Dé opleidingensite voor hbo en hoger

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

  • Beschrijving
  • Contact
  • Opleidingen
  • Vestigingen
  • Werknemers
  • Testimonials

Bent u gedreven om verder te groeien, persoonlijk én professioneel? Kies voor HAN Masterprogramma's! Dan kiest u voor kleinschalige, hoogwaardige masteropleidingen voor professionals die u voorbereiden op een leiderschapsrol. U werkt niet alleen aan uw eigen ontwikkeling, maar ook aan die van uw organisatie en werkveld. Vanaf de start gaat u de praktijk in om complexe vraagstukken op te lossen en verbeteringen en innovaties door te voeren. Via toegepast onderzoek maakt u de vertaalslag van theorie naar praktijk. Met als resultaat: verbeteringen en innovaties waar u, uw werkgever én het werkveld baat bij hebben.

Samen werken aan vernieuwing

De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen werkt continue aan vernieuwing en verbetering door kennis en ervaring te delen met het werkveld. Uw inbreng is onmisbaar voor onze masteropleidingen. Net zoals de inbreng vanuit het werkveld, universiteit en onderzoeksinstellingen, de docenten en lectoraten. Samen bouwen we aan de masteropleidingen van de HAN.

Betrokkenheid

De masterprogramma's zijn kleinschalig van opzet. Hooggekwalificeerde docenten uit de beroepspraktijk zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van hun studenten. In een inspirerende leeromgeving bouwt u aan uw kennis, ervaring en netwerk voor de toekomst.

Alle HAN-Masters zijn NVAO-geaccrediteerd.


Management en Coaching

Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening

Hoe maakt u de omslag naar een bedrijfsmatiger financiering, meer efficiency en houdt u tegelijkertijd de wens van de cliënt in het vizier? Ontwikkel u tot bedrijfskundig manager of adviseur die de organisatie van kritische adviezen voorziet. U kunt de opleiding in twee fases doen.

Master Begeleidingskunde

Als professional in een mensgericht beroep ervaart u bij uw dagelijkse werk de noodzaak van begeleiding. De vraag neemt toe naar hoogopgeleide professionals die complexe begeleidingsvragen kunnen onderzoeken, daarover adviseren en begeleidingstrajecten effectief kunnen opstarten en uitvoeren. De Master Begeleidingskunde is de opleiding die u hierop voorbereidt.

Master Human Resources Management

U wilt uw P&O/HRM-professie verder opwaarderen tot senior niveau, zodat u human resources volgens een geïntegreerde strategie van personeel- en organisatieontwikkeling duurzaam kunt inzetten. Met de Master HRM verdiept u zich in strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en gezondheid en sociale innovatie om deze thema's vervolgens in beleid te vertalen. Deze opleiding kunt u in twee fases doen.

Master Management en Innovatie in maatschappelijke organisaties

U bent op zoek naar slimmere manieren van werken. U wilt innovaties doorvoeren die aantoonbaar leiden tot een beter maatschappelijk resultaat. U ontwikkelt zich tot een manager die anticipeert op maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en vertaalt deze naar een organisatiestrategie. U wordt een creatieve manager die de koers kan verleggen en zich ontwikkelt tot een sterke professionele persoonlijkheid. De opleiding kunt u in twee fases doen.


Techniek en Life Sciences

Master of Automotive Systems (Engelstalig)

Deze masteropleiding richt zich op design, automotive onderzoek, ontwikkeling en management bij internationaal opererende automotive bedrijven. Afgestudeerden vervullen toekomstige functies als spil tussen R&D, development en marketing.

Master Molecular Life Sciences (Engelstalig)

U bent afgestudeerd aan het HLO of hebt een gelijkwaardige opleiding gedaan of u bent werkzaam als analist op een laboratorium. U heeft het gevoel dat u méér kunt. U ziet uzelf in het bedrijfsleven of in een toepassingsgericht onderzoeksinstituut als schakel fungeren tussen analisten en ervaren projectleiders. Deze deeltijdopleiding bereidt u hierop voor. U verdiept zich in moderne toepassingen van de moleculaire biologie, celbiologie, biochemie en immunologie. Projectmanagement, wetenschappelijk schrijven en presenteren vullen dit vakinhoudelijke programma aan.

Master Control Systems Engineering (Engelstalig)

Deze opleiding is ontwikkeld voor bachelors van Engineering, Applied Sciences en aanverwante opleidingen. U bestudeert de meest geavanceerde meet- en regeltechnieken en leert hoe u deze kunt toepassen in complexe praktische systemen in de procesindustrie of in de mechatronica. U besteedt veel aandacht aan het analyseren van een proces en het ontwerpen en implementeren van regelingen.


Onderwijs en Opleiden

Master tot 1e-graads docent: Algemene Economie, Engels, Nederlands, Wiskunde

Als 2e-graads leraar wilt u uw vakdeskundigheid verhogen en u ontwikkelen tot 1e-graads docent. Tijdens deze 4 masters ontwikkelt u zich tot zelfstandig (vak)docent in de bovenbouw havo-vwo en leert u onderwijskundige vernieuwingen binnen uw vakgebied te leiden en vorm te geven.

Master Pedagogiek: varianten Onderwijs algemeen, Primair Onderwijs, mbo/hbo

Het werkveld van het onderwijs vraagt om masters die een voortrekkersrol vervullen in de vernieuwing van de onderwijspraktijk en kennis hebben van onderwijskundige concepten. Speciaal voor deze groep is de variant 'Onderwijs algemeen' ontwikkeld. Werkt u in het basisnderwijs of in het mbo of hbo? Start dan in september met de Primair Onderwijs of de mbo/hbo-variant van de Master Pedagogiek.

Master Management en Innovatie: variant voor onderwijsprofessionals

Bent u werkzaam in het onderwijs en wilt u zich ontwikkelen tot onderwijsmanager op masterniveau? Zodat u de onderwijsinstelling waar u werkt kan helpen een positie in te nemen in het krachtenveld van politiek, maatschappij en markt en de ontwikkelingen een stap voor te blijven. Start in september met de onderwijsvariant van deze masteropleiding.

Zorg en Welzijn

Master Advanced Nursing Practice

Deze als 'zeer goed' bestempelde Master Advanced Nursing Practice leidt u op tot Verpleegkundig Specialist. U ontwikkelt zich tot expert in één van de vijf verpleegkundig specialismen en daarbinnen in een specifieke patiëntencategorie. U verricht zowel medische als verpleegkundige taken en weet een brug te slaan tussen het verpleegkundig en het medisch klinisch redeneren. De bevoegdheid heeft u om zelfstandig beslissingen te nemen ten aanzien van het indiceren en uitvoeren van voorbehouden handelingen. U combineert de patiëntenzorg met taken in de kwaliteitszorg, zoals deskundigheidsbevordering, innovatie en onderzoek.

Master Musculoskeletale Revalidatie

De Master Muskuloskeletale Revalidatie is speciaal ontwikkeld voor fysiotherapeuten die zichzelf verder willen ontwikkelen binnen het musculoskeletale domein. U leert aan de hand van praktijkgericht onderwijs uw diagnostische en therapeutische kennis en vaardigheden te verhogen tot klinisch expert in het groeiende musculoskeletale domein. De master kent drie uitstroomvarianten manuele therapie, orofaciale fysiotherapie en sportfysiotherapie.

Master Neurorevalidatie & Innovatie

Werkt u met neurologische patiënten en wilt u vanuit uw inhoudelijke deskundigheid in een voortrekkersrol de zorg rondom deze patiënten verbeteren? Kies voor deze in Nederland unieke masteropleiding Neurorevalidatie en Innovatie.

Master Pedagogiek: variant Jeugdzorg

Uw werk in de jeugdzorg, gehandicaptenzorg of jeugdgezondheidszorg wordt alsmaar complexer als gevolg van de vele maatschappelijke veranderingen. U werkt al als pedagogisch professional en wilt uw kennis verdiepen en verbreden en uw vaardigheden verder ontwikkelen. Dit specifieke profiel binnen de Master Pedagogiek is speciaal ontwikkeld voor het werk in deze zorg.

Master Physician Assistant

Als Master Physician Assistant leert u medisch te redeneren en ontwikkelt u medische vaardigheden waarmee u artsen kunt ondersteunen in hun werkzaamheden. U leert anamneses afnemen, lichamelijk onderzoek verrichten, aanvullend onderzoek aanvragen, een (differentiaal) diagnose stellen, een behandelplan uitvoeren en voorlichting geven.

Master Social Work

Wilt u als professional in de zorg een sleutelpositie innemen bij enerzijds de uitvoering van het werk en anderzijds bij het beleid, management, onderzoek en ontwikkeling? Ontwikkel met deze Master Social Work de competenties waarmee u de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening in complexe meervoudige probleemsituaties kunt verbeteren.

Master Sport- en Beweeginnovatie

Wilt u als sport- en beweegprofessional het beroepsmatig handelen binnen de sport- en bewegingssector verbeteren? Nieuwe professionele standaarden ontwikkelen? Start met de Master Sport en Beweeginnovatie, ontwikkeld in afstemming met o.a. NOC*NSF en NISB. Een opleiding die wetenschap, praktijk en beleid bijeenbrengt en duurzaam met elkaar verbindt.

» Algemene informatie
    • Bezoek adres
    • Ruitenberglaan 26
    • 6826 CC Arnhem
    • Nederland
    • Bezoek adres
    • Ruitenberglaan 29
    • 6802 CE Arnhem
    • Nederland
    • Bezoek adres
    • Berg en Dalseweg 81
    • 6522 BC Nijmegen
    • Nederland
    • Bezoek adres
    • Laan van Scheut 2
    • 6525 EM Nijmegen
    • Nederland
    • Bezoek adres
    • Kapittelweg 33
    • 6525 EN Nijmegen
    • Nederland
    • Postaal adres
    • Postbus 9029
    • 6500 JK Nijmegen
    • Nederland
  • Dr. C.P. Boele
    Dr. C.P. Boele
    Directie
  • Drs. K. Baele
    Drs. K. Baele
    Directie
Master Automotive Systems - Begeleider

Steeds meer buitenlandse studenten komen naar de opleiding

Begeleider en lector voertuigmechatronica Bram Veenhuizen, over de Master Automotive Systems

'Hij is niet zomaar aangenomen. We zochten de beste man voor deze onderzoeksbaan bij het lectoraat. Bram Veenhuizen, lector Voertuigmechatronica bij de HAN, heeft het over Karthik Venkatapathy uit India. 'Karthik viel ons meteen op door zijn proactieve houding. Hij is speciaal voor de masteropleiding Automotive Systems naar Nederland gekomen, is met goede resultaten afgestudeerd en heeft een interessant onderzoek gedaan bij Continental Automotive. We zijn blij met zo'n professional als collega.'

Excellente professionals

Met masteropleidingen zoals de Master Automotive Systems biedt de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen excellente professionals de mogelijkheid zich op masterniveau in hun vakgebied te verdiepen of te verbreden. Bram: 'Steeds meer buitenlandse studenten zoals Karthik komen naar de opleiding. De belangstelling vanuit het buitenland neemt toe en dan met name uit India. De professionals uit dat land zijn zeer tevreden over de Master Automotive Systems en vertellen erover in hun thuisland.'

Lectoraat Voertuigmechatronica

Sinds 2005 is Bram lector Voertuigmechatronica bij de HAN. Dit lectoraat legt de verbinding tussen het bedrijfsleven en het onderwijs. Als lector is Bram nauw betrokken bij diverse onderzoeksgroepen. Zijn interesse gaat uit naar alles ín de auto: de motor, de transmissie, mogelijkheden voor hybride of elektrisch rijden. Een regionaal thema, waterstof, komt terug in de brandstofceltechniek waarmee de HAN voorop loopt. 'Deze techniek is momenteel nog niet in auto's toegepast, omdat er geen tankstations voor zijn, maar 10 jaar geleden zag je ook nergens laadpalen voor de elektrische auto's.'

Kennis meteen toepassen

'Deze masteropleiding is van een hoog niveau, hij schurkt tegen universiteitsniveau aan qua kennis. Je krijgt veel theoretische bagage mee, maar de universiteit is meer op de wetenschap gericht. De deeltijdvariant die wij aanbieden, zorgt voor een mooie combinatie met het bedrijfsleven. De studenten kunnen hun kennis meteen toepassen bij de bedrijven waar ze werken. Na deze studie kunnen de studenten terecht bij grote bedrijven in de maakindustrie: Daf, Nacco, Bosch of bijvoorbeeld TNO.'

De beste student

Bram legt uit waar hij op let, als het gaat om masterstudenten: 'Bij het afstuderen zie ik graag mensen met een kritische, proactieve houding. Je mag altijd fouten maken, maar tegelijk wil ik dat mensen zich afvragen: 'Wat doe ik? Wat zeg ik? Wat schrijf ik?' Blijf voortdurend naar jezelf kijken en ook naar anderen. De beste studenten zijn voor mij degenen die het probleem omarmen, ermee aan de haal gaan. Zowel individueel als in teamverband. Blijf ermee stoeien tot je een oplossing ziet en - niet onbelangrijk - vraag op tijd om hulp.'

'Karthik was zo'n student en is nu dus, naar onze beider tevredenheid, onderzoeksmedewerker binnen ons lectoraat. We hebben een berg papieren moeten aanvragen, invullen en terugsturen. Maar dat was de moeite waard. Karthiks' inbreng is zeer gewenst.'

Bram Veenhuizen (Begeleider en lector voertuigmechatronica), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Automotive Systems - Werkgever

'Continental Automotive een grote stap verder met Karthik's onderzoek'

Engineer en programme manager Robert Wiench over de meerwaarde van de Master Automotive Systems

Continental hoort wereldwijd bij de vijf grootste leveranciers in de automotive branche. Het bedrijf is gevestigd in Regensburg, Duitsland. Karthik Venkatapathy wilde bij dit bedrijf zijn afstudeeropdracht uitvoeren, om daarmee af te studeren aan de masteropleiding Automotive Systems van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Hij ging aan de slag bij Robert Wiench, programme manager Gasoline DI Injection Systems, een onderdeel van de Powertrain division van Continental Automotive Group.

Onder de indruk van Karthiks pro-actieve houding

'Ik was behoorlijk onder de indruk van Karthiks pro-actieve houding en zijn doorzettingsvermogen. Hij heeft heel bewust voor Nederland gekozen en besloot vervolgens dat de Master Automotive Systems van de HAN het beste paste bij het pad dat hij voor zichzelf had uitgestippeld. Toen hij een bedrijf nodig had om bij af te studeren, koos hij ons bedrijf. Hij solliciteerde en ik nam hem aan.' Het had nog even wat voeten in de aarde om een werkvergunning te regelen, maar uiteindelijk betrok Karthik een appartement in Regensburg en begon zijn werk in het development team. Hij voelde zich snel op zijn gemak en vond zijn plek tussen de 7.000 mensen die dagelijks op het fabrieksterrein in Regensburg werken. Robert: 'We hadden 3 onderwerpen voor zijn afstudeeronderzoek en daaruit heeft hij degene gekozen die hem het meest lag.'

Nieuw injectiesysteem

'Karthik deed onderzoek naar een nieuw injectiesysteem dat Continental op de markt wil brengen. 'Meestal werken studenten aan systemen of ontwikkelingen die over langere tijd pas op de markt komen. Maar dit systeem staat op het punt om werkelijk in productie genomen te worden, het wordt over een paar jaar gepresenteerd. Karthik heeft het gedrag van het systeem gesimuleerd en geanalyseerd. Die gedetailleerde data hadden we nodig om er zeker van te zijn dat we op het juiste pad zijn. Dat alles klopt. Heel praktisch en waardevol, voor ons en voor hem.'

Dubbele monitor

Robert had nog niet eerder met een HAN-student gewerkt, maar vindt de ervaring voor herhaling vatbaar. 'Het is belangrijk dat een student vanuit de opleiding goed begeleid wordt. Dat was bij Karthik zeker het geval. De lector, dr. Mesman, is bij ons langs geweest. We hebben een kick off bijeenkomst georganiseerd en samen een projectplan gemaakt voor Karthiks thesis. Karthiks werk werd dubbel gemonitord. Van onze kant om er uit te halen wat we nodig hadden om die belangrijke stap in het project te kunnen maken. En dr. Mesman moest er van zijn kant op letten dat het voldeed aan het masterniveau van de opleiding. En dat deed het.'

Robert Wiench (Engineer en programme manager), Continental Automotive Group, Regensburg, Duitsland
Master Automotive Systems - Professional

Deze master vergroot mijn kansen in de Indiase automobielbranche

Professional Karthik Venkatapathy over de meerwaarde van de Master Automotive Systems

In gesprek met Karthik Venkatapathy is het nagenoeg meteen duidelijk. We hebben hier te maken met een uitblinker. Een student die zijn thuisland India achterlaat om de opleiding te volgen die het beste past bij zijn ambitie, interesse en plannen voor de toekomst: de Master Automotive Systems. Hij slurpt alle kennis op als limonade en legt zijn eigen lat elke dag een stukje hoger. Dit resulteert in een voorspoedig studieverloop en een baan bij het Lectoraat Voertuigmechatronica van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

Elektrische auto's

In India volgt Karthik vier jaar de opleiding Elektrotechniek. Vervolgens gaat hij drie jaar aan de slag als engineer regeltechniek. Maar zijn ambitie brengt hem verder. Hij wil alles leren over elektrische auto's zodat hij deze kennis in India kan gebruiken. 'Ik ging op zoek naar een masteropleiding Automotive, met lessen in het Engels. En gaf de voorkeur aan Europa, boven Amerika, omdat je daar zoveel verschillende culturen en talen op een klein oppervlak bij elkaar hebt,' aldus Karthik Venkatapathy.

Openminded

Karthik heeft ook heel goed nagedacht over in welk Europees land hij deze opleiding wilde volgen. 'My search on Google ended with Sweden, Germany, France, UK and the Netherlands.' Hij koos voor Nederland vanwege de horizontale aanpak. 'Hier heerst een open cultuur. De mensen staan open voor elkaars mening, luisteren naar elkaar. Je mag meepraten en je hebt invloed op wat er gebeurt'. In de Europese smeltkroes is Nederland een van de weinige landen waar hij minder hiërarchie ervoer.

Volg je interesse

Bij de HAN Master Automotive Systems heb je de keus uit de onderdelen Vehicle Dynamics, Internal Combustion Engines en Alternative powertrain. Karthik: 'Ik heb alle onderdelen bestudeerd, maar mijn interesse lag bij de motoren. Ik heb mijn afstudeeropdracht bij Continental Automotive Group - voorheen Siemens - in Duitsland dan ook gedaan op het gebied van verbrandingsmotoren. Ik heb onderzoek gedaan naar een nieuw injectiesysteem. De meest recente ontwikkeling op het gebied van benzinemotoren is een verbruik dat overeenkomt met dat van een diesel, maar met de ' fun to drive' die hoort bij benzine, it is the best of both worlds!'

Onderzoek - tijdens en na

Bij aanvang van zijn studie dacht Karthik dat hij praktisch aan de slag wilde in het beroepenveld van Automotive. Maar gaandeweg ontdekte hij dat onderzoek doen hem boeide. Diverse onderzoeksprojecten tijdens de studie rondde hij met goed gevolg af. Nu, na zijn afstuderen, wijdt hij zich in belangrijke mate aan onderzoek bij het Lectoraat Voertuimechatronica van de HAN. 'Ik richt me nu op 'second life applications of lithium-ion batteries' om uit te vinden of deze batterijen herbruikbaar zijn' for smart grid en rural electrification'. Het is mooi om met de laatste technologie bezig te zijn om daarmee straks het platteland van bijvoorbeeld India van elektriciteit te voorzien.'

Populair bij Indiërs

Karthik is overigens niet de enige Indiër die de Master Automotive aan de HAN volgde. De verklaring van Karthik is dat er onlangs veel grote automotive bedrijven geopend zijn in India. Om daar een toppositie te bereiken is het van belang dat je goed onderlegd bent qua kennis. Een opleiding in het buitenland vergroot je ervaring en je kennis maar ook je kijk op de internationale automobielbranche. Ik onderhoud contact met andere landgenoten via de sociale netwerken. Armoede in India is een van de grootste problemen. Ondanks die armoede wil ik op termijn toch terug naar waar ik vandaan kom om mijn kennis in te zetten om mijn landgenoten aan het werk te krijgen en hun welzijn te verbeteren'.

Cultuurshock

Toen hij 2 jaar geleden op de campus arriveerde kwam Karthik letterlijk in een gespreid bedje. 'Het was een mooie accommodatie, met enkele IKEA-pakketten die we in elkaar moesten zetten. We hadden niets te klagen. In India zijn we dat niet gewend, daar is niets goed geregeld. Hier in Nederland hoor je mensen al als iets niet perfect is. Dat is wel een groot cultuurverschil. Maar zonder gekheid, alles was tot in de puntjes georganiseerd.'

Karthik Venkatapathy (Docent-onderzoeker Lectoraat Voertuigmechatronica), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Algemene Economie - Begeleider

Een goede eerstegraads docent weet wat werkt

Docent Onderwijskunde Jos Trimpe over de Master Leraar Algemene Economie

Een professionaliseringstraject waarin onderwijskunde een belangrijke rol heeft, dat is volgens Jos Trimpe een van de onderscheidende kenmerken van de Master Leraar Algemene Economie. 'Thijs is een goede leraar, maar hij kan nog niet verklaren waarom dat wat hij doet in de klas, werkt. En dat integraal handelen, leert hij hier.'

Integraal handelen

Leraren lesgeven; een pittige taak, maar ook essentieel. Docent Jos Trimpe kent economieleraar Thijs Dovermann als een bijzonder gedreven student. 'Hij heeft heel bewust voor deze master gekozen en hij weet wat hij komt halen. Thijs steekt eigen tijd in deze opleiding, dus hij wil er een hoog rendement uit halen. Hij denkt constructief mee en is positief kritisch over de opleiding. Zeer waardevol.' Regelmatig vraagt Thijs Trimpe om meer stof over de onderwerpen die hem interesseren. 'Een gemotiveerde docent die goed lesgeeft. Maar waarom het werkt, wat hij doet, dat kan hij niet verklaren. En die vaardigheid, het integraal handelen, is juist iets waar wij studenten naartoe begeleiden.'

Wat wil je ontwikkelen?

Wat wil je ontwikkelen? Welke vaardigheden verdienen je aandacht? Dat zijn vragen waar Thijs en zijn medestudenten nu mee bezig zijn. 'Naast vakinhoud krijgen studenten van deze master ook didactische en pedagogische vaardigheden en werken ze aan hun eigen ontwikkeling als professional. Thijs geeft al een tijd lang les in het eerstegraads gebied en dat kan ik merken. Hij kan heel makkelijk praktijkvoorbeelden koppelen aan de stof.' In het eerste jaar van de master staat de visievorming van de studenten op het eerstegraads gebied centraal. Studenten stellen leerdoelen en leervragen op, en daar gaan ze dan mee aan de slag. 'Daarin krijgen ze individuele begeleiding Want hoe schrijf je bijvoorbeeld een goed visiestuk? En hoe onderbouw je je visie theoretisch?

Hoe leren leerlingen?

Jos Trimpe vervolgt: 'Didactische en pedagogische vaardigheden hebben in deze master een focus op het terrein van metacognitief leren: leerlingen leren kijken naar hun eigen leerprocessen. Hoe leer ik? Later, in het wo en hbo hebben leerlingen die inzichten nodig. Dus voor een eerstegraads docent zijn inzichten op dit terrein onontbeerlijk.'

Waarom kiezen voor die aanpak?

In het tweede en derde jaar staat het inzicht in integraal handelen centraal: studenten leren hun handelen te verklaren vanuit de literatuur. Ze worden zich bewust van verklaringstheorieën over waarom een docent een bepaalde aanpak kiest. Integraal handelen is karakteristiek voor een goede eerstegraads docent. Daarom doen studenten in dit jaar een onderzoek. 'We willen dat studenten een activiteit ontwikkelen in hun lessen waarvan het effect meetbaar is,' legt Trimpe uit. Bijvoorbeeld over vragen als: heeft probleemgestuurd onderwijs in plaats van frontaal lesgeven invloed op de rendementen en de eindexamencijfers? Is dat effect te meten? Of: wat is het effect van andere vormen van toetsing? De studenten krijgen bij hun onderzoek twee begeleiders: een onderzoeker vanuit het onderzoeksinstituut (lectoraat) en een begeleider vanuit de opleiding die de pedagogiek, de vakinhoud en de vakdidactiek kan waarborgen. Een theoretisch kader opstellen, leerdoelen formuleren, goede onderzoeksvragen opstellen en een goed programma van de methodologie maken: het hele traject van onderzoek doen komt aan bod. 'Het is niet voor niets een masterprogramma,' zegt Trimpe, 'we werken op academisch niveau.'

Er straalt plezier van hem uit

Trimpe gelooft dat Thijs een heel goede eerstegrader gaat worden. 'Hij is ambitieus, en heeft een klik met leerlingen. Een natuurlijke band. Toen ik vorige week bij hem op lesbezoek was, kon ik dat goed merken. Er straalt plezier van hem uit.' En hij ziet ook ruimte voor groei: 'Op scholen heb je veel mogelijkheden. Misschien gaat hij er coördinatiefuncties bij pakken of ooit lesgeven op het hbo. Maar hij moet omgaan met leerlingen, en dat zal hij ook blijven doen ook. Thijs is een echt onderwijsdier.'

Jos Trimpe (Docent Onderwijskunde)
Master Algemene Economie - Werkgever

'Blijven scholen, dat moet op een school'

Leidinggevende Martinette Selten over de meerwaarde van de Master Leraar Algemene Economie

'Als docenten kwalitatief heel goed zijn, dan gaan de onderwijsprestaties van leerlingen sterk vooruit,' weet Martinette Selten, sectordirecteur Tweede Fase op de NSG in Nijmegen. De school zet sterk in op scholing van leraren. 'Dat Thijs een docent is die zich wil blijven ontwikkelen, maakt dat hij zo goed bij deze school past.'

Docent met ambitie

Ambitie, het beter willen doen, een goede docent worden. Deze dingen drijven economieleraar Thijs Dovermann om de Master Leraar Algemene Economie te doen. 'Natuurlijk wil hij gewoon ook in de bovenbouw les kunnen gaan geven,' weet zijn leidinggevende Martinette Selten, 'maar je geeft je niet zomaar op voor zo'n traject. Thijs heeft de ambitie om een echt goede docent te worden, om zijn kennis en vaardigheden te vergroten en leerlingen op maat te kunnen bedienen. En daar zijn wij ontzettend blij mee.'

Scholing hoort bij een school

Blijven scholen, dat móét op een school, vindt Selten. Daarom trekt de NSG een ton per jaar uit voor scholing van het personeel. 'Als je van leerlingen verwacht dat ze zich ontwikkelen, dan moet je dat ook van je leraren vragen. Wij zeggen nooit 'nee' wanneer een docent een opleiding wil gaan doen.' Dus toen docent Thijs vorig jaar aangaf dat hij de Master Leraar Algemene Ecomonie aan de HAN wilde gaan doen, gaf het management volledige medewerking, vertelt Selten. 'Wil je als school betere resultaten halen, dan moet je investeren in je kapitaal, en dat zijn de leraren.' Dat er een lerarenbeurs beschikbaar is voor Thijs, maakte het voor de school makkelijker om te regelen dat hij de opleiding daadwerkelijk kon gaan doen. 'Je moet als school ruimte maken in het rooster van de student, dus een deel van de middelen uit de lerarenbeurs zetten we in om vervanging voor Thijs te regelen.'

Sturen op kwaliteit

De NSG profileert zich als academische opleidingsschool. Dat vraagt wat van de docenten. Kritisch blijven, onderzoek doen naar de eigen lespraktijk, voortgangs- en beoordelingsgesprekken, zijn allemaal zaken die de school bij de docenten stimuleert en die Selten ook erg belangrijk vindt. 'Als school kun je sturen op kwaliteit van docenten en dit is een van de manieren.'

Nieuwe kennis direct de klas in

Net als de andere lerarenmasters van de HAN sluit de Master Leraar Algemene Economie aan bij deze ambities van de school. Het mooie van de masteropleidingen van de HAN vindt Selten dat ze duaal zijn. Studenten staan al voor de klas, en nemen hun ervaringen mee als praktijkvoorbeelden naar hun opleiding. Omgekeerd nemen studenten hun nieuwe kennis meteen mee het klaslokaal in. Dat vindt Selten heel belangrijk. 'Ook als je lesgeeft aan havo 3 of vwo 3 is het belangrijk dat je op het niveau van het examen zicht hebt op de stof.'

Kritische en onderzoekende houding

Omdat in de master de leervraag van de student centraal staat, worden onderzoek en analyses heel concreet. Studenten kunnen hun lessen direct aanpassen en evalueren. Selten: 'Daar leren ze pas echt van. En nog belangrijker: ze nemen door de master een lerende houding aan die wij heel belangrijk vinden. Het gaat niet om: kortstondig een probleem aanpakken, maar om: een andere houding aannemen ten opzichte van je werk. Dat is ontzettend waardevol voor de school.'

Martinette Selten (Sectordirecteur Tweede Fase), NSG, Nijmegen
Master Algemene Economie - Professional

'Nieuwe inzichten neem ik meteen mee de klas in'

Professional Thijs Dovermann over de meerwaarde van de Master Leraar Algemene Economie

Stilstand is achteruitgang, vindt Thijs Dovermann, leraar economie op de NSG in Nijmegen. Dus wil hij zichzelf blijven ontwikkelen, en doet hij de Master Leraar Algemene Economie aan de HAN. 'De master geeft me een breder beroepsperspectief en meer bagage voor in de klas. En dankzij de Lerarenbeurs kost het mij en de school bijna geen geld.'

Ik wil vooruit

'Ik kan niet stilzitten,' zegt Thijs over zichzelf. En dat is maar goed ook, want Thijs wil vooruit. Een eerstegraads docent worden, zichzelf uitdagen en zich ontwikkelen. 'Ik wil graag bijleren. Ook voor mijn carrièreperspectief is dat natuurlijk gunstig. Economie is een vak dat leerlingen pas vanaf het derde jaar krijgen, als eerstegraads ben je veel breder inzetbaar.' Daarmee past hij precies binnen het klimaat van de NSG, een school die ontwikkeling van docenten aanmoedigt.

Subsidie met Lerarenbeurs

Vorig jaar werd Thijs door de school gewezen op de Lerarenbeurs, een subsidie die school en docent de middelen geeft om de docent een studie te laten volgen. 'Toen kwam het in een stroomversnelling,' vertelt Thijs. Hij was van plan een master te volgen. 'De Lerarenbeurs was een mooie aanleiding om meteen in september te beginnen. '

Kennis voor de klas

Je kennis verbreden, meer doen met je kennis. De master heeft invloed op de manier waarop Thijs lesgeeft. 'Ik ben nog maar net met de opleiding begonnen, maar die heeft me nu al meer inhoudelijke en didactische bagage gegeven voor de klas. Dat verandert wat ik vertel en hoe ik dat doe, en hoe zeker ik me daarover voel.' Hij is meer 'integraal' gaan handelen: 'Uitleg kun je bijvoorbeeld geven aan de hand van een filmpje, een opdracht, of op het bord. Zo'n keuze maakte ik vaak op gevoel en nu leer ik dat je die keuze ook wetenschappelijk kunt onderbouwen.' De inhoudelijke verdieping neemt Thijs direct mee de les in. Onlangs nog ging een college over het ontstaan van de kredietcrisis. 'Ik ben door dat college de crisis beter gaan begrijpen.' Deze kennis nam Thijs meteen mee de klas in. 'Toen een leerling naar de kredietcrisis vroeg, kon ik hem antwoord geven. Voor ik het wist, stond ik er enthousiast over te vertellen, en zat de hele klas te luisteren.'

Onderzoek

Thijs wil in het kader van zijn master gaan onderzoeken hoe in de lessen economie invulling gegeven kan worden aan het cultuurprofiel waar de NSG zich mee onderscheidt: er is op deze school veel aandacht voor muziek, kunst en cultuur. 'Ik zou een culturele context willen maken voor ons economie-onderwijs, door een programma te ontwikkelen over cultureel ondernemerschap. Ik wil lessen maken over vragen als: hoe zet je jezelf als zzp'er in de markt in de culturele sector, hoe promoot je je bandje en hoe trek je volle zalen, met of zonder subsidies? Ik word goed begeleid. Zowel vanuit school waar een docentenontwikkelteam mijn voortgang in de gaten houdt. En vanuit de HAN bij het structureren, opzetten en uitvoeren van mijn onderzoek.'

Toekomst

De toekomst voor Thijs ligt op school, zo veel is zeker. Maar verder ligt alles open wat hem betreft: 'Het zou kunnen dat ik meer richting management groei, maar ik vind de hele schoolorganisatie interessant, met alles wat daarbij hoort. Lesgeven, decaan zijn, zo nu en dan roosteren of de conciërges helpen stoelen klaarzetten voor een muzische avond, ik doe het allemaal graag. Ik vind alles aan een school leuk.'

Thijs Dovermann (Docent economie), NSG, Nijmegen
Master Musculoskeletale Revalidatie - Werkgever

Rachelle brengt de resultaten van haar onderzoek ons onderwijs in

Begeleider Henk Nieuwenhuijzen over de Master Musculoskeletale Revalidatie

'Wat het onderzoek van Rachelle Dahlmans bijzonder maakt is, dat zij zo gedegen en goed onderbouwd werkt. In haar masterthesis toont zij het effect aan van een behandeling van schouderklachten. Hierbij betrekt ze niet alleen het lokale deel van de schouder maar de hele bewegingsketen. De evidentie die zij heeft gevonden in het onderzoek wordt ook weer ingezet in het onderwijs van de bachelor,' zegt Henk Nieuwenhuijzen. Samen met Paul Delnooz begeleidt hij Rachelle tijdens haar onderzoek in het tweede en derde jaar van de uitstroomvariant Sportfysiotherapie binnen de Master Musculoskeletale Revalidatie.

Zo houden we ons onderwijs actueel

'We zoeken naar mogelijkheden om de informatie uit toegepast onderzoek weer terug te laten vloeien in de opleiding. De masterthesis van Rachelle is hier een goed voorbeeld van. De conclusies uit haar onderzoek worden ingezet in onze bachelor opleiding tot fysiotherapeut. De nieuwe generatie studenten zal bij de behandeling van schouderklachten nog meer naar het totale bewegingsketen gaan kijken. Zij breiden hier hun vaardigheden op uit. Zo houden we ons onderwijs actueel.'

Relevant onderwerp

'De opzet van de master is, dat de wetenschappelijke vorming van studenten in de dagelijkse praktijk kan worden ingezet. Studenten worden opgeleid om problemen te signaleren in hun werkveld, een probleem in de diepte uit te zoeken, met een oplossing te komen, deze oplossing te testen en deze vervolgens te implementeren. Die cirkel proberen ze rond te maken. Vanuit de opleiding bieden wij de tools aan om dit uit te voeren. Kritisch en creatief leren denken kenmerkt ons wetenschapsonderwijs en vormt hierbij een belangrijk onderdeel. Door mijn kennis en ervaring in de praktijk weet ik dat schouderklachten een groot en regelmatig terugkerend probleem vormen, zeker onder sporters. Rachelle heeft getest of een behandeling vanuit de totale lichaamsketen schouderklachten vermindert. Haar onderzoeksresultaten wijzen inderdaad in die richting. Hiermee draagt ze mogelijk bij aan een effectievere behandeling van haar patiënten. Dit onderzoek heeft dus zeker maatschappelijke relevantie.'

Brede blik

'Masterstudenten ontwikkelen tijdens de opleiding een brede blik over het hele musculoskeletale domein. Dit maakt onze master uniek. Tijdens het eerste jaar leren ze hoe het lichaam beweegt en welke mechanismen erachter zitten. Hierna kiezen ze één van de specialisaties manuele therapie, orofaciale therapie of sporttherapie. Maar ze blijven regelmatig bij elkaar over de schutting kijken. Zo organiseren we klinische lesdagen waarin we vanuit alle uitstroomvarianten dezelfde casus bestuderen. Voor volgend jaar bekijken we of we nog meer gezamenlijk met de specialismen kunnen doen. Het is nuttig om over gemeenschappelijke onderwerpen, zoals pijn, kennis en ervaringen vanuit alle specialismen te delen.'

Netwerken

'Rachelle is nu bezig met het implementatietraject. Wij moedigen onze studenten altijd aan om bij hun onderzoek ook andere specialisten te betrekken. Ze moeten leren netwerken op te zetten waarin ze een kenniskring vormen met andere professionals.'

Bewegingslaboratorium

'Sinds kort hebben wij een bewegingslaboratorium. Hier kunnen onze studenten bewegingen meten en registreren aan de hand van videoanalyses. Dit stelt hen in staat om dieper op een probleem in te gaan. Niet alleen kunnen we exacter meten hoe mensen bewegen, maar ook wat er in het lichaam gebeurt. Bijvoorbeeld welke spieren op een bepaald moment aanspannen tijdens het lopen en welke krachten vrijkomen. Hierdoor kunnen we studenten meer inzicht geven in de werking van het bewegingsapparaat. Met onze geavanceerde meet-apparatuur zoeken we aansluiting bij de Radboud Universiteit, het Radboud UMC en de Sint Maartenskliniek.'

'Regelmatig voeren we overleg over de inhoud van de opleiding, aan de hand van bijvoorbeeld de input via het lectoraat Musculoskeletale Revalidatie, beroepsverenigingen en onze docenten die werkzaam zijn in de praktijk. Maar ook vanuit het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) houden we de toekomstscenario's in de zorg in beeld. Daarnaast nemen we deel aan een landelijk overleg over de inhoud van de opleiding en houden we ons onderwijs ook up-to-date met onderzoek dat binnen het lectoraat verricht wordt.

Henk Nieuwenhuijzen
Master Musculoskeletale Revalidatie - Werkgever

'De doelmatigheid in onze praktijk is sterk verbeterd'

Werkgever Erwin Jansen over de meerwaarde van de Master Musculoskeletale Revalidatie

'Rachelle heeft haar kennis omgezet in mooie producten voor ons ESP Centrum. Met haar onderzoek naar een effectieve behandelmethode voor schouderklachten, heeft ze verbeteringen aangebracht in ons oefenprogramma. We zien dat de uitkomsten met betrekking tot gezondheidsproblematiek goed zijn. Het nut van haar masterthesis heeft zich hiermee bewezen,' zegt Erwin Jansen, fysiotherapeut bij het ESP Centrum voor Fysiotherapie, Medische Fitness en Re-integratie en werkgever van Rachelle Dahlmans.

