Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 6 maart 2013
Auteur:
Functie: Program Director MSc in Management en hoofddocent Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen verbonden aan het European Institute for Business Ethics (EIBI)
Organisatie: Nyenrode


Een Masterstudie is een appèl op hoofd, hart en handen

Iedere generatie heeft zijn eigen kenmerken. De young professionals van nu stellen andere vragen dan de authentieke leiders van voorheen. Dit heeft zijn effect op het bedrijfsleven, de vormen van leiderschap, maar ook op het aanbieden van MSc opleidingen. Hoe speel je hier op in als business school en wat kunnen je studenten verwachten?

Elke generatie heeft andere verwachtingen van een managementopleidingMensen besteden een belangrijk deel van hun leven aan werk en ontlenen voor een deel daaraan hun geluk, identiteit en zelfrespect. Tegelijkertijd is er met de huidige economische crisis veel kritiek ontstaan op het functioneren van het bedrijfsleven en - in dat verlengde - op de business schools waar de leiders van de toekomst worden opgeleid. Zijn de huidige leidinggevenden te veel gericht op korte termijn resultaten, waarbij de consequenties op lange termijn uit het oog worden verloren? Letten ze daarbij op de consequenties voor alle belanghebbenden, of vooral op de consequenties voor hun eigen portemonnee?

Als ze vooral op hun eigen portemonnee letten, valt dat dan niet primair het 'old boys network' aan te rekenen dat met goudgerande regelingen deze leidinggevenden hebben binnengehaald? Kortom, er klinkt een roep om nieuw leiderschap. In dit artikel willen we verkennen welke consequenties dit heeft voor het kiezen van een Master in Management studie.

Kernwaarden in het MSc onderwijs

De brochures van management opleidingen wijzen bijna zonder uitzondering op het belang van leiderschap, op het omgaan met diversiteit en op de nadruk op innovatie. Terecht, want dit zijn belangrijke eisen die vanuit het bedrijfsleven aan toekomstige leidinggevenden worden gesteld. Het wil echter nog niet zeggen dat dit ook de kernwaarden zijn die in het onderwijs verankerd zijn. Daarvoor is het zaak om de waarden te achterhalen die zijn geïnstitutionaliseerd binnen een organisatie. Het belang hiervan laat zich treffend illustreren met het volgende adagium: Tell me how you measure me and I will act accordingly. Of met een praktijkvoorbeeld: Indien een ver­­zekeringskantoor extern communiceert over zorgplicht en het voorop stellen van de klant, maar de variabele beloning van medewerkers volledig laat afhangen van de provisies die worden binnengehaald is het voor de medewerker wel duidelijk welke waarden binnen deze organisatie van belang zijn. In het kader, op de volgende pagina, is een overzicht opgenomen van de kritiekpunten die ten aanzien van management-opleidingen wor­­den geuit.

De moraal van de young professionals

De kritiek op managementopleidingen is een krachtig pleidooi om het anders te doen en leidinggevenden op te leiden met oog voor wat er verder speelt in de maatschappij. Dit roept echter nog wel de vraag op of zo'n soort managementopleiding aansluit bij wat de huidige studenten zoeken in een opleiding? Met andere woorden, waarin verschilt de moraal van de young professionals van andere generaties?

Om de moraal van de young professionals te achterhalen moeten we eerst verduidelijken over welke generatie we het dan hebben. In Nederland wordt daarbij vaak verwezen naar de indeling in generaties die Aart Bontekoning heeft opgesteld:

  • De protestgeneratie (geboren tussen grofweg 1940 en 1955):

Zoeken nieuwe idealen, onder andere in superspecialisatie, nieuw leiderschap en ervaringsoverdracht. In de jaren na 2010 zal deze generatie uit organisaties verdwijnen. De vitalen willen 'zinvol' doorgaan, desnoods buiten de organisatie.

  • Generatie X (1955-1970):

Werken meer aan processen dan aan structuren. Bevorderen zelfinitiatief, niet door overtuigen maar door bewustmaken. Kijken minder naar idealen en meer naar bewezen werk.

  • De pragmatische generatie (1970-1985):

Organiseren zich in netwerken, zijn openener en directer. Zijn minder serieus en formeel, ze willen meer plezier en dynamiek in het werk. Vooral 'de inhoud' stuurt.

