Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 5 september 2005
Auteur:
Functie: Belastingadviseur
Organisatie: BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V.


Fiscale Faciliteiten voor Scholing van Werknemers in 2006

De juiste kennis is voor werknemers van groot belang om optimaal te kunnen presteren in hun werkomgeving. Deze kennis kan worden verkregen door ervaring, doch scholing is hierin de eerste stap. Vanwege de dynamiek op de meeste vakgebieden is naast de primaire scholing regelmatige bijscholing wenselijk. Het is voor werkgevers dan ook een verplichting om te (blijven) investeren in de (bij)scholing van de werknemer. Daarnaast is een goed scholingsbeleid ook een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde voor werknemers.

fiscale faciliteiten voor scholing

Om werkgevers enigszins financieel tegemoet te komen in de scholingskosten, en hiermee het aanbieden van scholing te stimuleren, gelden er enkele fiscale faciliteiten. Voor 2006 gelden in de fiscaliteit thans nog de volgende twee "subsidiale" regelingen voor onderwijs / scholing. De eerste is de individuele aftrek voor werknemers in de inkomstenbelasting, en de tweede is de vermindering van de af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen voor werkgevers (afdrachtvermindering onderwijs).


I. Inkomstenbelasting: aftrek scholingsuitgaven

Indien een werknemer een studie of opleiding volgt met het oog op het (toekomstig) verwerven van inkomen, en de werkgever de kosten van deze studie niet vergoedt of hij hiervoor geen tegemoetkoming op een andere wijze ontvangt (bv. studiefinanciering), kan hij deze uitgaven in mindering brengen op zijn belastbaar inkomen. Een aftrek wordt slechts toegekend voorzover de scholingsuitgaven in een kalenderjaar meer bedragen dan het drempelbedrag van € 500 (2006). Voor 2007 is beoogd om dit drempelbedrag te verlagen.

Daarnaast is per 2007 een vaste scholingsuitgave van € 300 beoogd voor werknemers die een procedure volgen op grond van zogenoemde Eerder Verworven Competenties (EVC). Zo'n procedure moet er toe leiden dat personen die (aanvullende) kennis hebben opgedaan buiten school hiervoor een diploma kunnen verkrijgen. Denk hierbij aan een persoon met een VMBO-diploma die vanwege zijn werkervaring thans op MBO-niveau werkzaam is.


II. Afdrachtvermindering onderwijs

De afdrachtvermindering onderwijs ziet evenals de vervallen afdrachtvermindering scholing, op een directe vermindering van de af te dragen loonheffing. Deze fiscale faciliteit is dan ook een directe financiële tegemoetkoming voor de werkgever. De afdrachtvermindering onderwijs geldt echter alleen voor enkele specifiek benoemde vormen van scholing, en dus niet voor alle vormen van scholing.

Hierna zullen we eerst de algemene vereisten en de hoogte van de afdrachtvermindering onderwijs bespreken. Daarna zullen we de vormen van scholing met hun specifieke vereisten de revue laten passeren.


Algemene vereisten

De afdrachtvermindering bedraagt maximaal € 2.500 per fulltime werknemer per kalenderjaar. Onder een fulltime werknemer wordt hier verstaan een werknemer welke ten minste een arbeidsduur heeft van 36 uur per week. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur wordt de tegemoetkoming evenredig verminderd.

De tegemoetkoming wordt evenredig over de loontijdvakken in het jaar verdeeld. Voor een fulltime werknemer betekent dit dat per maand een bedrag van € 208,33 in mindering mag komen op de af te dragen loonheffing. Deze vermindering kan echter nooit leiden tot een terug te ontvangen bedrag aan loonheffing in enig tijdvak. Ook mag in dat geval de vermindering niet worden doorgeschoven naar een ander tijdvak.