Inhoudelijk krachtig

'Rachelles thesis is gedegen, goed onderbouwd en inhoudelijk krachtig. Ze komt vanuit de opleiding met nieuwe evidentie waar wij op terug kunnen vallen. Op basis hiervan heeft zij oefeningen verwijderd en nieuwe trainingen ingevoerd. Dit heeft zij gedaan voor diverse lichaamsterreinen, maar het meest nog in de schouderrevalidatie.'

Sportrevalidatie

'De masteropleiding is klinisch relevant voor het werkveld. Rachelle heeft zich tijdens haar master veel met sportrevalidatie bezig gehouden. Deze kennis kunnen wij ook inzetten op andere terreinen. Trainingselementen uit de sport bijvoorbeeld passen we ook toe bij andere doelgroepen zoals patiënten met COPD.'

Probleem snel herkennen

'Mede door Rachelle is de doelmatigheid in onze praktijk het laatste jaar sterk verbeterd. Wanneer patiënten bij ons komen met een probleem, is het onze taak om dit probleem te fileren. Wat ik sterk vind aan de masteropleiding is, dat studenten leren om snel te herkennen waar het probleem zit, en hier zoomen ze vervolgens op in. Met de brede kennis die ze opdoen kunnen ze dit goed. Dit helpt bij het geven van advies aan onze patiënten. Maar het draagt ook bij aan een effectievere behandeling en een sneller gewenst resultaat. Wij maken er in onze praktijk dankbaar gebruik van.'

Geweten van onze praktijk

'Wat voor ons het verschil maakt is, of masterstudenten hun kennis kunnen uitdragen aan collega's. En of ze kunnen onderbouwen wat ze doen. Rachelle toont hier duidelijk haar meerwaarde. Ze haalt de zwakke kanten in onze praktijk naar boven en doet voorstellen ter verbetering. Tijdens de begeleiding en behandeling van mensen ontstaan soms blinde vlekken. Rachelle wijst ons daarop. Een voorbeeld zijn onze transferoefeningen, dat zijn de laatste oefeningen die een sporter doet voordat hij het veld op gaat. Deze transferoefeningen zijn arbitrair, ze zijn afhankelijk van de voorkeur van de therapeut. Rachelle zoekt naar de onderbouwing waarom we deze oefeningen doen. Daarna doet ze voorstellen hoe we deze eenduidiger kunnen neerzetten. Ze is het geweten van onze praktijk geworden.'

Aanvulling

'Masterstudenten moeten verder kunnen kijken dan alleen het stoornisniveau. Onze filosofie is dat achter een probleem altijd nog een probleem schuilgaat. Een masterstudent zoals Rachelle past goed in onze praktijk. Ze kijkt verder en breder. Ze is zowel een doener als iemand die snel en direct op zoek gaat naar oplossingen.'

Hoogstaand

'Kwalitatief vind ik de opleiding hoogstaand en inhoudelijk sterk. Er is goed over nagedacht. Het is een opleiding waar Rachelle goed gedijt. Ze is leergierig en altijd uit op nieuwe kennis.'

Erwin Jansen (Fysiotherapeut), ESP Centrum Gennep
Master Musculoskeletale Revalidatie - Professional

Werkwijze ontwikkeld voor effectievere behandeling van schouderklachten

Fysiotherapeut Rachelle Dahlmans over de meerwaarde van de Master Musculoskeletale Revalidatie

'Voor mijn masterthesis heb ik een wetenschappelijk onderbouwde werkwijze ontwikkeld voor de behandeling van schouderklachten bij bovenhandse sporters waarbij rekening gehouden wordt met de hele bewegingsketen,' vertelt Rachelle Dahlmans, fysiotherapeut bij het ESP Centrum te Gennep. Het mogelijke resultaat: een effectievere behandeling van schouderklachten waarvoor zij nu een werkwijze implementeert met een behandelstrategie en een bepaalde volgorde van oefeningen. Met haar 25 jaar is Rachelle de jongste van de groep masterstudenten Musculoskeletale Revalidatie. Momenteel zit ze in het derde jaar van de uitstroomvariant Sport.

Vanuit het hele lichaam denken

'Elke patiënt is anders en vraagt een unieke manier van behandelen. Om dit goed te kunnen doen heb je brede kennis en ervaring nodig. Dit was voor mij een reden om na de bacheloropleiding fysiotherapie direct de masteropleiding te gaan volgen. Tijdens de master ontwikkelen we een brede blik op het hele musculoskeletale domein. De kennis die we hiervoor aangereikt krijgen vanuit manuele therapie, orofaciale therapie en sportfysiotherapie versterkt elkaar. Zo kunnen manuele vaardigheden helpen om voorwaarden te creëren voor actieve revalidatie binnen de sportrevalidatie. En bij orofaciale therapie werd ik me meer bewust van de relaties tussen kaakproblematiek/parafunctioneel gedrag en andere klachten. '

Interne scholing

'Ik heb geleerd om vanuit de hele bewegingsketen van het lichaam te denken. Deze denkwijze kun je toepassen in alle disciplines van het ESP Centrum, ook buiten de sportfysiotherapie. Want ondanks dat je een 50-jarige receptioniste met schouderklachten weer anders behandelt dan een sporter, is hun bewegingsketen hetzelfde. Zo zijn er onderzoeken die in de richting wijzen dat een heupextensie de activiteit van de schoudermusculatuur beïnvloedt. Na de implementatiefase wil ik een interne scholing binnen het ESP Centrum verzorgen over de theorie en wetenschappelijke evidentie van de behandeling van schouderklachten vanuit de totale kinetische keten.'

Return-to-sport

'Ik heb geleerd om verder te kijken dan alleen het stoornisniveau. Ik kijk ook naar datgene wat voor de patiënt belangrijk is, zoals zijn participatiegraad en het moment dat hij de sport weer mag oppakken. Dit verschilt per sport en per patiënt. Ik ontdekte dat return-to-sport criteria niet keihard gedefinieerd zijn en dat hier veel discussie over is. Kennisuitwisseling met mijn collega-fysiotherapeuten draagt voor mij bij aan de beoordeling wanneer een sporter weer terug het veld op kan.'

COPD

'Datgene wat ik leer binnen sportfysiotherapie kan ik breder toepassen in onze praktijk. Trainingselementen uit de revalidatie pas ik bijvoorbeeld ook toe bij andere doelgroepen zoals patiënten met COPD. Wanneer bijvoorbeeld een longcentrum een longfunctietest of een fiets-ergometrie test uitvoert, kan ik deze resultaten beoordelen en gebruiken als input voor mijn behandelprogramma. Zo kan het zijn dat een patiënt met een ventilatoire beperking intervaltraining krijgt en een patiënt met een cardiocirculatoire beperking duurtraining.'

Beter behandelen

'Tijdens de masteropleiding heb ik mijn kennis en vaardigheden vergroot. Deze kennis gebruik ik bij het diagnostisch traject en het behandeltraject van een patiënt. Ik kan beter hypotheses vormen van een specialistische behandeling. Ik heb geleerd om klinisch te redeneren aan de hand van het HOAC-model. Dit model waarbij je onder andere uitgaat van doel-middel-uitkomst hebben we zo vaak moeten toepassen, dat ik er nog dagelijks profijt van heb.

Diverse methoden

We hebben ons diverse werkwijzen eigen gemaakt die je kunt toepassen bij de behandeling van je patiënten. Bij revalidatieopbouw hebben we diverse methoden aangereikt gekregen. We hebben geleerd om een revalidatieprogramma op te bouwen met Rehaboom, het KRS systeem en de krachtpiramide.' Met andere woorden: de masteropleiding heeft mij in de praktijk veel meer gebracht dan het begrip 'sportfysiotherapie' uitdrukt.
Communicatie

'Ik krijg les van een goed samengesteld team van docenten die ieder beschikken over zeer veel kennis en ervaring binnen de fysiotherapie. Ook gastcolleges over andere vakgebieden zoals orthopedie zijn interessant en dragen bij aan de kwaliteit van mijn werk. Neem bijvoorbeeld een patiënt die met postoperatieve klachten van een orthopedische operatie bij mij komt. Nu ik wat meer weet over operatietechnieken kan ik zijn klachten beter verklaren. Zo kan ik hierdoor ook beter gefundeerd overleg voeren met specialisten uit het netwerk van de patiënt.'

Verweving met bachelor

'Tijdens de masteropleiding worden we aangemoedigd om onszelf als deskundige in een netwerk op te stellen. Hoewel de uitkomsten van mijn onderzoek op dit moment nog niet bekend zijn, heb ik al wel gesproken met docenten van de bachelor opleiding van de HAN hoe we mijn onderzoek mogelijk daar kunnen implementeren.'

Rachelle Dahlmans (Fysiotherapeut), ESP Centrum
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Begeleider

Een uitgelezen kans om gedegen stakeholdersbeleid te maken

Wilfried Varwijk, afstudeerbegeleider Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening

De Raad van Bestuur, patiëntenverenigingen, het bedrijfsleven… allemaal partijen die belangrijk zijn voor de afdeling Cardiologie van het Radboudumc. Maar welke partijen nog meer? En wat hebben ze nodig? Het afstuderen van hoofdverpleegkundige Riny van der Ven aan de masteropleiding Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening bood de afdeling een uitgelezen kans om een gedegen stakeholdersonderzoek uit te laten voeren en beleid te implementeren.

Corporate governance

Wilfried Varwijk is bedrijfseconoom en gespecialiseerd in financiën en strategisch management in de gezondheidszorg. Hij geeft les bij 4 masteropleidingen aan de HAN en aan de Radboud Universiteit. Ook is hij werkzaam als strategisch adviseur voor Smart Group vanuit zijn eigen adviesbureau Varwijk Management Consulting (VMC). Hij weet als geen ander dat stakeholdersbeleid bij veel organisaties een ondergeschoven kindje is. 'Ik was dus blij dat Riny met dit onderwerp kwam. Met stakeholders kun je vandaag de dag niet meer op een 'houtje touwtje'-manier omgaan. Tegenwoordig draait alles om corporate governance, om verantwoording nemen, dus is gedegen stakeholdersbeleid van levensbelang. Je wilt grip hebben op alle informatie en proactief zijn naar alle belanghebbenden.'

Praktisch advies

De afdeling Cardiologie van het Radboudumc moest zelf weer aan het roer komen. En dat lukte: Riny inventariseerde de stakeholders, de belangen die al die stakeholders hadden en hij bedacht een systeem om daarmee om te gaan. Wilfried: 'Hij heeft stevig in de bestaande stakeholderstheorieën gegraven, maar heeft ook heel praktisch advies gegeven, 30 aanbevelingen maar liefst, over hoe je die stakeholders bedient op een proactieve en efficiënte manier. Wie zijn belangrijk? Waar liggen welke prioriteiten?'

Elkaars werkplek bezoeken

'Riny is een echte praktijkman. Hij gebruikt de theorie als kapstok en vertaalt dat heel snel naar de werkvloer. Aan de andere kant bleek hij juist ook goed te zijn in het theoretische monnikenwerk en hij was enorm gedisciplineerd: er kwamen duidelijk kwaliteiten van een projectmanager naar boven. Hij haalde alle deadlines en dat is knap.'

Groei door kruisbestuiving

Wilfried ziet binnen de HAN een enorme drive tot professionele groei: 'Veel collega's volgen een masteropleiding bij een ander vakgebied. Zo krijg je kruisbestuiving en wordt het niveau steeds hoger. En wat ik persoonlijk leuk vind van een HAN Master ten opzichte van de universiteit, zijn de intervisieclubs. Je komt op andere plekken, legt zakelijke relaties en geeft elkaar feedback. Het kost tijd, maar is ontzettend goed voor je netwerk. Ik zie zelfs dat studenten bij elkaars organisatie een baan vinden. Via de studenten komen er mooie projecten binnen voor het lectoraat. Het netwerk dat door zo'n opleiding ontstaat, is waardevol. En om het niveau van de HAN Masters aan te geven: laatst stonden ze op een groot congres voor intensivecarespecialisten. De HAN is daar als enige hogeschool en drie HAN-docenten staan daar workshops te geven.'

Wilfried Varwijk (afstudeerbegeleider Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening)
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Werkgever

Dankzij Riny hebben we nu stakeholdersbeleid

Leidinggevende Lonneke van Reeuwijk over de meerwaarde van de Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening

'Je mensen zijn je belangrijkste kapitaal. Juist nu. Verandering is de enige constante. Mensen bagage meegeven om ze met die veranderingen om te laten gaan, dat ben je als werkgever verplicht. Zo'n master past daar heel goed in. Dan is het aan de professional zelf om die kans te grijpen en er iets van te maken in de dagelijkse praktijk.' Aan het woord is Lonneke van Reeuwijk, bedrijfsleider Cardiologie van het Radboudumc. Toen hoofdverpleegkundige Riny van der Ven aanklopte en vertelde van zijn wens om een masteropleiding te volgen, reageerde de afdelingsleiding positief. Inmiddels is Riny Master Bedrijfskunde in Zorg en Dienstverlening.

Pro-actiever contacten onderhouden

'Het belang van belanghebbenden' is de titel van het afstudeeronderzoek van Riny. Hij bracht alle stakeholders van de afdeling Cardiologie in kaart en deed voorstellen voor structureel stakeholdersbeleid. 'We wisten niet goed wie onze stakeholders waren, wie de sleutelpersonen daarbinnen waren en waar hun belangen lagen. We wilden daarin veel pro-actiever zijn en op een structurele manier contacten onderhouden met iedereen die belangrijk is voor onze afdeling.'

Alles sneller opgelost

Dat gebeurt nu? 'Zeker, steeds beter. Zo hebben we nu meerdere keren per jaar overleg met onze belangrijkste patiëntenverenigingen bijvoorbeeld, maar ook een structureel overleg met de ICT-directie binnen het Radboud is eruit voortgekomen om meer strategische en tactische zaken te bespreken. Dat lijkt voor de hand liggend, maar op de meeste plekken gaat contact met ICT ad hoc en zeer operationeel. Nu bespreken we de prioriteiten en wordt alles sneller opgelost en geoptimaliseerd. Het stakeholdersbeleid is vast onderdeel geworden van het beleidsplan: we nemen het jaarlijks onder de loep, voorafgaande aan de start van het schrijven van het beleidsplan. We hebben inzicht in alle partijen om ons heen, managen de verwachtingen en communiceren effectiever.'

Direct kennis delen

Al tijdens de opleiding merkte Lonneke dat Riny kennis opdeed, die direct in de praktijk van waarde was: 'Dan deelde hij bijvoorbeeld kennis vanuit andere ziekenhuizen, inhoudelijke zaken die op dat moment speelden. We merkten ook dat de intervisie waardevol was voor hem en hij deelde direct alle inzichten die hij meebracht van de studiereis naar Singapore. We hebben zelf met de afdeling ook een studiereis naar Azië gemaakt en hebben zijn inzichten en de onze hier direct toe kunnen passen. Aziatische landen zijn ver met het concreet toepassen van visie en strategische waarden op de werkvloer, daar kunnen we hier veel van leren.' Bovendien bouwde Riny via de opleiding aan een netwerk via zijn medestudenten. 'Hij heeft mensen leren kennen uit andere organisaties waar wij wat aan hebben en waarmee hij nu heel gemakkelijk contact legt.'

Balans

Zo'n masteropleiding vraagt veel van iemand, vindt Lonneke. 'Riny heeft het behoorlijk zwaar gehad, maar we hebben wel steeds gemonitord of het nog ging, of de balans nog in orde was. Je zorgt ervoor dat zo iemand niet extra belast wordt, dat zijn senior-verpleegkundigen hem tijdelijk zaken uit handen nemen. Maar zijn reguliere werk ging natuurlijk wel gewoon door. Het is knap hoe hij dat allemaal voor elkaar heeft gekregen. Hij heeft al zijn vakantiedagen opgemaakt aan zijn studie. Dat is voor de duur van zo'n opleiding ook niet erg, vind ik. Het is een persoonlijke investering en ik weet zeker dat hij er achteraf geen moment spijt van heeft gehad. Als Radboudumc hebben wij voor hem de kosten betaald van de studie. We investeren structureel in mensen, die vervolgens het beste uit zichzelf halen. Zo is het een win-win situatie.'

Waard

Tijdens de opleiding hield Lonneke maandelijks monitorgesprekken met Riny, waarin ze samen groei constateerden. 'Aan het einde van het traject was hij zich meer bewust van zijn eigen capaciteiten en inhoudelijk sterker geworden. Toevallig startte direct na Riny's opleiding een tijdelijke reorganisatie binnen de afdeling. Daarin heeft hij tijdelijk een tactische managementrol. Een jaar geleden had ik hem die rol niet gegeven, maar nu wel. Ik geef hem nu graag de gelegenheid om zichzelf te bewijzen. Ik heb daar alle vertrouwen in.'

drs. Lonneke van Reeuwijk (Bedrijfsleider Cardiologie), Radboudumc, Nijmegen
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Professional

Eerst de master afgerond, nu tactisch manager

Professional Riny van der Ven over de meerwaarde van de Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening

Het resultaat van de opleiding? 'Je voelt je zekerder, doordat je weet dat je bagage hebt. En je krijgt het nog uit je handen en mond ook. Dan pak je dit soort kansen dus aan. Ik ga het komende jaar toepassen wat ik heb geleerd.' De kans waar Riny van der Ven op doelt is de nieuwe functie die hij nu ad interim vervult. Toen hij de masteropleiding Bedrijfskunde in Zorg en Dienstverlening begon, was hij hoofdverpleegkundige van de verpleegafdeling Cardiologie van het Radboudumc, de nieuwe functie is die van tactisch manager van de afdeling Cardiologie. Hij gaat nu ook de CCU aansturen.

Ik was toe aan een heroriëntatie

Riny vervult al vanaf 1992 een leidinggevende functie, als hoofdverpleegkundige. In het begin van zijn carrière heeft hij alle scholing gedaan die daarvoor nodig was, tot en met Voortgezette Opleiding management. Daarna bleef hij zich inhoudelijk scholen, voor de spoedeisende hulp, als trainer calamiteitenmanagement en ga zo maar door. Toch merkte hij een paar jaar geleden dat hij toe was aan een heroriëntatie: 'De wereld van de gezondheidszorg is enorm in beweging. Toen collega's masteropleidingen gingen volgen dacht ik: is dat ook iets voor mij? Toen ben ik gaan zoeken naar een opleiding die iets toe kon voegen aan wat ik al had. Iets wat aansloot op 20 jaar leidinggevende ervaring.'

Pittig

In september 2012 begon hij aan de Master Bedrijfskunde in Zorg en Dienstverlening. 'Waar ik vroeger al mijn opleidingen best gemakkelijk doorlopen had, vond ik het nu allemaal behoorlijk pittig. Al is het maar omdat ik er al mijn vakantiedagen aan heb opgeofferd. Maar ik merkte wel dat ik groeide en leerde, dan wil je wel buffelen en investeren. En dat is ook best anderhalf jaar vol te houden. Het is een kwestie van je tanden erin zetten en niet loslaten.'

Expert

'Dit is geen rapport voor in de bureaula'. Het is fijn als je baas dat zegt, vindt Riny. Hij heeft op verzoek van zijn bedrijfsleider Lonneke van Reeuwijk onderzoek gedaan naar de stakeholders van Cardiologie en aanbevelingen gedaan voor structureel stakeholdersbeleid. Riny: 'Het heeft deze organisatie echt iets opgeleverd. Er zitten 30 aanbevelingen in mijn rapport, dus daar zijn we wel even zoet mee.' Op een gegeven moment ben je de expert op dit thema. Er zijn mensen uit andere instellingen die mij hierover bevragen.'

Warm netwerk

'Een heel belangrijk pluspunt van de opleiding vind ik het contact met mijn medestudenten. In mijn geval ontmoette ik bijvoorbeeld mensen uit de beroepspraktijk van defensie, van de GGZ en wijkverpleging. Het heeft mijn beeld van de gezondheidszorg verbreed: waar is wat te halen? Met een collega-student van de Cardiologie-afdeling in het Jeroen Bosch-ziekenhuis heb ik nog steeds intensief contact. Hij gaat leerlingen opleiden die hier stage komen lopen, en andersom. Soms lopen zij voor en soms wij, afhankelijk van het onderwerp. Dan delen we kennis en ervaring en laten we mensen bij elkaar meelopen. Door samen een opleiding te doen heb je ook een andere band met elkaar, wat iets toevoegt aan je netwerk.'

'En als je het dan over een netwerk hebt, wil ik ook nog kwijt dat ik bij de docenten nog steeds terecht kan met vakinhoudelijke vragen. Ook binnen de HAN heb ik nu een netwerk.'

Moet dat nou, zo'n buitenlandse reis?

'We zijn op studiereis geweest naar Singapore. Dat lijkt decadent, maar het heeft me veel opgeleverd. We hebben gemerkt dat aan de andere kant van de wereld echt meer te leren valt dan in dichterbij gelegen landen, waar de gezondheidszorg ongeveer hetzelfde is als in Nederland. Bijvoorbeeld: in Singapore leveren ze dezelfde kwaliteit, voor de helft van de prijs. Daar hebben we ons goed in verdiept. Net als in hun verzekeringssysteem. En ten slotte nog vermeldenswaardig: ziekenhuizen weten zich veel beter te verkopen, hebben aandacht voor hun corporaty identity. Daar kunnen wij nog heel wat van leren. We zijn teruggekomen met veel input voor onszelf en voor de studenten van de komende jaren.'

Jezelf updaten

De opleiding is nu afgerond, maar Riny's leerproces loopt door: 'Ik ben nu inhoudelijk 'geüpdatet': als je 20 jaar leidinggevende bent, doe je veel op basis van ervaring en intuïtie, maar nu is alles weer op niveau: financiën, onderzoek, ICT. Ik ben nu toekomstbestendig, zou je kunnen zeggen.' Bovendien is Riny weer op zoek naar iets nieuws: 'Ik ga diverse nieuwe projecten optuigen dit jaar, tijdens mijn ad interim-aanstelling. Als dat allemaal goed gaat, komt het volgende vanzelf weer. Ik heb er zin in!'

Riny van der Ven (Tactisch manager Cardiologie), Radboudumc, Nijmegen
Master Leraar Nederlands - Begeleider

'Weg met de trucjes, de regeltjes'

Coördinator Arjen Speekenbrink over de Master Leraar Nederlands

Door de wol geverfde tweedegraders opleiden tot eerstegraads docenten: dat doet opleidingscoördinator Arjen Speekenbrink in de Master Leraar Nederlands. Met zijn ideeën om de school vooruit te brengen had hij aan Jimmy een modelstudent. 'Jimmy is een innovator.'

Wie deze master wil volgen moet ruimte hebben in het hoofd

Niet kennis voor de kennis, niet een scriptie schrijven die in een la belandt, maar met ervaren professionals innovatief beleid maken om de uitdagingen in de dagelijkse schoolpraktijk aan te pakken: dat is de insteek van de Master Nederlands. Niet voor niets laat de master alleen tweedegraders toe met twee jaar werkervaring. Wie de driejarige master wil volgen moet ruimte hebben in het hoofd. 'Studenten die instromen hebben pedagogisch al heel wat in huis. In de master moeten ze stevig inhoudelijk aan de bak. We dagen we ze uit wetenschappelijk te denken, te kijken, onderzoekend te handelen om onderzoek en onderwijs te verbinden. Het hogere doel: niet alleen jezelf, maar de school en het vak vooruitbrengen.

Betekenis geven

'Wat kan ik nog meer doen?' Het is de eerste vraag die in Speekenbrink op komt als hij aan Jimmy denkt. De ambitieuze docent op het Venlose Valuascollege deed in de bachelor al een extra minor en doorloopt nu in sneltreinvaart de masteropleiding. Wat Jimmy drijft? Speekenbrink glimlacht: 'Jimmy heeft een diepe liefde voor de Nederlandse taal - hij wil alles, alles weten! -en hij wil die liefde delen.' Werkelijk betekenis geven: het is ook de focus van Jimmy's masterthesis. 'Grammaticaonderwijs is vaak taai voor leerlingen. Je leert een trucje, je past een regel toe en voilà de juiste vorm. Maar waarom doe je dat eigenlijk? Wat heb je werkelijk eraan?' Jimmy onderzoekt waarom leerlingen verwijsfouten maken. En in zijn onderwijs spreekt hij de intrinsieke motivatie aan. Werkelijk betekenis geven: dat doet Jimmy.'

Inspirerende docenten

Allerlei docenten, van allerlei scholen. In de Master Nederlands sparren ze met elkaar, toetsen ze hun bevindingen en worden ze gevoed met state-of-the-artinzichten van inspirerende - veelal gepromoveerde - docenten. Het verbinden van echte casuïstiek met wetenschappelijke inzichten uit het lectoraat geeft een krachtige impuls voor innovatie, aldus Speekenbrink. Onderwijs is voortdurend in ontwikkeling en onderzoek moet daarop inspelen. Hoe kunnen we de creatieve rechterhersenhelft inzetten bij tekstbegrip, hoe kunnen we betekenis geven aan het grammaticaonderwijs? Hoe zorgen we voor een koppeling van literaire competentie aan leesplezier?'

Innovatief beleid maken

Stevig onderzoek doen: dat leren de professionals in de Master Leraar Nederlands. Speekenbrink: 'En ze omdat onderwijs en onderzoek kunnen verbinden hebben ze de tools om de school en het vak vooruit te brengen.' Jimmy is een prachtig voorbeeld van een docent die 'zijn kop buiten de deur durft te steken'. Links en rechts publiceren in vakbladen, een wedstrijddictee opzetten om collega's te enthousiasmeren, schoolbreed taalbeleid maken. Nog niet eens klaar met de masteropleiding staat hij al te trappelen de volgende uitdaging aan te gaan: 'promoveren, dat gaat deze taalfanaat vast doen.'

Arjen Speekenbrink (Coördinator), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Nederlands - Leidinggevende

'Jimmy's innovatief taalbeleid brengt de hele school vooruit'

Schoolleider Marij Dings over de meerwaarde van de Master Leraar Nederlands

Wat is er heerlijker dan het beste uit iemand te halen? Marij Dings over de ontwikkeling van Jimmy van Rijt in de masteropleiding. 'Jimmy's ideeën en bijdragen brengen de hele school vooruit.'

Een eigenzinnige out-of-the-box- denker

Een piepjonge docent, een 'vakidioot', een leermeester en wetenschapper in de dop. Toen Jimmy binnenkwam als bachelorstagiair wist Marij Dings al: dit is iemand die meer kan, die verder wil, die beter wil, die verder wil. Een eigenzinnige out-of-the-box- denker. Dit gaan we volledig faciliteren: dacht ze dan ook toen Jimmy toestemming voor de masteropleiding aanvroeg. 'Als school willen we niet alleen het beste in leerlingen naar boven halen, maar ook in docenten. Wanneer mensen erkend worden in hun talenten en ambities en ruimte krijgen om hun passie te volgen geeft dat een enorme boost. Voor henzelf, maar ook voor de school c.q. leerling.'

Nieuwe dynamiek

Wat doen we eigenlijk? Wat kan er beter? Hoe kan het anders? En doen we dat goed? De Master Nederlands daagt tweedegraads docenten het beste uit zichzelf te halen en de waan van de dag te ontstijgen. Een goede zaak, vindt Dings. 'Het kritisch bevragen van het vanzelfsprekende zorgt voor verdieping, voor een andere interactie in de school tussen collega's en tussen docenten en leerlingen. Als je als docent ervaart dat je ertoe doet en weer in de collegebanken gevoed wordt met de nieuwste state-of-the-art kennis genereert dit een bevlogenheid die als een boemerang weer terugkomt in de klas en de school .'

Leren is de weg, niet het doel

Jimmy deed in de master niet alleen zelf een stevige inhoudelijke kennis op, hij kreeg ook meer inzicht in het leerproces van leerlingen, vindt Dings. 'Leren is de weg, niet het doel. Met zijn inspirerende werkvormen weet Jimmy leerlingen echt te pakken. Hij weet zelfs grammatica boeiend te maken. Knap!' In de master werd Jimmy nauw begeleid door de opleider en de HAN. Dings: 'Een heel prettig contact, er wordt gekeken naar de behoefte en mogelijkheden van student én van de school.'

Facebooktaal

Hoe bouw je een goed betoog op? Wat is de kern van een verhaal? En hoe structureer je je discours? Nederlands is niet voor niks een ondersteunend vak voor andere vakken: het is een fundamenteel vak, stelt Dings. 'Taal helpt je te overtuigen, te enthousiasmeren, te reflecteren. In deze snelle communicatietijd, waarin leerlingen steeds meer staccato communiceren blijft taal een wezenlijk middel om jezelf, anderen en de wereld te begrijpen.' De liefde voor de uitgebreide vorm heeft natuurlijk niet iedereen, geeft Dings toe. 'Maar toch zie ik ook dezelfde vonk in de ogen van die 4-havo leerling : gegrepen door Jimmy's uitleg. Zijn aansporing tot anders denken en bezig zijn met taal is ook een slijpsteen voor de geest van de 4-havist.'

Integraal taalbeleid

Door zijn ontwikkeling verbetert Jimmy niet alleen zichzelf, maar het vak, de school. 'Beleid maken lag hem al en door zijn masterthesis weet hij goed onderzoek op te zetten. Dankzij de Master heeft hij niet alleen de kennis, maar weet hij ook hoe hij deze kan implementeren en de vertaalslag kan maken naar de lespraktijk. Als voorbeeld noemt Dings het door hem geïnitieerde Groot Valuas-dictee voor collega's en het integraal grammatica- en taalbeleid dat hij als taalcoördinator ontwikkelt. Waarom worden de lidwoorden in de moderne vreemde talen versnipperd aangeboden? Kan het meer in samenhang? En hoe geven we dat concrete handvatten in de praktijk? 'Doordat hij zelf goed verbanden ziet, kan hij ze ook voor anderen blootleggen. Jimmy is een visionair. Zijn ideeën en expertise brengen leerlingen en de hele school vooruit'.

Marij Dings (Schoolleider), Valuascollege Venlo
Master Leraar Nederlands - Professional

'In deze Master bepaal je zelf de koers'

Professional Jimmy van Rijt over de meerwaarde van de Master Leraar Nederlands

'Waarom moet ik dit weten, meneer?' Een veelgestelde en uiterst legitieme vraag, vindt docent Nederlands Jimmy van Rijt. In de masteropleiding laaft de bevlogen docent zichzélf niet alleen aan de vakinhoud, maar leert hij bovenal hoe hij zijn diepe liefde voor de taal kan delen met leerlingen. 'Inhoud werkelijk betekenis geven: daar gaat het om.'

Kunnen we de classroom niet beter flippen?

Net afgestudeerd, 180 leerlingen, zes klassen. Toen Jimmy net begon op het Venlose Valuascollege werkte hij vooral vanuit het boek. Zoals alle beginnende docenten moest hij nog wennen en gaf de methode hem houvast. Maar al vlot kwamen de vragen. Is dit wel de beste opbouw? Wat hebben we aan geïsoleerde voorbeeldzinnetjes? Is leesvaardigheid wel een passieve vaardigheid? Kunnen we de classroom niet beter flippen?

Zelf richting geven

Niet gestuurd worden, maar zelf richting geven: het was een van de redenen waarom de taalfanaat aan de masteropleiding eerstegraadsdocent Nederlands begon. Tijdens mijn bacheloropleiding wist ik al: ik wil meer weten, ik wil dieper op de inhoud ingaan. Ik wil de grenzen van mijn vak verkennen. '

Een route die bij mij past

'Mijn eerstegraadsbevoegdheid behalen via de Master Nederlands bij de HAN is een route die beter bij mij past dan een universitair voltijdstraject. Het levert een praktisch voordeel op , namelijk drie jaar deeltijd tegenover drie jaar voltijd. Bovendien als werkend docent sta ik met twee benen in de praktijk en kan ik de opgedane kennis direct toepassen. Deze Master vormt een prima antwoord op de kloof tussen wetenschap en onderwijs. Het is een inhoudelijk sterk programma met veel persoonlijke aandacht.'

Onderzoek en onderwijs

Omdat hij als excellente bachelorstudent een minor deed, kon hij de masteropleiding op maat in versneld tempo doen: in twee in plaats van drie jaar. Of het niet pittig is een meerjarige master naast het docentschap te volgen? 'Zonder toewijding kom je natuurlijk nergens', zegt Jimmy stellig. 'Maar nee: op maandag kijk ik al uit naar woensdag, de opleidingsdag. Met gelijkgestemden in De Vijftigers en De Tachtigers duiken, de nieuwste inzichten krijgen van veelal gepromoveerde docenten, samen universele thema's in Goethes Faust behandelen… Je kunt echt de wind door je hoofd laten waaien. Ik krijg er energie van!' Het liefst zou Jimmy alle kennis dan ook donderdag en vrijdag direct implementeren. 'In de master staat het verbinden van onderzoek en onderwijs centraal en juist dat boeit me enorm.'

Waarom zo veel verwijsfouten?

In zijn masterthesis doet Jimmy onderzoek op het snijvlak van taalkunde en taalbeheersing. Centrale vraag: waarom maken leerlingen zo veel verwijsfouten in hun eigen teksten? Intrigerende materie, vindt Jimmy, die onlangs in Levende Talen een artikel over semantische grammatica publiceerde. 'Neem een zin als: "Hij plakte de kauwgom onder zijn stoel". Onder zijn eigen stoel? Onder de stoel van een niet nader genoemde man? Onder het zitvlak? Of zat hij fysiek onder de zitting tijdens het plakken van de kauwgom? Die kleine zin heeft 96 betekenissen!'

Geen waarom-daarom-leren

Jimmy's fascinatie en enthousiasme zijn grenzeloos, maar het doel van het onderzoek overstijgt zijn persoonlijke interesse, benadrukt hij. 'Grammatica is vaak taai voor leerlingen. Met mijn onderzoek wil ik onderzoeken hoe ik de inhoud betekenis kan geven. Weg met de trucjes, de regeltjes, het waarom-daarom-leren. Ik wil dat ze zélf de implicaties zien van het verkeerd gebruik van verwijswoorden. Wie zich goed en correct uitdrukt, bereikt beter zijn doel.' Ook voor de vakgroep is het onderzoek belangrijk: 'Verwijswoorden zijn de meest gemaakte fouten. Met de uitkomst van het onderzoek kunnen we straks het onderwijs verbeteren.'

Losser van het boek dan ooit

Publicaties in vakbladen, een nevenfunctie bij Fontys Hogescholen, het taalcoördinatorschap. Doordat hij zich ontwikkelde in de master staat Jimmy losser van het boek dan ooit. 'Zelf de koers bepalen, richting geven, dat leer je in de Master. Ik zie steeds nieuwe verbanden. Ook de leerlijn van leerlingen is me helderder: ik kan bovenbouwmaterie overbrengen en ik weet precies wat ze in de onderbouw hebben geleerd. Dat helpt me enorm om vakoverstijgend schoolbreed taalbeleid te maken. In de zomer van 2014 studeert de bevlogen docent-onderzoeker af. Een stapje terug dan? 'Absoluut niet. Promoveren: dat is de volgende stap.'

Jimmy van Rijt (Docent Nederlands), Valuascollege Venlo
Master Pedagogiek - Begeleider

'Deze tijd vraagt om reflectieve professionals'

Begeleider René van Vianen over de Master Pedagogiek

Als senior researcher bij het Nederlands Jeugdinstituut begeleidt René van Vianen studenten van de masteropleiding Pedagogiek bij hun afstudeeronderzoek. Ook Kelly de Vries studeerde onder zijn hoede af. Zij is jeugdreclasseerder bij Bureau Jeugdzorg Limburg en ze deed onderzoek naar online hulpverlening aan jongeren binnen de jeugdreclassering. 'De inhoud én de methode van haar onderzoek zijn vernieuwend. Ook als docent leer je van deze professionals.'

Online hulpverlening

Wat was er zo vernieuwend aan Kelly's onderzoek? René: 'Er was al wel eerder onderzoek gedaan naar online hulpverlening aan jongeren. Maar dan ging het om jongeren die zelf geholpen willen worden. Het vrijwillige kader noemen wij dat. Kelly werkt met jongeren binnen het gedwongen kader, zij zitten in de reclassering, dus zijn gedwongen om maatregelen te ondergaan. Of die jongeren ook 'online' te helpen, te volgen of te stimuleren zijn, daar ging Kelly's onderzoek over.'

Objectief blijven

Haar onderzoek laat zien dat de inzet van online technieken inderdaad meerwaarde heeft binnen de jeugdreclassering. Maar niet zonder meer: 'Professionals die onderzoek gaan doen vanuit hun eigen instellingen, hebben vaak al een beeld van de uitkomst van hun onderzoek. Begrijpelijk, maar ook een valkuil. Als onderzoeker moet je je bewust zijn van deze valkuil.. Dus komen masterstudenten vaak op een punt dat ze even worstelen met hun rol. Dat gold ook voor Kelly. Ze merkte dat er bij het vertalen van de bestaande kennis naar haar nieuwe doelgroep, het gedwongen kader, toch obstakels opdoken. Neem bijvoorbeeld het privacy-aspect, van zowel de cliënt als de professional zelf. Het breed en objectief naar je onderzoek blijven kijken, dat leren deze studenten. En dat maakt hun onderzoek uiterst waardevol voor hun beroepspraktijk.'

Online onderzoek

René geeft aan dat hij als docent ook leert van de professionals die hij op de masteropleiding begeleidt. Wat leerde hij van Kelly? 'Natuurlijk is elk onderzoek inhoudelijk interessant en leerzaam. Maar bij Kelly was ook de methode vernieuwend: zij heeft eigenlijk haar complete onderzoek online uitgevoerd. Zij gebruikte bijvoorbeeld online technieken om interviews op te slaan en legde haar hele onderzoeksproces vast op een website. Ze voerde discussies met experts op LinkedIn-groepen en gebruikte Skype voor interviews. Als docent én als onderzoeker zie ik nu dat ook op mijn eigen vakgebied online voordeel te behalen is.'

Kruisbestuiving

Als docent en begeleider ervaar je op zo'n masteropleiding een grote mate van gelijkwaardigheid en van kruisbestuiving, vertelt René. Maar het meeste gebeurt tussen de studenten onderling: 'Binnen de masteropleiding Pedagogiek ontmoeten professionals uit de zorg, het onderwijs, de politie en andere maatschappelijke organisaties elkaar. Die studenten zitten er allemaal om wijzer te worden, maar brengen ook iets extra's mee vanuit hun beroepspraktijk. Die wisselwerking is mooi. Ze ontwikkelen nieuwe mogelijkheden en perspectieven voor zichzelf, maar tegelijkertijd ook voor hun medestudenten. Ze zien waar hun vakgebieden elkaar raken. Dat geeft een mooie dynamiek binnen zo'n groep.'