  • Generatie Einstein (na 1985):

Zijn minder geneigd tot aanpassing en waarderen authentieke leiders. Willen niet alleen directe resultaten, maar direct voldoening halen uit wat ze doen. Doen niet een paar dingen, maar veel tegelijkertijd.

Voor dit artikel richten we ons vooral op personen die geboren zijn na 1985: de generatie Einstein. Deze groep is opgegroeid in een tijd waarin de naoorlogse wederopbouw steeds meer naar de achtergrond verschoof en de nadruk meer komt te liggen op globalisering, de val van de Berlijnse muur en de opkomst van internet. Hoe is de moraal van deze generatie te typeren?

In het boek 'Moralitijd' wordt deze vraag beantwoord door negen generatiegenoten een essay te laten schrijven over hun morele ijkpunten. Welke momenten in de recente geschiedenis bieden houvast in het denken over goed en kwaad? Dit levert een rijke schakering aan ijkpunten op, variërend van de moord op Pim Fortuyn via de preventieve arrestaties bij demonstraties tegen de UN- en Eurotop tot de sterfdag van Annie M.G. Schmidt. Evert Nieuwenhuizen (2007, p. 94) vat in zijn essay de zienswijze van deze generatie samen onder het label 'pragmatische idealisten': "Het praktisch idealisme heeft een positieve instelling: leef naar je idealen omdat de wereld daar beter van wordt en jij je daar beter door voelt. Handel nooit uit schuldgevoel, want dat houdt niemand lang vol. Zorg eerder dat je plezier beleeft aan het verwezenlijken van je idealen." Het praktisch idealisme heeft daarmee geen overkoepelende ideologie. Houd het praktisch, laat je inspireren door de preciezen, maar leef als een rekkelijke. Daarmee wordt het praktisch idealisme gemakzuchtig en vrijblijvend, maar tegelijkertijd is het een pleidooi voor een ieder om binnen de mogelijkheden die je hebt de daad bij het woord te voegen. De oudere generatie begrijpt hier soms niets van.

Zij zijn van de generatie "je doet wat je zegt". Ofwel zij zeggen wat ze vinden dat ze zouden moeten doen, proberen dat ook te doen en zullen het niet zeggen als de werkelijkheid anders is. De nieuwe generatie is meer van "je zegt wat je doet". En ja, dat is op het ene moment iets anders dan het andere moment, daar hoef je ook niet geheimzinnig over te doen of doekjes om te winden. That's life".

Enkele voorbeelden van initiatieven die door young professionals zijn geïnitieerd:

Initiatieven van young professionals

In verschillende sectoren hebben groepen van jonge medewerkers zich verenigd om van binnenuit een sector te veranderen. Zo kent de bouwsector het initiatief van De Nieuwbouw; een netwerk van en voor een nieuwe generatie professionals dat streeft naar vernieuwing in de bouw- en vastgoedsector. Inmiddels heeft de Nieuwbouw ruim 1700 leden (zie www.denieuwbouw.nl).

Ook de bancaire sector kent inmiddels een initiatief waarbij de jonge generatie een oproep doet tot verandering. Dit initiatief is begonnen met tien medewerkers van onder meer Triodos, Fortis en SNS die eerst een gezamenlijk manifest hebben opgesteld en vervolgens activiteiten organiseren om de dialoog daarover te voeren. De volgende fragmenten geven meer zicht op dat manifest (bron: http://www.pluspost.nl/jonge-bankiers-actief-in-debat-over-toekomst-banken/15653):

"Een groep jonge bankiers in Nederland die zich "FIER" noemt, wil de dialoog over de toekomst van de banksector in Nederland aanjagen. Wij bepleiten dat banken dienend aan de reële economie moeten zijn; de klant staat voorop, daarvoor moet de balans worden ingezet. Banken moeten duidelijk, dus transparant zijn. Ook duurzaam; gedreven door sociale en milieukaders en met oog voor de toekomst van de maatschappij. Bovendien moeten er verschillende soorten banken en bankiers met verschillende achtergronden zijn; divers. Wij menen dat deze vier "D's" belangrijke voorwaarden zijn om als sector de motor te blijven, waaraan de nationale economie zo'n grote behoefte heeft - op een manier die de maatschappij aanvaart."

