Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 30 januari 2012
Auteur:
Functie: Belastingadviseur Adviesgroep Loonen Premieheffing BDO CampsObers Accountants & Belastingadviseurs B.V.
Organisatie: BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V.


Fiscale faciliteiten voor scholing van werknemers in 2009

De juiste kennis is voor werknemers van groot belang om optimaal te kunnen presteren in hun werkomgeving. Deze kennis kan worden verkregen door ervaring, doch scholing is hierin de eerste stap.

Om opleidingen te aantrekkelijk te maken bestaan er fiscale faciliteiten voor scholing van werknemersVanwege de dynamiek in de meeste vakgebieden is naast de primaire scholing regelmatige bijscholing wenselijk. Het is voor werkgevers dan ook een verplichting om te (blijven) investeren in de (bij)scholing van de werknemer. Daarnaast is een goed scholingsbeleid ook een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde voor werknemers.

Om werkgevers enigszins financieel tegemoet te komen in de scholingskosten en hiermee het aanbieden van scholing te stimuleren, gelden er enkele fiscale faciliteiten. Voor 2009 gelden er in de fiscaliteit thans nog de volgende twee "subsidiale" regelingen voor onderwijs / scholing. De eerste is de individuele aftrek voor werknemers van de inkomstenbelasting en de tweede is de vermindering van de af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen voor werkgevers (afdrachtvermindering onderwijs).

I. Inkomstenbelasting: aftrek scholingsuitgaven

Indien een werknemer een studie of opleiding volgt met het oog op het (toekomstig) verwerven van inkomen en de werkgever de kosten van deze studie niet (volledig) vergoedt of hij hiervoor geen tegemoetkoming op een andere wijze ontvangt (bv. studiefinanciering), kan hij deze uitgaven in mindering brengen op zijn inkomen. Een aftrek wordt in beginsel slechts toegekend voorzover de scholingsuitgaven in een kalenderjaar meer bedragen dan het drempelbedrag van x500 (2009) en niet meer bedragen dan €15.000 (2009). Op de bovengrens van € 15.000 bestaat een tweetal uitzonderingen. Zo mag in het kalenderjaar waarin een toegekende prestatiebeurs definitief niet is omgezet in een gift, het bedrag van €15.000 worden verhoogd met dit bedrag. Daarnaast is het bedrag van €15.000 niet van toepassing tijdens de zogenoemde standaardstudieperiode. De standaardstudieperiode is een periode die maximaal zestien kalenderkwartalen kan omvatten. De werknemer dient deze zelf aan te geven en aan de navolgende voorwaarden te voldoen:

  • is 18 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar;
  • dient de voor zijn werkzaamheden beschikbare tijd voor 50% of meer te besteden aan een opleiding waardoor er daarnaast geen volledig werkkring mogelijk is.

Indien er recht bestaat op studiefinanciering, dan kunnen in beginsel alleen bepaalde normbedragen in aftrek worden gebracht. Deze normbedragen bedragen voor een studerende in het beroepsonderwijs €49 per maand (2009), vermeerderd met het normbedrag aan de tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld. Voor een studerende in het hoger onderwijs bedragen deze normbedragen €56 per maand (2009), vermeerderd met een normbedrag van 1/12 deel van het collegegeld. Indien deze kosten meer bedragen dan 2 maal de hiervoor genoemde normbedragen, dan mogen de werkelijke kosten in aftrek worden gebracht voorzover deze boven de genoemde normbedragen uitstijgen. Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking voorzover er een prestatiebeurs is toegekend die in een gift is omgezet. Wordt een prestatiebeurs niet omgezet in een gift, dan mogen deze kosten op dat moment ook als scholingsuitgaven in aanmerking worden genomen.

Vanaf 1 januari 2007 bestaat ook de mogelijkheid om kosten die de werknemer in het kader van een procedure Erkenning Verworven Competenties (EVC-procedure) heeft gemaakt in mindering op zijn inkomen te brengen. Zo'n EVC-procedure, waarvoor een verklaring is afgegeven door een door de overheid aangewezen instantie, moet er toe leiden dat personen die (aanvullende) kennis hebben opgedaan buiten school hiervoor een diploma kunnen verkrijgen. Voor deze kosten mag overigens ook een bestaande spaarloonregeling worden gedeblokkeerd.

II. Afdrachtvermindering onderwijs

De afdrachtvermindering onderwijs ziet op een directe vermindering van de af te dragen loonheffing (loonbelasting en premie volksverzekeringen). Deze fiscale faciliteit is dan ook een directe financiële tegemoetkoming voor de werkgever. De afdrachtvermindering onderwijs geldt echter alleen voor enkele specifiek benoemde vormen van scholing en dus niet voor alle vormen van scholing. Hierna zullen we eerst de algemene vereisten en de hoogte van de afdrachtvermindering onderwijs bespreken. Daarna zullen we de vormen van scholing met hun specifieke vereisten de revue laten passeren.