De scholing welke kwalificeert voor de afdrachtvermindering onderwijs is de volgende:

  1. Beroepspraktijkvorming volgens de beroepsbegeleidende leerweg (MBO);
  2. Leer-werktraject (VMBO);
  3. Assistent in opleiding / onderzoeker in opleiding (universitair / HBO);
  4. Promotie-onderzoek (universitair);
  5. Duale leerweg bij hogeschool (HBO).

    Aangekondigde wetsvoorstellen:

  6. Stages beroepsopleidende leerweg (MBO 1 en 2 niveau);
  7. Elders Verworven Competenties (per 1 januari 2007)

Voor de scholing vermeld onder punt 1 en 5 geldt een aanvullende voorwaarde voor werknemers jonger dan 25 jaar. Deze voorwaarde is dat het loon niet meer mag bedragen dan 130% van het minimumloon (2006: 20.882 fulltime per kalenderjaar).


Beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg (MBO)

De eerste gefacilieerde scholing is die voor de praktijkopleidingen op MBO niveau. Deze opleidingen worden volgens twee methodes aangeboden. Ten eerste beroepsbegeleidend en ten tweede beroepsopleidend. De afdrachtvermindering onderwijs geldt alleen voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit is een vorm van opleiding waarbij de werknemer vier dagen werkzaam is bij een werkgever, en één dag scholing volgt. Alle BBL-opleidingen welke door de verscheidene opleidingsinstituten worden aangeboden zijn geregistreerd in het zogenoemde Crebo-register. Is de opleiding niet geregistreerd, dan bestaat ook geen recht op afdrachtvermindering.

Voor deze vorm van scholing geldt een aanvullende voorwaarde voor de afdrachtvermindering. Om deze te mogen toepassen, dient de werkgever te beschikken over een beroepspraktijkvormingsovereenkomst. Dit is een overeenkomst getekend door de werknemer, de school, de werkgever en het landelijk orgaan beroepsonderwijs. De overeenkomst bevat informatie over het soort opleiding, het niveau (MBO-opleidingen kennen 4 niveaus) en de duur van de opleiding. Het niveau is in deze belangrijk voor een mogelijke verhoging van de afdrachtvermindering. Indien namelijk een werknemer die vanuit een werkloosheidssituatie in dienst is gekomen een BBL-opleiding gaat volgen op niveau 1 of 2 (startkwalificatie), dan bestaat recht op een verhoging van de afdrachtvermindering. Deze verhoging bedraagt maximaal € 1.500 per kalenderjaar (fulltime), zodat de totale afdrachtvermindering voor deze werknemers dus maximaal € 4.000 per kalenderjaar kan bedragen. Thans ligt er een wetsvoorstel om de huidige verhoging voor scholing op startkwalificatieniveau met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 te verhogen tot € 3.000, hierdoor kan de totale afdrachtvermindering oplopen tot € 5.500 op jaarbasis.


Leer-werktraject VMBO

VMBO-leerlingen kunnen in het kader van hun praktijkopleiding in het 3de of 4de jaar ervaring opdoen bij een bedrijf. Indien een bedrijf zo'n leerling, al dan niet in dienstbetrekking, plaatst voor deze buitenschoolse praktijkopleiding, bestaat recht op de afdrachtvermindering voor maximaal

€ 2.500 per kalenderjaar. Opleidingen met leerwerktrajecten zijn onder andere administratie, handel en metaaltechniek.


Assistent in opleiding / onderzoeker in opleiding (universitair)

Dit betreft personen welke na afronding van hun universitaire c.q. HBO opleiding tijdelijk worden aangesteld om zich verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper. Deze aanstelling mag plaatsvinden bij vier organisaties. Deze vier organisaties zijn: een universiteit, de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie. Men kan hier rechtstreeks worden aangesteld of via een dienstverband bij een privaatrechtelijke werkgever of TNO. In het eerste geval heeft de betreffende organisatie recht op de afdrachtvermindering en in de tweede situatie de feitelijke werkgever. Aanstelling middels een private werkgever of TNO kan bijvoorbeeld indien het onderzoek in het belang is van deze werkgever of TNO.