Vakmanschap moet je stimuleren

René breekt ten slotte nog een lans voor een verbreding van de lerarenbeurs: 'We willen dat onderwijzers professioneler worden. Dat zij hun vak nog beter gaan verstaan. Maar dat vakmanschap is natuurlijk op veel breder vlak nodig. Vooral nu we de hele sociale sector gaan decentraliseren. We hebben professionals nodig die generalistisch zijn, die kritisch en reflectief zijn. Professional Masters dus. Aan Kelly zie je het ook, zij heeft meerwaarde voor de samenleving. Ze is een andere uitvoerder geworden en laat een prachtige doorlopende lijn zien in haar ontwikkeling. De huidige ontwikkelingen in de maatschappelijke sector maken dit soort professionals hard nodig. Dus wat mij betreft zouden we de lerarenbeurs naar andere vakgebieden moeten verbreden.'

René van Vianen (Senior researcher), Nederlands Jeugdinstituut
Master Pedagogiek - Leidinggevende

'Kelly's expertise in online hulpverlening wordt nu landelijk ingezet'

Leidinggevende Boudewijn Korfage over de meerwaarde van de Master Pedagogiek

Kelly de Vries is jeugdreclasseerder bij Bureau Jeugdzorg Limburg. Haar leidinggevende Boudewijn Korfage zag haar groeien tijdens en na haar masteropleiding Pedagogiek. Kelly deed voor haar afstuderen onderzoek naar online hulpverlening en haar expertise wordt inmiddels landelijk ingezet. 'Ze is er helemaal voor gegaan en daar hebben we allemaal profijt van.'

Link met de praktijk

'Ik zie heel duidelijk dat Kelly gegroeid is. Ze durft zichzelf te profileren en heeft de ambitie om beleid te maken. Direct na haar afstuderen hadden we een tijdelijke vervanger nodig voor de vakgroepleider jeugdreclassering. We wisten direct dat dat Kelly moest worden, want zij houdt de link met de praktijk. De manier waarop zij dat vakgroepleiderschap tijdelijk invulling geeft is ontzettend waardevol. Zij weet wat het werk echt inhoudt. Soms worden dingen bedacht waarvan je weet dat het aan jongeren nooit uit te leggen is. Zij is een van de weinigen die vanaf de werkvloer ook op managementniveau kan opereren. Zij kan schakelen tussen werkvloer en management. Dat vinden wij hier heel prettig.'

Beter worden in wat je al doet

Boudewijn is blij dat Kelly voor de Master Pedagogiek gekozen heeft en niet voor management: 'Je ziet heel duidelijk dat zij het belangrijk vindt om op de werkvloer te blijven. En met die opleiding te verdiepen en verbreden. Dat herken ik. Je moet niet weg willen van je huidige werk en daarvoor die opleiding gebruiken. Je moet gaan studeren omdat je studeren leuk vindt en om juist je professionaliteit te verbeteren in je huidige vak. Je moet beter willen worden in wat je al doet.'

Een beetje van jezelf

'Binnen onze organisatie zijn er meer mensen bezig met online hulpverlening en social media, maar Kelly weet het echt handen en voeten te geven. Zij was bezig met 'mijndoelenstellen.nl, de website die ze ontwikkeld heeft, en met social media. Ze ging daarvoor met collega's aan de slag. Je hoorde dan terug uit de organisatie dat zij ermee bezig was. Inmiddels heeft ze er veel mensen bij betrokken én heeft ze haar bevindingen met al haar 500 collega's gedeeld. Dat moet je wel durven. Maar ze heeft ook geleerd om het zich eerst helemaal eigen te maken. Die opleiding heeft eraan bijgedragen dat ze kon ontdekken wat ze kon. En heeft geleerd hoe je zoiets aanpakt. Daarom wordt ze ook gevraagd in Brabant en zelfs landelijk. Dat ze het echt verder weet te brengen heeft met haarzelf als persoon te maken, maar ook met de ondersteuning die ze vanuit de opleiding kreeg.'

Ambassadeur

Dat Kelly nu landelijk presentaties geeft en voor lezingen gevraagd wordt, juicht Boudewijn alleen maar toe: 'Zij zet ons hiermee op de kaart. De expertise over online hulpverlening komt wel mooi uit Limburg. Zij is ambassadeur van onze instelling geworden. Bovendien helpt zij het beeld bij te stellen dat soms over ons ontstaat. Wij werken met jongeren waar al van alles is misgelopen, dus soms moet je dan impopulaire maatregelen nemen. Kelly helpt een evenwichtig beeld over ons te creëren in het netwerk dat ze inmiddels landelijk heeft opgebouwd. Ze zet zichzelf én ons op de kaart en dat is beide heel waardevol.'

Boudewijn Korfage (Leidinggevende), Bureau Jeugdzorg Limburg
Master Pedagogiek - Professional

'Genoeg bagage voor de vertaalslag naar boven'

Professional Kelly de Vries over de meerwaarde van de Master Pedagogiek

Online hulpverlening

'Bij het zoeken naar een afstudeeronderzoek bleef ik me in eerste instantie afvragen 'welke problemen zijn er?' Vanuit de organisatie kreeg ik zware onderwerpen aangereikt, vraagstukken die op dat moment speelden. Ik merkte dat ik ertegenop zag om daarin te duiken. Uiteindelijk ben ik heel dicht bij mezelf gebleven en heb ik gekozen voor een onderwerp waar ik zelf echt blij van werd. De vraag die ik stelde was 'waar zijn de jongeren en waar zijn wij?' Toen zag ik een enorme kloof, die ik wilde verkleinen door me te verdiepen in online hulpverlening en social media. Belangrijk in die beslissing was het project Jeugdzorg 2.0, dat een collega onder mijn aandacht bracht. Dat project heb ik aangegrepen. We waren binnen de jeugdzorg dus al bezig om na te denken over digitale middelen waarmee we cliënten kunnen bereiken en regie kunnen geven. Toen ben ik mijn onderzoek gestart.'

Sneeuwbaleffect

Haar onderwerp en de ideeën die Kelly ontwikkelde vonden positief gehoor bij Bureau Jeugdzorg Limburg, waar ze werkt. Ze betrok vervolgens Jeugdzorg Nederland bij haar onderzoek en dat leidde weer tot een functie als projectleider social media bij Bureau Jeugdzorg Brabant, naast haar werk in Limburg: 'Op een gegeven moment ging de bal rollen en hij is niet meer gestopt. Ik geef nu presentaties in het hele land over online hulpverlening binnen Jeugdzorg, maar inmiddels zijn ook gemeentes, provincies en andere ketenpartners geïnteresseerd. Je voelt een enorme drive, want iedereen geeft aan 'hier moeten we iets mee'. Er lopen landelijk nu drie pilots waarin jeugdreclasseerders online contact hebben met cliënten via social media.

Lef hebben

De masteropleiding heeft Kelly veel opgeleverd, maar de belangrijkste lessen noemt ze toch graag nog even: 'Als je een goed idee hebt, moet je het gewoon doen. Je moet lef hebben. Zet iets in gang en laat het maar gebeuren. Verder heb ik tijdens de masteropleiding geleerd dat je de vertaalslag van werkvloer naar management kunt maken. Die móet je zelfs maken en dat doe je door het gewoon te laten zien. We moeten ons als werkvloer belangrijker maken. De praktijk van de werkvloer is namelijk cruciaal voor het management om goede beslissingen te kunnen nemen. In plaats van te wachten tot beleidsmakers informatie komen halen, kunnen we ook zelf aan de bel trekken. Dankzij de opleiding had ik genoeg bagage om die slag naar 'boven' echt te maken. Dan merk je dat goede ideeën serieus worden opgepakt.'

Dicht bij de doelgroep blijven

Kelly's keuze voor de HAN was heel weloverwogen: 'Daarvoor heb ik een deeltijdstudie Gedragswetenschappen aan de universiteit geprobeerd. Daarop ben ik afgeknapt, omdat de afstand tot de praktijk veel te groot was. Als gedragswetenschapper bij Bureau Jeugdzorg adviseer je professionals, maar heb je geen eigen caseload meer, waardoor je veel minder contact hebt met cliënten. Ik wilde daar juist dicht bij blijven, want voor hen doe je het. Daar sloot deze master perfect op aan. De HAN liet mij met mijn huidige kennis invloed uitoefenen op besluitvorming en beleid. Deze opleiding leert je ervoor te zorgen dat je als professional serieus genomen wordt. Zodat je breder dan alleen je eigen caseload kunt werken. Ik zie trouwens dat mijn toenmalige medestudenten eenzelfde pad gaan. Dat is geen toeval. Zij doen allemaal spannende dingen in hun organisaties. Neem bijvoorbeeld Janne Hikspoor.

Kelly de Vries (Jeugdreclasseerder), Bureau Jeugdzorg
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Begeleider

'Kennis en kunde = leiderschap'

Associate Lector Esther Steultjens over de Master Neurorevalidatie en Innovatie

Hoe verbeter je de zorg in jouw organisatie? Wie ben jij als leider? Hoe krijg je veranderingen voor elkaar? In de HAN-Master Neurorevalidatie en Innovatie leren zorgprofessionals innovaties in de zorg te bewerkstelligen en te implementeren. 'De innovatie zit hem in dit vakgebied niet altijd in nieuwe technische snufjes,' vertelt Esther Steultjens, Associate Lector van deze Master. 'Vaak gaat het erom de zorg beter af te stemmen op de cliënt en tussen zorgverleners onderling. Het nazorgproject van Jos is hier een schoolvoorbeeld van.'

De stap naar professioneel leider

'Tijdens deze masteropleiding zie ik de studenten groeien van paramedicus of verpleegkundige naar professioneel leider in zorgvernieuwing. Voor iedereen die in zijn loopbaan deze slag wil maken is deze masteropleiding heel geschikt,' legt Esther Steultjens uit. Ze begeleidt als Associate Lector Neurorevalidatie studenten bij hun Masterthesis. Een van die studenten was afgelopen jaar Jos Goos. 'Wat Jos gedaan heeft in zijn thesis en de impact die dat heeft gehad in de praktijk, dat past precies bij wat wij beogen in deze opleiding. Een betere ambassadeur van wat wij mensen aanleren kun je niet hebben.'

Complex project

Jos zette voor het Franciscus Ziekenhuis, waar hij als fysiotherapeut werkt, een nazorgpoli op voor CVA-patiënten en implementeerde deze nazorg in de zorgketen van het ziekenhuis. Een heel complex project, dat hem volgens Steultjens niet zo makkelijk was gelukt zonder ondersteuning vanuit de praktijk en het masteronderwijs. 'Dit project is een samenkomst van de student die een analyse maakt van een situatie die te verbeteren valt, die zijn eigen leerpunten kent, een organisatie die wil vernieuwen en de opleiding die tools kan geven. En dan ontstaan er heel mooie dingen.'

MNRI²: leren innoveren en implementeren

De opleiding bestaat uit vier blokken. In het eerste blok leren de studenten kritisch te kijken naar hoe zorg is georganiseerd, rondom een eigen individuele cliënt. Vervolgens leren ze gebruik maken van wetenschappelijke literatuur om zelf een visie te ontwikkelen op zorg. In het derde blok beginnen de studenten met een projectplan om deze visie in de praktijk te brengen en in het vierde blok voeren ze het uit. In de masterthesis in het vierde blok gaat het ook om vragen als: wie ben jij als leider? Hoe reageer je? Hoe regel je gelden voor je project en hoe maak je het management enthousiast? Hoe krijg je de werkvloer mee? Dit is een fase van grote persoonlijke ontwikkeling, waar studenten leren een spin in het web te worden en de touwtjes in handen te houden. Steultjens: 'Studenten krijgen een grote hoeveelheid leiderschapscompetenties mee, waardoor ze innovaties in de zorg echt kunnen implementeren.' Innovatie en Implementatie dus. Oftewel I². Steeds vaker wordt de masteropleiding dan ook kort maar krachtig MNRI² genoemd.

Volleerd leider

In het nazorgproject van Jos komen, naast innovatie en implementatie, nog meer belangrijke elementen van de master samen. 'Ten eerste natuurlijk de inhoud: neurorevalidatie. Daarnaast laat Jos, door verschillende zorgverleners te betrekken, een multidisciplinaire en overstijgende visie op gezondheid zien. Tenslotte zit er ook participatie in. Want waar het in dit veld uiteindelijk om gaat is dat mensen met een neurologische aandoening zo goed mogelijk kunnen leven en meedoen. Het effect van de CVA nazorgpoli moet zijn dat mensen na een CVA toch prettig leven kunnen leiden. Jos' project is bijzonder omdat het lijkt of het een project is van een volleerd leider. Ik vind het heel mooi dat de opleiding hem hierin heeft kunnen begeleiden.'

Esther Steultjens (Associate Lector), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Leidinggevende

'Ons zorgpad CVA heeft gewonnen, mede dankzij Jos' nazorgpoli'

Leidinggevende Peter Reijnaars over de meerwaarde van de Master Neurorevalidatie en Innovatie

'Laten we gewoon starten met die CVA nazorgpoli, was het idee. Maar Jos wilde het voor zijn masterthesis projectmatig en doordacht aanpakken. Daar zijn we achteraf heel blij mee,' vertelt Peter Reijnaars, manager zorgeenheid Revalidatie van het Franciscus Ziekenhuis Roosendaal en leidinggevende van Jos Goos. 'De meerwaarde van de HAN-Master Neurorevalidatie is voor ons: kwaliteitsborging.'

Het paste perfect

'We willen graag Masters onder onze medewerkers hebben om hier een kwaliteitsslag te slaan, om de vertaalstag naar wetenschap te maken,' legt Peter Reijnaars zijn keuze uit voor het opleiden van fysiotherapeut Jos Goos tot Master. 'Het zijn best kostbare opleidingen, en dan wil je ook dat het iets oplevert voor de organisatie. Een opleiding zoals de Master Neurorevalidatie en Innovatie past goed bij professionals die doorzettingsvermogen, enthousiasme en een aanjagende functie hebben. Jos is zo'n professional. Hij heeft me weten te overtuigen dat het nú het moment was om erin te stappen.'

Nazorgtraject: innoveren en implementeren

'Wij hebben in dit ziekenhuis sinds twee jaar een CVA zorgpad, in de keten met de aanpalende verpleeghuisorganisatie en thuiszorg. Maar nazorg hadden we niet geregeld in de keten. Het ontwikkelen van de nazorgpoli werd het project van Jos,' vertelt Reijnaars. 'Zijn masterthesis stond geheel in het teken van dit innovatietraject. Hij heeft een projectgroep samengesteld met huisartsen, thuiszorg West-Brabant en ook interne partijen zoals de revalidatiearts en verpleegkundigen. Vervolgens heeft Jos brainstormsessies georganiseerd en onderzoek gedaan, een implementatieplan geschreven én, belangrijk, de poli geïmplementeerd.'

Kwaliteitsborging

Twee weken geleden hield Jos een presentatie over de eerste resultaten. 'Dat is dus Jos,' zegt Reijnaars, 'Hij komt meteen met een uitgebreide evaluatie: dit hebben we afgesproken en gehaald of niet gehaald en dit zijn verbeterpunten. Het zat super in elkaar. Dat is de meerwaarde van de masteropleiding voor ons: kwaliteitsborging.' En het resultaat mag er zijn. 'Het ketenzorgpad CVA van het Franciscus Ziekenhuis won in 2013 de prijs van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO in Utrecht voor het beste zorgpad. Mede dankzij de nazorgpoli, die de keten compleet maakte.'

Onderzoeksresultaten vertalen naar de praktijk

'Jos kijkt goed naar best practices en weet onderzoeksresultaten uit de wetenschap te vertalen naar de praktijk. De nieuwste inzichten komen daarmee beschikbaar voor anderen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten. Zij kunnen hun voordeel met deze kennis doen.' Reijnaars is blij dat Jos deze master heeft gedaan. 'De vertaalslag naar de praktijk vind ik het sterke van deze opleiding. Zo helpt Jos onze neurologische paramedische zorg op de kaart te zetten en zijn collega's te versterken.'

Peter Reijnaars (Manager zorgeenheid Revalidatie), Fransiscus Ziekenhuis Roosendaal
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Professional

'De brug slaan tussen wetenschappelijke inzichten en de praktijk'

Professional Jos Goos over de meerwaarde van de Master Neurorevalidatie en Innovatie

Hij was op zoek naar verdieping, en daarom begon Jos Goos, fysiotherapeut in het Franciscus Ziekenhuis in Roosendaal, aan de Master Neurorevalidatie en Innovatie aan de HAN. 'Ik wilde meer wetenschappelijke kennis, het kan me niet diep genoeg gaan. Maar juist het implementeren heeft me een enorme verrijking gegeven. Ik heb geleerd hoe ik anderen mee krijg in mijn plannen.' Innoveren en Implementeren. De focus van de Master Neurorevalidatie, kort maar krachtig MNRI². Jos' nazorgtraject is er een schoolvoorbeeld van.

Wetenschappelijke onderbouwing

'Ik begon aan deze opleiding omdat ik de brug wilde slaan tussen wetenschappelijke inzichten en de praktijk. Vaak blijven die inzichten ergens hangen omdat ze niet direct toepassing vinden in de behandeling. En dat vind ik zonde. Deze master is juist heel geschikt om te leren kennis toe te passen in de praktijk', vertelt Jos Goos, fysiotherapeut in het Franciscus Ziekenhuis in Roosendaal. Al in het tweede blok van de masteropleiding deed hij zijn eerste onderzoek in wetenschappelijke literatuur. 'Je neemt een scherp geformuleerde klinische vraag uit de praktijk en dan ga je op zoek naar theoretische evidence. Ik heb bijvoorbeeld onderzocht welk cognitieve screeningsinstrument voor CVA-patiënten in de acute fase we het beste konden gebruiken, en dit meetinstrument gebruiken we nu ook. De master heeft me handvatten aangereikt om er voor te zorgen dat de resultaten van mijn onderzoek worden geïmplementeerd in de dagelijkse praktijk.'

Prijs voor beste zorgpad

De masterthesis van Jos ging over de nazorg van patiënten met een CVA na hun ontslag uit het ziekenhuis. Jos ontwierp samen met zijn projectgroep een nazorgtraject waarbij de thuiszorg en de nazorgpoli intensief samenwerken: ze delen meetinstrumenten en testresultaten, om de zorg voor en begeleiding van de patiënt op elkaar af te stemmen. 'Deze samenwerking is nieuw. Ik heb verschillende nazorgpoli's bezocht en gebeld, maar die hebben geen van alle een soortgelijke samenwerking en afstemming met thuiszorg.' Juist het multidisciplinaire van dit onderwerp trok Jos aan: 'Ik wilde logopedisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, artsen en verpleegkundigen erbij betrekken. Daar zijn ook professionals van andere organisaties binnen de CVA zorgketen bij. Hen allemaal meenemen in het traject is een uitdaging, maar belangrijk en leuk om te doen.' De CVA zorgketen regio Roosendaal/Moerdijk won zelfs de NKP (Netwerk Klinische Paden) prijs voor het beste zorgpad van Nederland en België in 2013 van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO in Utrecht en het centrum voor ziekenhuis- en verplegingswetenschap van de KU Leuven. Jos: 'De nazorgpoli maakte het pad compleet, en het is leuk als dat gewaardeerd wordt.'

Zwaartepunt ligt bij implementatie

'Ik kwam om mijn kennis te ontwikkelen en me te verdiepen, en je krijgt in deze masteropleiding ook tools om die kennis te ontwikkelen. Maar het zwaartepunt ligt bij implementatie, bij het leren leiden van projecten en het implementeren van die projecten in de organisatie. Hoe krijg je mensen mee in je ideeën, hoe ga je met conflicten om? Dat zijn vragen die we in onze tutorbijeenkomsten samen leerden beantwoorden.' En de wetenschappelijke onderbouwing kan de implementatie van je project enorm helpen, ondervond Jos. 'Je kunt laten zien: dít is state of the art, zo denkt men er nu over. Die inhoudelijke bagage maakt dat je steviger achter je voorstel kan staan.' In de toekomst wil Jos nog meer doen met zijn opgedane kennis van de organisatie van de zorg. 'Het ziekenhuis is bezig met een fusie, dus de procedures van de partners moeten op elkaar afgestemd worden: hoe maken we één pad voor neurorevalidatie? Daar zou ik me graag mee bezig gaan houden.'

Jos Goos (Fysiotherapeut), Fransiscus Ziekenhuis Roosendaal
Master Human Resources Management - Begeleider

Via mensen naar de cijfers kijken, dat is HRM'

Begeleidster Dr. Etty Wielenga over de Master Human Resources Management

Robert Geutjes nam onlangs zijn diploma in ontvangst. Hij studeerde af als Master Human Resources Management met een onderzoek naar competentieontwikkeling bij waterbedrijven in Kenia. Hij is HR-adviseur bij waterbedrijf Vitens. Dr. Etty Wielenga, arbeidspsycholoog en docent Organisatiekunde/HRM was zijn afstudeerbegeleider: 'Een prachtig afstudeerproject, vooral omdat bleek hoe belangrijk de rol van HRM is, juist in een ontwikkelingsland.'

Hiërarchische verhoudingen blootgelegd

Robert Geutjes heeft zich beziggehouden met het objectiveren en monitoren van competentie-ontwikkeling. Etty vond in zijn onderzoek vooral de rol van de leidinggevenden interessant: 'Die bleek ontzettend bepalend: medewerkers kopieerden het gedrag van de leidinggevende een op een en bij afwezigheid van een leidinggevende bleken de werknemers veel opener. Dat zegt veel over de hiërarchische verhoudingen.' Voor Vitens was Roberts onderzoek een eyeopener: 'Zij waren bezig met een cijfermatige benadering van de bedrijfsvoering: hier lekken waterbedrijven 3% en in Kenia 30%. Hoe brengen we daar met techniek verandering in? Robert heeft laten zien dat je ook via de mensen naar die cijfers kunt kijken. En dat je die cijfers dus kunt beïnvloeden.'

Vervolgonderzoek nodig

Robert heeft laten zien dat het cultuurverschil tussen het Nederlandse Vitens en de Keniaanse waterbedrijven groot is. Etty: 'De welbekende Maslov-piramide is in Kenia niet van toepassing. Reputatie en eer staan bovenaan. En dan liggen daarin weer nuanceverschillen tussen de verschillende stammen. Robert heeft de Maslov-piramide naast de piramide van Pinto gehouden. Inhoudelijk heel interessant voor ons vak. Vooral op internationaal vlak. Wij zouden hieraan nog wel meer empirisch onderzoek willen wijden.'

Internationalisering van het vak

'Roberts onderzoek draagt bij aan de internationalisering van het vak,' vertelt Etty. 'In de opleiding is voor die internationalisering ook veel aandacht: welke kansen biedt de internationalisering van markten? De studenten onderzoeken de trends en ontwikkelingen op het gebied van internationaal HRM en leren de ontwikkelingen aan hun sociaal-economische beleidspraktijk te koppelen.
Verschillende benaderingen HRM van Professor Brewster

In het tweede jaar maken ze een studiereis naar het buitenland. Robert is naar Indonesië op studiereis geweest en dit jaar gaan we naar Singapore. Onlangs heeft een kopstuk uit de internationale HR , professor Chris Brewster van de University of Reading in Engeland een gastcollege gegeven voor de HRM master- en HRM bachelorstudenten van de HAN. Professor Brewster ging ondermeer in op verschillende benaderingen van HRM in de wereld en recente internationale ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van HRM. Hij gaf aan dat 'best practices' op gebied van internationaal HRM eigenlijk niet bestaan…dat we meer moeten zoeken naar een 'best fit', omdat HRM onderhevig is aan culturele verschillen. Hij ging ondermeer in op de verschillen tussen HRM in West europa en Azië. Dat is ook precies waar in de studiereis de focus op ligt: het kijken naar en leren van andere culturen, maar niet alleen met ons verstand. We willen de culturele verschillen daadwerkelijk beleven.' Zo'n studiereis levert de studenten een enorm brede input: we bezoeken de ambassade en het ministerie, maar ook universiteiten om te horen welke onderzoeken daar lopen. We hebben contact met bedrijven en HRM'ers uit dat land en onze studenten zullen ook presentaties houden.'

Kruisbestuiving

Etty heeft vanuit haar ervaring als onderzoeker een groepje van drie masterstudenten begeleid bij hun afstudeeronderzoek: 'Ze kwamen elke zes weken samen en stuurden van tevoren hun documenten op. Een student kwam uit de zorg, een ander deed onderzoek hier binnen de HAN en Robert deed zijn onderzoek voor Vitens in Kenia. De studenten waren erg kritisch op elkaars werk. Dit stimuleerde de studenten en gaf hen vaak nieuwe inzichten. ' Etty vindt het mooi om te zien dat juist collega-studenten uit heel andere sectoren elkaar waardevolle feedback kunnen geven: 'Wat ze bindt, is dat ze al HRM'er waren en praktijkervaring hadden. Verder waren ze heel verschillend. Echte kruisbestuiving dus.'

Het verschil maken met HRM

Etty: 'Je ziet hoe belangrijk de rol van HRM is in een ontwikkelingsproject zoals dat van Robert. In een organisatie waar het niet loopt, waar de kranen van de toiletgebouwen worden gestolen, daar kun je als HRM'er toch een verschil maken. Robert heeft dat laten zien.' Uiteindelijk heeft dit project Robert zijn carrière een prachtige stimulans gegeven: Robert is gedurende de afstudeerperiode projectleider geworden bij een internationale tak van Vitens. Etty vindt dat niet vreemd: 'Robert is heel gemotiveerd en ambitieus en toen hij aan de studie begon, was hij al een senior. Tijdens zijn presentatie merkte ik bovendien dat Kenia echt een plekje in zijn hart had gekregen. Wellicht is hij nog eens als gastdocent te horen binnen de bacheloropleiding HRM'.

dr. Etty Wielenga (Arbeidspsycholoog en docent), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Human Resources Management - Leidinggevende

'We moeten aandacht besteden aan organisatieontwikkeling'

Leidinggevende Adriaan Mels over de meerwaarde van de Master Human Resources Management

Adriaan Mels is regiodirecteur Noord- en Oost-Afrika van Vitens Evides International (VEI). Dit is de 'internationale tak' van de waterbedrijven Vitens en Evides. VEI adviseert waterbedrijven in ontwikkelingslanden en werkt met ze samen in commerciële projecten. Adriaan schakelde zijn collega en HR-adviseur, Robert Geutjes, in om te kijken wat het oplevert als je investeert in de 'menselijke' kant van die waterbedrijven. Een waardevol onderzoek waarop hij bij de masteropleiding Human Resources Management onlangs is afgestudeerd.

Aandacht voor organisatieontwikkeling…

Adriaan is blij met het onderzoek van Robert: 'Hij heeft iets neergelegd waar ik te weinig aandacht voor had. Wij zijn namelijk erg gefocust op de technische kant van de bedrijven. Niet gek, als je je bedenkt dat deze bedrijven kampen met financiële problemen, illegale aansluitingen en talloze lekken. De problemen van die bedrijven zijn zodanig dat ze hun water bijna niet kunnen leveren. Maar dankzij het onderzoek van Robert zien we nu dat we naast die technische focus juist wel aandacht moeten besteden aan organisatieontwikkeling: hoe ziet het organisatiemodel eruit? Hoe hiërarchisch is het? In Kenia is die hiërarchie bijvoorbeeld heel sterk ontwikkeld en dat blijkt door te werken in onze projecten. Wil je minder lekverlies? Dan is degene die de monteur aanstuurt heel belangrijk in het proces. Dat aspect heeft Robert voor ons onderzocht. We zien nu bijvoorbeeld dat mensen te veel wachten tot ze worden aangestuurd en dat er te veel managementlagen zijn.'

... nu structureel ingevoerd

'Als je succesvol wilt zijn, moet je meer tijd in die mensen steken,' constateert Adriaan. 'Dat heeft Robert ons geleerd.' Het onderzoek, de masterthesis, had voor Adriaan ook een belangrijk extra doel: 'Ik wil in beeld kunnen brengen hoe een organisatie functioneert. Wij willen die organisaties verbeteren en hun capaciteit meetbaar maken. Zodat we ook op dat vlak uit kunnen leggen aan onze financiers hoe we aan die organisaties bijdragen. Daarom heeft Robert een instrument dat we al hadden ontwikkeld, beoordeeld op inzetbaarheid in Kenia. Het doorontwikkelen van dat instrument, daar is hij nu nog mee bezig. Hij is inmiddels aan de HAN afgestudeerd bij de Master HRM en gaat vanaf 1 januari fulltime voor ons werken. Daarmee maakt organisatieontwikkeling vanaf nu structureel onderdeel uit van onze expertise.'

… bij Keniaanse waterbedrijven…

Robert presenteerde de resultaten van zijn onderzoek aan de directeuren van de Keniaanse waterbedrijven. Adriaan: 'Zij zoeken nieuwe manieren om hun organisatie te sturen naar betere performance en capaciteit. Ze waren erg getriggerd door onze HR-aanpak binnen Vitens en de bevindingen van Robert. Hij gaat dat nog eens presenteren in Kenia en aanvullende interviews houden, zodat we een plan kunnen maken om die organisaties echt te verbeteren. We weten al dat we in elk geval het middenkader moeten gaan trainen. Dat blijkt in dit soort organisaties zwak ontwikkeld te zijn.'

… omdat hij de uitdaging aandurfde

'Je moet wel uit het juiste hout gesneden zijn om je afstudeeropdracht ineens in het buitenland uit te gaan voeren, vindt Adriaan. 'Robert had geen buitenlandervaring, maar hij ging toch in Kenia die interviews houden. Hij is nieuwsgierig en avontuurlijk en durfde de uitdaging aan. Daarnaast vraagt het opzetten en uitvoeren van zo'n onderzoek natuurlijk een flinke mate van abstract denken. Dat moet je al wel kunnen. Ik heb zelf lesgegeven en weet dat je het kunt leren, maar dat is moeilijk. Robert heeft nu alles in huis om ons structureel te helpen. Hij gaat onderdeel uitmaken van ons team en daar ben ik bijzonder blij mee.'

Adriaan Mels (Regiodirecteur Noord- en Oost Afrika), Vitens Evides International (VEI)
Master Human Resources Management - Professional

'Ik ben een cowboy geworden'

Professional Robert Geutjes over de meerwaarde Master Human Resources Management

Robert Geutjes begon aan de Master Human Resources Management, omdat hij zijn zinnen had gezet op een managementfunctie bij zijn werkgever, waterbedrijf Vitens. Tijdens zijn opleiding deed hij vervolgens bijzondere ontdekkingen in Afrika, voor Vitens en voor zichzelf, die leidden tot een heel andere carrièresprong dan hij van tevoren gedacht had.

De HAN sprak me het meest aan

Vitens is een fusiebedrijf van vijf provinciale waterbedrijven. Robert: 'Hier volgt de ene reorganisatie de andere op. Bij de laatste reorganisatie kwam een managementfunctie vrij waar ik wel zin in had.' Na overleg met zijn leidinggevende en een ontwikkelassessment, besloot hij te beginnen aan de masteropleiding Human Resources Management van de HAN. 'Toen ik eenmaal wist dat ik voor die functie een masteropleiding ging doen, heb ik meerdere mogelijkheden bekeken. Ik ben bijvoorbeeld ook in Groningen en Amsterdam geweest. De HAN sprak me het meest aan, bovendien is deze opleiding geaccrediteerd en duurt hij twee jaar. Er zijn plekken waar je een masteropleiding in één jaar kunt doen. Maar dat lijkt mij, met alle inhoud en diepgang die daar volgens mij bij hoort, gewoon niet mogelijk.

Buitenlands avontuur…

'Toen ik op zoek ging naar een afstudeeronderzoek, greep Adriaan Mels zijn kans,' vertelt Robert. Adriaan Mels is regiodirecteur van Vitens Evides International (VEI) in Noord- en Oost-Afrika. Vitens Evides International (VEI) geeft invulling aan het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap van de waterbedrijven Vitens en Evides. VEI ondersteunt waterbedrijven in ontwikkelingslanden en werkt met ze samen in technische projecten. Robert: 'VEI is een club die op meerdere gebieden anders is dan de rest van de organisatie. Logisch, want ze staan ook voor heel andere uitdagingen. Ze worden ook wel de 'cowboys' genoemd.' Deze cowboys wilden aan de slag met HRM en organisatieontwikkeling bij de Afrikaanse waterbedrijven die door VEI ondersteund worden. Dat werd Roberts afstudeeropdracht. 'Een jaar daarvoor had ik nog geen idee dat ik voor mijn afstuderen vier weken in Kenia zou doorbrengen.'

...met structurele gevolgen voor de organisatie

'Vitens Evides International (VEI) was voorheen in haar aanpak erg gericht op de techniek en niet op andere aspecten van organisatieontwikkeling. Maar dat is nu wezenlijk veranderd. Toen ik ging afstuderen was onze samenwerkingspartner UNESCO-IHE (Institute for Water Education in Delft) al bezig met een HRM-instrument. Ik ben voor mijn afstuderen met dat instrument aan de slag gegaan. Het doel is om het door te ontwikkelen voor VEI. Zo kunnen we onze taak als 'bedrijvendokter' nog beter uitoefenen. Het advies en ondersteuning van VEI was voorheen grotendeels technisch ingestoken, het zijn immers allemaal ingenieurs. De organisatie-ontwikkelingscomponent bleef buiten beschouwing. Nu heeft VEI een breder pakket te bieden. Het totale concept is integraler geworden.

… en een onverwachte carrièrewending

De verrassende uitkomst van Roberts masteropleiding is dat hij per 1 januari voltijds werkzaam is voor VEI. Behalve het uitoefenen van zijn HR-staffunctie neemt hij ook deel in het primaire proces: 'Ik ga nieuwe projecten beoordelen en kijken in hoeverre wij op het gebied van HR een bijdrage kunnen leveren. Ik ben heel blij dat mijn inspanning een vervolg krijgt. Samen met een collega zijn we bezig met vier bedrijven in Kenia. We gaan voor die vier bedrijven een raamwerk maken. Zodat zij op HR-gebied instrumenten hebben om uit te putten. Eind dit jaar, begin volgend jaar gaan we weer 'op missie'.'

Alles direct toepassen

'Ik heb me in die opleiding gestort en het heeft me veel gebracht,' vertelt Robert. 'Er is steeds een directe link met de praktijk: de lessen en seminars gingen over onderwerpen waar we bij Vitens op dat moment mee bezig waren. Strategisch HRM bijvoorbeeld en leiderschap. En Internationaal HRM natuurlijk, waar ik nu dagelijks mee bezig ben. De lessen over organisatieverandering en veranderingsbereidheid heb ik weer direct kunnen toepassen in de interviews tijdens mijn onderzoek. Kortom, het curriculum sloot zowel aan bij mijn dagelijkse praktijk als bij het doen van het onderzoek. Ik ben trouwens ook onder de indruk van de gastdocenten in het tweede jaar. Mathieu Weggemans bijvoorbeeld, vond ik bijzonder inspirerend.'

Robert Geutjes (Senior Adviseur Human Resources), Vitens Evides International (VEI)
Master Begeleidingskunde - Begeleider

Marion Lappenschaar'Vastomlijnde plannen voor de lange termijn werken niet. Veranderingen moeten van binnenuit komen. Een begeleidingskundige vraagt zich daarom af hoe een persoon of een organisatie in beweging kan komen. Je moet verrassen en enthousiasmeren. Je moet vanuit een open houding ‘durven dansen’ samen met de ander. De master Begeleidingskunde heeft een eigenzinnige visie op het creëren van verandering,' aldus Marion Lappenschaar, coördinator van de Master Begeleidingskunde.

Allesbehalve soft

Marion Lappenschaar is coördinator van de opleiding en vertelt waarom begeleidingskunde allesbehalve soft is. 'Als begeleidingskundige heb je simpelweg werk te verzetten. Je wordt betaald om verandering teweeg te brengen. Dat is allesbehalve soft. Kijk maar naar de taak waar een van onze masterstudenten, Henny Jans-Beken, voor staat. In haar instelling vindt een grondige reorganisatie plaats, waarin zij een belangrijke rol speelt. Zij moet zichzelf tijdens het proces afvragen of er werkelijk beweging ontstaat. Wij zijn ervan overtuigd dat je daarvoor een basishouding bij jezelf moet creëren, voordat je met anderen aan de slag gaat. Je moet erop leren vertrouwen dat je vanuit een houding van ‘niet weten’ verder komt dan met een houding van een allesweter die de boel wel eens even om zal gooien en oplossen. Henny heeft dat heel goed in de gaten.'

Alles draait om leervermogen

'We zijn van oorsprong een supervisie- en coachingopleiding met een flinke traditie. Die opleiding bestaat al meer dan 20 jaar en vormt nu het eerste deel van de masteropleiding. In dit eerste jaar leer je het ambacht, het vakmanschap van ‘begeleider’. Na dat deel ben je een erkende supervisor/coach met een post-hbo certificaat. In samenwerking met de Hogeschool Rotterdam hebben we het tweede deel ontwikkeld. Zij waren er al langer mee bezig en wij hebben er onze Nijmeegse kleur aan gegeven.' Die kleur komt van het lectoraat Innoveren van Leren in Organisaties van lector dr. Jürg Thölke. Volgens Jürg Thölke vormt het leervermogen van mensen het fundament voor ondernemerschap, flexibiliteit, co-creatie, sociale en technische innovatie. Hij werkt vanuit het systemisch perspectief en stelt dat we constant in een ‘opstelling’ leven en werken. Marion: 'Je moet uitgaan van krachten van mensen, omdat zij de organisatie ‘zijn’. Enkel en alleen van bovenaf aansturen is veel minder zinvol. Je uitgangspunt is het inzetten en vergroten van het lerend vermogen van de organisatie, van de ander en van jezelf als begeleider.'

De rafelranden bespreekbaar maken

Deze visie op veranderen wordt steeds breder gedragen. Waar de opleiding eerst veel instroom had vanuit de non profit sector, zijn er nu ook studenten vanuit de politie en het bankwezen. Marion: 'In feite speelt overal hetzelfde vraagstuk: hoe ga je om met verandering? In de opleiding verwelkomen we die diversiteit. Hoe meer hoe beter, omdat je het ook terugvindt in je eigen organisatie. Het is dus goed dat je in je eigen leergroep al met die diversiteit kunt oefenen door van perspectief te wisselen. In het spanningsveld dat diversiteit oproept, leer je creatief en out of the box te denken. Een van onze lectoren noemt dat: aan de rafelranden van de organisatie staan. Je moet open blijven waarnemen en die rafelranden bespreekbaar maken.'

Marion Lappenschaar (Coördinator Master Begeleidingskunde), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Begeleidingskunde - Leidinggevende

'Onze organisatie gaat een omslag maken van een hiërarchische structuur naar handelen vanuit maatschappelijk en persoonlijk engagement in zelfsturende teams. In de welzijnssector is namelijk een grote mate van flexibiliteit nodig de komende jaren. Daar willen we klaar voor zijn. De masteropleiding Begeleidingskunde van een van mijn clusterleiders komt dus als geroepen.' Peter Meulenberg is manager van Welzijnsinstelling Vorkmeer.