"Pogingen om de positie van banken door regulering en wetgeving vast te pinnen zijn begrijpelijk. Een gezonde banksector heeft echter vooral behoefte aan een ethisch kader en sterk leiderschap dat niet "waardenvrij" opereert. Waardenvrij is namelijk waardeloos gebleken. Door zelf het initiatief te nemen tot die herijking vergroten banken hun maatschappelijke geloofwaardigheid en kunnen ze voorkomen door overheidsregels te worden "doodgeknuffeld". Het rapport van de Commissie Maas is een belangrijke stap. Maar wij denken dat er meer nodig is. Hopelijk levert ons initiatief een bijdrage aan een bancaire sector waarop onze klanten en de maatschappij "FIER" kunnen zijn".

Conclusie

In dit artikel zijn we vertrokken met de vraag welke consequenties de huidige ontwikkelingen in het bedrijfsleven moeten hebben voor het kiezen van een Master in Management studie. Daarbij bleek dat er tegen de achtergrond van de economische crisis belangrijke kanttekeningen zijn te plaatsen bij de opzet van een managementopleiding. Het kan ook anders. Binnen Nyenrode Business Universiteit werken we hieraan door onze programma's zoveel mogelijk te richten op het opleiden van ondernemende leidinggevenden met oog voor wat er in de maatschappij gebeurt: Nurturing leaders with a back-bone to serve future generations. De ambitie staat vast, waarbij de realiteit is dat er meerdere jaren nodig zijn om dit in alle haarvaten van een onderwijsprogramma te laten doordringen. Bovendien geeft de realiteit aan dat dit een proces is van vallen en opstaan. Er is echter geen weg terug, want de mindset van young professionals maakt dat zij zinvol werk willen doen, daar resultaten mee willen bereiken en authenticiteit waarderen.

Dat vereist een appèl op hoofd, hart en handen in hedendaagse managementopleidingen.

Referenties

Nijhof, A. (1999), Met zorg besluiten, Twente University press, Enschede
SER (2001), Winst van Waarden / Corporate Social Responsibility; A Dutch Approach, Assen: Van Gorcum.
Harvard Business Review (2009), How to Fix Business Schools, p. 1-74. To order copies of the report, go to harvardbusiness.org Product no. 12573

Reflecting on the lessons of the global financial crisis for business schools

In 2009 the Harvard Business Review organized a debate about "How to fix business schools". The background of this debate is that - reading the press - there is outrage at the fact that the most prestigious MBA programs produce graduates who undermine the corporate and societal interest in pursuing their own narrow self-interest. Business schools may be partially to blame for the global financial and economic crisis. This debate resulted in a report with over 400 essays of thought leaders and insightful comments of readers. The main issues addressed in this report are:

  • Curriculum reform: Traditional MBA curriculums teach leadership as a soft, big picture-oriented course, distinct from the details on which hard quantitative courses focus.
  • Don't make leaders too big: Business schools moved to a model that emphasized quick thinking, confident elocution, and a style of reasoning that looked more like combat than contemplation.
  • Ethics courses: Many business schools don't have ethics courses or design them in a way that is distinct from real business challenges.
  • Communicate a golden future: Business Schools communicate the idea that would-be applicants must measure the MBA degree's benefit in terms of the additional salary they can earn.
  • Selection of students: MBAs often select young people and pretend to train them to become managers and leaders. But experience is critically important. You don't become a manager in the classroom, and you certainly don't become a leader in the classroom. Leadership is earned on the basis of people who choose to follow you.
  • Organize a professional community of management: Management practice could be enhanced if it were taught and treated as a true professional discipline.
  • Curriculums reinforce selfishness: One of the root problems with business schools is that too many (theories like agency and transaction cost theory) are infected with assumptions that reinforce and bring out the worst in human beings.
  • This is not an issue that can be solved by business schools. Pressure from Wall Street, individual financial struggles, greed, selfishness, and power all play a part in why leaders and managers do what they do. So even if you try to affect the problem at the business school level, there are too many variables impacting people's decisions.