Voor een fulltime werknemer bestaat maximaal 48 maanden recht op deze afdrachtvermindering. Voor mensen met een kortere arbeidsduur wordt deze periode naar evenredigheid verlengd.


Promotie-onderzoek (universitair)

Hier betreft het personen die een universitaire studie hebben afgerond. Indien zij in het kader van hun dienstbetrekking een promotie-onderzoek gaan verrichten, bestaat recht op de afdrachtvermindering. Deze faciliteit beoogt dan ook promotie-onderzoek door eigen werknemers te stimuleren. Deze regeling geldt enkel voor bedrijven en overige privaatrechtelijke rechtspersonen, en kan dus niet ten goede komen aan universiteiten of andere overheidsinstellingen. In dit kader moet worden opgemerkt dat het dienstverband tijdens het promotie-onderzoek moet bestaan. Een bedrijf kan dus ook een tijdelijk dienstverband aan gaan, enkel in het kader van een promotie-onderzoek ten faveure van de onderneming. Ook op deze afdrachtvermindering bestaat maximaal 48 maanden recht voor een fulltime werknemer.


Duale leerweg bij hogeschool (HBO)

Om de relatie tussen leren en werken te versterken is deze faciliteit voor leer-werktrajecten bij het HBO in het leven geroepen. Deze afdrachtvermindering ziet dan ook op werknemers die werken en leren combineren in het kader van hun HBO-opleiding (bv. coöp-opleiding accountancy). Er dient in deze dan wel een samenhang te zijn tussen de werkzaamheden en de gevolgde opleiding. Deze afdrachtvermindering ziet enkel op duale leerwegen voor specifiek benoemde bedrijfssectoren. Deze benoemde bedrijfssectoren bevinden zich op het technische gebied, het commerciële gebied en in de zorg.

Om de samenhang tussen studie en werk te waarborgen zal er een zogenoemde onderwijsarbeidsovereenkomst moeten worden opgesteld. Deze overeenkomst bevat gegevens inzake de invulling van het onderwijsprogramma, de eindkwalificatie, een functie-inhoud en een invulling van de werkzaamheden in relatie tot de opleiding. De omvang en verhouding tussen werk en studie is niet vooraf vastgelegd, maar kan in overleg worden ingevuld.

De maximale duur van de afdrachtvermindering bedraagt voor een fulltime werknemer 24 maanden. Voor werknemers met een korter dienstverband wordt deze periode naar evenredigheid verlengd.


Stage beroepsopleidende leerweg (MBO 1 en 2 niveau)

Er ligt thans een wetsvoorstel om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 de volgende afdrachtvermindering toe te voegen. Indien een werkgever een stage aanbiedt aan een scholier welke een opleiding volgt volgens de beroepsopleidende leerweg op MBO 1 of 2 niveau, komt deze werkgever in aanmerking voor een afdrachtvermindering van € 100 voor elke maand dat de stage duurt. Hierbij geldt wel dat de stage minimaal een periode van 2 maanden moet bedragen. Daarbij moet er tevens een getekende beroepspraktijkvormingsovereenkomst aanwezig zijn.


Eerder verworven competenties (EVC)

Indien een werkgever voor een of meerdere van zijn werknemers een procedure voert ter verkrijging van een diploma vanwege EVC, is het voorstel dat hij per 1 januari 2007 in aanmerking komt voor een belastingkorting / afdrachtvermindering van € 300 per werknemer. De wijzigingen met betrekking tot EVC moeten nog in een wetsvoorstel worden uitgewerkt.

Na jaren van versobering van fiscale faciliteiten voor scholing, zijn recent weer enkele uitbreidingen voorgesteld. Mogelijk dat we hierdoor een fiscaal zonnige scholingsperiode tegemoet gaan. Het loont dan ook altijd de moeite om na te gaan wat uw mogelijkheden zijn!