Peter MeulenbergVorkmeer is een welzijnsinstelling met een zeer breed aanbod. Van jongerenwerk, ouderenwerk en mantelzorg, tot maatschappelijk werk, schuldhulpverlening en aanpak van huiselijk geweld. De organisatie heeft 4 vestigingen, waarvan 3 in Panningen (Limburg). Peter Meulenberg is manager sinds anderhalf jaar en heeft ingrijpende plannen voor de toekomst. 'De bezuinigingen gaan nog jaren duren, dus we moeten ons werk slimmer gaan doen, ‘mee-ademend’ met de omgeving. Dan kan niet vanuit een statische hiërarchisch gestuurde organisatie. Dat kan wel vanuit een netwerkorganisatie met zelfsturende teams. Of in elk geval vanuit een wendbare organisatie waar medewerkers een brede verantwoordelijkheid voelen, flexibel zijn en de ouderwetse taakindeling los kunnen laten.'

Full-swing hervormen

'Vanuit mijn jaren als interim-manager weet ik dat je zo’n hervorming ‘full-swing’ in moet zetten. Een beetje veranderen werkt niet. Pas als je de hele organisatie in samenhang op de schop neemt, is er kans op succes. Om dat goed te doen heb ik visie nodig bij mijn clusterleiders.'Vorkmeer kent een platte organisatiestructuur, waarin twee clusterleiders elk meerdere teams aansturen. Een van die clusterleiders is Henny Jans-Beken, masterstudent Begeleidingskunde. 'De opleiding van Henny loopt mooi parallel aan ons veranderproces. Henny bevindt zich als masterstudent nu enigszins toevallig in de ideale situatie. Ze krijgt de ruimte en kan het proces mee vormgeven. De richting staat wel vast, we investeren in het ontwikkelingsproces van medewerkers, maar een blauwdruk hebben we niet. Zij kan mee bepalen en ontwikkelen.'

Meedenken op organisatieniveau

'Ik zie dat de opleiding biedt wat wij als organisatie nodig hebben. Want een master kan meedenken op organisatieniveau. Je moet zelfinzicht hebben en een heldere visie op je eigen functioneren, op de organisatie en de maatschappij. Het niveau van de organisatie en de maatschappij komt in het tweede deel van de opleiding aan bod. Ik ben het dus eens met haar keuze om door te gaan nadat ze in het eerste deel haar certificaat als supervisor en coach heeft gehaald. Het tweede deel van de opleiding sluit mooi aan bij ons veranderproces. Als clusterleider kan zij straks op eigen drijfveren acteren en de medewerkers op hun drijfveren aanspreken. Ik zie dat Henny gedreven en bedreven genoeg is en zij heeft dus alles in huis om een zeer bepalende rol in ons veranderproces te spelen.'

Peter Meulenberg (Manager), Welzijnsinstelling Vorkmeer
Master Begeleidingskunde - Professional

'Dat medewerkers zich inzetten op basis van persoonlijke drijfveren. Daar wil ik aan werken. Zodat zij vanuit hun eigen passie voor het gezamenlijke belang gaan.' Henny Jans-Beken is een van de twee clusterleiders bij de Limburgse welzijnsinstelling Vorkmeer. Een instelling die de komende jaren een veranderingsproces in gaat, waar Henny graag een rol in speelt.

Henny Jans- Beken'Voor mijn masteronderzoek ga ik aan de slag met een van de teams. Enkele teams hebben door onderbezetting en verhuizing flink onder druk gestaan, toch moeten ook zij mee in de omvorming naar zelfsturende teams. Het gaat om opnieuw vertrouwen krijgen in elkaar en weer gaan 'durven'. Het fascineert me op welk moment een team er weer toe kan komen om met een oprechte passie en vanuit persoonlijke drijfveren voor een gezamenlijke opdracht te gaan. Wat maakt dat ze er werkelijk weer voor gaan? Dat onderzoeken en de transformatie naar zelfsturing wil ik centraal stellen in mijn afstudeeropdracht. Een uitdaging die ik vanuit deze opleiding zeker aandurf.'

Ik wilde niet kiezen

Henny heeft een achtergrond in de psychiatrie, en werkte daarna als teamleider en manager steeds meer aan wat ze zelf de 'harde kant' noemt. Met opleidingen in management en organisatie, planning en control, kwam ze terecht in een managementrol. 'Ik merkte wel dat ik steeds meer met mensen in gesprek was. Het werd steeds meer 'begeleiden', ik wilde mensen zelf laten ontdekken waar hun verbeterpunten liggen. Het voelde alsof ik steeds op een kruispunt stond en moest kiezen tussen leidinggeven en begeleiden. Deze opleiding leert me dat dat juist helemaal niet hoeft. Het gaat er veel meer om dat je een gezamenlijke opdracht voelt, waaraan elk persoon zich vanuit zijn eigen kwaliteit kan verbinden.' Die harde kant van de organisatie komt daarmee vanzelf in een volgende en ondersteunende rol.

Intensief feestje

Het eerste deel van de opleiding duurt anderhalf jaar en levert een diploma op als erkend supervisor en coach. Henny is nu bezig dat eerste gedeelte af te ronden. 'Vanaf dag één moet je aan het werk. En doordat je direct aan de slag gaat, is er ook meteen al een wisselwerking tussen theorie en praktijk. Er wordt veel samengewerkt aan opdrachten, dus we profiteren direct van elkaars ervaring. Je hebt veel aan elkaar. En ook terug in je eigen praktijk ga je direct in de interactie. Al vrij snel moet je een 'eigen praktijk opbouwen' als supervisor. Je bent zelf steeds aan zet en bepaalt je eigen leerproces. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Er zijn heftige en 'gravende' momenten die erg confronterend zijn. Maar alleen door jezelf te 'onderzoeken' onderga je echte veranderingen en kun je ook anderen daartoe aanzetten. Ik heb het hele eerste jaar als een feest ervaren. Een intensief feestje, dat wel.'

Niet van bovenaf opleggen

De masteropleiding Begeleidingskunde bestaat uit een eerste en tweede deel. Sommige studenten kiezen ervoor alleen het eerste deel te doorlopen, omdat je dan als erkend coach en supervisor aan de slag kunt. Henny verheugt zich juist erg op het tweede deel: 'In onze organisatie zoeken we naar een manier om van drijfveren naar 'doen' te komen. Je wilt niet van bovenaf opleggen hoe iets moet, maar er op een organische manier komen. Dichtbij mensen staan, luisteren, kijken, in gesprek zijn. Dat luistert nauw.'

Henny Jans- Beken (Clusterleider), Welzijnsinstelling Vorkmeer
Master Musculoskeletale Revalidatie - Begeleider

'De verantwoordelijkheid van de fysiotherapeut wordt groter'

 

Coördinator Marlies van Nimwegen over de Master Musculoskeletale Revalidatie.

 

Marlies van Nimwegen‘Wij leveren musculoskeletale masters met een duidelijke specialisatie,’ vertelt Marlies van Nimwegen. Zij is coördinator van de masteropleiding Musculoskeletale Revalidatie. Marlies vertelt hoe de beroepsrol van fysiotherapeuten is veranderd en hoe deze opleiding haar masterstudenten klaarstoomt voor de bijzondere uitdagingen van het werkveld.


Fysiotherapeut een eerstelijns medicus

‘Tegenwoordig is de fysiotherapeut ook een eerstelijns medicus, net als de huisarts,’ vertelt Marlies. ‘Dat betekent voor de praktiserende fysiotherapeut dat zijn vak flink verbreedt, omdat er een belangrijke screeningstaak bij komt. Je moet kunnen beoordelen of die patiënt bij jou inderdaad aan het goede adres is, of dat je beter kunt doorverwijzen naar een huisarts, een andere arts of een gespecialiseerde collega-fysiotherapeut.’ De verantwoordelijkheid van de fysiotherapeut wordt dus groter. Dat erkennen ook de beroepsverenigingen, die tegenwoordig voorschrijven dat voor opname in het deelregister een mastertitel vereist is.


Reflecteren en uitleggen

Marlies benadrukt dat voor het inschatten van je eigen verantwoordelijkheid naar de patiënt een flinke mate van zelfreflectie nodig is: ‘Daar besteden we in de opleiding dus aandacht aan. Het gaat erom dat je verder leert kijken dan je eigen praktisch handelen. Vanuit de zorgsector wordt bovendien steeds vaker gevraagd om te onderbouwen of de behandeling effectief is. Je moet als fysiotherapeut kunnen uitleggen wat de meerwaarde is van je behandeling en niet alleen je ‘trucje’ uitvoeren. Daarbij hoort ten slotte nog dat je als fysiotherapeut je patiënt leert aanspreken. De patiënt is immers ook actor in het genezingsproces. Die ene behandeling, of ‘manipulatie’, in de week, daarmee kom je er niet. Je moet de patiënt op zijn eigen verantwoordelijkheid en zijn eigen rol wijzen.’


Collega's scholen en coachen

Als Master Musculoskeletal Physical Therapist (MMPT), want dat is de internationale titel die je met deze opleiding verkrijgt, wordt echter nog meer van je verwacht. Marlies: ‘Je moet niet alleen je eigen handelen inschatten en verantwoorden. Maar we verwachten van onze masters ook dat ze in staat zijn om collega’s te scholen en te coachen. Ze moeten hun kennis delen met vakgenoten en nieuwe behandelingen en processen implementeren in de dagelijkse praktijk. Die vaardigheid komt in het derde jaar aan bod. Als een bepaalde behandelstrategie blijkt te werken, moet je dat breed gaan implementeren. Naast een onderzoeksplan maak je dus ook een implementatieplan, binnen je eigen vak en multidisciplinair. Je maakt een plan om je bevindingen te delen met vakbroeders: wie zijn mijn stakeholders? Wie moet ik informeren? Je leert daarbij dus ook om multidisciplinaire verbanden leggen met bijvoorbeeld orthopeden en huisartsen.’


Specialisatie en onderzoek in het 2e jaar

De 3-jarige Master Musculoskeletale Revalidatie van de HAN is vrijwel uniek in haar soort, zo blijkt: ‘Het grote verschil met andere masters is dat het hele 1e jaar musculoskeletaal is. Met bijvoorbeeld ook aandacht voor pathologie, psychosomatiek en farmacologie. Studenten worden dus master in dat hele brede domein. Met daarbinnen een specialisatie, waar je het 2e jaar mee begint. Je kiest dan voor 1 van de 3 programma’s orofaciale fysiotherapie, sportfysiotherapie of manuele therapie. In de 2e helft van het 2e jaar begint dan het wetenschappelijke deel: je onderzoeksvraag opstellen, je onderzoek uitvoeren en de resultaten implementeren. Zo leidt de opleiding op tot breed onderlegde therapeuten met een specialisatie die hun werkwijze wetenschappelijk kunnen onderbouwen en hun kennis en ervaring delen met een breed werkveld.’


Nadere informatie

Meer informatie over de opleiding, neem contact op met de waarnemend coördinator Aukje Reinerman.

Marlies van Nimwegen (Mastercoördinator Musculoskeletale Revalidatie), Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Master Musculoskeletale Revalidatie - Leidinggevende

'Wij willen onze fysiotherapeuten op het hoogste niveau opleiden'

 

Leidinggevende Roelf Loeffen over de meerwaarde van de Master Musculoskeletale Revalidatie.


Roelf LoeffenVolgens Roelf Loeffen merkten collega’s direct dat Loes Postma met een masteropleiding bezig was. ‘Ze is kritischer en staat steviger in haar schoenen,’ vertelt hij. Roelf is mede-eigenaar van Move2BFit, praktijk voor fysiotherapie en fitness. Het bedrijf heeft 4 vestigingen in Geffen en omgeving. Loes is fysiotherapeut bij Move2BFit en bezig met haar 2e jaar van de Master Musculoskeletale Revalidatie.
Bedrijf groeit in kwaliteit

Move2BFit groeide in de afgelopen jaren van 5 naar 9 therapeuten. Behalve in omvang, groeit het bedrijf ook in kwaliteit, volgens Roelf Loeffen. ‘We zijn bezig met een serieuze kwaliteitsslag. We haalden de keurmerken HKZ en HCA+, maar het belangrijkste vind ik eigenlijk dat 6 van de 9 fysiotherapeuten met een masteropleiding bezig zijn. De eerste studeert bijvoorbeeld volgend jaar af in kinderfysiotherapie. En Loes is dus bezig met musculoskeletale revalidatie.’


De mens als geheel behandelen

Roelf merkt aan zijn collega’s dat werken op masterniveau echt verschil maakt: ‘Er wordt steeds vaker klinimetrie ingezet en ze werken alleen met meetinstrumenten die bewezen valide zijn. Zodat we op een verantwoorde manier de vooruitgang van een patiënt kunnen meten, op elk van de drie niveaus van ICF.’ Roelf doelt hiermee op de drie niveaus van de International Classification of Functioning: participatie (in hoeverre kan iemand ‘meedoen’ in de maatschappij), activiteit (probleem met bepaalde activiteiten) en functie (is er sprake van pijn, zwelling of kleurverandering). Roelf: ‘Vroeger keken we veel meer naar de functionele stoornis. Nu behandelen we de mens meer als geheel. En we willen heel concreet weten wat er gebeurt: meten, behandelen en weer meten. Met allemaal masters in huis borgen wij nu dat dat ook echt goed gebeurt. Ze leren kijken naar de patiënt als geheel, zoeken naar de beste behandeling en meetmethode en passen die vervolgens toe in de praktijk.’


Stevig en kritisch

Loes heeft haar 1e jaar, dus de musculoskeletale basis, van haar opleiding erop zitten. Roelf vertelt dat haar manier van werken nu al verandert: ‘We merken dat Loes haar therapieën beter onderbouwt. Ze mailt artikelen door naar collega’s en maakt ons kritisch. Als ze tot conclusies komt, deelt ze dat met collega’s die met dezelfde patiëntengroep bezig zijn. Er ontstaan waardevolle discussies op de werkvloer en in het algemeen merk ik dat Loes steviger in haar schoenen staat en kritischer is geworden. Ik vind het bovendien belangrijk dat ze nu voldoende kennis in huis heeft om ook met professionals buiten onze organisatie in gesprek te gaan, zoals bijvoorbeeld huisartsen of specialisten in het ziekenhuis.’


Kiezen voor specialisaties

Roelf merkt dat het voor Loes nog wel een uitdaging is om te kiezen voor een specialisatie: ‘Je kunt niet alles op het hoogste niveau doen. Dat wil Loes wel, maar ze moet keuzes maken. Ze heeft deze opleiding gekozen vanwege de brede musculoskeletale basis en nu moet ze haar specialisatie kiezen. Vanwege die brede basis en de goede ervaringen van Loes, heeft inmiddels trouwens nog een collega gekozen voor dezelfde masteropleiding. Roelf: ‘Ook hij wil zich eerst in de breedte in het vak bekwamen en pas later kiezen voor een specialisatie. Zo hebben we straks 2 musculoskeletale masters in huis, die ook nog een specialisatie hebben. Ons streven is om uiteindelijk op elke specialisatie een dubbele bezetting te hebben, zodat we onze cliënten continue kwaliteit kunnen bieden.’

Roelf Loeffen (Werkgever Move2BFit), Move2BFit
Master Musculoskeletale Revalidatie - Professional

'Die brede musculoskeletale basis is nodig'

 

Professional Loes Postma over de meerwaarde van de Master Musculoskeletale Revalidatie.


Loes PostmaLoes Postma werkt als fysiotherapeut bij Move2BFit in Geffen, een praktijk voor fysiotherapie en fitness, waar ze gestimuleerd wordt zich te ontwikkelen en specialiseren. ‘Toen ik van de bachelor-opleiding kwam, had ik sowieso het gevoel dat er nog veel meer te leren viel. Ik wilde dus graag een masteropleiding doen en dat wordt binnen dit bedrijf ook aangemoedigd. Straks werken hier alleen maar masters.’


Keuze maken

‘Oh fijn, dan hoef ik voorlopig nog niet te kiezen,’ dacht Loes, toen ze leerde dat de Master Musculoskeletale Revalidatie het 1e jaar de volle breedte van het musculoskeletale domein behandelt. Ze vindt het lastig om te kiezen tussen 2 van de 3 specialisaties die in het 2e en 3e jaar worden aangeboden: manuele therapie en sportfysiotherapie.


Brede musculoskeletale basis

Loes: ‘Met dat ‘brede’ 1e jaar krijg ik van alles iets mee. Volgens mij is het ook nodig dat je die brede kennis hebt, omdat de specialisaties zoveel met elkaar te maken hebben. Met manuele therapie kan je voorwaarden scheppen om de actieve revalidatie (bijv. sportfysiotherapie) goed te laten verlopen. Andersom kunnen inzichten vanuit de sportfysiotherapie ook behulpzaam zijn bij manuele therapie. Bijvoorbeeld door verschillende trainingsprincipes en analyses te maken van beweegpatronen om na manuele therapie actieve revalidatie op te starten. Vanwege die brede musculoskeletale basis heb ik voor deze opleiding gekozen.’


Kritisch op de inhoud en op jezelf

Loes merkt dat ze kritischer is geworden: ‘Ik vraag me steeds af wat ik precies aan het doen ben en ik zoek naar artikelen om te bewijzen dat ik op de goede weg ben: is hier al onderzoek naar gedaan? Was dat onderzoek wel valide? Evidence-based handelen dus. Ik heb nu al geleerd dat ik kritisch moet zijn op mijn eigen kunnen en kritisch op het vak fysiotherapie. Vroeger richtte ik me volledig op die knie die stuk was, ik vergat bijna dat er een heel lichaam aan vast zit. Ik leer nu bovendien om meer in bewegingsketens te denken.’ De masteropleiding gebruikt het zogenaamde HOAC-model om het klinisch redeneren van de studenten te verbeteren. Daar heeft Loes nu al profijt van: ‘Het sluit heel mooi aan op het ICF-model waar we in onze praktijk mee werken. Ik leer dus verder kijken dan alleen dat gewricht en heb behalve voor het stoornis- en functieniveau ook aandacht voor het participatieniveau van de patiënt. Bovendien vind ik het goed dat de opleiding niet alleen aandacht heeft voor artrogene beperkingen, maar ook voor myofasciale beperkingen.’


Waardevolle bagage van docenten uit de praktijk

Loes is blij met de interactie met haar medestudenten: ‘We hebben allemaal een andere basisopleiding, dus dat geeft al veel stof tot praten. Maar als we elkaar op woensdag zien op de opleiding, zijn we gedurende de week in de praktijk ook weer van alles tegengekomen waarover we met elkaar willen sparren. En dan wil ik toch ook nog gezegd hebben dat de docenten ontzettend goed zijn. Onze kerndocent is zowel manueel therapeut als sportfysiotherapeut en dan zijn er nog de gastdocenten, rechtstreeks uit de praktijk, die ons veel waardevolle bagage meegeven. Over medicatie en doping, pijn, beweegketens en het analyseren van bewegingen in het bewegingslab. En er komt ook een gastles aan over anesthesiologie, waar ik naar uitkijk. Allemaal hartstikke interessant.’


Bouwen aan eigen netwerk

Iedereen heeft naast inhoudelijke ook persoonlijke leerpunten en Loes is heel helder over die van haar: ‘Ik had voorheen niet voldoende zelfvertrouwen omdat ik wist dat ik nog veel te leren had. Daardoor vond ik het lastig om te communiceren met meer ervaren professionals. Nu ben ik zover dat ik serieus wil en durf te werken aan het opbouwen van een eigen netwerk van diëtisten, orthopeden en huisartsen. Door de opleiding gaat het communiceren over mijn vak me nu veel beter af.’

Loes Postma (Fysiotherapeut), Move2BFit
Master Sport- en Beweeginnovatie - Begeleider

'Een beetje rebels zijn, is mooi meegenomen'

 

Coördinator Kasper Bakker over de Master Sport- en Beweeginnovatie.

 

Kasper Bakker‘Als je werkelijk wilt innoveren, moet je verder kijken dan je vertrouwde praktijk. Dat vraagt moed en doorzettingsvermogen. Dat heeft Mike Baalmans.’ Mike Baalmans is tweedejaars masterstudent en hogeschooldocent aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) van de Hanzehogeschool in Groningen. Hij wil het curriculum van de sportcompetentietraining van de ALO verbeteren. Kasper Bakker vertelt als coördinator van de Master Sport- en Beweeginnovatie waarom professionals als Mike bij uitstek baat hebben bij deze masteropleiding.


Steentje bijdragen

‘Wij zoeken mensen met een inhoudelijke oriëntatie. In principe liever geen managers, maar mensen die zelf uitvoerend binnen hun vakgebied bezig zijn. En minstens zo belangrijk: mensen die de intentie hebben om werkelijk iets te verbeteren.’ Kasper vertelt dat deze masteropleiding de student helpt zijn werkveld te professionaliseren. Dat betekent dat iemand al langer werkzaam moet zijn in dat werkveld en aan kan geven waar verbetermogelijkheden liggen: ‘Bij de intake gaat het ook heel duidelijk over het waarom, want de opleiding vraagt veel van je. Je hebt die motivatie nodig om jouw professionele wereld te willen verbeteren. Dus niet ‘ik wil mezelf verbeteren’, maar meer: ‘ik wil mijn steentje bijdragen’. Die insteek heeft Mike ook. Hij is idealistisch. Hij wil meer voor zijn vak doen dan volgens vooropgestelde kaders zijn taken uitvoeren. Zijn doelstellingen zijn letterlijk de doelstellingen van onze master: hij kijkt naar zijn werkgebied, kijkt naar maatschappelijke ontwikkelingen en stelt zich dan de vraag: sluit het nog wel goed aan? Mike laat zich daarbij niet sturen door wat anderen vinden, maar wil dat zelf bepalen. Een beetje rebels durven zijn, is dan mooi meegenomen.’


‘Het is innovatie als het in de praktijk geland is’

Mike heeft net zijn onderzoeksplan ingeleverd en dat ziet er volgens Kasper goed uit. Het onderzoek maakt deel uit van het afstudeerproject. Dat afstudeerproject beslaat bij de Master SBI twee jaar en bestaat uit drie fasen: als eerste de fase van ‘exploreren’, waarin je behoeften onderzoekt, financiering organiseert en draagvlak creëert. Vervolgens het onderzoek dus, waarvoor Mike net zijn plan heeft ingediend. Kasper: ‘Mike gaat op zoek naar de discrepantie tussen het huidige programma-aanbod van de ALO en de maatschappelijke behoefte. Straks legt hij een wetenschappelijk onderbouwd advies neer over het opheffen van die discrepantie.’ Ten slotte volgt dan de fase van ‘exploiteren’: je zorgt ervoor dat je advies in de praktijk wordt toegepast. Kasper: 'De masterthese, of afstudeeropdracht, is een beschrijving van deze drie fasen. We spreken immers pas van innovatie als iets daadwerkelijk geland is in de praktijk. Als werkgever weet je dus zeker dat er iets gaat veranderen. En als student zie je dat wat je in gang zet, blijft doorgaan. Wat je hebt bedacht, gebeurt ook werkelijk.’


Netwerk

De samenstelling van elke studentengroep is met opzet divers. Kasper: ‘Je studeert samen met professionals uit verschillende hoeken. Sommigen zijn heel technisch, anderen hebben een beleidsachtergrond. Mike krijgt hier dus andere vragen dan van collega-sportdocenten. Ook de docenten van de masteropleiding zijn heel divers. Naast de mensen met een meer theoretische insteek, hebben we vooraanstaande sprekers uit de praktijk van de sport. Zij dragen met hun contacten in het werkveld structureel bij aan het netwerk van de studenten.’


Internationaal

‘We zijn ook internationaal hard aan het werk. We organiseren nationale en internationale studiereizen waar de studenten ook actief bezig zijn om hun professionele netwerk uit te bouwen. Zo heeft onlangs een organisatie uit België zich aangesloten bij een masterthesis-project van één van onze studenten. Dat was het resultaat van een studiereis naar Brussel. In Zuid-Korea gaan we komend jaar met onze studenten bij verschillende Koreaanse sportorganisaties langs om te kijken wat we van elkaar kunnen leren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het Zuid-Koreaanse Ministerie van Cultuur, Sport en Toerisme, de Koreaanse nationale sportuniversiteit of de nationale fitnessfederatie van het land. Voor de studenten allemaal prachtige kansen om aan hun netwerk te bouwen en kennis op te doen die ze thuis kunnen vertalen naar de Nederlandse sportcontext. Maar ze zullen vanuit hun eigen achtergrond en expertise natuurlijk ook kennis naar onze buitenlandse partners moeten brengen. Met deze insteek proberen we vanuit de master bij te dragen aan de sport- en beweegsector, niet alleen in Nederland, maar in feite ook buiten onze eigen landsgrenzen.’

Kasper Bakker (Coördinator Master Sport- en Beweeginnovatie), Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Nederlands - Begeleider

Toegepast onderzoek speelt in het onderwijsprogramma van de nog jonge Masteropleiding Leraar Nederlands een prominente rol. Coördinator Hans Wegman: ‘Het is een manier om onderwijs van kwaliteit te kunnen blijven ontwikkelen.’ Wegman begeleidde Laura Veenstra, eerstegraads docente Nederlands en afgestudeerd in januari, tijdens het onderzoek dat zij uitvoerde voor haar masterthese.

 

Wetenschappelijk onderzoeken

Hans Wegman‘Wij leren onze masterstudenten om voortdurend te onderzoeken wat hun onderwijs oplevert voor hun leerlingen en de school. Die onderzoekende houding wordt gestimuleerd tijdens de lessen en tijdens de masterthese. Vakdocenten en docenten uit de onderzoeksgroep zorgen ervoor dat de masterthese zo wetenschappelijk mogelijk wordt uitgevoerd.’

 

Rol lectoraten

‘Ook diverse lectoraten zoals toetsen en activerende didactiek spelen een rol ten aanzien van onderzoek. Wanneer we bij leesonderwijs werkvormen behandelen in de klas, dan zoeken de studenten uit wat er voor onderzoek is verricht naar de toepasbaarheid van verschillende werkvormen in de klas. Daar nemen ze standpunten over in. Daarnaast verzorgen lectoren colleges voor onze studenten over het onderzoek dat binnen hun lectoraat plaatsvindt.’

 

Laura heeft de leesprestaties van haar leerlingen weten te verbeteren

Wegman: ‘Laura is een gedreven docent, heel bevlogen en een uitstekende begeleider van leerlingen. Ze heeft de overstap gemaakt van tweedegraads naar eerstegraads docent. Dat heeft ze duidelijk laten zien met haar masterthese waarvoor ze een nieuwe lessenserie ontwikkelde. Ze heeft gekeken naar de effecten van haar interventies zoals het toepassen van nieuwe inzichten en een andere aanpak voor tekstbegrip met nieuwe werkvormen. Laura heeft de leesprestaties van haar leerlingen weten te verbeteren.’

 

Geworteld in de onderwijspraktijk

‘Onze opleiding is geworteld in de onderwijspraktijk. Signalen die wij hieruit ontvangen houden ons onderwijs actueel. Zo is er nu op scholen veel aandacht voor taalbeleid; taalvaardigheid moet niet alleen bij Nederlands maar bij alle vakken geleerd worden. Leerlingen moeten bijvoorbeeld weten hoe ze een verslag schrijven bij aardrijkskunde. Onze masterstudenten hebben hier dagelijks mee te maken. Zij nemen hun ervaringen mee naar school en wisselen die onderling uit.

Hans Wegman (Coördinator Master Leraar Nederlands), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Engels - Begeleider

'Yvette? Een echte vernieuwer voor het onderwijs!'

 

Johan GrausOpleidingscoördinator Johan Graus over de Master Leraar Engels

 

Door de wol geverfde tweedegraders opleiden tot eerstegraads docenten: dat doet opleidingscoördinator Johan Graus in de Master Leraar Engels. Aan Yvette had hij een voorbeeldige student. ‘Enthousiast, betrokken, open voor vernieuwing.’

Yvette staat open voor nieuwe inzichten

‘Yvette klaar? Ik geloof dat ze nu al weer met de volgende opleiding bezig is!’ Nee, uitgeleerd zal Yvette niet snel zijn, stelt Johan Graus. Nieuwsgierig, onderzoekend, open voor nieuwe inzichten. ‘Yvette is precies het type student dat in de masteropleiding op zijn plek is. De driejarige master zet niet alleen in op een stevige inhoudelijk verdieping, maar ook en juist op het implementeren van die inzichten in de praktijk. Het resultaat: echt vernieuwers als Yvette, voortrekkers die de tools hebben om onderwijsinnovaties uit te denken en op te zetten.’

Grondig onderzoek

Hoe kun je leerlingen die niet graag lezen tóch aan het lezen krijgen? Hoe kiezen deze leerlingen hun boeken voor de leeslijst? Welke factoren beïnvloeden dat keuzeproces? Die vragen onderzocht Yvette in haar masteronderzoek. Een mooi voorbeeld van de manier waarop studenten in de opleiding wetenschappelijke kennis toetsen en hun inzichten meenemen in de school, vertelt Johan. Na grondig literatuuronderzoek – ‘geen half werk voor Yvette!’ – ontwikkelde Yvette een website voor leerlingen om het keuzeproces te vergemakkelijken. De uitkomst? ‘Vooral de leerlingen die al graag lazen hadden profijt van de website.’ Een wellicht logische, maar toch zeer relevante conclusie volgens Johan. ‘Zo’n onderzoek laat je nu eens afstand nemen van de zaken. Die distantie, dat niet meteen handelen, zijn welkom in het onderwijs, waar vaak snel conclusies worden getrokken – docenten zijn aanpakkers.’

Intensieve begeleiding

Zeer ervaren docenten zijn het vaak, die Johan opleidt. En vanwege de kleinschaligheid is er volop ruimte voor discussie en het inbrengen van cases. ‘Uitermate waardevol’ noemt Johan Yvettes inbreng. ‘Het vraagt best lef om je eigen praktijk na jaren ter discussie te stellen. Yvette is iemand die zich openstelt en zaken actief uitzoekt. Ook durft ze te experimenteren.’ Is dit een probleem? Wat is een probleem? En voor wie eigenlijk? Gaandeweg gaan de studenten heel andere vragen stellen, merkt Johan. ‘Zaken worden in een breder perspectief geplaatst.’

Natuurlijk talent

De natuurlijkheid waarmee Yvette voor de klas staat is misschien wel aangeboren, denkt Johan. Maar de manier waarop ze haar lessen inricht: dat is veranderd. ‘Ze gaat in gesprek met leerlingen, ze richt haar lessen beter in. Leerlingen enthousiasmeren, hun leerproces centraal stellen, dat is een echte focus van de opleiding. Geen stof uitstrooien, maar zorgen en zeker weten dat en hoe het optimaal binnenkomt. En met de stevige inhoudelijke verdieping die de opleiding biedt – vakken Amerikaanse en Engelse letterkunde, taalkunde en vakdidactiek worden stevig geëxamineerd – weet je natuurlijk waar je over praat.’ Yvette over 5 jaar? Johan vindt het lastig te zeggen. ‘Ook functies buiten de klas sluiten aan bij haar talenten. Maar haar hart ligt bij de leerlingen. Een bevlogen docent in hart en nieren, die zich niks laat wijsmaken.’

Johan Graus (Opleidingscoördinator), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Advanced Nursing Practice - Begeleider

'Aan de top van het verpleegkundig domein'

 

Coördinator Jeroen Peters over de Master Advanced Nursing Practice

Jeroen PetersJeroen Peters, coördinator van de Master Advanced Nursing Practice, ziet hoe ‘zijn’ studenten groeien naar een bredere en uitdagendere rol aan de top van het verpleegkundig domein. ‘Ik zie hoeveel dat voor henzelf betekent. En uiteraard ook voor de organisatie waar ze werken.’ Jeroen vertelt over de opleiding en over de ontwikkeling die een student maar ook het werkveld doormaakt. Daarnaast vertelt hij over Jacques Voskuilen, masterstudent en consulent palliatieve zorg in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem: ‘Jacques is in sommige opzichten een vreemde eend in de bijt.’

Directe patiëntenzorg

Jeroen vertelt dat Jacques op één punt zeker niet verschilt van zijn medestudenten: zijn liefde voor de directe patiëntenzorg. ‘Ik zie veel mensen die in het management terecht zijn gekomen en het directe contact met de patiënt zijn gaan missen. Dat gold ook voor Jacques. Hij had een managementfunctie en heeft vanuit die functie een heel team opgezet dat zich bezighoudt met een nieuwe manier van palliatieve zorgverlening. Daarin speelt de Verpleegkundig Specialist een centrale rol. Nadat we samen een aantal Verpleegkundig Specialisten hadden opgeleid voor zijn team, klopte Jacques zelf bij me aan: hij wilde ook ín dat team meedraaien. Weer de directe patiëntenzorg in dus.’

Stormachtige ontwikkeling

Veel studenten maken een stormachtige ontwikkeling door, volgens Jeroen. ‘Dat is het leuke van ons vak. Je ziet binnen een jaar al een wereld van verschil. Je merkt dat de student zekerder wordt en professioneler in het vak komt te staan : zelf keuzes leren maken, diagnoses stellen, niet meer aan de zijlijn staan, maar kritisch zijn, zelf beslissen en niet zo maar iets aannemen. Als in het tweede jaar de systematiek helemaal duidelijk is, keert de rust terug. Dan heeft de student zijn nieuwe professionele zelf gevonden en valt alles op zijn plaats. Dat gebeurt telkens weer, echt heel bijzonder.’ Bij Jacques verliep dit alles iets minder spectaculair: ‘Hij had al een duidelijk beeld van wat hij wilde. Hij had immers zelf al twee Verpleegkundig Specialisten begeleid. Hij wist wat hij kon verwachten.’

Direct betekenis voor de patiënt

De masteropleiding Advanced Nursing Practice combineert verschillende werelden: ze koppelt het verpleegkundig denken en werken aan het medische denken en werken. Jeroen: ‘De studenten krijgen oog voor innovatie en voor kwaliteitszorg. Niet zozeer vanuit een macro-managementperspectief, maar juist vanuit het micro-oogpunt van de patiënt. Ze leren onderzoeken wat de directe betekenis is van een behandeling voor de patiënt. Hoe effectief is de behandeling echt en kan die nog beter? Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek dat Jacques deed naar het spirituele model waarop zij hun palliatieve zorgverlening baseren. Jacques vroeg zich af of dit echt bruikbaar en effectief zou zijn en wilde dat wetenschappelijk onderbouwen. Uiteindelijk heeft hij samen met de oorspronkelijke ontwerper van het model aanpassingen gedaan op basis van zijn literatuur- en praktijkonderzoek. Het verbeterde model voor palliatieve zorgverlening kan nu overal ingezet worden.’

Medische diagnostiek

Tijdens de opleiding krijgt de student oog voor medische diagnostiek: waarom redeneren artsen zoals ze doen? Waarom maken ze bepaalde keuzes? De kracht van Verpleegkundig Specialisten is volgens Jeroen dat zij taken overnemen van de medisch specialist en zelfstandig behandelkeuzes maken met de patiënt: ‘Bij de ene patiënt steek je in vanuit het medisch denken en wordt het medische probleem behandeld, bijvoorbeeld door het voorschrijven van slaapmedicatie, bij de andere patiënt kies je bewust voor de invalshoek van het verpleegkundig denken en ga je bijvoorbeeld aan de slag met de rituelen voor het slapen gaan. De Verpleegkundig Specialist neemt zelfstandig dit soort professionele beslissingen en combineert zo het goede van twee werelden voor de patiënten.’

Leiderschap ontwikkelen

Jacques heeft zijn leidinggevende functie neergelegd om zich te kunnen storten op de directe patiëntenzorg. Jeroen: ‘Naast de rol als klinisch handelaar, worden ook leiderschapskwaliteit van de VS verwacht. Dit betekent dat Verpleegkundig Specialisten, naast het evidenced based werken, ook oog moeten hebben voor scholing en coaching van verpleegkundigen. Bovendien kunnen ze innovaties doorvoeren door bijvoorbeeld het vertalen van resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de werkvloer. Jacques is naast de patiëntenzorg vooral gericht op dat laatste. Hij heeft de smaak van het onderzoek doen te pakken en wil zorgen voor nog meer inhoudelijke verbetering van de palliatieve zorg.’

Ik wil meer!

De opleiding trekt duidelijk een bepaald type student: ‘Mensen doen deze opleiding omdat ze het gevoel hebben meer te kunnen, maar in hun huidige werk hierin vastlopen. Ze willen meer de diepte in, meer advies kunnen geven en literatuur kunnen lezen. Ze willen verder in de medische diagnostiek en voelen dat ze persoonlijk en professioneel meer in hun mars hebben. Ze weten alleen niet hoe ze die volgende stap moeten maken. Als ze zich het werk- en denkniveau van een master eigen hebben gemaakt, komt deze ontwikkeling duidelijk naar voren. Die complexiteit bouwen we langzaam op en ook zoveel mogelijk op maat. Als de groep met bepaalde vragen zit, bespreken we die en indien nodig passen we het programma aan. Zo krijgt iedereen op het juiste moment de theorie en oefening aangereikt waar behoefte aan is. Daarnaast is er ook veel ruimte voor discussie en reflectie, want dat zijn noodzakelijke competenties van de Verpleegkundig Specialist.’

Jeroen Peters (Coördinator Master Advanced Nursing Practice), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Advanced Nursing Practice - Leidinggevende

'Dit is een sociaal bewogener ziekenhuis geworden'

Afstudeerbegeleider Joep Douma over de meerwaarde van de Master Advanced Nursing Practice

Joep DoumaIn 2002 maakte hij voor de NRCV de documentaire-reeks ‘Regie over eigen leven en sterven’. Joep Douma, internist-oncoloog, vervult sindsdien een pioniersrol in de ondersteunende en palliatieve zorg in Nederland. Binnen zijn ‘eigen’ Rijnstate Ziekenhuis richtte hij er samen met Jacques Voskuilen een consultteam voor op. Ze beslisten al snel dat dat team uit Verpleegkundig Specialisten moest bestaan. Joep Douma: ‘We hebben inmiddels 4 specialisten op laten leiden door de HAN. Uiteindelijk besloot ook Jacques dat hij zijn managementtaken wilde neerleggen en in het team wilde meewerken. Ik wist dat hij geschikt was en ik had inmiddels een zeer goede indruk van de opleiding. Jacques is het inhoudelijke avontuur aangegaan.’

Manager werd collega

Joep Douma werd afstudeerbegeleider van Jacques Voskuilen. Jacques was op dat moment zorgmanager van de afdeling Oncologie. Joep: ‘Het verraste me niet dat Jacques ‘klaar was’ met het management. Maar het blijft een bijzondere stap om dan in het team te gaan werken waaraan je leiding hebt gegeven. Bovendien stapte hij in de rol van leerling, omdat hij de skills en kennis van een Verpleegkundig Specialist moest leren in de masteropleiding. Jacques heeft dat allemaal bijzonder goed gedaan.’