Algemene vereisten

De afdrachtvermindering onderwijs bedraagt een vastgesteld bedrag per soort opleiding per werknemer per kalenderjaar. Het genoemde bedrag is van toepassing bij een fulltime werknemer, zijnde een werknemer die ten minste een arbeidsduur heeft van 36 uur per week. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur wordt de tegemoetkoming evenredig verminderd.
De tegemoetkoming dient, zij het met uitzondering van de EVC-procedure, evenredig over de loontijdvakken in het jaar te worden verdeeld. Deze afdrachtvermindering kan echter nooit leiden tot een terug te ontvangen bedrag aan loonheffing in enig tijdvak. Ook mag in dat geval de afdrachtvermindering niet worden doorgeschoven naar een ander tijdvak.

De scholingsvormen die kwalificeren voor de afdrachtvermindering onderwijs, en het daarbij behorende maximaal bedrag aan afdrachtvermindering per jaar, luiden als volgt:

  1. Beroepspraktijkvorming volgens de beroepsbegeleidende leerweg (mbo) €2.655
  2. Stages beroepsopleidende leerweg (mbo 1 en 2 niveau) €1.275
  3. Leer-werktraject (vmbo) €2.655
  4. Assistent in opleiding / promovendus / onderzoeker in opleiding (wo) €2.655 5. Promotieonderzoek €2.655
  5. Duale leerweg bij hogeschool (hbo) €2.655
  6. Procedure Erkenning Verworven Competenties (EVC) €319


Op grond van de hoofdregel mag de afdrachtvermindering onderwijs niet worden toegepast voor een echte stagiaire, uitzondering geldt hierbij echter voor de onder punt 2, 3 en 7 genoemde vormen van scholing. Voor de scholing vermeld onder punt 1 en 5 geldt een aanvullende voorwaarde voor werknemers jonger dan 25 jaar. Deze voorwaarde is dat het loon niet meer mag bedragen dan 130% van het minimumloon (2009: €23.034 fulltime per kalenderjaar).

Ad. 1 Beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg (mbo)

De eerste gefaciliteerde scholing is die voor de praktijkopleidingen op mbo niveau. Deze opleidingen worden volgens twee methodes aangeboden. Ten eerste beroepsbegeleidend en ten tweede beroepsopleidend. De afdrachtvermindering onderwijs geldt vanaf 1 januari 2007, onder voorwaarden, voor beide methodes. Voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) geldt deze als volgt. De BBL is een vorm van opleiding waarbij de werknemer vier dagen werkzaam is bij een werkgever, en één dag scholing volgt. Alle BBL-opleidingen die door de verscheidene opleidingsinstituten worden aangeboden zijn geregistreerd in het zogenoemde Creboregister. Is de opleiding niet geregistreerd, dan bestaat er ook geen recht op afdrachtvermindering. Voor deze vorm van scholing geldt een aanvullende voorwaarde voor de toepassing van de afdrachtvermindering. Om deze te mogen toepassen, dient de werkgever te beschikken over een beroepspraktijkvormingsovereenkomst. Dit is een overeenkomst getekend door de werknemer, de school, de werkgever en het landelijk orgaan beroepsonderwijs. De overeenkomst bevat informatie over het soort opleiding, het niveau (mbo-opleidingen kennen vier niveaus) en de duur van de opleiding. Het niveau is in deze belangrijk voor een mogelijke verhoging van de afdrachtvermindering. Indien een werknemer die vanuit een werkloosheidssituatie in dienst is gekomen een BBL-opleiding gaat volgen op niveau 1 of 2 (startkwalificatie), bestaat recht op een verhoging van de afdrachtvermindering. Deze verhoging bedraagt maximaal €3.186 per kalenderjaar (fulltime), zodat de totale afdrachtvermindering voor deze werknemers dus maximaal €5.841 per kalenderjaar kan bedragen.

Ad. 2 Stage beroepsopleidende leerweg (mbo 1 en 2 niveau)

Indien een werkgever een stage aanbiedt aan een scholier die een opleiding volgt volgens de beroepsopleidende leerweg op mbo 1 of 2 niveau (assistentenopleiding en basisberoepsopleiding), komt deze werkgever in aanmerking voor de afdrachtvermindering onderwijs. Hierbij geldt wel dat de stage minimaal een periode van 2 maanden moet bedragen. Daarbij moet er tevens een getekende beroepspraktijkvormingsovereenkomst aanwezig zijn.

