Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 5 november 2008
Auteur:
Functie: Alumnus van de Academie voor Wetgeving
Organisatie: Ministerie van Economische Zaken, op persoonlijke titel


Als sneeuw voor de zon

Voordat ik wetgevingsjurist bij de Rijksoverheid werd, had ik een aantal vooroordelen daarover die waarschijnlijk bij meer mensen leven.

Zicht op de vooroordelen over wetten


Welke vooroordelen had ik voordat ik wetgevingsjurist werd bij de Rijksoverheid?

  • Wetten zijn een gegeven, ze zijn voor de eeuwigheid gemaakt.
  • Wetten worden gemaakt door een handvol grijze, oude mannen.
  • Recht is verdeeld in 1/3 strafrecht, 1/3 privaatrecht en 1/3 staats- en bestuursrecht.
  • In de wet staat alles, zo goed als niets interessants staat er in lagere regels.

Ik durf te wedden dat dergelijke veronderstellingen bij meer mensen leven.


Wetten zijn een gegeven, ze zijn voor de eeuwigheid gemaakt.

Rechtszekerheid vinden we belangrijk, daarom is het noodzakelijk regels te maken die tijdloos zijn. Een regel zou een gestolde belangenafweging moeten zijn, een uitkomst van een afgerond debat, een doorgehakte knoop die in ieder geval voorlopige zekerheid en vastigheid biedt. Om die reden vond ik het tijdens mijn studententijd onzinnig om elk jaar een nieuwe wetbundel te kopen. Het streven om regels te maken die de tand des tijds kunnen doorstaan is er wel, maar aan de andere kant geven de vaak veranderende omstandigheden een aanleiding om de regels te wijzigen. Het gevolg is dat wetten aan de lopende band veranderen. Nu ik zelf met de wetgeving bezig ben, merk ik dat de ene wijziging van een artikel of regeling ingehaald wordt door een andere. Bijblijven alleen is daarom al een hele klus.


Wetten worden gemaakt door een handvol grijze, oude mannen.

Een wet maken lijkt zoiets moeilijks en ongrijpbaars. Zelfs de aanhef: "Wij, Beatrix, bij de gratie Gods, …" geeft een wet zoveel meer.

Dat moet haast gemaakt worden door oude grijze mannen, die heel lang en diep nadenken. Dat diepe nadenken gebeurt zeker, maar het gebeurt niet door oude grijze mannen. Ik ben 31 jaar en drie jaar wetgevingsjurist. Mijn talrijke collega's zijn vaak niet veel ouder. Je komt me vaker tegen dan je denkt. Mijn gedachtespinsels worden door anderen uitgesproken, worden nieuws en worden wet. Wat een geweldige en inspirerende verantwoordelijkheid.


Recht is verdeeld in 1/3 strafrecht, 1/3 privaatrecht en 1/3 staats- en bestuursrecht.

Waarover gaan al die wetten en wijzigingen in het echt. In mijn ervaring heb je daar als student geen goed beeld van. Een eye-opener vond ik in de papieren Schuurman&Jordens, dé wetgevingsverzameling van Nederland. In de bekende vierkante torens beslaan de ruggen van de wetboeken van het burgerlijk recht 0,24 meter, er is zo'n 0,07 meter gewijd aan het strafrecht en de overige 7 meter is staats- en bestuursrechtelijk. En dan is er ook nog zoiets als internationaal of Europees recht. De cijfers over hoeveel in de Nederlandse regelgeving "uit Brussel" komt, verschillen in onderzoeken nog al eens. Aan de andere kant merk ik op mijn ministerie dat er geen enkel onderwerp is waarbij geen rekening met Europese regels gehouden hoeft te worden.


In de wet staat alles, zo goed als niets interessants staat er in lagere regels.

Dit is een van de grote struikelblokken geweest waarom de Eerste Kamer de Aanbestedingswet afstemde. De wet zou te leeg zijn, er zou teveel zijn gedelegeerd. Even voor het algemeen begrip: afstemmen in de Eerste Kamer gebeurt ongeveer één keer per jaar, zelden dus. In dit geval des te curieuzer nu de Tweede Kamer unaniem instemde met het wetsvoorstel. Deze parlementariërs hadden blijkbaar geen probleem met de 'lege' wet.

Er zijn (gelukkig) regels over wat voor een soort regels op het niveau van wet in formele zin moeten, welke op die van algemene maatregel van bestuur en het soort regels dat je over kunt laten om door een minister te laten vaststellen. "Alle wezenlijke bepalingen ten aanzien van het betrokken onderwerp [moeten] in de wet [...] worden vastgelegd" zegt aanwijzing 23 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Dit handboek voor wetgevingsjuristen schrijft expliciet voor dat de belangrijke elementen in de wet terechtkomen. Dat gebeurt blijkbaar niet vanzelfsprekend. Waarom worden de regels niet gesteld in de wet? Een van de verklaringen die ik ervoor kan bedenken is dat de doorlooptijd van een wet en dus een wetswijziging ongeveer tweemaal zo lang is. Voor het wijzigen van een algemene maatregel van bestuur, ben je al gauw 9 maanden kwijt; van idee tot inwerkingtreding. Voor het wijzigen van een wet minimaal anderhalf jaar. Die termijn wordt exponentieel langer als het onderwerp ingewikkelder wordt. Dit speelt onder meer in de hand dat ambtenaren ervoor kiezen een wetsvoorstel snel in procedure te brengen en er daarmee bewust voor kiezen een groter deel te delegeren. Immers onder tijdsdruk worden de grote lijnen uitgezet in de wet en zodra die in de Tweede Kamer is gebracht wordt de lagere regelgeving ontwikkeld. Daarmee koopt een ambtenaar tijd om na te denken.

Dat laatste is niet onverstandig, want door dieper in de kleinere onderwerpen van een probleem te duiken kom je meer en meer uitdagingen tegen. Zoals de Engelsen het zeggen 'the devil is in the details'. Leuk, zo'n puzzel die steeds moeilijker wordt naarmate je er meer over nadenkt. Geen wonder dus, dat je daar meer tijd voor wilt nemen. Een Eerste Kamer hoort die impulsen af en toe een halt toe te roepen. Als het gebeurt is het voor de betrokken ambtenaren niet leuk, maar wel leerzaam.


Als sneeuw voor de zon

Door de Academie voor Wetgeving te volgen en te werken voor een geweldig ministerie, kreeg ik een fantastische kans om elke dag iets nieuws te leren. Vooroordelen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wat ga jij doen? Grote kans dat we elkaar ergens tegenkomen. Ik kijk er naar uit.