Stevig team dankzij de opleiding

Joep vindt de Master Advanced Nursing Practice een ‘stevige’ opleiding: ‘Ondersteunende en palliatieve zorg vraagt veel van je en dit is het professionele niveau dat we nodig hebben. Zowel vakinhoudelijk als communicatief hebben we nu de goede kwaliteit in huis. De 4 teamleden zijn allemaal opgeleid door de HAN en we kunnen onze patiënten nu alles bieden om bijvoorbeeld hun laatste levensfase zo goed mogelijk vorm te geven. Daarvoor is communicatieve competentie nodig, want je komt heel dicht bij de patiënt. Je geeft informatie, je reflecteert en neemt samen besluiten. Bovendien bespreek je als Verpleegkundig Specialist de behandeling met artsen. We hebben het aan de opleiding te danken dat er nu zo’n stevig team staat.’

Afstudeeropdracht bewust gekozen

Joep: ‘De afstudeeropdracht van Jacques hebben we heel bewust gekozen. We misten nog expertise op het reflectieve vlak, op het gebied van spiritualiteit, religie en existentie. Daarover wilde ik kennis en kunde in dat team brengen. Dat kon mooi via het afstuderen van Jacques. Professor Carlo Leget heeft hem daarbij geholpen. Het model van Leget heeft Jacques verder uitgewerkt, zodat we het nu kunnen toepassen en onze patiënten op dat vlak beter kunnen helpen. Het gaat over authentiek sterven, over innerlijke ruimte creëren zodat iemand nog verder kan met de wetenschap dat het overlijden in zicht is. Dankzij Jacques kan het hele team nu met dit model aan de slag.’

Met elke Master weer een boost

Ook de andere teamleden volgden de masteropleiding Advanced Nursing Practice. Elke keer als iemand afstudeerde, gaf dat een boost aan de inhoudelijke kwaliteit van het hele team. ‘Eén collega heeft speciaal de palliatieve zorg op de intensive care onder de loep genomen en een ander heeft zich bijvoorbeeld gespecialiseerd in palliatieve sedatie in ziekenhuizen. Zo hebben we met elke afgestudeerde Verpleegkundig Specialist onze zorg op een hoger niveau getild.’

De stem van de patiënt

Het is in alle disciplines belangrijk om verpleegkundig specialisten in huis te hebben, dat geldt voor de palliatieve zorg in het bijzonder, vindt Joep. ‘De kritiek is vaak dat er ook in uitzichtloze situaties maar doorbehandeld wordt. Maar intussen verzorgt ons team zo’n 800 consulten per jaar in het Rijnstate Ziekenhuis. Er wordt dus veel meer gereflecteerd. Ik vind ook dat we een sociaal bewogener ziekenhuis zijn geworden. Het is inmiddels duidelijk dat door ons de stem van de patiënt beter gehoord wordt. Dat is dus ook precies de kerncompetentie van de Verpleegkundig Specialist: als professional, maar vooral als ‘echt’ mens een brug slaan tussen de patiënt en de behandelaar.’

Joep Douma (Internist-oncoloog / medisch consulent Palliatieve zorg), Rijnstate Ziekenhuis Arnhem
Master Sport- en Beweeginnovatie - Leidinggevende

'Mikes masterthese vernieuwt het programma van de ALO'

 

Leidinggevende Harold Hofenk over de meerwaarde van de Master Sport- en Beweeginnovatie.


Harold HofenkHarold Hofenk is opleidingsmanager van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO). Deze academie is onderdeel van de Hanzehogeschool. Harold is leidinggevende van Mike Baalmans, die de master Sport- en Beweeginnovatie volgt. Mike is hogeschooldocent en lid van de curriculumcommissie. Hij onderzoekt welke aanpassingen nodig zijn in het curriculum met de nadruk op sportcompetentietraining. Harold legt uit hoe dat onderzoek past in de nieuwe visie van de ALO. En waarom masters zoals Mike volgt een belangrijk ‘methodologisch gen’ toevoegen aan het lerarencorps.


Visie

Harold vertelt dat de ALO een heldere visie op bewegingsonderwijs heeft: ‘Wij kijken heel kritisch naar de rol die wij kunnen spelen in de maatschappij van vandaag. Het draait bij ons om het kind en de mate waarin dat kind in zijn dagelijks leven beweegt.’ De ALO leidt dus gymleraren op die meer doen dan gymles geven? Dat is volgens Harold inderdaad het streven: ‘We willen de muren van het gymlokaal afbreken en ook de link leggen naar naschoolse opvang en de sportvereniging. De rol die wij nu voor ogen hebben voor onze studenten vraagt andere vaardigheden. De student moet bruggen bouwen en methodisch didactisch ontzettend bekwaam zijn. Bijdragen aan de vraag: Wat heeft een kind nodig om een volgende stap te kunnen maken? Dat is het gymleraarschap. Even iets verder kijken dan je neus lang is. Het geluid dat wij in Groningen willen laten horen, is het geluid van spelende kinderen. De gymleraar onderscheidt zich omdat hij verstand heeft van de methodiek en didactiek van sport en bewegen.’


Muren afbreken

‘Er zit dus zeker ideologie en maatschappelijke betrokkenheid in onze visie. Om die visie ook daadwerkelijk om te zetten naar praktische resultaten hebben we mensen nodig die door kunnen pakken en niet bang zijn ongebaande paden te betreden. Mike Baalmans is zo iemand.’ Dankzij de masterthese van Mike is het sportcompetentieprogramma van de ALO straks volledig aangepast aan de nieuwe visie.


Echte innovatie

Harold is blij dat de masteropleiding dat concrete resultaat genereert: ‘Het levert ons nu een echte innovatie in ons programma op. Zodat wij leraren afleveren die maatschappelijk van grotere betekenis zijn. Dat vind ik heel waardevol.’ Volgens Harold is dat niet het enige resultaat van de opleiding: ‘Ik merk dat Mike zich nu wil en kan vastbijten in complexe vraagstukken. Hij stelt meer vragen, is kritischer. Ik ben daar blij mee, want hij doet het op een constructieve manier.’


Combinatie opleiding en werk

Harold merkt wel dat het combineren van opleiding en werk behoorlijk zwaar is en heeft daarom wat wijzigingen in de baanopbouw van Mike aangebracht: ‘Hij doet nu meer coördinatie en afstemming, omdat hij dat gemakkelijker kan combineren met zijn onderzoek. Want het is belangrijk dat hij die master haalt, het onderzoek goed doet en de innovatie hier ook werkelijk doorvoert. Bovendien heb ik dan een master in huis die andere beroepsrelevante onderwerpen bij de kop kan pakken en geldstromen kan genereren. Een prima investering lijkt me.’

Harold Hofenk (Opleidingsmanager ALO), Hanzehogeschool, Academie voor Lichamelijke Opvoeding
Master Sport- en Beweeginnovatie - Professional

Wat heeft de gymleraar van de toekomst nodig?

 

Professional Mike Baalmans over de meerwaarde van de Master Sport- en Beweeginnovatie.

 

Mike Baalmans - HANMike Baalmans is masterstudent Sport- en Beweeginnovatie en werkt als hogeschooldocent op de Hanzehogeschool in Groningen, bij de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO). Hij is daar ook lid van de curriculumcommissie. ‘In de tien jaar dat ik bij de ALO werk, is er eigenlijk continu sprake geweest van verandering. Ook het curriculum verandert voortdurend. Dat gebeurt omdat de beroepspraktijk van de sportleraar verandert. Mijn masterthese gaat heel specifiek over de rol van sportvaardigheden in het curriculum en hoe we die lessen optimaal laten aansluiten op het brede werkveld van de sportleraar.’ Mike vertelt hoe hij leert afbakenen en tegelijkertijd buiten vertrouwde kaders leert denken.


Inperken onderzoek

De afbakening van een onderzoek is een belangrijk leerpunt binnen de masteropleiding. Mike vindt het een waardevolle uitdaging: ‘Het is wel goed om het af te bakenen, want als ik om me heen kijk, is er nog zoveel te onderzoeken. Het gaat over de innovatie binnen mijn beroepspraktijk. Over de maatschappelijke waarde van sport en hoe je die verhoogt in een snel veranderende maatschappij. Ik zou wel zes of zeven jaar aan de slag kunnen.’


Bredere rol gymleraar

Mike is lid van de curriculumcommissie van de ALO en heeft vanuit die rol zijn onderzoeksvraag concreet kunnen formuleren: hoe kunnen de lessen in sportvaardigheden bijdragen aan de bredere rol die de gymleraar moet spelen in de samenleving? Mike: ‘Dat is de vraag. Natuurlijk moet je als leraar zelf een aantal sporten goed beheersen, maar minstens even belangrijk is de manier waarop je leerlingen inspireert meer te sporten. Hoe je sporten en bewegen vanzelfsprekend maakt en lijntjes legt naar plekken buiten de school. Ik onderzoek welke instrumenten leraren daarvoor nodig hebben. Welke kennis nog ontbreekt. Hoe ik dat ga doen, heb ik beschreven in mijn onderzoeksplan. Dat ligt nu ter goedkeuring bij mijn begeleiders: een innovatie-expert en een theoretisch onderzoeker. Zo weten we zeker dat mijn onderzoek valide is en werkelijk iets oplevert. Want op het onderzoek volgt een implementatieplan, zodat ik mijn adviezen ook toe kan passen en het curriculum precies gaat bieden wat de gymleraar van de toekomst nodig heeft.’


Buiten de kaders

Mike ervaart het doen van de masteropleiding als verfrissend: ‘Door mijn collega-studenten en docenten word ik aangezet om mijn blik te verruimen en leer ik kritisch te zijn op wat ik zelf doe. Ik leer ‘leren’ en buiten mijn vertrouwde kaders denken. Dat is belangrijk voor mijzelf persoonlijk, maar ook voor de ALO. Omdat de wereld snel verandert, moeten wij daar ook voortdurend op inspelen.


Bijdragen aan de maatschappij

‘Onze overtuiging is dat je een leven lang moet blijven leren. We blijven steeds maar weer op zoek naar hoe het beter kan.’ Volgens Mike zijn op het gebied van sport en bewegen de mogelijkheden eindeloos en wordt de rol van de gymleraar steeds breder. ‘Onze afgestudeerden gaan een bijdrage leveren aan de maatschappij. Over hun toekomstige werkveld denken wij dus goed na en dan moet je buiten de lijntjes durven kleuren.’ Het werkveld van de gymleraar beperkt zich volgens Mike niet binnen de muren van het gymlokaal of de lijnen van het sportveld, maar breidt zich uit naar de zogenaamde BOS-driehoek: Buurt, Onderwijs en Sport. “Wij willen leraren opleiden die ook wijkgericht kunnen denken en die een rol willen spelen in de buurt en bij sportverenigingen. Die al die touwtjes aan elkaar verbinden, zodat kinderen in een sportieve omgeving opgroeien waarin bewegen belangrijk, of juist heel gewoon is. Dat vraagt om innovatie van ons opleidingsprogramma. Hoe ik dat programma op een verantwoorde en duurzame manier verander, dat leer ik hier.’

Mike Baalmans (Docent ALO), Hanzehogeschool, Academie voor Lichamelijke Opvoeding
Master Social Work - Leidinggevende

‘Marike de Haan is de eerste binnen het Leger des Heils die de Master Social Work heeft gevolgd. Ik ben er een vurig pleitbezorger van dat meer mensen vanuit onze organisatie deze opleiding gaan volgen. We hebben masters nodig om te blijven innoveren,’ zegt José Kroon, unitmanager van verschillende afdelingen binnen De Wending, onderdeel van het Leger des Heils. Als Marikes leidinggevende en praktijkopleider zag ze haar uitgroeien tot een professional die op een gedegen manier veranderingen doorvoert.

José Kroon‘Binnen het Leger des Heils zijn wij gewend om intramuraal te werken. Onze behandelgroep van langdurig verslaafden heeft dat nodig. Zorgverzekeraars verlangen echter dat we steeds meer extramuraal gaan werken. Het ambulante voortraject dat Marike heeft ontwikkeld voor verslaafde vrouwen, helpt ons in deze omslag.’

 

 

Aansluiten bij vraag van klanten

‘Als organisatie moet je jezelf steeds de vraag stellen of je aansluit bij wat klanten van je vragen. Masters zijn in staat om daar op een abstract niveau kritisch naar te kijken. Marike heeft met haar masterthese laten zien dat ze dat in zich heeft. Haar aanname was, dat er te weinig verslaafde vrouwen behandeld worden binnen het Leger des Heils. Ze heeft zichzelf afgevraagd of ons aanbod aansluit bij verslaafde vrouwen. Op een gestructureerde, gefaseerde manier, met diepgang en consistentie. Ze heeft aangetoond dat die aansluiting beter kan. Met haar masterthese heeft ze daar een product voor ontwikkeld: het ambulante voortraject. Hiermee hopen we meer vrouwen de instelling binnen te krijgen.’

 

Helikopterview

‘Wij verwachten van afgestudeerde masters ook dat ze met een helikopterview kijken naar ontwikkelingen en dat ze plannen ontwikkelen om op veranderingen in te spelen, rekening houdend met steeds krapper wordende financiële kaders. Marike vervult een belangrijke spilfunctie tussen uitvoering en management. Ze weet rekening te houden met de dynamiek in een organisatie, kaders en randvoorwaarden zoals financiën. Ze heeft geleerd om creatief te kijken naar speelruimtes wanneer een idee niet uitgevoerd kan worden. Daar heeft ze een scherp oog voor.’

 

Veranderingen borgen

‘De masteropleiding is een goede opleiding met een hoog niveau. Onze organisatie heeft er veel aan. Een sterk punt binnen de opleiding vind ik verandermanagement. Studenten leren aan de hand van een helder theoretisch kader op een gedegen manier innovaties uit te voeren. De these van Marike illustreert dat. Zij heeft in de eerste fase grondig onderzoek gedaan en zichzelf de vraag gesteld: ‘wat is over het probleem bekend? Welke hulp hebben verslaafde vrouwen nodig en hoe moeten we dat vormgeven? Zo is ze met de nodige diepgang stap voor stap door het onderzoekstraject gegaan. Uiteindelijk ligt er een gedegen en goed plan voor de implementatie van een ambulant zorgtraject. Ik weet zeker dat het gaat slagen.’

 

Persoonlijke ontwikkeling

‘Tijdens de masteropleiding heeft Marike zich als persoon duidelijk verder ontwikkeld. Ze getuigt van grote professionaliteit. Deels had zij dat al in zich, tijdens de opleiding heeft ze dat verder ontwikkeld. Ze heeft geleerd wat ze moet doen om mensen met zich mee te krijgen in veranderingsprocessen. Ze heeft haar collega’s en het management van de noodzaak overtuigd om een passend aanbod voor vrouwen te ontwikkelen en hen enthousiast gemaakt. Ze heeft hen bijvoorbeeld laten deelnemen in werkgroepen. Zo komen veranderingen tot stand en worden ze ook daadwerkelijk geborgd.’

 

Tact en overredingskracht

‘Marike betekent veel voor het Leger des Heils. Zij past hier goed, ze is enthousiast en gedreven. Ze vertoont grote betrokkenheid bij cliënten en collega’s. Ze is uitstekend in staat om mensen te coachen en aan te sturen, weet feedback te geven aan collega’s zonder dat de relatie onder druk komt te staan. Ze heeft gewonnen aan tact en overredingskracht.’

 

Toekomst

‘In de toekomst zouden wij Marike graag een rol zien vervullen in projectgroepen die zich bezig houden met innovatie van onze zorg. Hoe sluiten we aan bij extramurale zorg? Dat is typisch een functie waar je een master voor moet hebben die weet hoe hij een innovatietraject start en uitvoert.’

José Kroon (Unitmanager), Leger des Heils
Master Social Work - Begeleider

‘Er is vraag naar meer extramurale hulpverlening waarin sociale werkers zorg verlenen in de wijk, achter de voordeur. Voor een intramuraal-georiënteerde organisatie zoals De Wending, een afdeling van het Leger des Heils, betekent dit een omslag. Het ambulante voortraject dat masterstudente Marike de Haan heeft ontwikkeld helpt haar organisatie daarin,’ zegt Mariël van Pelt, coördinator van de Master Social Work.

 

Mariël van Pelt‘Studenten krijgen tijdens de opleiding theorie over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van sociaal werk. Ze volgen gastcolleges zoals bijvoorbeeld van bijzonder hoogleraar Hans van Eeuwijk of cultuurpsycholoog Jos van der Lans. Beiden promoten sterk de zorg in de wijk. Ook volgen ze colleges die door het Kenniscentrum HAN Sociaal! worden verzorgd. Hier zijn diverse lectoraten aan verbonden.’

 

Aansluiting

‘Onze studenten leren om mogelijkheden te zoeken voor hulpvragers zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven functioneren binnen hun sociale omgeving. Hierbij moeten ze aansluiting zoeken bij andere hulpverlenende organisaties. Zo verbreden ze hun oriëntatie. Marike heeft die aansluiting ook gezocht.’

 

Complexe problematiek oplossen

‘Een sterk punt van onze opleiding is dat we via de studenten concreet bijdragen aan het oplossen van complexe problematiek bij instellingen. Studenten nemen al bij de intake voor de opleiding een door hun organisatie ondertekend vraagstuk mee. Dan al bekijken we of de student met zijn praktijkopdracht bij kan dragen aan de oplossing van een probleem waar de organisatie mee kampt. Marike heeft onderzocht waarom er zo weinig verslaafde vrouwen een behandeling volgen binnen De Wending. Eén van haar belangrijkste conclusies is, dat de intramurale zorg die het Leger des Heils aanbiedt, niet aansluit bij de zorgvraag van deze vrouwen. Vervolgens heeft ze een plan ontwikkeld waarin vrouwen een voortraject kunnen volgen die hen sterker maakt voor vervolgtherapie binnen de gemengde groep.’

 

Einddoel

‘Vanuit de HAN krijgt Marike input over de opzet en uitvoering van een onderzoek, haar leidinggevende stuurt vanuit de context van de organisatie. Met haar reflecteert Marike of de genomen stappen ten dienste staan van het einddoel, welke mensen ze moet betrekken en wie ze moet interviewen.’

 

Draagvlak creëren

‘Belangrijk bij een veranderingsproject is dat je draagvlak weet te creëren. Marike heeft met haar project iets goeds willen ontwikkelen voor de doelgroep. Ze heeft dat gedaan vanuit haar passie voor de verslavingszorg. Met haar betrokkenheid en enthousiasme en datgene wat ze geleerd heeft, heeft ze mensen met zich meegekregen. Ook heeft ze hen inhoudelijk weten te overtuigen.’

 

Meervoudige perspectieven

‘Masterstudenten leren om meervoudige perspectieven te hanteren. Ze leren niet alleen vanuit hun standpunt of dat van de cliënt te denken, maar bijvoorbeeld ook vanuit andere perspectieven zoals die van het management. Daar oefenen ze zichzelf in tijdens onze masteropleiding. In onze opleiding zitten professionals vanuit de hele breedte van het sociale werk zoals jeugdwerkers, maatschappelijk werkers, welzijnswerkers en beleidsmedewerkers. Ze worden gestimuleerd om elkaar te bevragen over hun professioneel handelen en te discussiëren over hun aanpak. Daardoor leren ze zich in te leven in anderen. Marike laat hier duidelijk een ontwikkeling op professioneel niveau zien. Ze heeft niet alleen haar kennis verdiept, ze is ook beter in staat om strategisch te handelen. Ze denkt goed na over oorzaken en achtergronden, ze kan haar reactie uitstellen en ze zoekt geen conflicten.’

 

Innovatie van de opleiding

‘We blijven onze opleiding constant bijschaven op basis van de huidige ontwikkelingen. Via de beroepenveldcommissie krijgen we veel signalen over wat er speelt in de praktijk. Ook profiteren wij van de ervaringen die studenten opdoen in het werkveld. Soms kan dat aanleiding zijn om onszelf de vraag te stellen of we bijvoorbeeld meer aandacht aan bepaalde thematiek in de lessen moeten besteden. Het kan ook zijn, dat een student voor zijn onderzoek literatuur leest, die nuttig blijkt te zijn voor alle studenten. Dan passen we de literatuurlijst daarop aan.’
 

Landelijke opleidingsoverleggen

‘We spreken regelmatig werkgevers en we bezoeken congressen en studiedagen. Zelf zit ik in 2 landelijke opleidingsoverleggen, daar hoor ik ook veel. We hebben contact met lectoren van andere opleidingen en we lezen artikelen. En momenteel doe ik zelf een promotieonderzoek naar de bijdrage van de Master Social Work aan de professionalisering van sociaal werk.’

 

Toekomstvisie

‘Elke student voert onderzoek uit binnen de context van de organisatie. Zo zijn er bijvoorbeeld studenten die onderzoek doen bij hun cliëntengroep naar de werking van informele netwerken in de zorg. Het werkveld heeft er voordeel bij wanneer we dit soort onderzoeken op een algemener niveau zouden trekken. Dus, wat levert die informatie op voor sociaal werk in z’n algemeenheid? Het zou heel mooi zijn wanneer we hier in de toekomst ook onderzoek naar zouden kunnen doen, samen met de lectoraten.’

Mariël van Pelt (Coördinator van de Master Social Work), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Social Work - Professional

‘Voor alcohol- en drugsverslaafde vrouwen heb ik een ambulant voortraject ontwikkeld waarin zij andere hulp krijgen dan die in de gemengde groep binnen het Leger des Heils wordt aangeboden. Zo sluiten we beter aan bij de behoeftes van verslaafde vrouwen en zullen hopelijk meer vrouwen zich aanmelden bij onze instelling,’ vertelt Marike de Haan, senior op de afdeling Hoog Buurlo van De Wending, een intramuraal ontwenningscentrum voor alcohol- en drugsverslaafden binnen het Leger des Heils. In juni studeerde ze af bij de Master Social Work.

Marike de HaanHet ambulante voortraject is de uitkomst van haar masterthese waarin zij het belang van seksespecifieke hulpverlening binnen de verslavingszorg heeft onderzocht. Marike: ‘Binnen De Wending is slechts 0 tot 5% van de verslaafden vrouw, ten opzichte van een landelijk percentage van 25%. Ik vroeg me af waarom dat percentage bij ons zo laag is.’


Extramurale zorg

‘Uit mijn onderzoek blijkt, dat verslaafde vrouwen minder snel aan de bel trekken. Dat zij eerder kiezen voor extramurale zorg zodat zij bijvoorbeeld hun gezin niet in de steek hoeven te laten. In gemengde groepen is het moeilijker voor verslaafde vrouwen om te werken aan seksespecifieke problemen zoals seksualiteit, relaties en grenzen stellen. Wanneer zij het voortraject volgen, hetzij intern of thuis, worden ze weerbaarder en sterker zodat ze door kunnen stromen in de groepstherapie. Binnenkort hopen we te kunnen kijken in een pilot of het programma van het voortraject aansluit bij hun zorgvraag,’ zegt Marike.


SPH als basis

Marike volgde in het verleden de opleiding SPH. Ze werkte 7 jaar als groepsleider binnen De Wending en inmiddels 3 jaar als senior. Marike: ‘Ik wilde graag mijn kennis verdiepen. Een aantal keren werd mij een managementopleiding aangeboden, maar ik wilde niet alleen mijn managementkant ontwikkelen. Ik wilde ook blijven werken met de mensen. Toen zag ik de Master Social Work en ben ik in 2010 gestart.’


Zelfstandiger maken van hulpvragers

‘Binnen de opleiding leren we om actief behoeften in de huidige maatschappij te onderzoeken en vanuit nieuwe kennis een visie en aanpak te ontwikkelen en te implementeren. Mijn onderzoek past uitstekend binnen de huidige ontwikkelingen in de Wmo, waarin hulpverleners moeten zoeken naar mogelijkheden tot ‘empowerment’, het zelfstandiger maken van hun hulpvragers. Mijn voortraject maakt vrouwen sterker zodat ze daarna groepstherapie kunnen volgen.’


Actuele thema's

‘Ik heb bij mijn onderzoek het wijkgericht werken betrokken in de nazorg, ook een actueel thema binnen de Wmo. In het verlengde hiervan heb ik gekeken hoe we andere takken binnen het Leger des Heils kunnen betrekken bij het verlenen van nazorg bij vrouwen thuis, bijvoorbeeld binnen het programma Zorg Thuis of Tien voor Toekomst. Vroeger zou ik me niet met Wmo-ontwikkelingen hebben bezig gehouden. Nu wel. Ik voel me beter toegerust en ben blij met meer kennis. Ik weet wat er speelt en daardoor ben ik ook een betere gesprekpartner in de organisatie geworden.’


Een omslag bewerken

‘Ik heb geleerd om veranderingen door te voeren in de praktijk. Bij het onderwerp verandermanagement bestudeerden we welke organisatiestructuren zich goed lenen om verbeteringen door te voeren. Daardoor ga je op een andere manier naar je eigen organisatie kijken. In een top-down organisatie zoals die van ons zijn veranderingen doorvoeren lastig. Ik heb geleerd dat organisatieveranderingen grotere kans van slagen hebben wanneer je draagvlak creëert. Dat heb ik tijdens mijn masterthese gedaan. Ik heb collega’s, waaronder een klankbordgroep, betrokken en mijn ideeën aan hen gepresenteerd. Ik merkte dat ik mensen met me meekreeg,’ zegt Marike.
‘Ook heb ik geleerd buiten bestaande kaders te denken. Aanvankelijk dacht ik meer vrouwen aan te trekken wanneer we een aparte vrouwengroep zouden opzetten. Dat idee was financieel niet haalbaar. Ik dacht, hoe kunnen we het slimmer aanpakken en waar moeten we rekening mee houden? Zo kwam ik op het idee van het ambulante voortraject,’ zegt ze.


Les van inspirerende mensen

‘Ik heb niks dan lof voor de masteropleiding. De theoretische kennis die ik opdoe tijdens de Master Social Work pas ik meteen toe in de praktijk. Met het maken van praktijkopdrachten, maar ook tijdens mijn dagelijks werk. Van medestudenten pik je ervaringsverhalen op. Met elkaar brengen we casuïstiek in. Ik ben gegroeid als professional en heb genoten van de colleges. We hebben les gehad van inspirerende mensen zoals cultuurpsycholoog Jos van der Lans en Hans van Eeuwijk, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. De docenten zijn ook betrokken bij ons als studenten. Wat ik bijzonder vind is dat ze de tijd voor je nemen. Ik heb nu veel adequate kennis in huis, en wil daar iets mee. Binnen het Leger des Heils wil ik me meer gaan richten op projectmanagement. Bijvoorbeeld wanneer er nieuwe bezuinigingen zouden komen. Dan zou ik graag meedenken over hoe we dit kunnen vormgeven bij ons.’

Marike de Haan (Senior bij De Wending), Leger des Heils
Master Physician Assistant - Leidinggevende

Pierre van Grunsven, Medisch manager veiligheidsregio Gelderland-Zuid

 

Pierre van GrunsvenAmbulanceverpleegkundige Oscar Francissen leerde in de Master Physician Assistant denken als een huisarts. Voor zijn scriptie onderzocht hij hoe huisarts en ambulancezorg beter kunnen samenwerken. Juist in dat grensgebied kunnen PA’s het verschil maken, stelt medisch manager Pierre van Grunsven. ‘PA’s kunnen grensgevallen als geen ander beoordelen. Over zes jaar rijden ze visites voor de huisarts.’

 

Een pionier was hij, een wildcard. Toen ambulanceverpleegkundige Oscar Francissen bij medisch manager Pierre van Grunsven aanklopte om te praten over de Master Physician Assistant was niet meteen duidelijk wat hij als PA binnen de ambulancezorg kon betekenen. Waar PA’s in het ziekenhuis een duidelijke specialisatie en functie hebben was het binnen de ambulancezorg bijna onontgonnen gebied. Wat Van Grunsven – zelf van oorsprong huisarts – over de streep trok? ‘Als ambulanceverpleegkundige kon hij in zeer acute situaties protocollair vanuit toestandsbeelden handelen en zaken overzien. Maar hij wilde meer voor de patiënt betekenen, leren denken als een huisarts. En hij signaleerde terecht dat we veel te veel huisartsenritten doen. Het leek ons zinvol als hij in een masteropleiding zou onderzoeken hoe we optimaal kunnen samenwerken.’

 

Ambulance of niet?

De Verloskunde-afdeling, de crisisdienst van de RIAGG, de huisartsenpost: overal waar acute zorg wordt gegeven liep Oscar stage. ‘Van een verpleegkundige die “iets raars” in de longen hoort en volgens een protocol handelt heeft Oscar zich ontwikkeld tot iemand die in de acute zorg zelfstandig diagnoses kan stellen en medisch kan redeneren. Hij kan en mag binnen vastgestelde kaders patiënten behandelen, medicatie voorschrijven en controles uitvoeren.’ Juist het vermogen diagnoses te stellen is volgens Van Grunsven binnen de ambulancezorg ‘uitermate waardevol’. ‘Als er een melding binnenkomt bij 112 moet de centralist – tevens verpleegkundige – in twee minuten beslissen: zaak voor de ambulance of voor de huisarts?’ Een verdomd moeilijke keuze, weet Van Grunsven. ‘De grensgevallen zijn voor de niet-PA gewoon te lastig te beoordelen. Het gevolg: de patiënten belanden te vaak onnodig in het ziekenhuis. De samenwerking, het natraject en de overdracht kunnen veel beter.’

 

Sparringpartner

In 10 modules leerde Oscar over de volle breedte van de zorg kijken. De opleiding heeft hem milder gemaakt. ‘Voor een ambulanceverpleegkundige is soms moeilijk te bevatten dat er niet direct een crisismanager komt voor psychotische patiënten. Ze willen handelen, niet wachten. Oscar snapt welke afwegingen er worden gemaakt: hij kan het vakgebied zowel bottom up als top down overzien. Voor Van Grunsven werd hij een sparringpartner. ‘Hij stelt kritische vragen over waar mijn verantwoordelijkheid ophoudt en die van het team begint. Binnen de organisatie ondersteunt hij mij bij interne en externe kwaliteitsbewaking. Hij voert bijvoorbeeld met een open houding reflecterende gesprekken als er vragen zijn over de handelswijze van een (huis)arts.’

 

PA’s die spoedvisites doen

Hoewel Oscar er in slaagde een eerste brug te slaan tussen huisarts- en ambulancezorg, zijn veel huisartsen nog huiverig voor het inzetten van een niet-arts. Toch denkt Van Grunsven dat er op termijn een tussenlaag komt van PA’s die huisartsen ontlasten met spoedvisites. ‘Door de vergrijzing van de huisartsenpopulatie in onze regio en het toenemend aantal – vaak parttime werkende – vrouwelijke huisartsen zal vroeg of laat een beroep moeten worden gedaan op PA’s met een huisartsgeneeskundige denkwijze.’ Wat die huisartsgeneeskundige denkwijze precies is vat Van Grunsven kernachtig samen. ‘Een huisarts gaat ervan uit dat de patiënt gezond is tot het tegendeel bewezen is. Dat moet je durven en om dat te durven moet je de vaardigheden hebben om dat te kunnen onderbouwen.’ Of Oscar dat kan? Van Grunsven is er kort over: hij is PA, hij kan het en hij durft het. Juist omdat hij gewend is om te gaan met acute situaties kan hij voor de huisarts – die 101 andere zaken aan zijn hoofd heeft – veel betekenen. En bij twijfel? Dan koppelt hij het terug.’

Pierre van Grunsven (Medisch manager), Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
Master Physician Assistant - Professional

Oscar Francissen, Physician Assistant ambulancezorg Gelderland-Zuid

Oscar FrancissenIn de 20 jaar dat Oscar Francissen als ambulanceverpleegkundige werkt zag hij steeds meer patiënten die eigenlijk naar de huisarts hadden gemoeten. Hoe kunnen we de samenwerking tussen de huisarts, de ambulance en de eerste hulp verbeteren? Die vraag beantwoordde hij in zijn prijswinnende scriptie voor de Master Physician Assistant van de HAN. ‘Juist in de acute extramurale geneeskunde kunnen PA’s veel betekenen.’ 

 

‘Als ik opgeroepen word moet ik meteen weg met de ambulance.’ Als fast responder maakt Oscar acuut de juiste beslissingen en afwegingen. Welke patiënt moet het eerst geholpen? Wel of niet vervoeren? En als er tien patiënten zijn: wie wordt er dan het eerst geholpen?

 

Complex werkveld

Een koerier met de opdracht patiënt stabiel houden en vervoeren: dat was volgens Oscar de taak van de ambulanceverpleegkundige vroeger. De afgelopen 20 jaar werd het werkveld steeds complexer. ‘Nu dient de ambulanceverpleegkundige medicatie toe, legt hij een infuus aan en maakt hij een ECG. Vervolgens draagt hij de patiënt volgens het protocol over aan de tweede lijn: het ziekenhuis. Maar wat te doen met het toenemend aantal patiënten dat eigenlijk naar de huisarts had gemoeten?’ Is dat een kwestie van slechte filtering? Dat is te makkelijk geredeneerd, vindt Oscar. ‘Mensen bellen sneller 112 en paniek is oprecht. Het probleem is alleen dat ambulancepersoneel is opgeleid voor de tweede lijn, voor de eerste lijn is geen protocol. Eerstelijnspatiënten lopen daardoor het risico onterecht in de tweede lijn terecht te komen.’

 

Denken als de dokter

Denken en handelen als een arts: dat leerde Oscar in de Master PA samen met onder andere fysiotherapeuten, logopedisten, podotherapeuten en diëtisten. ‘In 2,5 jaar doe je 60% van een geneeskundeopleiding. Door onder andere colleges chirurgie, inwendige aandoeningen, gynaecologie en psychiatrie leer je hoe de verschillende disciplines in elkaar zitten.’ Dat Oscar zich specialiseerde in de acute extramurale eerste lijn is redelijk uniek. ‘PA’s specialiseren zich altijd in een bepaald vakgebied: ze zijn zaalwacht voor de cardioloog of ze doen spreekuren onder supervisie van de orthopeed.’ Maar juist in de ambulancesector zijn PA’s met een huisartsgeneeskundige denkwijze nodig, betoogt Oscar. ‘Als verpleegkundige handelde ik naar toestandsbeelden. Nu ben ik in staat een differentiaal diagnose te stellen en risico’s calculeren.’ Het gevolg: Oscar is in staat grensgevallen beter te beoordelen, waardoor de patiënt zorg op maat krijgt, eerste- danwel tweede lijn.

 

1225 ritten

In hoeveel gevallen werd de patiënt naar het ziekenhuis vervoerd terwijl deze eigenlijk een geval voor de huisarts was? Voor zijn onderzoek naar een betere samenwerking tussen huisarts, ambulance en eerste hulp analyseerde Oscar 1225 ritten. Onderzoek met een visie, vond de masteropleiding van de HAN die hem met een scriptieprijs nomineerde voor de hoofdprijs van de Nederlands Vereniging van Physician Assistants. De resultaten – 25% van de ambulanceritten en 66% van de motorritten – verrasten Oscar geenszins. ‘We kunnen veel meer gebruik maken van elkaars kwaliteiten en capaciteiten. De huisarts hoort nu vaak niet of laat als er ambulancecontact is geweest, doordat er geen vaste overdracht bestaat tussen de ambulance en huisarts. Vaak weet de patiënt niet precies meer waarom hij vervoerd is. En wat als een patiënt mantelzorger is voor een demente partner? Kan hij dan niet beter thuisblijven? ’Juist vanwege deze informatie is de huisarts een belangrijke partner, benadrukt Oscar. ‘Hij kent de voorgeschiedenis, hij kan beslissen met de familie of het wenselijk is een terminale patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren.’

 

Geen vingers hechten

Een PA die spoedvisites doet en die grensgevallen beoordeelt om de huisarts te ontlasten: in Groningen rijdt er al een rond. In het belang van de patiënt zou er landelijk draagvlak moeten komen voor PA’s die het gat tussen de eerste- en tweedelijnszorg dichten, vindt Oscar. ‘Huisartsen zien de PA nog niet altijd als een partij die, net als in het ziekenhuis, specialisten kan ontlasten. Ze durven alleen kleinere gevallen uit handen te geven’. Dat is jammer, vindt Oscar. ‘Ik heb wel geleerd om bijvoorbeeld te hechten, maar het is niet mijn corebusiness: dat zijn bijvoorbeeld de patiënten
met pijn op de borst of acuut buikpijn die beoordeeld moeten worden op wel of geen ziekenhuisopname. Juist in de acute extramurale geneeskunde kunnen ambulance-PA’s het verschil maken.’

Oscar Francissen (Physician Assitant), Ambulancezorg Gelderland-Zuid
Master Physician Assistant - Begeleider

Theo Wobbes, chirurg en gastdocent

Een pacemaker inbrengen, zelfstandig kniespreekuren doen, een zaal runnen voor de cardioloog: in ziekenhuizen en klinieken nemen Physician Assistants specialisten veel werk uit handen. In de ambulancesector is de positie van de PA nog nieuw, maar daar komt met PA's als Oscar Francissen verandering in, stelt chirurg en gastdocent Theo Wobbes. ‘Oscar is heeft een visie. Niet voor niks won hij bij de HAN de scriptieprijs van de Master Physician Assistant.’

 

Theo Wobbes‘Vertelt u mij nu eens hoe het zit. Wat is de waarheid?’ In het eerste college chirurgische aandoeningen ziet chirurg en gastdocent Theo Wobbes studenten nog wel eens bezorgd kijken, maar dat is na 2,5 jaar wel anders. Juist de groei in het denken - van protocollair naar academisch – van bijvoorbeeld verpleegkundigen, fysiotherapeuten en diëtisten - maakt Wobbes het meest enthousiast. 'In de Master PA-opleiding leren studenten klinisch te redeneren als een dokter, diagnoses te overwegen en daarover te discussiëren met anderen. Natuurlijk: acute zorg is acute zorg, maar wanneer het niet acuut is hebben PA's het vermogen een stap terug te nemen en te reflecteren. Waar nodig durven ze van het protocol af te wijken: ze kunnen medisch denken en handelen.’

 

Geneeskunde in 2,5 jaar

Een pittige opleiding, waarin studenten processen leren doorzien. 'Natuurlijk: in 2,5 jaar is het niet mogelijk alles te leren wat je in een zesjarige geneeskundestudie leert, maar als PA weet je wel hoe dingen in elkaar zitten. Wat doet een chirurg en waarom? Wat zijn de complicaties? Welke problemen hebben oudere of psychiatrische patiënten, hoe anticipeer je daarop? In een tiental blokken krijgen de PA’s-in opleiding inzicht in een breed spectrum van aandoeningen.’ Het resultaat: het niveau van een goede arts-assistent met het vermogen te denken als een specialist in het specifieke vakgebied waarin ze zijn opgeleid.