Opgemerkt moet nog worden dat de wettekst inmiddels zodanig is aangepast dat hierin expliciet wordt opgenomen dat in het kader van de afdrachtvermindering onderwijs de beroepsbegeleidende leerweg (hierna: BBL) en die van de beroepsopleidende leerweg (hierna: BOL) niet kunnen cumuleren. Het betreft hier een verduidelijking en wel omdat op basis van de definities die in de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake de BBL en BOL zijn opgenomen cumulatie zondermeer is uitgesloten.

Ad. 3 Leer-werktraject vmbo

Vmbo-leerlingen kunnen in het kader van hun praktijkopleiding in het derde of vierde jaar ervaring opdoen bij een bedrijf. Indien een bedrijf zo'n leerling, al dan niet in dienstbetrekking, plaatst voor deze buitenschoolse praktijkopleiding, bestaat recht op de afdrachtvermindering onderwijs. Opleidingen met leerwerktrajecten zijn onder andere administratie, handel en metaaltechniek.

Ad. 4 Assistent in opleiding / promevendus / onderzoeker in opleiding

Dit betreft werknemers die na afronding van hun universitaire c.q. hbo-opleiding tijdelijk worden aangesteld om zich verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper. Deze aanstelling mag plaatsvinden bij vier organisaties. Deze vier organisaties zijn: een universiteit, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen of een onderzoeksinstelling die onder de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, dan wel de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen valt. Men wordt hierbij rechtstreeks aangesteld bij een van de hiervoor genoemde organisaties, maar de financiering van de loonkosten geschiedt door een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO. Voor een fulltime werknemer (36 uur) bestaat maximaal 48 maanden recht op deze afdrachtvermindering. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur wordt deze periode naar evenredigheid verlengd.

Ad. 5 Promotie-onderzoek

Hier betreft het werknemers die in beginsel een universitaire studie hebben afgerond. Indien zij in het kader van hun dienstbetrekking bij een privaatrechtelijke rechtspersoon, dan wel bij TNO een promotieonderzoek gaan verrichten, bestaat eveneens recht op de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs. Deze faciliteit beoogt dan ook promotieonderzoek door eigen werknemers te stimuleren. Deze regeling geldt enkel voor bedrijven, TNO en overige privaatrechtelijke rechtspersonen en kan dus niet ten goede komen aan universiteiten of andere overheidsinstellingen. In dit kader moet worden opgemerkt dat het dienstverband tijdens het promotieonderzoek moet bestaan. Een bedrijf kan dus ook een tijdelijk dienstverband aan gaan, enkel in het kader van een promotieonderzoek ten faveure van de onderneming. Ook op deze afdrachtvermindering bestaat maximaal 48 maanden recht voor een fulltime werknemer.

Ad. 6 Duale leerweg bij hogeschool (hbo)

Om de relatie tussen leren en werken te versterken is deze faciliteit voor leer-werktrajecten bij het hbo in het leven geroepen. Deze afdrachtvermindering ziet dan ook op werknemers die werken en leren combineren in het kader van hun hbo-opleiding (bv. coöpopleiding accountancy). Er dient in deze dan wel een samenhang te zijn tussen de werkzaamheden en de gevolgde opleiding. Deze afdrachtvermindering ziet enkel op duale leerwegen voor specifiek benoemde bedrijfssectoren. Deze benoemde bedrijfssectoren bevinden zich op het technische gebied, het commerciële gebied en in de zorg.

Om de samenhang tussen studie en werk te waarborgen zal er een zogenoemde onderwijsarbeidsovereenkomst moeten worden opgesteld. Deze overeenkomst bevat gegevens inzake de invulling van het onderwijsprogramma, de eindkwalificatie, een functie-inhoud en een invulling van de werkzaamheden in relatie tot de opleiding. De omvang en verhouding tussen werk en studie is niet vooraf vastgelegd, maar kan in overleg worden ingevuld.

De maximale duur van de afdrachtvermindering bedraagt voor een fulltime werknemer 24 maanden. Voor werknemers met een korter dienstverband wordt deze periode naar evenredigheid verlengd.

Ad. 7 Erkenning verworven competenties (EVC)

Indien een werkgever voor een of meerdere van zijn werknemers een EVC-procedure bekostigd, komt deze werkgever in aanmerking voor de afdrachtvermindering van €319 per procedure. Voorwaarde is wel dat voor de EVC-procedure een verklaring is afgegeven. De uitleg van de EVC-procedure is gelijk aan die voor de aftrekmogelijkheid in de inkomstenbelasting.