Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 27 maart 2013
Auteur:
Functie: Trainer/coach
Organisatie: VMR Training en Coaching BV


Assertiviteit: Balans aanbrengen in wat je belangrijk vindt

Is leiderschap te ontwikkelen of ligt het vast in de genen? In de jaren zeventig en tachtig werd stellig gedacht dat talent volledig afhankelijk was van opvoeding, onderwijs en andere sociale factoren. Sinds we steeds meer weten over de werking van de hersenen en over genetica, lijkt leiderschap echter niet te zijn aangeleerd, maar aangeboren. Daarvoor bestaat inmiddels behoorlijk overtuigend bewijs. Inclusief de checklist "Ben ik een leider?"

Assertiviteit betekent een goede balans aanbrengen en houden tussen wat je belangrijk vindt voor jezelf en voor de ander. Assertiviteit is geen doel op zich, het is een hulpmiddel om je af te vragen of je je energie aan de goede zaken besteedt. Het helpt je onderzoeken of de dingen die je doet wel passen bij wat je wilt. Je kunt assertiviteit zien als het gewogen gemiddelde tussen goed voor de ander zorgen en goed voor jezelf zorgen:

ASSERTIVITEIT

Subassertief gedrag Assertief gedrag Aggressief gedrag
Geen respect voor eigen belang Respect voor eigen belang en belang ander Geen respect voor belang ander
Vermijden Gebruikt assertieve rechten Aanvallend
Twijfelen Rustig, kalm Dominant
Anderen behagen Vriendelijk en beslist Dreigend
Zacht praten Duidelijke taal Gebruikt krachttermen
Meepraten Open, aandachtig
Onderdanig

Assertiviteit is dus het resultaat van een goede belangenafweging. Assertiviteit is daarbij een zeer persoonsgebonden begrip: een vrome monnik zal de balans voor zichzelf anders instellen dan een manager die net een nieuwe afdeling krijgt met 35 mensen en het allemaal niet goed aan kan. Mensen die assertiever willen worden zijn in de regel bijna altijd mensen die beter voor zichzelf willen leren opkomen. Dat is eigenlijk raar. In de praktijk zie je maar weinig mensen een assertiviteitstraining volgen die zichzelf te agressief vinden. Als ze er al zijn, dan zijn ze vaak 'gestuurd'. "'Men' vindt dat ik nogal direct ben", zeggen ze dan. Maar als je je naar een assertiviteitstraining laat sturen, dan ben je toch eerder subassertief dan assertief? En het 'direct zijn' blijkt bij nader onderzoek meer dan eens een manier te zijn om onzekerheid te maskeren.

De impliciete veronderstelling dat er altijd een evenwichtige balans moet zijn tussen jouw belang en dat van de ander verdient nader onderzoek. Het is goed te streven naar een evenwichtige balans, zolang dit geen doel op zich wordt: je let dan te veel op de vragen "is het wel goed voor mij?" of "is het wel goed voor de ander?" Daarmee kan het krampachtig worden. Leren assertiever worden gaat vaak met horten en stoten, dat is ook niet erg. Zodra je voor jezelf in kaart gaat brengen wat je belangrijk vindt, ontstaat er al alertheid. Je beseft bijvoorbeeld dat je wel elke maand naar de vergadering van de muziekvereniging gaat, maar dat je daar zelf weinig uithaalt en ook anderen er niet veel verder mee helpt.

Dat is het moment waarop je kunt besluiten niet meer naar die vergaderingen te gaan. Zo zijn er legio voorbeelden te noemen. Dat klinkt makkelijk, maar het valt in de praktijk niet altijd mee. Het bewust worden van je eigen motieven en drijfveren kan een hele klus zijn. Toch is dat steeds de eerste stap die zorgt voor een goede balans.

Om assertiever te worden kun je twee fasen onderscheiden:

Fase 1. Onderzoek: wat vind ik belangrijk, waar besteed ik mijn energie aan?

Om je bij het onderzoek te helpen kan de volgende oefening je goed helpen. Deze oefening regelmatig herhalen kan je helpen om je eigen patronen in beeld te krijgen.

  • Stel jezelf de volgende vragen, nadat je eerst drie keer heel bewust ademhaalt:
  • Wat ben ik nu aan het doen?
  • Past wat ik nu doe bij wat ik belangrijk vind? Waarom wel/waarom niet?
  • Wat maakt dat ik niet doe wat ik belangrijk vind?

Fase 2. Praktijk: het actief aanbrengen van grenzen

Als je in beeld hebt waaraan je je energie wilt besteden, komt het moment dat je je eigen grenzen gaat verleggen. Soms gaat dit ten koste van een ander, omdat je iets niet meer doet wat je eerder wel deed. Hier komt het aan op assertief (let op: niet agressief) leren 'nee' zeggen en het geven van feedback. Om deze vaardigheden op krachtige wijze uit te spreken moet je op overtuigingsniveau de zaak op orde hebben, anders kom je in de ogen van de ander te agressief, dan wel te subassertief over. Voorbeeld: als je de belemmerende overtuiging hebt dat het beter is geen ruzie te maken, haal je daarmee de kracht uit je eigen presentatie. Het gevolg is dat niemand het echt zal geloven als je een grens aangeeft.

Tot slot

Assertiviteit is 'work in progress'. We bewegen ons in een snel veranderende samenleving, waarin werkomstandigheden, de maatschappij en familiesamenstelling steeds veranderen. Een assertieve basishouding helpt je in alle relaties: jij en je leidinggevende, jij en je collega's, jij en je klanten, jij en je partner, jij en je ouders, jij en je kinderen, jij en je vrienden enzovoort. In je eigen ontwikkeling kom je steeds vragen tegen die te maken hebben met wat je belangrijk vindt. "Wil ik nu graag een opleiding doen omdat ik het echt wil, of moet ik misschien iets bewijzen naar mijn vader/baas/…?" Het is de moeite waard je eigen onderzoek naar wat je belangrijk vindt regelmatig te herhalen. Dat leert je veel over jezelf en zal vanzelf tot meer assertiviteit leiden. Want zodra je zicht hebt en houdt op wat je graag wilt geef je je brein een doel waar het aan kan werken.