 

Onderwegartsen

Hoe kunnen PA's huisarts ontlasten? Wat kan de motorambulanceverpleegkundige daarin betekenen? Voor zijn scriptie deed ambulanceverpleegkundige Oscar Francissen onderzoek naar de huidige structuur in de ambulancesector. Zeer innovatief onderzoek, stelt Wobbes, waarvoor Oscar de scriptieprijs won. 'Oscar laat zien hoe PA’s de brug kunnen slaan tussen eerste- en tweedelijnszorg.’ Dat PA’s in de ambulancesector veel kunnen betekenen, daar is Wobbes van overtuigd. 'Juist ter ontlasting van de huisarts – voor wie acute visites vaak op ongelegen momenten komen – kunnen PA’s worden ingezet. Vanwege hun mobiliteit en vermogen om te gaan met acute situaties zouden PA’s de nieuwe ‘onderwegartsen’ kunnen worden en acute visites in samenspraak met huisarts kunnen rijden.’

 

Een man met visie

Wobbes hoopt dat er in de toekomst een duidelijke positie komt voor PA’s in de ambulancezorg. 'In het ziekenhuis hebben PA's al een afgebakende rol: ze zijn zaalarts, ze voeren zelfstandig operaties uit, doen zelfstandig specifieke spreekuren en ze worden ook als specialist op hun gebied erkend.’ Welke rol denkt Wobbes dat Oscar over 5 jaar vervult? ‘Ik hoop dat hij landelijk een positie krijgt om beleid te maken voor PA’s in de sector.’ Wat voor een platform dat zou moeten zijn? ‘Dat zou Oscar kunnen ontwikkelen. Daarvoor heb je visie nodig. En Oscar heeft niet alleen visie, maar ook het vermogen om de juiste mensen achter zich te krijgen.’

 

Vertrouwen verdienen

Voordat er landelijk PA’s worden ingezet zal er nog wat water door de Rijn moeten vloeien, maar toch: als we Wobbes vragen hoe hij een sceptische huisarts zou overtuigen reageert hij haast verontwaardigd. ‘Weet je wat een PA ís, en wat hij kán?’ Niet voor niks zet deze masteropleiding hoog in op kwaliteit van de opleiding: een aantal studenten moet eerst een assessment doen en tentamens zijn van hoog niveau. ‘We investeren dus in kwaliteit, zodat PA’s vertrouwen verdienen. Maar eenmaal opgeleid is het ook belangrijk dat ze vertrouwen krijgen. De PA is goed in het vakgebied waarin hij zich heeft bekwaamd: laat hem zijn werk doen. Juist ter ontlasting van specialisten kunnen ze ontzettend veel betekenen.’

Theo Wobbes (Chirurg en gastdocent), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Leidinggevende

'Sifra snapt hoe de praktijk werkt'

 

Leidinggevende Brenda Fibicher over de meerwaarde van de Master Neurorevalidatie

 

Brenda Fibicher‘Sifra is een fysiotherapeut die haar kennis deelt en mensen prikkelt tot innovatie. Dit doet zij op een heel bescheiden en laagdrempelige manier. Hierbij betrekt zij alle behandeldisciplines. Ze is een belangrijke bruggenbouwer.’ Aan het woord is Brenda Fibicher, hoofd verpleging in het Expertisecentrum Neurorevalidatie Amsterdam. Ze vertelt hoe Sifra Broeder door haar masteropleiding Neurorevalidatie de dagelijkse praktijk in het centrum verbetert. Sifra ontwikkelt en implementeert een protocol voor de behandeling van een ‘neglect’, een aandoening in de hersenen waardoor iemand zijn omgeving minder goed of slechts gedeeltelijk waarneemt.

 

Kennis naar de werkvloer

Expertisecentrum Neurorevalidatie Amsterdam is onderdeel van Reade, een grote organisatie voor gespecialiseerde revalidatie en reumatologie. Het centrum is voorloper in onderzoek en behandeling van mensen met hersenletsel en werkt continu aan het verhogen van het kennisniveau. In het expertisecentrum vindt bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek plaats in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Maastricht. Ook kent het centrum zogenaamde knowledge brokers, die zich bezig houden met evidence based practice. Zij zijn opgeleid om de richtlijnen voor neurorevalidatie te implementeren in de praktijk. Volgens Brenda laat Sifra nu zien dat ook zij daar een grote rol in kan spelen. ‘De link naar de werkvloer is het moeilijkst. We zijn vanuit het verleden gewend onze kennis te ontwikkelen vanuit de praktijk. Om iets te veranderen op basis van onze klinische blik. Tegenwoordig doen we het op basis van onderzoek en dat is een grote omslag in de zorg. Iemand als Sifra snapt hoe de praktijk werkt en is dankzij deze masteropleiding in staat om de theorie naar de praktijk te vertalen. Dat laat ze met het neglect-protocol heel duidelijk zien. Zij speelt daarmee een krachtige rol in onze organisatie.’

 

Weloverwogen keuze

De keuze voor deze master voor Sifra is heel bewust gemaakt, vertelt Brenda. ‘Als een medewerker een opleiding wil volgen, kijken we natuurlijk heel goed naar het niveau en de competenties: kan hij of zij het aan? Past dit in het eigen ontwikkelplan? Bij Sifra was heel helder dat zij geschikt was om deze masteropleiding te gaan volgen. En haar motivatie trok ons over de streep. Ze is heel enthousiast en heeft deze keuze weloverwogen gemaakt. Ze heeft er met collega’s over gesproken en zich goed laten voorlichten.’ Het gaat in de opleiding niet alleen om de zorg zelf, maar vooral ook om de organisatie eromheen. Volgens Brenda is vooral dat organisatorische deel van de opleiding heel belangrijk en een reden om voor de Master Neurorevalidatie van de HAN te kiezen.

 

Verbinding met andere disciplines

‘Aan Sifra was heel snel te merken dat ze een overstijgende blik kreeg. En dat ze heel goed in staat is om verbindingen te leggen met de andere disciplines. Dat is een enorme meerwaarde voor ons. Bovendien valt op dat ze ook verpleegkundigen weet te motiveren. Dat is bijzonder, omdat het voor verpleegkundigen soms best lastig is om nieuwe kennis te vertalen naar de praktijk.’ De wijze waarop je kennis overdraagt is belangrijk om draagvlak te krijgen, benadrukt Brenda. ‘Sifra is nu bijvoorbeeld workshops aan het opzetten. Dat doet ze binnen het grote werkoverleg, met het multidisciplinaire team, maar ze geeft ook aparte workshops aan behandelaars en verpleegkundigen samen. Ze weet anderen te stimuleren en wordt dus geen ‘eenzame strijder’. Heel knap.’

Brenda Fibicher (Hoofd verpleging), Expertisecentrum Neurorevalidatie Amsterdam
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Professional

'De patiënt is straks echt beter af'

 

Professional Sifra Broeder over de meerwaarde van de Master Neurorevalidatie

 

Ik wil een brug slaan tussen praktijk en onderzoekSifra Broeder

‘In 2008 studeerde ik af als fysiotherapeut. Ik ben inmiddels al wat jaren werkzaam bij Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie en wilde meer. Onderzoek vond ik altijd wel interessant, maar ik wil geen onderzoeker worden. Ik wil een brug slaan tussen praktijk en onderzoek. En dat is wat deze opleiding mij leert. Je past alles direct in de praktijk toe. Daarom heb ik er bewust voor gekozen.’ Sifra Broeder vertelt over de masteropleiding Neurorevalidatie en haar afstudeerproject: ‘Dat project draagt direct bij aan de kwaliteit van leven van de patiënt. En daar doe ik het voor.’

 

Behandelmethode voor neglect

In het tweede ‘blok’ van de opleiding gaan studenten aan de slag met een vraag uit hun eigen praktijk. Ze leren de onderzoeksvraag stellen en gaan op zoek naar onderbouwing in de literatuur. Vervolgens vertalen ze die kennis naar hun eigen praktijk. Sifra ging op zoek naar de behandelmethodes voor een neglect, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort. Om vervolgens te beoordelen of het in ‘haar’ revalidatiecentrum wel goed gebeurt: ‘Die zoektocht leverde zoveel waardevolle informatie op dat ik het heb uitgebouwd tot mijn afstudeeropdracht. Inmiddels hebben we er een projectgroep voor in het leven geroepen waarin alle disciplines zitting hebben: een revalidatiearts, een psycholoog, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een logopedist en een verpleegkundige. We maken een protocol op basis van het beste bewijs uit de literatuur. En dat gaan we dan implementeren. Daarmee hebben de verschillende disciplines houvast en is de patiënt straks echt beter af.’

 

Theorie en praktijk

‘Neglect heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven, op je functioneren. Als je dat kan verbeteren in de dagelijkse activiteiten, kun je veel verbeteren voor de patiënt. Dat is voor mij een belangrijke drijfveer geweest om dit onderzoek te gaan doen. Het blijkt echter dat de theorie nog heel ver van de praktijk af staat. Dat onderzoek leverde veel theoretische informatie op, maar de vraag is wat kan in de praktijk. Er was een behandeling beschreven die niet mogelijk is in onze praktijk, omdat we die intensiteit niet kunnen bieden en de financiën niet hebben. Dus hebben we gekozen voor iets wat wel haalbaar is. We ontwikkelen een behandeling die we in de praktijk kunnen gaan testen. Vervolgens kunnen de theoretici weer aan de slag met onze bevindingen. Zo ‘voeden’ we elkaar. Alleen op deze manier boek je vooruitgang.’

 

Je wordt veranderkundig

Sifra is achteraf verrast hoe snel je ‘anders’ leert denken: ‘Ik moet over de verschillende lagen in de organisatie nadenken. Eigenlijk was ik voorheen vooral op mijn eigen eilandje bezig. Nu denk ik niet alleen fysiotherapeutisch, maar veel breder. Ik betrek ook de andere disciplines bij mijn plannen. En ik denk meer in organisatietermen: welke rol speelt het management bijvoorbeeld? En hoe zit het met de financiën? Dat was nooit echt mijn ding, maar wel belangrijk en nu vind ik het zelfs wel leuk dat ik ook daar rekening mee moet houden. En dan is er nog de planning. Als behandelaars worden we ingepland door een planner. Als je iets wilt implementeren moet je dus ook diegene erbij betrekken. Eerst ging ik meteen aan de slag, maar nu bedenk ik eerst hoe ik het moet organiseren. Bovendien heb ik geleerd om mijn doelen helder te formuleren en niet te snel met oplossingen te komen. Je moet eerst naar het onderliggende probleem op zoek. Je mag wel zeggen dat deze opleiding je veranderkundig maakt.’

 

Inspirerend

Sifra vond de manier van lesgeven in de opleiding even wennen: ‘Ik werd wel in het diepe gegooid, maar volgens mij was dat ook de bedoeling. Het vergt inspanning en tijd om grip te krijgen op de lesstof, maar ik heb al veel geleerd. Ik denk nu heel anders dan ik twee jaar geleden dacht.’ Over de docenten is Sifra erg enthousiast: ‘Ze hebben ontzettend veel kennis. De veranderkundige, de statistiscus, ze komen allemaal hun verhaal zo vertellen dat je het direct weer kunt vertalen. Je denkt meteen aan je project en je kunt datgene wat ze vertellen meteen in de context plaatsen die voor jou nuttig is. Erg inspirerend!’

Sifra Broeder (Fysiotherapeut), Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie
Master Neurorevalidatie en Innovatie - Begeleider

'Onze masters zijn kartrekkers'

 

Afstudeerbegeleider Marie-Antoinette van Kuyk over de Master Neurorevalidatie

 

Marie-Antoinette van KuykMarie-Antoinette van Kuyk is tutor van de eerstejaars masterstudenten Neurorevalidatie en afstudeerbegeleider. Zelf promoveert ze binnenkort op arbeid bij mensen met een langzaam progressieve neuromusculaire aandoening. Ze is jarenlang manager in de gezondheidszorg geweest. Dit jaar begeleidt ze Sifra Broeder bij haar afstuderen. Sifra onderzoekt in het revalidatiecentrum waar ze werkt hoe alle verschillende revalidatiedisciplines omgaan met een ‘neglect’. Een aandoening die de waarneming verstoort. Marie-Antoinette legt uit waarom dit onderzoek exemplarisch is voor de meerwaarde die masterstudenten Neurorevalidatie leveren.

 

Zorgvernieuwing

Volgens Marie-Antoinette is het glashelder waarom de Master Neurorevalidatie de beroepspraktijk verbetert: ‘Deze masteropleiding gaat over de zorg zelf, diagnostisch en inhoudelijk dus, maar ook over het organiseren van de zorgvernieuwing. Het inhoudelijke deel wordt op meer plekken onderwezen, maar dat tweede deel maakt ons uniek. Die organisatie van zorg en dus het implementeren van zorgvernieuwing op het gebied van neurorevalidatie is een ingewikkeld verhaal. Kijk maar naar de eerste resultaten van Sifra: ze ontdekte dat de verschillende disciplines de aandoening ‘neglect’ allemaal anders benoemen en dat de verschillende behandelaars dezelfde aandoening niet op dezelfde manier behandelen. Eenduidigheid aanbrengen en de patiënt centraal stellen, dát is het doel van onze afgestudeerde masters.’

 

Eerst organiseren

Dat goede organisatie een voorwaarde is voor succesvolle behandeling ondervindt Sifra heel duidelijk en dat is niet altijd gemakkelijk, benadrukt Marie-Antoinette: ‘Als paramedicus wil je natuurlijk de effectiviteit van een behandeling onderzoeken. Maar daarvoor moet eerst de organisatie op orde zijn. Sifra moet dus eerst haar nieuwe richtlijn implementeren. Je kunt immers pas weten of een pil werkt, als iedereen die pil op tijd krijgt. Ze moest dus gevoelsmatig een stap terugzetten. Al die behandelaars, revalidatiearts, neuropsycholoog, verpleegkundige, maatschappelijk werker, kunnen zij allemaal zo’n neglect herkennen? En wordt het met iedereen gedeeld? Hebben we daar protocollen voor? Toen ze wilde beginnen met de zorgvernieuwing, bleek dus dat ze eerst de organisatie eromheen moest verbeteren.’

 

Een casus interdisciplinair aanvliegen

De masteropleiding Neurorevalidatie heeft een heel diverse groep studenten. Dat betekent dat tijdens de opleiding al gebeurt, wat ook straks in de praktijk moet gebeuren: een casus interdisciplinair aanvliegen. Marie-Antoinette: ‘Het is elk jaar hetzelfde: je ziet de schellen van de ogen vallen als ze een casus met hun collega-studenten bespreken. Er is zoveel wat de verschillende disciplines niet van elkaar weten. We halen de studenten bewust uit hun comfort zone. Sifra analyseert nu in haar organisatie wat de revalidatiearts doet aan een neglect en wat de psycholoog doet. Doordat zij dit interdisciplinair oppakt, bouwt ze nu al bruggen binnen de organisatie. Vooral omdat ze ook projectleider is binnen haar organisatie. Ze moet het aansturen en dat kan ze ook. Ze laat zich niet overrulen.’ Volgens Marie-Antoinette zijn de afgestudeerde masters echte kartrekkers: ‘Mensen die deze opleiding hebben gedaan, hebben hun rugzak gevuld met know how waardoor ze projectmatig kunnen werken en kunnen aansturen.’

 

Zorgvernieuwing en kosteneffectiviteit

Afgestudeerde Masters Neurorevalidatie zorgen voor sneller herstel van de patiënt door zorgvernieuwing en implementatie. Marie-Antoinette: ‘Het begint met afstemming en samenwerking. Met goede logistieke processen en richtlijnen. Pas daarna kun je de inhoud van de zorg op effectiviteit beoordelen.’ Dat deze afgestudeerde Masters zich ook gaan richten op de organisatie, brengt direct hun maatschappelijk belang in zicht: ze maken de zorg kosteneffectiever. Deze jonge opleiding moet dat nog wel bewijzen. ‘We moeten ons effect op de maatschappij inderdaad nog laten zien.’ Maar het is nu al helder dat we ons onderscheiden omdat we het niet alleen hebben over methodisch-technisch handelen maar ook over organisatie, zorgvernieuwing en kosteneffectiviteit. Wat Sifra inhoudelijk doet met neglect is exemplarisch voor heel veel zaken die je zou kunnen verbeteren op het gebied van neurorevalidatie.’

Marie-Antoinette van Kuyk (Afstudeerbegeleider), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Advanced Nursing Practice - Professional

'Ik wil mijn vakgebied verder helpen ontwikkelen'

Professional Jacques Voskuilen over de meerwaarde van de Master Advanced Nursing Practice

Jacques VoskuilenJacques Voskuilen was zorgmanager Oncologie-Interne geneeskunde. Samen met Joep Douma, oncoloog en internist, richtte hij een consultteam op dat zich specialiseert in palliatieve zorg. Ze bouwden aan een team van Verpleegkundig Specialisten dat inmiddels in het hele Rijnstate Ziekenhuis bijzonder succesvol palliatief zorgadvies geeft. Toen besloot Jacques dat ook zijn toekomst ‘in’ het team lag. En niet ‘erboven’. Hij liet zich met de masteropleiding Advanced Nursing Practice ook zelf opleiden tot Verpleegkundig Specialist.

Bewuste keuze voor masterniveau

‘Toen we het consultteam oprichtten, hebben we goed nagedacht over het niveau dat nodig is. We hebben een duidelijke keuze gemaakt voor het masterniveau van de Verpleegkundig Specialist. Ze moeten immers een duidelijke meerwaarde hebben binnen het team, deskundiger zijn dan een verpleegkundige en evidence based werken. Ze moeten bovendien kunnen schakelen van verpleegkundige naar medische taal en vanuit de medische expertise gesprekken aangaan met artsen en specialisten. In ons ziekenhuis is dat extra belangrijk, omdat we als opleidingsziekenhuis veel specialisten in dienst hebben. Het niveau van Verpleegkundig Specialist was dus een ‘harde eis’. Samen met de masteropleiding Advanced Nursing Practice van de HAN hebben we al 4 specialisten opgeleid. Waaronder ikzelf. Ik besloot mijn leidinggevende functie te verruilen voor het verpleegkundig specialisme, zodat ik me direct met de patiënten en de innovatie van de palliatieve zorg kan bezighouden. Dit is een hele goede keuze geweest.’

Je standpunten leren overbrengen

‘Een van de belangrijkste voordelen van deze opleiding vind ik het feit dat je je bewust wordt van de wetenschappelijke wereld. Dat je leert waar je objectieve kennis kunt halen en vervolgens leert hoe je daar zelf een oordeel over kunt vellen. Daarnaast leer je te reflecteren op jezelf. Ook dat is een wezenlijk deel van deze opleiding. Het gaat over educatie én communicatie, want een essentieel onderdeel van je werk is het overbrengen van je standpunten op afdelingsartsen en verpleegkundigen. Je hebt een educatieve rol naar collega’s toe en moet je advies overtuigend onderbouwen met theorie. Dat vind ik het uitdagende aspect van het Verpleegkundig Specialist zijn.’

Intensief onderzoek

Jacques deed als afstudeeropdracht onderzoek naar de toepasbaarheid van het Ars Moriendi-model van professor Carlo Leget van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Draagt dit model meetbaar bij aan de palliatieve zorgbehandeling van een patiënt? ‘Het was een intensief onderzoek, met uitgebreide patiënten-interviews. Er kwam o.a. uit dat de grafische voorstelling van het model aanpassingen nodig had om beter aan te sluiten bij de werkelijkheid. Daarover heb ik met Carlo Leget gesproken en samen zijn we nu een nieuw grafisch model aan het ontwikkelen dat nog beter inzetbaar is in de palliatieve zorg. Je kunt het Ars Moriendi-model ook verder generaliseren naar andere patiëntengroepen toe. Chronisch zieken bijvoorbeeld, die afscheid moeten nemen van bepaalde dingen in hun leven.

‘Je krijgt meer voor elkaar’

Dankzij de opleiding weet ik wat nodig is om goed onderzoek te doen. En kan ik ook naar mijn organisatie toe onderbouwen waarom ik iets wil doen. Je krijgt meer voor elkaar. Als ik nu iets ter sprake breng, onderbouw ik het direct met literatuur. Zo kun je in je organisatie en binnen je vakgebied het beleid mee helpen ontwikkelen.’ Jacques presenteerde onlangs zijn onderzoek op een congres van de European Association for Palliative Care (EAPC) in Praag en werd uitgenodigd om lid te worden van de Taskforce Spirituality van het EAPC. ‘Ik heb de uitnodiging uiteraard aangenomen. Nu kan ik nog meer doen voor dit vakgebied.’

Pak je rol!

Veel Verpleegkundig Specialisten werken in een poli- of consultfunctie. Juist daar is het communicatieve aspect essentieel, vindt Jacques. ‘Artsen hebben weinig tijd voor het communiceren en hebben er soms zelfs weinig feeling mee. Terwijl het ontzettend belangrijk is om goed naar een patiënt te luisteren. Die feedback krijg ik ook van patiënten: na een of meer goede consulten hebben ze alles op een rij, er is duidelijkheid en dus vaak rust. Bovendien zorgt de Verpleegkundig Specialist ervoor dat de arts weet wat er bij de patiënt speelt, wat wensen en eisen zijn. Je werkt heel zelfstandig, maar moet die nieuwe rol wel echt oppakken. Ik merkte dat dat voor sommige van mijn medestudenten soms best lastig was. Het is een echte groeispurt in je positie. Je wordt een veel belangrijkere factor in de behandeling van een patiënt.’

'Je leert veel van elkaar'

Meer in het algemeen wil Jacques nog kwijt dat hij de interactie met zijn medestudenten heel waardevol vond: ‘Het was een gemengde groep, dus kwamen er bij de casuïstiek steeds heel verschillende invalshoeken op tafel: de GGZ, de ziekenhuiswereld, de jeugdzorg; je leert veel van elkaar. Sommigen waren pas drie, vier jaar aan het werk en andere zaten al langer in het vak. Een goede mix. Nu ben ik zelf reflectiedocent bij de opleiding. Ik begeleid studenten bij casuïstiek en intervisie en ik beoordeel toetsopdrachten. Ik zie de waarde van deze masteropleiding en wil er graag aan blijven bijdragen.’

Jacques Voskuilen (Verpleegkundig Specialist Palliatieve zorg), Rijnstate Ziekenhuis
Master Pedagogiek - Begeleider

'Een professionele Master moet de kaders zien'

 

Afstudeerbegeleider Vincent Peters over de Master Pedagogiek

 

Vincent PetersEen gezonde schoolkantine op een school voor praktijkonderwijs, dat is natuurlijk prachtig. Maar hoe onderzoek je of dat echt een ‘krachtige leeromgeving’ is? En hoe draagt het bij aan de competentie-ontwikkeling van de leerlingen? Janne Hikspoors onderzocht dit voor haar masteropleiding Pedagogiek. Ze is onderwijskundig leider op De Sprong, school voor Praktijkonderwijs in Deurne. Haar afstudeerbegeleider Vincent Peters snapt hoe Janne het voor elkaar kreeg om deze vragen op een wetenschappelijk gefundeerde manier beantwoord te krijgen.

 

Wetenschappelijke basis

De gezonde schoolkantine lijkt een succes. De Sprong, school voor praktijkonderwijs, doet zelfs mee met een landelijke prijsvraag voor onderwijsvernieuwing. ‘Die schoolkantine moest Jannes afstudeerproject worden,’ vertelt Vincent Peters. ‘Haar overtuiging was dat de kantine iets toevoegde aan de opleiding van de leerlingen, maar wat precies?’ De uitdaging van een masteropleiding is de theorie te koppelen aan dit specifieke geval. Vincent: ‘Dat schakelen tussen theorie en praktijk is vaak lastig. Bij vraagstukken uit je eigen praktijk blijf je vaak in die praktijk hangen. Het is lastig om je ervan los te maken en het vanuit de theorie te benaderen. Janne deed dit goed. Ze is heel doortastend te werk gegaan. Ze maakte een uitgebreide analyse van de beschikbare theorie over leeromgeving en competenties. En vulde dit aan met de nieuwste kennis over het begrip ‘De krachtige leeromgeving’. Het is haar goed gelukt om grip te krijgen op de theorie en op haar vraagstelling. Toen ze eenmaal gestart was, was het een rijdende trein. Die ik nauwelijks hoefde bij te sturen.’

 

Rollen

Vincent wijst erop dat het belangrijk is voor een masterstudent om de eigen rol goed te kennen. Dat begint met je rol als onderzoeker. Je maakt je los van de praktijk en duikt in de theorie, maar vervolgens ga je ook op onafhankelijke wijze je collega’s interviewen. Dat is voor veel studenten lastig. Er mogen geen suggestieve vragen in zitten, maar ook tijdens het interview kan het voor een collega vreemd zijn dat je naar ‘de bekende weg’ vraagt. Vincent: ’Ik leer studenten de eigen kennis uit te schakelen en de interviews goed in te leiden. Ze moeten afstand creëren om objectief te kunnen blijven. Bovendien bekijk je het probleem ook vanuit beleid en management. Dat is nog weleens verrassend voor studenten. Dat ze een bredere scope krijgen. Hoe zit dat pedagogische werk in elkaar? Hoe past het in het beleid van de eigen organisatie, van koepelorganisaties en van het ministerie? Een professional master moet boven zijn eigen probleem kunnen uitstijgen en de grotere kaders zien. Zijn totale werkveld overzien en er iets aan toevoegen. Janne had daar wel oog voor.’

 

Waarde voor de opdrachtgever

Janne heeft wetenschappelijk aangetoond dat de gezonde kantine niet alleen leuk en gezellig is, maar veel didactische waarde heeft voor de leerlingen van het praktijkonderwijs. Maar wat wordt die praktijkschool daar nu beter van? Vincent geeft aan dat het voor scholen steeds belangrijker wordt om hun methodes te onderbouwen: ‘Je moet weten waarom iets werkt, je hebt een toetsingskader nodig om de kwaliteit van lessen, methodes en leeromgevingen hoog te houden.’ De opleiding wil daarvoor nog dichter bij de werkgevers komen en zelf haar waarde voor die werkgever toetsen: ‘We hebben veel aandacht voor co-creatie: wat heeft de werkgever, de opdrachtgever er precies aan? We gaan daarom beginnen met eindgesprekken om een afstudeerproject goed af te sluiten. Daar is dan ook de opdrachtgever bij. Wij willen een helder beeld krijgen van de meerwaarde voor de opdrachtgever: is iemand echt een ‘professional’ geworden? Heeft hij of zij de organisatie nu meer te bieden? Bij Janne is dat zeker het geval. Zij is nu in een leidinggevende functie terechtgekomen. Dat gebeurt vrij veel, dat de student een bredere scope ontwikkelt en op een andere plek in de organisatie nog meer kan betekenen. Zo’n master helpt mensen doorstromen.’

 

Drive van binnenuit

Vincent vertelt over het allereerste gesprek dat hij had met de groep afstudeerders waar ook Janne bij zat: ‘Ze kwam in eerste instantie met een ander onderwerp, dat ze vanuit de organisatie had meegekregen. Ik merkte dat ze ertegenaan hikte en eigenlijk iets anders wilde. In ons derde gesprek heeft ze gelukkig alles nog omgegooid. Vanaf dat moment was het een rijdende trein. Dat eerste onderwerp lag haar niet na genoeg aan het hart, dus het is goed dat ze daarvan heeft kunnen afzien. Dat merk je aan andere studenten ook: een onderwerp waar je niet echt warm voor loopt, dat levert altijd moeilijkheden op. Ook omdat je afstuderen gaat over meer dan alleen je onderwerp. Het gaat ook over jou: wie ben jij, hoe zit je in je vak. In deze master wordt er veel aan jezelf gewerkt, via intervisie, supervisie en beroepsvorming. Dat vraagt energie en veerkracht. Je moet dus een drive van binnenuit hebben om dit te gaan doen. Dus heb je ook een onderwerp nodig dat je aan het hart gaat. Janne was door die drive in staat om bergen werk te verzetten. Heel consciëntieus en doelgericht.

Vincent Peters (Afstudeerbegeleider), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Pedagogiek - Professional

'Direct na diplomering kreeg ik een leidinggevende functie'

 

Professional Janne Hikspoors over de meerwaarde van de Master Pedagogiek

 

Janne HikspoorsJanne Hikspoors, docent op school voor praktijkonderwijs De Sprong in Deurne, kreeg direct na haar afstuderen als Master Pedagogiek een nieuwe interne functie aangeboden door haar werkgever. Daarmee vielen alle puzzelstukjes wel heel mooi op hun plek. Naast het lesgeven, leidt ze nu ook de school, samen met een collega. ‘Die functie kan ik aan dankzij de masteropleiding,’ zegt ze zelf. ‘Nu zie ik de waarde van de koppeling die de opleiding maakt tussen pedagogiek enerzijds en management en beleid anderzijds.’ Janne vertelt verder hoe ze beter zicht kreeg op het professionele netwerk rond een zorgleerling en welke bijzondere leeromgeving dankzij haar masterthese bewezen effectief is.’

 

Zicht op het netwerk

‘Wat ik het meest waardevol vond aan de opleiding? Dat mijn medestudenten uit verschillende sectoren kwamen. Ik weet nu beter wat er in het netwerk speelt en welke rol iedereen heeft. Je kijkt vaak vanuit je eigen werkveld naar een leerling, maar deze opleiding heeft me uit die kokervisie getrokken. Mijn medestudenten kwamen uit de jeugdzorg, de kinderopvang, het onderwijs, de gehandicaptenzorg. En je hebt allemaal het doel om dat ene kind zo goed mogelijk te begeleiden naar volwassenheid. Een casus die ingebracht werd, bekeken we samen vanuit de verschillende invalshoeken. Dat was echt een eyeopener. Ik ging de deur uit met stof tot nadenken: wat kan ik ermee als ik merk dat bijvoorbeeld jeugdzorg ergens tegenaan loopt? Ik heb nu beter zicht op het netwerk en zie daar ook kansen. Voor mijn leerlingen, maar ook voor mezelf.’

 

Vraagstukken anders aanvliegen

De lessen ‘Kwaliteit en beleid’ vielen voor Janne als docent nog niet direct op hun plaats. Maar sinds ze een leidinggevende functie heeft, merkt ze dat ze juist aan deze lessen veel heeft: ‘Nu vallen de kwartjes. Ik heb er nu echt baat bij dat ik in structuren heb leren denken, een helicopterview kan aannemen. Omdat je meer denkt vanuit een analytisch kader, kun je ook op een andere, weloverwogen manier je mening vormen, die mening goed onderbouwen en dan delen met je team. Ik vlieg vraagstukken die hier op mijn bordje komen, nu anders aan.’

 

Onderzoek naar de gezonde kantine

Janne wijdde haar afstudeeropdracht aan de ‘gezonde kantine’ van De Sprong. ‘Met deze kantine willen we onze leerlingen een goede leeromgeving bieden: ze planten zelf de zaadjes van de tomaat, oogsten de tomaat en verkopen hem in die kantine. Een mooie leerlijn. Een middel om je onderwijsdoelen te bereiken. Maar is dat wel echt zo? Hoe weet ik zeker dat deze gezonde kantine bijdraagt aan de competentieontwikkeling van de leerling? Die vraag heb ik beantwoord in mijn masterthese. Ik zocht een kader waaraan ik de leeromgeving kon toetsen. Met het concept van ‘De krachtige leeromgeving’ kon ik de vertaalslag maken van de leeromgeving van de gezonde kantine naar de competenties van de leerlingen. We zijn van plan om binnen onze school ook een balie in te richten als krachtige leeromgeving. En nu weet ik dus hoe we daarmee effectief kunnen werken aan de competenties van de leerlingen. We kunnen ze nu nog beter voorbereiden op hun eerste echte stageplaatsen en op hun plek in de maatschappij.’

 

Nieuwe functie

‘Ik herinner me het moment dat ik in de auto terug zat na de uitreiking van het masterdiploma. Ik dacht: wat gaat me dit nu brengen? Vijf dagen later werd ik door de directie benaderd om een leidinggevende interim-functie in te vullen. Uiteindelijk werd voor die functie een sollicitatieprocedure uitgeschreven en ik voelde me sterk genoeg om daarin mee te doen. Nu kon ik verwoorden waar ik voor sta. Wat mijn visie is en wat ik De Sprong te bieden heb als masterpedagoog. Dankzij de opleiding ben ik daartoe in staat. Het is fantastisch dat ik de functie gekregen heb.’ Samen met een collega is Janne nu kerngroepleider van Praktijkschool De Sprong. Ze zit aan tafel met de kerngroepleiders van andere scholen die onder de Instelling voor Voortgezet Onderwijs in Deurne vallen. ‘Ik ben mezelf aan het uitnodigen binnen die andere scholen. Om te kijken hoe zij bepaalde zaken aanpakken. Ik zie op mijn school dingen die anders kunnen en daar ga ik heel graag mee aan de slag.’

Janne Hikspoor (Docent), School voor praktijkonderwijs De Sprong in Deurne
Master Pedagogiek - Leidinggevende

'Janne laat onderwijskundig leiderschap zien'

 

Leidinggevende Monique van Roosmalen over de meerwaarde van de Master Pedagogiek

 

Monique van RoosmalenMonique van Roosmalen werd 2 jaar geleden rector van de Instelling voor Voortgezet Onderwijs in Deurne (IVOD). School voor praktijkonderwijs De Sprong maakt sinds kort officieel deel uit van deze instelling, dat verder bestaat uit nog 3 scholen voor vmbo, havo en vwo. In totaal telt het instituut zo’n 2000 leerlingen. Janne Hikspoors (26), afgestudeerd Master Pedagogiek, kwam in 2006 binnen als stagiaire, werd in 2009 docent en leidt nu samen met een collega de school. Monique is blij met de manier waarop Janne de school en zichzelf profileert in kleinere en grotere kring. ‘Ik vond het spannend om haar nu al deze zware positie binnen ons instituut te geven, maar heb geen moment spijt gehad.’

 

Grote verantwoordelijkheid

Het IVOD heeft kortgeleden, tijdens een reorganisatie, een complete managementlaag uit de organisatie ‘weggesneden’. Waar elke deelschool vroeger geleid werd door een directeur, ligt die verantwoordelijkheid nu bij de kerngroepleiders. De Sprong heeft 2 kerngroepleiders en de andere deelscholen hebben elk 3 of 4 kerngroepleiders. Dit managementteam staat onder leiding van Monique van Roosmalen, rector van het IVOD en de eindverantwoordelijk schoolleider van de school. Monique: ‘De functie van kerngroepleider is dus in wezen ook een directeursfunctie. Je hebt mede de verantwoordelijkheid over de deelschool. Dat vond ik voor Janne, die pas 26 jaar is, wel spannend. Maar in de sollicitatieprocedure liet ze zien dat zij de kennis en de competenties heeft. Ze is goed in structureren en organiseren. Ze heeft tijdens de masteropleiding een brede blik op het onderwijs ontwikkeld en is steviger in haar schoenen komen te staan. Ze geeft bovendien prioriteit aan wat echt belangrijk is en weet verhoudingen goed in te schatten.’

 

Vernieuwen en innoveren

Volgens Monique heeft Janne ‘een goed onderwijsverhaal’ en laat ze onderwijskundig leiderschap zien: ‘Ze heeft die organisatie tot de hare gemaakt. Ze ziet waar ze over vijf jaar met die school naartoe wil. Ze heeft visie. Vernieuwen en innoveren, dat is wat zij doet. Daarvoor heeft ze in de opleiding de instrumenten aangereikt gekregen. Ze profileert zich bovendien goed binnen ons instituut, want ze doet dat altijd op basis van inhoud en vanuit haar Brabantse bescheidenheid.’

 

Landelijk nieuws

Janne stond aan de wieg van de gezonde schoolkantine van De Sprong en heeft daar ook haar masterthese aan gewijd. Monique: ‘Haar onderzoek heeft ertoe bijgedragen dat we nu meer van deze ‘krachtige leeromgevingen’ gaan maken. De meeste onderzoeken blijven hangen in een visie en een mooi plan. Maar je moet er ook handen en voeten aan kunnen geven. Dat gebeurt in deze masteropleiding. Het is Janne gelukt om collega’s erbij te betrekken en het te laten neerdalen in de schoolcultuur. Iedereen is ‘om’. De andere scholen binnen ons instituut zijn ook nieuwsgierig geworden en ze heeft met de gezonde kantine zelfs het landelijke nieuws gehaald.’

 

Carrièresprongen

Dat Janne nu zo snel zulke grote carrièresprongen maakt is niet zonder gevaar, benadrukt Monique. ‘Mijn eis gaat zijn: zorg dat je nog steviger wordt, niet alleen als leidinggevende manager. Ik had haar liever nog even de tijd gegeven, maar die was er niet. Ze blijft in elk geval nog een groot deel van de tijd lesgeven. Het blijkt nu dat zij heel goed is in het combineren van lesgeven en leidinggeven. Ze blijft leren van haar collega-docenten en heeft tegelijk een helicopterview over de hele school. Het aansturen en beoordelen van docenten, daarin gaat ze nu ook geschoold worden. Dat is dan weer een sprong. In het grote geheel, met de twaalf andere kerngroepleiders en de directie, daar roert ze haar mond steeds meer. Ze houdt zich goed staande en gaat nog wel meer stappen maken. En dat hoeft niet per se bij IVO Deurne te zijn.’

Monique van Roosmalen (Rector), Instelling voor Voortgezet Onderwijs in Deurne (IVOD)
Master Leraar Wiskunde - Professional

'Masteronderzoek leidt tot betere wiskunderesultaten'

 

Professional Richard Janssen over de meerwaarde van de Master Leraar Wiskunde


Richard Janssen‘Dankzij de lerarenbeurs kon Richard Janssen, docent wiskunde aan het Karel de Grote College in Nijmegen, in 2009 van start met de Master Leraar Wiskunde. In juni 2012 studeerde hij af en de opleiding heeft zijn vruchten afgeworpen. De zevendertigjarige docent onderzocht of heuristieken een positief effect hebben op de resultaten bij meetkunde van leerlingen in de bovenbouw. Dit blijkt het geval te zijn. ‘Mijn leerlingen begrijpen meetkunde beter en halen hogere cijfers.’


Meetkunde

Het probleem van slechte meetkunde-cijfers speelt op veel scholen, vernam Richard van vakcollega’s. ‘Met name wanneer leerlingen zelf met opdrachten aan de slag gaan vinden ze meetkunde moeilijk.’


