisatie met name van belang is geweest voor het ontstaan van technische hogescholen. Het ontstaan van Nederland als sociale verzorgingsstaat heeft grote betekenis gehad voor de totstandkoming van niet-technisch onderwijs.

Post-hbo in relatie tot de kenniseconomie

Sinds de negentiger jaren van de twintigste eeuw doet de terminologie van 'een leven lang leren' meer en meer haar intrede. Er wordt onder andere gesteld dat een diploma voor de rest van je leven niet meer bestaat. Dit verschijnsel heeft alles te maken met het zich verder ontwikkelen van de kenniseconomie. Het begrip 'kenniseconomie' heeft vooral te maken met de economische groei die zich in de samenleving voordoet. Deze groei komt voor een belangrijk deel voort uit kennis. Ten opzichte van arbeid, natuur en kapitaal neemt kennis als factor van economische groei een steeds belangrijker plaats in. Door kennis is innovatie mogelijk. Dit leidt weer tot nieuwe producten of diensten, waardoor weer economische groei mogelijk wordt.
In de Lissabonstrategie (actie- en ontwikkelingsplan voor de EU) wordt in 2000 vastgelegd dat de Europese Unie in 2010 dient te bestaan uit landen die de meest kennisintensieve economie van de wereld hebben. Een kenniseconomie wordt onder andere gekenmerkt door 'kennisintensieve organisaties'. Kennis is vaak voorhanden bij de professionals van deze organisaties. Deze professionals kunnen vanwege het feit dat ze onderdeel zijn van die kenniseconomie niet achterover leunen. Voortdurend moeten zij omgaan met vragen als: "werk ik op de juiste manier?; kan het ook anders?; zijn er betere resultaten te bereiken?, via welke wegen dan?; is er onderzoek beschikbaar?; hoe kan ik mijn eigen praktijk onderwerp van studie en daarmee van vooruitgang maken?". Zoals het hbo met name ontstaan is in relatie tot de industrialisatie en de verzorgingsstaat bepaalt nu de kenniseconomie het voortbestaan van het hbo en het doen ontstaan van het Post-hbo.

Post-hbo: kans voor innovatie

Een professional kan zowel op grond van beleid van zijn instelling als op grond van eigen wensen of een combinatie van beide een bepaalde post-hbo-opleiding of cursus (willen) volgen. In alle gevallen biedt dit kansen voor zijn organisatie, met name als het een kennisintensieve organisatie betreft. Er gebeurt namelijk nogal wat gedurende de post-hbo-opleiding. Professionals vanuit diverse organisaties ontmoeten elkaar tijdens de opleiding. Dit leidt tot mogelijkheden om veel van elkaar te leren en te netwerken. Collegastudenten uit andere of dezelfde werkvelden bespreken hun ervaringen, stellen hun vragen en brengen hun praktijkvoorbeelden in. Opleiders voegen daar hun specialistische kennis aan toe. Samen worden er vaardigheden geoefend. Er worden afstudeeropdrachten besproken en gepresenteerd. Gedurende de eindfase van de post-hbo (het mastertraject) worden onderzoeksopdrachten uitgewerkt. Dit alles levert weer nieuwe kennis op die tot innovatie in de diverse instellingen leidt. Vanuit vernieuwde dan wel nieuwe interventies vaart de cliënt er uiteindelijk wèl bij! Juist vanwege het belang dat de kenniseconomie bij post-hbo-onderwijs heeft is het niet ondenkbaar dat de overheid ook hier op termijn haar financiële verantwoordelijkheid meer zal nemen. De lerarenbeurs kan dienen als een goed voorbeeld van deze ingeslagen weg.

Post-hbo: kans voor loopbaanontwikkeling

Steeds meer wordt in bedrijven en instellingen aan de hand van portfolio's gewerkt. Professionals moeten hun loopbaanperspectieven vaker in kaart brengen om aantrekkelijk te blijven voor hun werkgever. Daarenboven neemt de lengte van het loopbaantraject toe. Zestigers blijven aan het werk in verband met betaalbaarheid van pensioenen. Ook de professional zelf stelt zich vaker de vraag wat hij of zij wil: "Wil ik over acht jaar nog zitten waar ik nu zit? Wil ik een generalist of een specialist zijn? Wil ik een ZZP-er worden of ……. ?" Niet alleen vaardigheidstrainingen (cursussen), maar ook een post-hbo-opleiding biedt kansen in het kader van de eigen loopbaanplanning.

De plaats van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) in het post-hbo-palet

De Hogeschool Ede wil duidelijk een kenniscentrum zijn in een Europa dat de weg ingeslagen heeft naar het halen van haar doelstellingen zoals genoemd in de Lissabonstrategie. Zij ontwikkelt haar opleidingen in samenspraak met het werkveld en de diverse beroepsverenigingen. Binnen een post-hbo-opleiding worden praktijkopdrachten en presentatie van eindopdrachten aan het werkveld meer en meer de norm dan uitzondering. Anno 2009 zit niemand op afgezonderde kennis te wachten. De CHE profileert zich met christelijk onderwijs. Dit betekent: Leren in relatie, waar aandacht voor levensbeschouwing vast onderdeel van is. De kleinschaligheid bevordert bekendheid met de studenten. De Transferorganisatie van de Academie voor Sociale Studies van de CHE wil met name herkenbaar zijn als centrum voor Begeleidingskunde en centrum voor Contextuele benadering2. Zonder voorbij te gaan aan de behoefte van Europa aan economische groei, willen de zojuist genoemde centra de innovatie met de daaraan verbonden vernieuwde diensten vooral laten bepalen door waarden als kwaliteit van werk en kwaliteit van leven zo kunnen mensen (vernieuwd) tot hun bestemming komen. Vanuit 'het Lectoraat Jeugd en Gezin' wordt meegewerkt aan het terugbrengen van de kernwaarde van familiale verbondenheid in de samenleving. De CHE gaat met enthousiasme de uitdagingen aan. Ze ervaart zich toekomstbestendig.

1 Ad van Bemmel - "Hogescholen en hbo in historisch perspectief"

Bekijk hier de presentatie van de Christelijke Hogeschool Ede op Millian.nl.