Heuristieken: breed inzetbaar

‘Concreet houdt een heuristiek in, dat ik leerlingen een soort recept geef om naar een oplossing toe te werken. Ik geef ze tips zoals om te kijken aan welke randvoorwaarden een opdracht moet voldoen, of ze onderdelen herkennen uit eerder gemaakte opgaven en of deze ook nu inzetbaar zijn. Wanneer een leerling bijvoorbeeld in een opdracht de optimale positie moet berekenen voor het plaatsen van een boerderij op een stuk land, dan kunnen ze heuristieken toepassen. Het blijkt dat leerlingen zo beter in staat zijn om sommen aan te pakken. Een aanpak overigens die ook breder kan worden toegepast, bijvoorbeeld bij natuurkunde en filosofie. Ik heb mijn bevindingen dan ook gedeeld binnen zowel onze wiskundesectie als met deze andere vakken.’


Eerstegraads bevoegdheid

‘Het Karel de Grote College is een vrije school. Bij ons staat de ontwikkelingsfase van leerlingen centraal en we bieden een uitgebreider vakkenpakket aan dan een reguliere middelbare school. Sinds ik mijn tweedegraads bevoegdheid heb behaald veertien jaar geleden, werk ik hier al. Ik heb in alle klassen lessen verzorgd, van het vmbo-kader tot aan het vwo. De laatste jaren heb ik meer in de bovenbouw van de havo en het vwo lesgegeven. Omdat je hier een eerstegraads bevoegdheid voor moet hebben, wilde ik mijn plek zeker stellen. Reden genoeg om met de masteropleiding te beginnen. Hoewel de tweedegraads opleiding me makkelijk afging, heb ik nooit doorgezet om een universitaire opleiding te volgen. Nu ik wat ouder ben, zie ik dat inhoudelijke verdieping voor mij meerwaarde heeft.’


Lerarenbeurs

‘Ik heb gebruik gemaakt van de lerarenbeurs om deze masteropleiding te kunnen volgen. De vergoeding voor collegegeld, boeken en reiskosten is de moeite, zeker ook gezien het feit dat de lerarenbeurs je de mogelijkheid biedt voor een verlofregeling. Zo werden voor een halve dag mijn lessen waargenomen waardoor ik deze tijd voor mijn studie kon gebruiken. Belangrijk is het ook dat je met je werkgever goede afspraken maakt. Ik heb er nog een halve dag extra bij gekregen waardoor ik standaard woensdag de hele dag kon wijden aan mijn studie.’


Discipline

‘De masteropleiding is me goed bevallen. Het programma is overzichtelijk ingedeeld en bestaat uit drie componenten: vakinhoud, vakdidactiek en onderzoek. Het sluit mooi aan op de tweedegraads opleiding en mijn eigen onderwijservaring. Maar het is wel zwaar. Niet zozeer vanwege de moeilijkheid van de lesstof, maar door de hoeveelheid. Je moet veel discipline hebben om dit programma bij te benen naast je schoolwerk, want ik ben daarnaast ook nog boekenfondscoördinator en ik verzorg de software waarmee rapportages worden verwerkt.’


Wetenschappelijk karakter

‘Een groot verschil met de tweedegraads opleiding is het wetenschappelijk gehalte van het programma. Je werkt naast boeken en het aanvullende lesmateriaal van docenten met wetenschappelijke artikelen uit dito tijdschriften wereldwijd. En natuurlijk wordt er van de masterstudenten verwacht dat ze een open houding innemen ten aanzien van de wetenschap.’


Inspelen op valkuilen

‘Op vakdidactisch gebied heb ik veel geleerd. Het was voor mij een eyeopener om te zien hoe de didactiek achter algebra in de bovenbouw in elkaar steekt. Ik heb geleerd om op een andere manier aan te kijken tegen letterformules, vanuit het oogpunt van de leerling gezien. Welke verschillende structuren kunnen leerlingen zien en hoe kunnen zij hiermee in de fout gaan? Ik kan daar nu beter op inspelen. En dat heeft resultaat. De laatste toets algebra hebben ze goed gemaakt. Dat is leuk.’


Elkaar aanvullen

‘De opleiding is kleinschalig. Ik had prettig contact met de docenten en heb het getroffen met mijn onderzoeksbegeleider. Wat ik ook leerzaam vond, is de samenwerking met medestudenten. Het is met name verrijkend om te zien hoe je elkaars vaardigheden aanvult. Mijn kracht ligt bij de wiskundige achtergrond, mijn medestudenten waren eerder kritisch op de inhoud, de logische structuur, de tekst en de vormgeving. Dat heeft goede eindresultaten opgeleverd.’

Richard Janssen (Docent Wiskunde, Karel de Grote College, Nijmegen), Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Wiskunde - Leidinggevende

'Richards masteronderzoek is van belang voor de hele school'

 

Leidinggevende Wanda Kasbergen over de meerwaarde van de Master Leraar Wiskunde.

 

wanda kasbergen‘Eerstegraads docenten zijn belangrijk voor onze school. Vorig jaar hebben we drie masterstudenten gehad die afgestudeerd zijn. In en buiten het onderwijs zijn er zoveel veranderingen. Te denken valt aan de toenemende invloed van social media en veranderende wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld verscherpte centraal eindexameneisen. Daarnaast verschijnen er nieuwe wetenschappelijke publicaties over de hersenwerking van pubers en de verschillen tussen jongens en meisjes onderling. We hebben mensen nodig die die ontwikkelingen volgen en daar op in weten te spelen,’ zegt Wanda Kasbergen, rector aan het Karel de Grote College in Nijmegen en leidinggevende van eerstegraads wiskundedocent Richard Janssen.


Inspiratie

‘De verbeteringen die eerstegraads docenten doorvoeren binnen hun vakgebied, zijn tot inspiratie van docenten uit andere vakgebieden. In Richards onderzoek zie je duidelijk terug, hoe zijn heuristieken ingezet kunnen worden bij natuurkunde en filosofie. Vakdocenten hebben hier voordeel bij.’


Onderzoeksmatige houding

‘Van eerstegraads docenten verwachten we een onderzoeksmatige houding ten aanzien van vraagstukken in de organisatie. Ze moeten zelfstandig met problematiek aan de slag gaan. We verwachten dat ze niet alleen kijken naar wat ze waarnemen binnen onze school, maar dat ze ook op een planmatige manier een literatuur- en praktijkonderzoek starten en een gedegen kijk ontwikkelen. Richard kan dat goed. Van nature heeft hij het in zich om onderzoeksmatig te denken. Hij heeft een gestructureerde manier van werken en hij is consciëntieus.’

‘Wij stimuleren bij onze leerlingen een onderzoeksmatige houding en om niet gelijk ergens wat van te vinden. We proberen hun creativiteit aan te spreken bij het oplossen van problemen en te komen tot een genuanceerd oordeel. Het onderzoek dat Richard heeft uitgevoerd naar het effect van heuristieken bij meetkunde past goed binnen deze filosofie. Heuristieken helpen leerlingen om op een creatieve manier tot de oplossing van vraagstukken te komen.’
 

Wetenschap volgen

‘Voor de toekomst van onze school is het belangrijk dat masterstudenten een open houding aannemen ten opzichte van wetenschappelijke onderzoeken. Ze moeten zich bekwamen in oordeelsvorming. En up to date blijven. Er is veel onderzocht waar je als docent je voordeel mee kunt behalen. In november verscheen in de Volkskrant het scholenonderzoek van Jaap Dronkers. Het Karel de Grote College belandde met de havo-afdeling landelijk in de top tien als één van de scholen met de meeste toegevoegde waarde.’
‘De vakken die wij verzorgen, zijn geen doelen op zich maar middelen om de ontwikkeling van onze leerlingen te bevorderen. Uit onderzoek is gebleken, dat cultuureducatie het leervermogen van leerlingen bevordert bij andere vakken. Wij bieden een breed vakkenpakket aan met kunst- en cultuurvakken en wij passen cultuureducatie toe binnen de reguliere vakken. Ook Richard maakt in zijn lessen de uitstap naar kunst en cultuur. Hij behandelt wiskundige verhoudingen binnen de kunst zoals dat van Escher.’
 

Intrinsiek motivatie

‘Eerstegraads docenten zijn initiatiefrijk, nemen dingen op zich en zoeken zaken uit. Ook hierin laat Richard zijn masterkwaliteiten zien. Hij heeft tal van extra taken zoals het beheren van ons personeelssysteem. Hij verzorgt de totstandkoming van technische rapportages. En hij heeft, samen met anderen, een belangrijke rol gespeeld bij de aanbesteding en onderhandelingen van de boekenfondsgelden. Ik ben vol lof over hem.’
‘Daarnaast is hij een uitstekende leerkracht. Hij kan goed uitleggen en zijn werk is altijd in orde. Hij is trouw aan de organisatie. Op onze school kennen wij geen salarisdifferentiatie naar functie. Richard heeft de opleiding puur gedaan om zichzelf te ontwikkelen en bij te dragen aan de ontwikkeling van zijn leerlingen.’

Wanda Kasbergen (Rector Karel de Grote College, Nijmegen), Karel de Grote College
Master Leraar Wiskunde - Begeleider

'Onderzoek van Richard is basis voor duurzame vernieuwing'

 

Begeleider Janneke van der Steen over de Master Leraar Wiskunde.


janneke van der steen‘Het onderzoek dat Richard Janssen heeft gedaan is natuurlijk relevant voor de sectie wiskunde maar eventueel ook daarbuiten en heeft door het praktijkgerichte karakter waarde voor de eigen school. Niet elke student heeft oog voor de relevantie buiten het eigen vak, maar Richard wel,’ vertelt Janneke van der Steen, onderzoeker bij het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, Faculteit Educatie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij heeft samen met de coördinator van de Master Leraar Wiskunde Richard begeleid en beoordeeld gedurende zijn masterthese.


Eindexamen

‘Met zijn specifieke aanpak om leerlingen moeilijke meetkunde-opgaven te laten oplossen’, vervolgt Janneke, ‘bereiden zijn leerlingen zich beter voor op het centraal eindexamen. En hij verschaft handvatten voor andere vakken. In de aanbevelingen van zijn onderzoek heeft hij ideeën gegeven om zijn interventie in te zetten bij bijvoorbeeld natuurkunde en filosofie.’


Complex onderzoek

‘De complexe manier waarop Richard Janssen een vakdidactisch, praktijkgerelateerd probleem in de bovenbouw havo/vwo heeft onderzocht, maakt zijn onderzoek tot een onderzoek op masterniveau,’ vertelt Janneke. Als onderzoeksbegeleidster heeft zij Richard beoordeeld op het onderzoeksproces en de kwaliteit van zijn onderzoek. Coördinator Fred Muijrers heeft zich als begeleider gefocust op het vakdidactische aspect van Richards masterthese. ‘Richard heeft op verschillende manieren onderzocht of zijn onderzoeksontwerp resultaat heeft gehad,’ gaat Janneke verder. ‘Hiervoor gebruikte hij de hard-op-denkmethode, analyseerde hij schriftelijke uitwerkingen van het oplossingsproces dat zijn leerlingen gevolgd hadden om tot een uitkomst te komen en hield hij bij hoe lang ze met opgaven bezig waren. Daarnaast heeft hij interviews gehouden en enquêtes afgenomen.’


Betrokkenheid

‘Het is belangrijk dat masterstudenten onderzoek doen naar een onderwerp waar zij zelf problemen mee ervaren. Dat vergroot hun betrokkenheid. Op het Karel de Grote College in Nijmegen waren de resultaten voor meetkunde onder de maat. Al vrij snel heeft Richard daarom dit onderwerp gekozen en toonde hij zich enthousiast om het te onderzoeken. Elke keer wanneer wij zijn onderzoek bespraken, was hij weer een stap verder gekomen.’


Probleemanalyse

‘Richard heeft zijn onderzoek op een goede manier aangepakt. Hij is gestart met een gedegen probleemanalyse, waarin hij vanuit verschillende invalshoeken de relevantie van zijn probleem heeft onderzocht. Zijn vakcollega die ervaring heeft met vlak- en meetkunde in de examenklassen heeft hij bevraagd. En hij heeft zijn leerlingen een vragenlijst laten invullen en hun cijfers bestudeerd. Met als doel zoveel mogelijk informatie over het probleem naar boven te krijgen. Op een creatieve manier is hij vervolgens omgegaan met de verschillende methodes die er zijn om een resultaat te onderzoeken.’
‘De leerlingen van Richard hebben tijdens de interviews aangegeven dat ze het prettig vinden om heuristieken te gebruiken en dat ze hier liever nog langer mee hadden gewerkt. Dit heeft hij meegenomen in zijn aanbevelingen.’


Duurzame vernieuwing

‘Het karakter van dit soort onderzoeken zoals dat van Richard is, dat het nooit stopt. Richard heeft met zijn aanpak een goede basis gelegd om met een probleemstelling via een ontwerp tot een resultaat te komen. Van docenten op masterniveau verwachten wij dat ze blijven onderzoeken in hun dagelijkse praktijk en hun bevindingen inzetten in hun werk. Ook na hun masterthese.’

Janneke van der Steen (Onderzoeker Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, Faculteit Educatie HAN), Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Nederlands - Professional

Laura Veenstra was 3 jaar geleden eerstegraads docente Nederlands aan het Mondial College, locatie Lindenholt in Nijmegen, de eerste studente van de Master Leraar Nederlands. In januari 2012 studeerde ze af, ook weer als eerste. Voor haar masterthese onderzocht ze samen met een medestudente hoe ze de leesvaardigheid van haar leerlingen kon verbeteren. Lees hier meer over de meerwaarde van de masterthese in de praktijk.

 

Nieuwe werkvormen testen

 

Laura VeenstraLaura: ‘Tijdens mijn eerste opleidingsjaar leerde ik dat een tekst met vragen beantwoorden de slechtste manier is om leesvaardigheid te oefenen met leerlingen. Ik vond het verbijsterend om te zien dat we dat nog steeds op deze manier doen. Temeer omdat de eindexameneisen dit jaar strenger zijn geworden. Ik heb diverse nieuwe werkvormen zoals gatenteksten en sorteertaken getest in mijn atheneum-vier klas. Het bleek dat leerlingen met de lessenserie die ik samen met mijn medestudente ontwikkelde aantoonbaar beter leerden lezen en gemotiveerder werden voor het centraal eindexamen. Wanneer leerlingen gemotiveerd zijn kun je ze veel aanbieden. Dat is het mooiste wat je kunt bereiken,’ vertelt ze enthousiast.

 

Een nieuwe uitdaging

Ik heb 20 jaar lang met heel veel plezier op het vmbo gewerkt. Toen ik de 40 passeerde vroeg ik mezelf af: Wil ik dit blijven doen tot mijn 67e? Ik wilde graag iets nieuws maar wel binnen het onderwijs want ik ben hier ontzettend op mijn plek. Ik besloot mijn oude droom waar te maken en mijn eerstegraads bevoegdheid te behalen. Ik ben heel erg blij dat ik de stap heb gezet om de masteropleiding te volgen. De school waar ik werkzaam ben sprong er direct enthousiast op in en bood me een onderwijsplaats aan in de bovenbouw. Hier kon ik het geleerde direct in de praktijk brengen. Een goed voorbeeld is historische letterkunde binnen literatuuronderwijs. Van docenten heb ik mooie materialen en concrete handvatten gekregen. Het is fijn dat je de lesstof zelf nog helder in je hoofd hebt wanneer je het voor het eerst deelt met je klas.’

 

Rijker

‘Ik heb aan de HAN veel geleerd: nieuwe inzichten opgedaan, actuele en nieuwe vakinhoud gekregen waar ik veel aan heb. Van een aantal ervaren medestudenten heb ik veel steun ondervonden. Met twee van hen ben ik zelfs goed bevriend geworden. We motiveerden elkaar, dat was soms nodig want een masteropleiding volgen in combinatie met een gezin en een baan is bikkelen. En we wisselden veel materialen en ideeën uit, dat was erg inspirerend.’

 

Onderzoekende houding

‘Tijdens de masteropleiding heb ik mijn onderzoekende houding ontwikkeld. Dat is nuttig voor mijn werk als eerstegraads docent. Er zijn in het onderwijs altijd dingen die verbeterd kunnen worden. Het doortrekken van de leerlijn vanuit de onderbouw naar de bovenbouw bijvoorbeeld. Wat weten je leerlingen al van verhaalanalyse wanneer ze in atheneum-vier komen? Omdat ik zelf de lijn tussen de onderbouw en bovenbouw heb overgestoken zie ik dat de lessen over verhaalanalyse beter op elkaar afgestemd kunnen worden.’
‘De komende tijd wil ik benutten om nieuwe lesmaterialen te ontwerpen en bestaande materialen aan te passen. Daar heb ik heel erg veel zin in. En ik zou nog verder willen studeren. Maar ik weet niet of dat er op korte termijn ook in zit…’

Laura Veenstra (Docent Nederlands), Mondial College, locatie Lindenholt in Nijmegen
Master Leraar Nederlands - Leidinggevende

‘Docenten die een masteropleiding willen volgen bieden wij kansen om zich te ontwikkelen en hun horizon te verbreden. Zo houden wij onze parels in huis, want zij hebben veel waarde voor onze school. Laura Veenstra, eerstegraads docente Nederlands en pas afgestudeerd, is een voorbeeld voor andere collega’s,’ vertelt Henk Beckmann, locatiedirecteur van het Mondial College, locatie Lindenholt in Nijmegen.

 

Meerwaarde in de praktijk

Henk Beckmann‘Leraren die een masteropleiding volgen, geven met hun verdiepte vakinhoud en vakdidactiek een kwaliteitsimpuls aan onze bovenbouw. De bovenbouw heeft competente onderwijskrachten nodig met een bevoegdheid om hier les te geven. De leerlingen, het curriculum, de vakinhoud en de didactiek zijn echt anders dan in de onderbouw.Onze docenten kunnen leren van jongere studenten die zijn opgegroeid met ICT. Masterstudenten benutten social media zoals YouTube om nieuwe didactische vaardigheden in de praktijk te brengen. Met deze vernieuwingen geven ze hun onderwijs meerwaarde.’

 

Nieuwe leesstrategie

‘De vernieuwingen die masterstudenten de school inbrengen hebben nut voor de hele school. Laura heeft met nieuwe werkvormen het tekstbegrip bij haar leerlingen verbeterd. Deze methode gebruiken we nu bij Nederlands en we gaan het breder doorvoeren. Laura zou vanuit haar expertise een grote bijdrage kunnen gaan leveren aan een nieuwe leesstrategie bij de moderne vreemde talen.’

 

Vernieuwende houding

‘Van afgestudeerde masters verwachten we dat ze blijven bijdragen aan vernieuwingen in het onderwijs. Zo is er nu op onze school veel aandacht voor taalbeleid. De vakinhoud van Nederlands moet als het ware verweven zijn in alle vakken. We kunnen Laura’s kennis en ervaring uitstekend gebruiken om hier invulling aan te geven.’
‘Ook verwachten we dat eerstegraads docenten zich blijven ontwikkelen. Dat ze op vakdidactisch gebied bijvoorbeeld standpunten innemen over het gebruik van ICT in het onderwijs. En dat ze een coachende rol vervullen ten opzichte van collega’s en leerlingen. Als begeleider van stagiaires, nieuwe docenten èn als mentor zit dat bij Laura wel goed. Leerlingen voelen zich bij haar veilig en vertrouwd. In zo’n klimaat kun je kinderen uitstekend iets leren. Die competentie vormt samen met de kennis die ze heeft opgedaan tijdens de masteropleiding een ijzersterke combinatie om een uitstekend docent te zijn.

 

Kennis direct toepassen op onze school

‘Het is een groot goed dat de HAN-masteropleidingen zo sterk verankerd zijn in de praktijk. Lesgeven moet je echt leren door te doen. Ik vind het erg belangrijk dat masterstudenten hun kennis direct toepassen op onze school en daar ook van leren. We hebben hier regelmatig contact over met de HAN. De samenwerking is erg prettig. Dat maakt de verbinding tussen de opleiding en de praktijk nog sterker.’

Henk Beckmann (Locatiedirecteur), Mondial College, Nijmegen
Master Leraar Engels - Leidinggevende

´Mensen als Yvette brengen de school vooruit´

 

Peter SpoonLeidinggevende Peter Spoon over de meerwaarde van de Master Leraar Engels

 

Ambitieus, een uitstekend docent. Vol met ideeën om het onderwijs te veranderen: Yvette Tijssen ten voeten uit volgens adjunct-directeur Peter Spoon van het Lingecollege in Tiel. 'Juist in het onderwijs zijn zulke voortrekkers nodig.'

Het onderwijs is altijd in beweging

Wat kan er beter? Waarom doen we dit zo? Kritische vragen, kritische docenten: ze roepen altijd weerstand op, maar Peter Spoon ziet ze graag. Jaarlijks volgen er zo’n 3 van de 100 tweedegraads docenten op het Lingecollege een masteropleiding. Fijn, vindt Spoon, want ze zwengelen weer heerlijk de discussie aan. ‘Het onderwijs is altijd in beweging, dus het is goed als docenten nieuwe inzichten de school in brengen. Jezelf ontwikkelen, doen!’

Afstand nemen

Naast een onderwijsbaan een driejarige master volgen zoals Yvette: het is niet niks. Spoon: ‘Het vereist doorzettingsvermogen, daadkracht. Waar kunnen we de docent ontlasten? Hoe voorkomen we te veel druk in de piekperiodes? Dat zijn vragen waar je als school over na moet denken.’ Belangrijke vragen ook, vindt hij. ‘Juist in het onderwijs word je makkelijk opgeslokt door de waan van de dag. Er zijn proefwerken die moeten worden gecorrigeerd, leerlingen die vragen hebben, methodes die moeten worden bekeken: urgente zaken genoeg. Een master daagt je uit eens afstand te nemen, en vragen te stellen die de drukte overstijgen.’

Scherp houden

Motivatie en leesvaardigheid: daar deed Yvette voor haar scriptie onderzoek naar. Een goede zaak, zo’n onderzoek, vindt Spoon. ‘Zeker als het aansluit bij de behoeftes van de school en vakoverstijgende thema’s betreft. Dan kun je zaken grondig uitdiepen en profiteert de hele school ervan. Helemaal als collega’s zich committeren aan de uitkomsten van een onderzoek en die gedragen worden, en uitgerold. Het stelt de praktijk van alledag ter discussie, je kunt die weer toetsen aan wetenschappelijk, doordachte argumenten. Zo’n frisse aanpak daagt collega’s uit om zaken eens anders te bekijken.’

Groei

Meer zelfvertrouwen, een stevigere positie in de school. Yvette is door de masteropleiding steviger in haar schoenen komen te staan, denkt Spoon. De training activerende didactiek – met frisse kennis vanuit de opleiding – is er een mooi voorbeeld van. ‘Yvette traint een groep van 20 docenten. En daar is lef voor nodig. Je collega’s hebben natuurlijk een gelijkwaardige positie. Je zult dus overtuigend moeten zijn als je ze iets wilt leren en weten hoe je omgaat met weerstand – ook zulke zaken leer je natuurlijk in zo’n master. Dat het haar lukt, zegt genoeg.’ Spoon kan er verder kort over zijn: ‘Ik vind het knap van Yvette. Mensen als zij brengen de school vooruit.’

Peter Spoon (Adjunct-directeur), RSG Lingecollege, Tiel
Master Leraar Engels - Professional

'De winst zit in de frisse kritische blik die je ontwikkelt'

 

Professional Yvette Tijssen over de meerwaarde van de Master Leraar Engels

Best even wennen: na 20 jaar vóór de klas zélf weer student zijn. Flink bikkelen volgens Yvette Tijssen, maar bovenal een heerlijke uitdaging. ‘Juist als docent moet je blijven leren.’

Yvette Tijssen‘Meer antwoorden? Meer vragen!

Wie Yvette vraagt of de Master tot eerstegraads leraar Engels haar antwoorden heeft gegeven krijgt een rap en vrolijk antwoord. ‘Meer antwoorden? Meer vragen!’ Ze kon dan al wel bogen op twee decennia ervaring als tweedegraads docent Engels, door het volgen van de masteropleiding voelde ze zich ‘net een nieuwe docent’. En juist dat is het heerlijke, vindt Yvette. ‘In de opleiding investeer je 3 jaar in persoonlijke en professionele groei. Je reflecteert, je spart, je discussieert en die nieuwe inzichten leveren nieuwe vragen op. Is mijn aanpak van leesvaardigheid wel de goede? Hoe kan ik meer Engels spreken in de klas? Op welke manier nodig ik de leerlingen uit mee te denken?’ Juist als docent moet je jezelf blijven ontwikkelen, vindt Yvette.

Echte winst in ontwikkelen van frisse kritische blik

Een andere doelgroep, een andere leeftijd, andere stof. In de bovenbouw lesgeven is een nieuwe uitdaging voor Yvette. Maar hoe interessant ze de colleges, toegepaste taalkunde en Amerikaanse literatuur ook vond, toch zit de winst voor Yvette niet in de inhoudelijke verdieping. ‘De echte winst zit in de frisse kritische blik die je ontwikkelt: op de relatie die je met jezelf hebt, met je leerlingen, en met je omgeving. Yvette vóélt zich dan ook niet alleen een andere docent, ze ís het ook. Flipping the classroom, een onderwijsorganisatievorm die ze steeds vaker toepast, is er een mooi voorbeeld van. ‘In plaats van een halve les uitleg en wat oefeningen bekijken leerlingen instructie als huiswerk. Voordelen in de les: minder doceren, meer coachen. En meer aandacht voor verschillen. Ik werk meer samen met de leerlingen, ik durf meer het gesprek aan te gaan.

Flink experimenteren

Drie jaren vol met inzichten en experimenten. Boeiende, maar ook pittige jaren.’ Des te fijner dat je er niet alleen voor staat, vindt Yvette. ‘De kleinschaligheid en de persoonlijke aandacht vond ik prettig. Iedereen had het wel eens gehad, maar je trekt elkaar er doorheen.’ Veel persoonlijke aandacht, veel tijd voor good practices. ‘Samen kun je lekker sparren, leer je en ga je diep op de zaken in. ‘Voor welk niveau is dit? Wat is het leerdoel en sluit de methode daar wel bij aan? Je vindt jezelf en elkaar opnieuw uit door de opleiding. En je leert dan ook hoe je ingewikkelde bovenbouwstof toegankelijk en spannend kunt maken.’ Yvette slaat met frisse ideeën de brug tussen theorie en praktijk. ‘Laatst lazen we het boek The Great Gatsby, de vervolgopdracht doen we in de bioscoop.

Plannen en inspiratie

Energieker, kritischer en vernieuwender. ‘De masteropleiding gooide de boel weer helemaal open’, vat Yvette het zelf samen. ‘Waar ik eerst aan zou nemen op basis van mijn ervaringen dat iets zou werken, trek ik nu pas die conclusie na degelijk onderzoek. Ook in vergaderingen ben ik kritischer.’ Als docent in hart en nieren ziet Yvette zichzelf nog wel even voor de klas. Maar ze sluit niet uit dat ze over een jaar of vijf de stap naar het middenmanagement zal maken. En wie weet zet ze aan het eind van haar carrière wel iets op in Afrika. Als ze zich maar kan blijven ontwikkelen. Plannen en inspiratie genoeg voor Yvette.

Yvette Tijssen (Docent Engels), RSG Lingecollege, Tiel
Master Leraar Algemene Economie - Begeleider

John Kragt, tutor en docent Master Leraar Algemene Economie

 

‘Binnen de Master Leraar Algemene Economie streven wij naar een kruisbestuiving tussen vakinhoud, didactiek, onderzoek en werkplekleren,’ vertelt John Kragt, tutor van eerstejaars masterstudente en tweedegraads docente algemene economie Marleen Kirkels.

 

John Kragt‘Het literatuuronderzoek dat Marleen heeft gedaan naar vakspecifieke vaardigheden is daar een goed voorbeeld van. In haar klas op het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond heeft zij bij tentamens gezien dat bij het formuleren van antwoorden door leerlingen iets te winnen valt. Ze heeft zichzelf de didactische vraag gesteld hoe ze haar manier van vragen stellen aan kan pakken om tot goede antwoorden te komen. Daarvoor heeft ze de complete onderzoekscyclus doorlopen: ze heeft onderzoek gedaan, interventies gepleegd en gekeken naar de resultaten. Masterstudenten ontwikkelen zo gedurende de opleiding hun onderzoekende houding. Daarmee bouwen ze aan hun toerusting voor het afstudeeronderzoek.’

 

Lectoraat

‘Een onderzoeksgroep onder leiding van een lector speelt een belangrijke rol bij het onderzoek dat studenten uitvoeren. Deze mensen geven vanuit hun onderzoekservaring input over de vormgeving en opzet van het onderzoek. Zij borgen de toespitsing op de eigen onderwijspraktijk. Ook verzorgen ze lessen over het doorlopen van een onderzoekscyclus, ze geven lezingen en ze begeleiden een deel van de afstudeeropdrachten.’

 

Academisch niveau

John: ‘De vakinhoud en de vakdidactiek vormen met elkaar het zwaartepunt van de opleiding. Vakinhoudelijk bevindt de masteropleiding zich op goed niveau. Dat komt mede door onze docenten. Een aantal economische vakken wordt verzorgd door docenten die aan de RU zijn verbonden. Dat staat garant voor academisch niveau.’

 

Didactische vaardigheden uitbreiden

'Tijdens de opleiding breiden onze masterstudenten hun didactische vaardigheden uit door middel van de lessen die ze krijgen in vakdidactiek. Als docente heeft Marleen ervaren hoe het is om zelf onderwijs te ontvangen. Dat heeft er bij haar toe geleid dat ze meer praktische werkvormen in het havo-programma heeft ingebracht zoals het marktonderzoek, om de interesse van haar leerlingen vast te kunnen blijven houden.’

 

Baan en studie goed op elkaar afstemmen

‘Onze opleiding is goed georganiseerd. De informatievoorziening bijvoorbeeld is prima op orde. Dat moet ook wel. Onze studenten hebben een baan in het voortgezet onderwijs die veel tijd van hen vergt. Daarbij volgen ze een opleiding. Dat moeten ze wel goed weten te regelen. Dan is het fijn dat wij duidelijk zijn over wat we van hen verwachten.’
‘Marleen slaagt erin om haar baan en studie goed op elkaar af te stemmen. Ik ken haar als een consciëntieuze studente. Ze houdt haar werk goed bij en vervult haar rol als docente prima. Ze is geïnteresseerd tijdens de les en coöperatief naar anderen toe.’

 

Actueel onderwijsprogramma

‘Via de student is er dagelijks wisselwerking met de scholen. De student past zijn opgedane kennis toe op de school waar hij werkzaam is. Omgekeerd zien we die wisselwerking ook. Er is een beroepenveldcommissie die ons adviseert over onze opleiding. In deze commissie zitten allerlei mensen uit het onderwijs die ons signalen doorgeven over de behoeftes vanuit scholen. Hierdoor kunnen wij ons onderwijsprogramma actueel houden.’


‘Daarnaast lees je als docent van alles in vakdidactische tijdschriften en kranten en houd je je kennis up-to-date via studenten en scholen. We proberen er natuurlijk als de kippen bij te zijn om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. We gaan de wederzijdse betrokkenheid met scholen op individueel niveau verder uitbouwen. Begeleiders op de school gaan een grotere rol spelen naar onze studenten toe. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verzorgen van een deel van de beoordeling of het uitvoeren van een deel van de assessments die wij normaliter afnemen.’

John Kragt (Tutor en docent Master Leraar Algemene Economie), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Leraar Algemene Economie - Professional

Marleen Kirkels, 2e-graads docente Economie, student
Master Leraar Algemene Economie

De Master Leraar Algemene Economie geeft Marleen Kirkels nu al veel voldoening. ‘De vakkennis die ik opdoe pas ik direct toe in havo 4 en havo 5,’ vertelt ze. Marleen (28) is eerstejaars studente en als tweedegraads docente algemene economie verbonden aan het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond.

 

Een actueel vraagstuk openbare financiën

Marleen Kirkels‘Onlangs kwam tijdens de opleiding openbare financiën aan bod, wat ik ook aan het behandelen was op de havo. Een actueel vraagstuk is hoe de overheid de economie kan stimuleren door meer uit te geven terwijl ze beperkt wordt door een norm van maximaal 3% BBP begrotingstekort. Ik kan dit onderwerp nu diepgang geven met details door bijvoorbeeld de achterliggende doelstelling van deze norm uit te leggen,’ vertelt ze.
‘Ook weet ik door de master beter de weg te vinden naar bronnen zoals het CBS en het CPB. Ik leer gegevens te analyseren, te interpreteren en toegankelijk te maken voor mijn leerlingen. Ik laat ze bijvoorbeeld een grafiek zien op het digibord van de recente ontwikkeling van het reële BBP en stel hun daar een aantal vragen over. Op deze manier leren mijn leerlingen gegevens te analyseren en te interpreteren. En cijfers gaan meer leven voor hen.’

 

Onderzoekende houding

Marleen: ‘Tijdens de master ontwikkel ik een onderzoekende houding ten aanzien van de kwaliteit van mijn onderwijs. Ik heb een klein literatuuronderzoek gedaan naar het verbeteren van de vakspecifieke vaardigheden van mijn leerlingen. Ik merk bijvoorbeeld tijdens het nakijken van toetsen dat leerlingen hun antwoorden soms gebrekkig onder woorden brengen. Dit is een van de vaardigheden die ik graag wil verbeteren. Het is mogelijk dat ik voor mijn masterthese nader ga onderzoeken hoe ik het aanleren van vakspecifieke vaardigheden structureler kan inbedden in mijn lessen.’

 

‘Ik denk nu vaak aan mijn eigen leerlingen en ik begrijp ze beter'

‘We krijgen les van zowel universiteitsdocenten als hbo-docenten. Ze begeleiden ons uitstekend en doceren goed, op hun eigen manier. Bij hbo-docenten ben je zelf actiever bij de les betrokken dan bij universiteitsdocenten. Die afwisseling vind ik heerlijk.’
‘Ik denk nu vaak aan mijn eigen leerlingen en begrijp beter waarom ze afhaken na 3 kwartier naar mij luisteren. Het heeft me op het idee gebracht de lesstof van het havo-examenprogramma minder theoretisch te maken. Zelf moest ik als opdracht een marktonderzoek doen. Ik laat dat mijn leerlingen nu ook doen en laat hen een presentatie verzorgen. De afwisseling tussen theorie en praktijk maakt de lessen aantrekkelijker voor hen. Ik merk dat aan hun enthousiasme tijdens de presentaties.’

 

'Medestudenten geven soms praktische tips'

‘Medestudenten geven soms praktische tips hoe je je leerlingen beter bij de les kunt houden. Iemand gaf me het advies om eens te kijken op de website www.lemontube.nl.  Deze website bevat een overzichtelijke beeldbank met filmpjes over economische onderwerpen. Van de week wilde ik mijn leerlingen iets laten zien over inflatie. Normaliter zou ik lang aan het zoeken zijn geweest. Met deze site had ik zo een filmpje gevonden over inflatie in China. Een dergelijk filmpje biedt vaak een mooie aanleiding tot het verdiepen van een onderwerp door middel van het voeren van een klassengesprek.’

 

'Ik ben zeer positief over de HAN'

Voordat Marleen aan de masteropleiding begon, gaf ze al 4 jaar les op zowel de onderbouw als de bovenbouw van het vmbo, de havo en het vwo. Marleen: ‘Doordat ik aan alle niveaus heb geproefd, heb ik een voorkeur ontwikkeld voor de bovenbouw van de havo. Hier kan ik mijn vak meer verdieping geven. Dit is de plek waar ik me thuis voel. Daarom heb ik in 2011 besloten om mijn eerstegraads bevoegdheid algemene economie te halen. Als tweedegraads docent ben ik afgestudeerd op bedrijfseconomisch vlak. Ik hoefde me aan de HAN echter niet bij te spijkeren om aan de Master Leraar Algemene Economie te beginnen. Dat gaf de doorslag om de masteropleiding hier te volgen,’ vertelt ze. ‘Ik ben zeer positief over de HAN. De informatievoorziening is ook duidelijk. Aan het begin van elke onderwijseenheid ontvangen we een syllabus waarin staat wat er van ons verwacht wordt en hoe we getoetst worden. Tot nu toe ben ik nog niet voor verrassingen komen te staan.’

 

Carrièreperspectief

‘Door de masteropleiding ga ik vakinhoudelijk dieper en kan ik een betere docent worden op de bovenbouw van de havo en het vwo. Wanneer ik mijn lessen meer inhoud kan geven, voel ik me als een vis in het water. Ik vind het een prettige gedachte dat de master me de mogelijkheid biedt om eventueel door te stromen naar een functie als docente op het hbo.’

Marleen Kirkels (Tweedegraads docente algemene economie), Bisschoppelijk College Broekhin, Roermond
Master Leraar Algemene Economie - Leidinggevende

Frank Neiss afdelingsleider, Bisschoppelijk College Broekhin, Roermond

 

‘Docenten 1e-graads zijn goed in staat om de complexe werkelijkheid te plaatsen binnen hun vak. Dat komt mede doordat zij er een diepgaandere interesse voor hebben. Ze zijn intern gemotiveerd om veel met hun vak bezig te zijn. Daardoor houden ze hun kennis actueel. Marleen Kirkels, tweedegraads docente en masterstudente algemene economie, verstaat die kunst ook,’ vertelt Frank Neiss, afdelingsleider van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond.

 

Frank Neiss‘Zo stimuleren docenten zoals Marleen ook onze eigen opleiding. Ze halen de werkelijkheid het boek in, of dat nu dient als voorbeeld, ter uitbreiding van de lesstof of om de leerlingen te motiveren. Ze actualiseren de inhoud van de lesmethode die al in zekere zin gedateerd beschreven is. Marleen maakt bijvoorbeeld het onderwerp openbare financiën aantrekkelijker door in te spelen op het vraagstuk van onze krimpende economie. Het geeft hen het gevoel dat datgene wat ze leren in hun schoolboeken daadwerkelijk betekenis heeft.’

 

Didactische repertoire uitbreiden

Neiss: ‘We verwachten van afgestudeerde masters dat ze vakinhoudelijk een hoger niveau bereiken dan het eindexamenniveau van het onderwijs. Daardoor kunnen ze ver buiten hun boekjes vertellen en hun leerlingen motiveren en inspireren. Leerlingen pakken daardoor de lesstof makkelijker op. Daarnaast zien we dat eerstegraads docenten hun didactische vaardigheden verbreden. Marleen heeft haar didactische repertoire uitgebreid. Haar onderwijs is gevarieerder geworden en dat spreekt jongeren aan. Het is fijn wanneer masters hier aandacht voor hebben.’

 

Praktische onderdelen sluiten aan bij het havo-bovenbouw programma

‘Marleen is bij ons goed op haar plek. De praktijkgerichte onderdelen van de masteropleiding sluiten goed aan bij het havo-bovenbouw programma. De manier waarop ze in de bovenbouw de theorie afwisselt met praktijk door haar leerlingen bijvoorbeeld een marktonderzoek te laten doen is met name voor havo-leerlingen belangrijk. Veel van hen stromen immers door naar het hbo waarin dezelfde werkwijze wordt gehanteerd. Bovendien is zo’n onderzoek een uitstekend middel om leerlingen te laten oefenen in teamwork ter voorbereiding op een vervolgstudie.’

 

Onderzoekende houding

‘Wij verwachten van masterstudenten een onderzoekende houding ten aanzien van hun eigen onderwijs. Het is één van onze speerpunten als academische opleidingsschool. Wanneer docenten reflecteren op hun eigen werk juichen wij dat alleen maar toe. En dat doet Marleen. Zij reflecteerde al op haar eigen functioneren voordat ze aan de masteropleiding begon. Door haar opleiding heeft dit een breder en structureler karakter gekregen. Het formuleren van goede antwoorden is buitengewoon belangrijk voor studenten die in de toekomst doorgaans verder studeren. Zeker bij niet-taalgeoriënteerde vakken zoals algemene economie. Het minionderzoek naar de taalvaardigheid van haar leerlingen past helemaal binnen het taalbeleid dat binnen onze school in ontwikkeling is.’

 

Leerlingen raken

‘Marleen is een goede docente en voor ons heel gewaardeerd. Ze staat op gepaste afstand van de leerlingen en ze weet hen te raken. En dat is zeker binnen de havo-4 klas waar zij ook mentor van is, niet eenvoudig. Er is allerlei instroom vanuit havo 3, vmbo 4 en terugval vanuit het vwo. Ze weet de balans te vinden om rust te houden in zichzelf en ze blijft vasthouden aan haar tempo zodat ze haar doelen bereikt. Je ziet haar groeien.’

Frank Neiss (Afdelingsleider), Bisschoppelijk College Broekhin, Roermond
Master Molecular Life Sciences - Begeleider

'Analisten worden projectleiders'


Hoofddocent Remko Bosch over de Master Molecular Life Sciences

 

Remko BoschSommige studenten doen alles goed. Adinda Diekstra is er daar een van, volgens Remko Bosch. Remko is hoofddocent bij de masteropleiding Molecular Life Sciences. Hij begeleidt Adinda bij haar afstuderen. Zij werkt op de afdeling Genetica van het UMC St Radboud en doet voor haar afstuderen onderzoek naar een nieuwe manier om DNA-analyses uit te voeren. Remko: ‘Adinda laat zien wat een hbo-master teweeg kan brengen in de eigen organisatie.’

Ambitie is de gemene deler

Ook dit jaar is de groep studenten van de Master Molecular Life Sciences heel divers. Ze werken in academische ziekenhuizen, hogescholen en bedrijven. Maar ook bij de Universiteit van Amsterdam, TNO en andere semi-overheidsinstellingen. Vaak zijn meerdere nationaliteiten vertegenwoordigd, dit jaar zijn het vooral Duitse collega’s die de masteropleiding volgen. Remko Bosch, hoofddocent bij de opleiding: ‘De grote gemene deler is de ambitie die ze hebben. Als Master willen ze graag doorgroeien naar een leidinggevende functie of naar projectleiderschap. En dat gebeurt ook vrijwel altijd.’ Ook Adinda Diekstra is zo’n gedreven student, volgens Remko: ‘Ze is heel helder over de ambitie die ze heeft, ze wil vanuit haar analistenrol doorgroeien naar de rol van projectleider.’

Sprongen vooruit

Remko: ‘Wij hebben kritisch gekeken naar de toepasbaarheid van deze master. In de projectplannen voor de afstudeeropdracht moet heel duidelijk zijn opgenomen hoe de resultaten toegepast en geïmplementeerd worden. En het begint altijd bij een concrete vraag van een afdeling of bedrijf. Bij Adinda is dat ook zo. Zij onderzocht of het genoomanalyselaboratorium van het UMC St Radboud goedkoper en sneller de lettercode van DNA kan sequencen. Toen bleek dat dat kon, werd haar gevraagd om die omschakeling ook als projectleider vorm te geven en nu is ze bezig dat daadwerkelijk door te voeren. Marcel Nelen, hoofd van het laboratorium weet dat dit belangrijke project bij Adinda in goede handen is. En dat is precies de bedoeling. Werkgevers moeten voelen dat ze die verantwoordelijkheid ook echt kunnen overdragen. Adinda helpt het laboratorium nu met sprongen vooruit.’

Adinda is 'in control'

Een belangrijk speerpunt van het opleidingsprogramma is het ontwikkelen van een helikopterview. Volgens Remko is dat voor Adinda geen enkel probleem: ‘Ze laat zien dat ze weet wat de eindcriteria zijn van modules en ook nu van het afstudeerproject. Daar is ze zich bewust van, dat traint ze, daar reflecteert ze op. Sommigen ‘overkomt het’, maar zij lijkt heel erg in control. Dat zijn persoonlijke kwaliteiten die je natuurlijk al wel een eind op weg helpen. Haar afstudeerproject heeft een concreet doel, dat zij zelf ook scherp in de gaten houdt en waar ze op stuurt: verandering van de werkwijze binnen het laboratorium. Het gaat om processen, om apparatuur en logistiek. Uiteindelijk moet het sneller en goedkoper. Ze heeft een goed projectplan geschreven waarin ze ook aangeeft hoe ze dat proces en de mensen aanstuurt.’ Remko is blij dat Adinda hiervoor uitgekozen is: ‘Het is een verantwoordelijke klus waar veel geld mee gemoeid is en waarin geen fouten gemaakt mogen worden. Haar is dat toevertrouwd.’

Topopleiding

De Master Molecular Life Sciences is in de Keuzegids met nog 3 andere masteropleidingen van de HAN uitgeroepen tot ‘Topopleiding’. Bovendien eindigde deze master helemaal bovenaan in de ranglijst. Het is de beste opleiding van Nederland op dit vakgebied. Hoe dat komt? Daar heeft Remko wel een antwoord op: ‘Wat wij goed doen is uitgaan van de eindkwalificaties die op Europees niveau voor ons soort opleidingen geformuleerd zijn. Die vertalen we precies terug naar beoordelingscriteria en vervolgens naar het onderwijsprogramma en de personele uitvoering. Bovendien hebben we een duidelijk profiel gekozen, we steken in op de praktijk: projectvaardigheid, patenten, businessplannen, onderzoeksvaardigheid. Daarmee leveren we allround professionals af. Projectplannen worden hier nauwkeurig en concreet omschreven. In veel bedrijven, maar vooral ook in academische instellingen wordt dat positief ontvangen, omdat ze zelf nog niet concreet in businessplannen denken. Ten slotte ligt onze kwaliteit uiteraard ook in ons docententeam. Allemaal gepromoveerd en veel academische én didactische ervaring. Ze zijn bevlogen op hun vakgebied, maar ook op het gebied van onderwijs. Een stevige basis.’

Remko Bosch (Hoofddocent), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Molecular Life Sciences - Professional

'Ik raad het elke HLO'er aan: hiermee onderscheid je je!'

 

Adinda DiekstraProfessional Adinda Diekstra over de meerwaarde van de Master Molecular Life Sciences

 

Adinda Diekstra werkt als analist op de afdeling Genetica van het UMC St Radboud. Haar beslissing om de masteropleiding Molecular Life Sciences te gaan doen heeft meer teweeggebracht dan ze van tevoren had gedacht: ‘Zowel hier op het laboratorium als voor mij persoonlijk is er een ontwikkeling in gang gezet die niet meer terug te draaien is. Heel spannend allemaal.’ Als afstudeeropdracht onderzoekt én organiseert Adinda nu de overstap van het laboratorium op een compleet nieuwe DNA-sequencing-techniek. Hiermee blijft dit laboratorium in de wereld koploper op dit vakgebied.

Functionele tussenlaag

Adinda haalde haar HLO-diploma in 2007 en werkte vervolgens 2 jaar in het IVF-laboratorium van het UMC St Radboud. ‘Hartstikke leuk en heel bijzonder werk, maar ik wilde inhoudelijk verder. Toen kwam ik hier op de afdeling Genetica terecht, waar ik een nieuwe uitdaging vond en het enorm naar mijn zin heb. Maar toch bleef er een drive naar ‘meer’. Daarnaast ben ik nog jong en heb ik nu de vrijheid en de tijd om in mezelf te investeren. Vanuit die gedachte ging ik de masteropleiding doen. Veel mensen in mijn omgeving begrepen mijn keuze in eerste instantie niet, ze dachten dat ik mijn baan niet leuk vond of dat ik de ambitie had om te promoveren. Logisch ook, want in de meeste laboratoria heb je nu eenmaal die twee smaken: de HLO-analist en de promovendus. Maar deze master creëert eigenlijk een tussenlaag die heel waardevol is. Ook ikzelf heb onderschat hoeveel je kunt leren en hoe je positie door deze opleiding kan veranderen. Ik kan het elke HLO’er aanraden, want hiermee kun je je echt onderscheiden van de rest.’

Projectleidersrol

Volgens Adinda zijn ziekenhuizen over het algemeen vrij hiërarchisch ingesteld. ‘Dus vond ik het als analist extra spannend om die nieuwe rol van projectleider op me te nemen. Maar vanuit de opleiding word je ‘gedwongen’ om het te doen en er verslag over uit te brengen. Dus dan organiseer je je eerste vergadering, komen mensen ook echt, luisteren ze en zijn ze oprecht geïnteresseerd. Ik vond het geweldig! Ik wil graag meer doen met projectmanagement en het liefst hier in dit laboratorium. Ik wil niet meer terugvallen in mijn oude rol; er moet wel uitdaging en vooruitgang in zitten.’

Nieuwe DNA-analysetechniek

Adinda heeft onderzocht of de afdeling moet zou moeten investeren in een nieuwe DNA-sequencingtechniek voor de diagnostiek: het semi-conductor sequencing (Next Generation Sequencing). Terwijl in de rest van de wereld nog voornamelijk de gouden standaard, Sanger sequencing, gebruikt wordt voor de diagnostiek. Adinda: ‘Ik had al na anderhalve maand voldoende bewijs verzameld om de overstap degelijk te onderbouwen. Dit was veel sneller dan verwacht, dus heb ik in overleg met Marcel Nelen, hoofd van het laboratorium, het project groter gemaakt. We hebben een projectteam van zes mensen samengesteld, waarin alle disciplines vertegenwoordigd zijn. Ik heb ze gevraagd om elk op hun eigen vakgebied, bijvoorbeeld de robots en de ICT, uit te zoeken hoeveel tijd en geld de overstap kost en wat de praktische impact is. We weten nu precies waar we aan toe zijn en de aanpassingen zijn al in volle gang om later dit jaar tot implementatie over te gaan.’

Inhoudelijk vernieuwend en actueel

‘Het klinkt misschien raar, maar ik had niet gedacht dat ik zoveel zou leren. Over projectmanagement, maar ook theoretisch. Alles was hartstikke interessant, want je leert van docenten die over de nieuwste ontwikkelingen en onderzoeken vertellen. Je leert niet uit boeken die vijf jaar geleden geschreven zijn, maar je leert over het hier en nu, wat gebeurt er op dit moment binnen het vakgebied. Heel actueel dus. Ook de opdrachten waren heel realistisch en daardoor bijzonder leerzaam. Ik kreeg bijvoorbeeld de opdracht na te denken over het ontwikkelen van een medicijn tegen een bepaalde kankersoort: zowel vanuit theoretisch –technisch oogpunt als vanuit praktisch oogpunt: hoe zit het met de verkoopbaarheid? Is er al zoiets op de markt? Zit hier al een patent op? Vooral die praktische kant was een echte eye-opener.’

Verrassende bij-effecten

Adinda wil ten slotte nog graag de Engelse taal noemen als leerpunt: ‘Ik dacht dat mijn Engels best redelijk was, maar vakinhoudelijk vond ik het pittig. Behalve tijdens de lessen, besloten we ook om buiten de lessen met de studenten onderling Engels te spreken. Dat ging heel goed en dat heeft nu allemaal leuke bij-effecten waar ik niet op gerekend had. Ik ben bijvoorbeeld gevraagd voor het International Business Development Team: ik leg contact met buitenlandse ziekenhuizen en artsen en geef ze informatie zodat we nog meer aanvragen uit het buitenland binnenkrijgen. Ook ben ik door leidinggevenden meegevraagd naar meetings of congressen waar ik anders nooit zou komen. Deze opleiding heeft mijn professionele wereld stukken groter gemaakt en heeft veel betekend voor mijn zelfvertrouwen.’

Adinda Diekstra (Analist Genetica), UMC St Radboud, Nijmegen
Master Molecular Life Sciences - Leidinggevende

'Adinda brengt ons lab naar het Next Generation-level'

 

Marcel NelenHoofd centraal genoomanalyselaboratorium UMC St Radboud, dr. Marcel Nelen over de meerwaarde van de Master Molecular Life Sciences

 

Er is een revolutie gaande binnen de genetica. Sinds Bill Clinton in 2000 riep: ‘We hebben het!’ is het sequencen van het menselijk DNA in een onvoorstelbare stroomversnelling terechtgekomen. Voorop in die stroom ‘rent’ het laboratorium voor genoomanalyse van het UMC St Radboud. Dr. Marcel Nelen, hoofd van dat laboratorium, is blij dat het masteronderzoek van Adinda Diekstra hem helpt om vooraan te blíjven. Adinda studeert binnenkort af als Master Molecular Life Sciences.

Vooruitgang betekent continu veranderen

‘In 2002 hadden we met alle genoomcentra in de wereld samen 12 jaar nodig om het menselijk DNA te sequencen. Nu kan een van onze machines dat in 10 dagen. En de aanschaf van de nieuwere machine staat al weer voor de deur. Die kan hetzelfde in een dag. Dat is mooi, want genetica speelt een steeds grotere rol in het diagnosticeren van ingewikkelde aandoeningen zoals verstandelijke handicaps. Dan zoek je liever in alle genen tegelijkertijd naar een verandering in de DNA-volgorde.’ Marcel Nelen is blij met de vooruitgang, maar het betekent dus ook dat zijn laboratorium continu aan technische veranderingen onderhevig is. Hij staat op dit moment weer aan de vooravond van zo’n grote verandering. Het UMC St Radboud gaat proberen om als eerste het ‘traditionele’ Sanger Sequencing volledig los te laten en te vervangen door Next Generation Sequencing technieken.

Masterprojecten met grote impact

Met Next Generation Sequencing kan het laboratorium van Marcel Nelen enorme efficiencyvoordelen halen: ‘Maar we hebben het hier wel over diagnostiek, dus de belangrijkste eis is absolute betrouwbaarheid. We gebruiken voorlopig dus de oude en de nieuwe methodiek naast elkaar. We laten de bestaande techniek niet los tot we zeker weten dat we dezelfde betrouwbaarheid kunnen garanderen.’ Zo’n overstap is op zijn zachtst gezegd dus een uitdaging. En precies de uitdaging die hoort bij het afstuderen van een professional master, vond Marcel. ‘‘Ik heb haar gevraagd om onderzoek te doen naar de haalbaarheid van het overstappen op Next Generation Sequencing. Dit soort masterprojecten moeten een grote impact hebben, vind ik. De lat mag hoog!’

Een echte masterfunctie

In principe ging Adinda aan de slag met de vraag of de overstap haalbaar zou zijn. Haar onderzoek liet al snel zien dat het antwoord op die vraag positief zou zijn. Dus wilde Marcel meer: ‘Ik heb haar gevraagd de volgende stap te zetten en de omschakeling ook daadwerkelijk uit te gaan voeren. Ze leidt nu het project dat ons laboratorium naar het Next Generation-level gaat brengen. Dat is vooral een ingewikkelde logistieke uitdaging, omdat de ‘productie’ voor het ziekenhuis natuurlijk wel gewoon door moet draaien. Ze moet vanuit een helikopterview het hele proces overzien, de juiste mensen bij elkaar zetten, een nieuwe workflow ontwikkelen en aansturen. Een echte masterfunctie dus.’

Groei door uitdaging

Marcel heeft gezien dat Adinda is gegroeid: ‘Ze heeft altijd al ambitie getoond om meer te doen dan alleen analist zijn. Deze masteropleiding is dan ook een logische stap voor haar. Bovendien past het goed bij onze organisatie. Er zijn meer plekken in onze organisatie waar wij iemand met een mastertitel kunnen gebruiken. Het is een soort ‘tussenlaag’ die we al langer aan het creëren zijn, maar eigenlijk niet hebben geformaliseerd. In het aantal ‘master’-posities dat wij hier hebben zijn we, denk ik, vooruitstrevend. Dus het is mooi dat daar nu een opleiding voor is. Deze masters kunnen verantwoordelijkheid aan die anders altijd in staffuncties blijft steken. Ik heb die verantwoordelijkheid liever op de werkvloer, waar het eerst gesignaleerd wordt of iets anders of beter kan. Voor ons is dat een manier om voorop te blijven lopen.’

Marcel Nelen (Hoofd centraal genoomanalyse-laboratorium), UMC St Radboud, afdeling Genetica
Master Control Systems Engineering - Professional

'Geen simulatie maar real stuff'

 

Professional Eko Harsono over de meerwaarde van de Master of Control Systems Engineering.

 

Eko HarsonoDe testopstellingen van dit bedrijf zijn uniek in de wereld, zowel qua schaal als qua technische mogelijkheden. ‘Hier doe ik eigenlijk het ene afstudeeronderzoek na het andere: je bedenkt en bouwt geavanceerde testopstellingen en bijbehorende regelsystemen. Vervolgens voer je tests uit en maak je een wetenschappelijke analyse van de resultaten voor de klanten.’


'Process engineers met verantwoordelijkheid voor totaal project'

Dat in het hele bedrijf continu nieuwe technologie wordt getest en technische uitdagingen van klanten worden onderzocht, is precies de aantrekkingskracht van deze baan voor Eko: ‘Er zijn hier geen routineklussen. Mijn collega’s zijn stuk voor stuk zelfstandige process engineers met verantwoordelijkheid voor een totaal project. Iedereen is ontzettend gedreven en we voelen ons allemaal uitgedaagd om de problemen van onze klanten op te lossen: welke flow kan een installatie aan? Hoe haal je zoveel mogelijk olie uit bestaande bronnen met compacte apparatuur en zo min mogelijk belasting van het milieu?'


Het succes van een professional master

ProLabNL begon in 2009 met een kleine testfaciliteit. In de afgelopen jaren groeide het bedrijf explosief en inmiddels zijn meerdere ‘flowloops’ operationeel in een grote bedrijfshal. Buiten staat zelfs een ‘real scale’ flowloop opgesteld. Deze testopstelling kan nauwkeurig processen nabootsen zoals je die ook vindt op olieplatforms. Eko: ‘Het gat in de markt waar dit bedrijf ingedoken is, is precies het gat tussen theoretische onderzoekers en technische ingenieurs. We hebben de wetenschap nodig en moeten er ook regelmatig diep in duiken, maar we passen het ook direct toe. Je merkt dat hier in de markt enorm behoefte aan is en dat verklaart ook direct het succes van dit bedrijf.’


Het grote plaatje

Als buitenlands student helpt de opleiding je meestal aan een afstudeeropdracht. In het geval van Eko had het lectoraat Meet- en Regeltechniek een mooie uitdaging liggen. Eko: ‘Helaas is mijn onderzoeksrapport vertrouwelijk en kan ik er niet veel over vertellen. Ik kan ook het bedrijf niet noemen waarvoor we het onderzoek hebben uitgevoerd. Maar dat betekent natuurlijk vooral dat we voor dat bedrijf iets heel waardevols hebben gedaan. Wat ik wel graag wil vertellen is dat ik heel vrij werd gelaten. Er was al veel onderzoek gedaan voor deze klant, maar de resultaten waren niet goed genoeg. Ik moest bij het grote plaatje beginnen.


Methode

Ik heb toen een 5-tal methodes met elkaar vergeleken en ben daar echt diep ingedoken. Uiteindelijk vond ik een veelbelovende methode. Omdat ik maar 5 maanden de tijd had, zijn we toen met die methode verder gegaan. Je kunt immers niet eeuwig in de theorie blijven hangen. De study case was heel interessant voor de klant en zij kunnen nu met die methode een stap verder gaan en het eindeloos toepassen.’


Praktisch

Eko Harsono is in Nederland sinds 2008. Toen kwam hij uit Indonesië samen met zijn vriendin, die Human Genetics onderzoek ging doen aan de Radboud Universiteit. Eko was chemical engineer en besloot zich aan de HAN te bekwamen in Control Systems Engineering. Hij koos heel bewust voor deze masteropleiding: ‘Als je Control Systems Engineering wilt doen, heb je meerdere opties in Nederland. Maar dit is de enige ‘applied’ masteropleiding. Dat past het beste bij mij, want ik ben een heel praktisch persoon. Ik wilde niet in de simulaties blijven hangen, maar kijken wat er in ‘the real world’ gebeurt; in de laboratoria en de echte installaties. Ik wilde direct naar de toepassing. In die echte wereld sta je ook altijd onder tijdsdruk en moet je dus niet te lang blijven hangen in de theorie, maar keuzes maken en je bevindingen in de praktijk brengen. Ik help nu ook die praktijk dicht bij de nieuwe studenten te brengen, door gastlessen te geven. De opleiding houdt haar alumni graag dichtbij, om zo bovenop de nieuwste ontwikkelingen te zitten.’

Eko Harsono (Chemical Engineer), ProLabNL
Master Control Systems Engineering - Professional

´Master CSE regelt stoomdistributienetwerk van DSM´

 

Professionals Pascal Janssen en Erik Debie over de meerwaarde van de Master Control Systems Engineering.


pascal janssenEdeA staat voor ‘Essent DSM energie Alliantie’, een joint venture die 15 jaar geleden werd opgericht door Essent en DSM. Het is eigenlijk het ‘NUTS-bedrijf’ voor alle fabrieken op het immense bedrijventerrein aan de A2. EdeA levert stoom, stroom, water en lucht en zorgt voor de doorvoer van aardgas. Het stoomdistributienetwerk van EdeA bestaat uit 600 kilometer leidingen. In dat netwerk zijn 4 installaties verantwoordelijk voor het opvangen van onregelmatigheden door pieken en dalen in de energiebehoefte van alle bedrijven op het terrein. Die installaties, daar gaat het om in de afstudeeropdracht van Pascal Janssen.


'We moeten die olifanten in het gareel krijgen'

Pascal: ‘Door een buis van 300 mm gaat 300 ton stoom per uur. Dat geeft een druk van 140 bar, vergelijkbaar met 35 olifanten op één vierkante meter. Die olifanten moeten we in het gareel krijgen, want als de druk te hoog wordt, beschadigt de installatie, wat per dag 1 miljoen euro kan kosten. Aan ons de taak om dat te beheersen. Mocht hier iets ‘trippen’ (uitvallen, red.), dan moeten wij dat zo snel mogelijk oplossen. Het beter opvangen van onregelmatigheden is onderwerp geworden van mijn afstudeeropdracht. Daar werk ik samen met Erik aan.’ Erik Debie is process control engineer voor Sitech Services, de vroegere centrale stafafdeling van DSM, tegenwoordig het technisch servicebedrijf voor veel bedrijven op het terrein. Erik is Pascals afstudeerbegeleider. Hij is ingehuurd door EdeA om dit project samen met Pascal in goede banen te leiden. Erik: ‘De directie wilde een oplossing voor de onregelmatigheden in de stoomdistributie en Pascal had een afstudeeropdracht nodig. Dat kwam mooi samen.’


'Hoe kun je een voorstel 'verkopen'

Pascal: ‘De opdracht die we kregen vanuit het bedrijf was dus vrij algemeen: ‘regel het netwerk, zorg dat er zo weinig mogelijk onregelmatigheden zijn’. Wij zijn uiteindelijk uitgekomen op een oplossing die inhoudt dat op elk van de vier regelinstallaties een MPC-controller nodig is. Maar die oplossing werd niet zonder slag of stoot aangenomen, want het betekende wel een flinke investering.’ Erik: ‘Gelukkig leert Pascal op de opleiding ook hoe je een voorstel kunt ‘verkopen’. Dat heeft hier intern best wat tijd en missiewerk gekost, maar met behulp van simulatie kon hij laten zien wat het effect ging zijn van de oplossing. Dat heeft ze over de streep getrokken.’ Pascal geeft aan dat het overtuigen van de technologen in het bedrijf het lastigst was: ‘De technologen weten ontzettend veel van de installaties, maar wisten niets van de theorie die ten grondslag lag aan mijn voorstel. Ik kwam met iets onbekends en heb echt heel duidelijk moeten uitleggen wat ik ging doen en waarom. Als je dan al langer bij een bedrijf werkt, zoals ik, heb je al wat draagvlak, dus lukte het uiteindelijk wel om iedereen mee te krijgen.’ Erik is blij dat de business case zulke positieve resultaten liet zien: ‘Het MT heeft dit project nu prioriteit gegeven.’


Wetenschappelijk onderbouwd

Pascal moest wel wennen aan de wetenschappelijke literatuur: ‘Voor mijn onderzoek lees ik veel wetenschappelijke artikelen. Dat is wel even wennen in het begin. Erik ziet daar een duidelijke meerwaarde: ‘Het is verfrissend als ik zie waar Pascal mee komt en heel prettig dat hij weet waar hij dat allemaal kan vinden. Waar wij meestal pragmatisch tot iets komen, kan hij nu de echte onderbouwing vinden en uitleggen waarom iets werkt zoals het werkt.’ Na wat twijfels in het begin is Pascal heel blij dat hij de opleiding toch is gaan doen: ‘Ik heb nu het gevoel dat ik meer aandurf. Nu weet ik wat het inhoudt. En dan nog is het afstuderen spannend, want we hebben hoge verwachtingen gewekt.’ Erik: ‘Maar die gaan we ook waarmaken. Pascal wordt zo ook klaargestoomd om dit soort projecten vaker te doen. Omdat overal winst te halen valt.’

Pascal Janssen en Erik Debie, EdeA - Essent DSM energie Alliantie
Master Control Systems Engineering - Begeleider

'Onze applied masters zijn uniek'

 

Coördinator Edwin Tazelaar over de Master Control Systems Engineering.


edwin tazelaarBedrijven kloppen bij ons aan,’ vertelt Edwin Tazelaar, coördinator van de Master Control Systems Engineering. ‘Er is zoveel theorie en er zijn veel ‘regel’problemen. Maar er is een tekort aan mensen die dat bij elkaar brengen. Aan professional masters die de theorie begrijpen en het toe kunnen passen in de fabriekspraktijk. Masters zoals Pascal Janssen en Eko Harsono.’


Veel werk voor onze masters

‘Er liggen bergen werk te wachten voor onze studenten,’ vertelt Edwin. ‘Op een wereldwijd congres werd de noodklok zelfs geluid, omdat de afstand tussen de ontwikkelde theorie en de praktijk van alledag onoverbrugbaar groot wordt. In elke fabriek zijn regelproblemen in de techniek. Het kan overal efficiënter en dus goedkoper. Universiteiten richten zich op het verder ontwikkelen van de wetenschap, op nieuwe theorieën. En voor de gemiddelde hts-ingenieur zijn de inmiddels ontwikkelde theorieën te hoog gegrepen. Ziedaar het ‘gat’ dat onze masters opvullen.’


Onze ‘applied’ masters zijn uniek

‘Kernpunt van onze opleiding is dat onze studenten in staat zijn om ontwikkelde regeltechnieken toe te passen. Wat ze niet doen is ‘wetenschap ontwikkelen’. Ze bedenken geen nieuwe theorieën, maar definiëren het praktische probleem en duiken vervolgens in de wetenschappelijke literatuur op zoek naar een oplossing. Voor een hts-ingenieur is dat een stap te ver, omdat het abstractieniveau van die literatuur hoog is. Onze masters kunnen dat aan. Het zijn echte ‘applied’ masters en daarmee zijn we in Nederland uniek. Het is inmiddels wel duidelijk dat we echt iets toevoegen.’


Fouten voorkomen met Model Predictive Controller (MPC)

‘Een mooi voorbeeld is Pascal Janssen. Hij werkt bij EdeA, een dochteronderneming van DSM en Essent. EdeA regelt de energievoorziening op het DSM-terrein in Geleen. Pascal wijdt zijn afstudeeropdracht aan het zo gelijkmatig mogelijk laten lopen van de stoomdistributie. EdeA wil zo min mogelijk schommelingen in de netwerkbelasting. Pascal bestudeerde het probleem en bedacht dat op elk van de vier stoominstallaties een Model Predictive Controller (MPC) nodig is. De eerste die hij bouwt is direct zijn afstudeeropdracht. Op basis van voorspellingen neem je met die MPC besturingsbeslissingen. Je stuurt dus ‘met voorkennis’ en daarmee voorkom je veel fouten. MPC bestaat al langer en Pascal gebruikt software die samen met een technische universiteit ontwikkeld is. Hij hoeft de software dus niet te maken, maar hij moet het wel snappen om het toe te kunnen passen.’


Concurrentievoordeel met Principal Component Analysis (PCA)

Eko Harsono ging nog een stap verder. Hij las wetenschappelijke studies over Principal Component Analysis (PCA). Met die techniek zoek je naar relaties die ertoe doen binnen alle waargenomen informatie van een proces. Je zoekt naar de ‘kernrelatie’, de principal component. Als je dat kunt beschrijven, kun je de maximale mogelijkheden uit een proces halen. Eko heeft vervolgens zelf de software geschreven waarmee hij de significante relaties uit de gegevens kan filteren. En wat vaker gebeurt: het afstudeeronderzoek is vertrouwelijk en het bedrijf kan ik ook niet noemen. Dat zegt genoeg over de meerwaarde en het concurrentievoordeel dat een applied master kan opleveren.’


Bedrijfsleven bepaalt curriculum

Het curriculum van deze masteropleiding splitst zich na een algemeen deel over ‘Engineering Mathematics’, ‘Modeling’ en ‘Control Systems Engineering’ op in twee werkvelden: Mechatronics en Process Industry. Edwin: ‘Dat zijn onze vaste werkvelden. Maar daarbinnen wordt het curriculum van de opleiding regelmatig aangepast. Die aanpassingen komen rechtstreeks uit het bedrijfsleven: wij hebben de luxe dat bedrijven contact met ons zoeken en hun problemen aan ons voorleggen. Omgekeerd komen wij ook veel bij bedrijven over de vloer. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven en ook onze docenten komen zowel uit het bedrijfsleven als uit het hbo en de universitaire wereld. Die interactie zorgt voor continue vernieuwing van ons curriculum en daarmee voor masters of engineering die werkelijk praktisch iets toevoegen.

Edwin Tazelaar (Coördinator Master Control Systems Engineering), Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Master Automotive Systems - Begeleider

'Die kritische houding is essentieel'

 

Afstudeerbegeleider Bram Veenhuizen over de Master Automotive Systems

 

Bram Veenhuizen‘Als je ergens echt verstand van krijgt, mag je je op dat onderwerp ook laten gelden,’ vindt Bram Veenhuizen. Hij is docent en lector bij HAN Automotive en hij begeleidt Dirk-Jan de Kuyper bij zijn afstuderen. Dirk-Jan is experimental engineer bij Bosch Transmission Technology. ‘Het vraagstuk wat Dirk-Jan onderzoekt heeft echt te maken met de core van hun product. Het is heel belangrijk voor Bosch.’ Dirk-Jan doet onderzoek naar het optimaliseren van de duwband die gebruikt wordt in de transmissiesystemen van Bosch.

 

Bij Bosch mag het grondig

Dirk-Jan heeft het grondig aangepakt, volgens Bram. ‘Zijn opdracht wordt bemoeilijkt omdat er weinig literatuur over beschikbaar is. Er is nog weinig vergelijkbaar onderzoek, dus dat betekent dat hij in het begin weinig houvast had. Maar hij hanteert de goede methodes en legt heel goed de link tussen de opleiding en zijn opdracht: van literatuurstudie, naar modelvorming, meetwerk en verificatie van de modellen. Het is mijn taak dat hij dat heel zorgvuldig blijft doen. Daarbij is er natuurlijk altijd een spanningsveld: hoe grondig mag je iets uitzoeken? Wat mag het kosten? In bedrijven wordt vaak de 80/20 regel gehanteerd: met 20 procent van de inspanning bereik je al 80 procent resultaat. Die laatste procenten om het resultaat te perfectioneren kosten relatief veel tijd en geld. Bij Bosch merk ik echter dat ze de ruimte en tijd nemen om zaken grondiger en fundamenteler uit te zoeken. Dat is voor de masterthese van Dirk-Jan heel gunstig.’

 

Kritische houding

Op dit moment is Dirk-Jan ongeveer halverwege zijn masteronderzoek. Het schrijven is best lastig voor hem. Bram: ‘Het valt me helemaal niet tegen hoe studenten in staat zijn om hun resultaten op schrift te stellen, om het inzichtelijk te maken. Dat gaat Dirk-Jan ook lukken. Het moeilijkst is het om je onderzoeksvraag precies te formuleren en vervolgens je aanpak te bepalen, dus te bedenken hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden. Vanuit je resultaten moet je vervolgens steeds terugkoppelen naar je vraag. Je moet daar heel kritisch op blijven: klopt het wat ik opschrijf, hoe ik het modelleer? Die kritische houding is het belangrijkste wat we studenten bijbrengen. Dirk-Jan mag bijvoorbeeld best brutaler zijn. Hij is dit onderwerp zo goed gaan beheersen dat hij zijn collega’s en werkgever er echt iets over kan vertellen. Dat geeft zelfvertrouwen. Ook daar doe je een masteropleiding voor.’

 

Meerwaarde lectoraat

De Master Automotive Systems profiteert van het Applied Research Laboratory Automotive (ARLA) en van het Lectoraat Mobiliteitstechnologie and Voertuigmechatronica. Bram Veenhuizen is zelf lector in voertuigmechatronica en hij benadrukt hoe het mastercurriculum continu verrijkt wordt met de resultaten van afgerond of lopend onderzoek: ‘We verwerken nieuwe kennis van het lectoraat zo snel mogelijk in de master. Nu onderzoeken we bijvoorbeeld een hybride aandrijflijn. We bouwen op dit moment een opstelling in het lab, zodat we reproduceerbaar aandrijvingen kunnen testen en ontwikkelen. Dergelijke proefopstellingen vind je niet veel bij hogescholen. We kunnen er alle draaiende systemen aan boord van voertuigen mee testen. Het is ook geschikt om batterijen te testen, want dat is voorlopig nog de achilleshiel van de hybride auto’s. Voor de masterstudenten is het mooi om bovenop deze ontwikkelingen te zitten.’

Bram Veenhuizen (Afstudeerbegeleider), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Automotive Systems - Leidinggevende

'Met Dirk-Jans onderzoek kan Bosch een belangrijke efficiencyslag maken'

 

Leidinggevende Paul Faes over de meerwaarde van de Master Automotive Systems

Paul FaesBosch Transmission Technology in Tilburg kent een eigen onderzoeksafdeling. Paul Faes is daar senior engineer. Hij begeleidt Dirk-Jan de Kuyper bij zijn afstuderen in Automotive Systems aan de HAN. Dirk-Jan is experimental engineer op de testafdeling. Volgens Paul is het voordeel van een professional master boven een jonge ‘voltijdmaster’ glashelder. ‘Dirk-Jan kon een vliegende start maken omdat hij het bedrijf en de techniek al kent. Hij heeft op een effectieve manier heel belangrijk onderzoek voor ons gedaan. Hij is intern een autoriteit aan het worden.’

 

Vliegende start dankzij ervaring

Paul Faes: ‘Zo’n masteropleiding maakt het mogelijk om een zeer complexe opdracht bij iemand neer te leggen. Wij hadden net een uitvinding gedaan. Toen kwam Dirk-Jan met de vraag om een opdracht voor zijn afstuderen. Hij is vervolgens aan de slag gegaan met het theoretische model onder die uitvinding. Het gaat om een complex product met veel parameters: om de eindspeling die optreedt tussen de schakels in een duwband. Wij willen weten welke parameters in welke mate invloed hebben op het transmissiesysteem. Toen Dirk-Jan begon, merkten we direct het verschil met de jonge masters die vanaf de voltijdopleidingen hier komen afstuderen. Zij moeten zich eerst inlezen en het bedrijf leren kennen. Dirk-Jan pikt alles veel gemakkelijker op, dus maakte hij een vliegende start: binnen een week ging hij al de diepte in. Het toeval wil bovendien dat hij al metingen had uitgevoerd die tot de uitvinding hadden geleid. Hij kon dus snelle slagen maken omdat hij al helemaal in de materie zat.’

 

Waardevol voor ons bedrijf

‘Inmiddels zijn we zover dat we na de resultaten van Dirk-Jan een feasibility study aan het doen zijn. We kunnen nu per parameter sturen hoe de duwband er precies uit moet zien. Zeer waardevolle informatie voor ons bedrijf. Het gaat om onderzoek op de vierkante millimeter, maar we maken 5 miljoen duwbanden per jaar. Dus zo’n efficiencyslag levert echt iets op.’ Paul noemt Dirk-Jan nu zelfs een autoriteit op dit gebied en vindt dat hij daarover wel wat meer ‘lawaai mag maken’: ‘Dirk-Jan is een bescheiden jongen, maar zijn zelfvertrouwen groeit door deze opleiding en dit onderzoek. Hij mag nog meer laten merken dat hij verstand van zaken heeft.’

 

Nieuwe kansen

Dirk-Jan is een goede experimental engineer volgens Paul. ‘En hij heeft de potentie om een goede onderzoeker te worden. Hij heeft laten zien wat hij in huis heeft, dankzij deze masteropleiding.’ Paul werkt zelf op de onderzoeksafdeling. Die afdeling stuurt opdrachten naar de testafdeling, waar Dirk-Jan werkt. ‘Wij werkten al veel samen. Ik doe onderzoekswerk en hij testwerk. Met deze afstudeeropdracht is hij dus ‘overgestoken’ naar het onderzoek en hij heeft technisch inhoudelijk een mooi stukje werk afgeleverd. Als Master Automotive heeft hij veel nieuwe kansen binnen dit bedrijf.’

Paul Faes (Senior engineer), Bosch Transmission Technology B.V. in Tilburg
Master Automotive Systems - Professional

'We zijn nu prototypes aan het maken'

 

Professional Dirk-Jan de Kuyper over de meerwaarde van de Master Automotive Systems

Dirk-Jan de KuyperDirk-Jan de Kuyper is experimental engineer op de testafdeling van Bosch Transmission Technology B.V. in Tilburg. Als afstuderend Master Automotive bedacht hij een theoretisch model voor het optimaliseren van een duwband in een continu variabele transmissie. Belangrijk voor Bosch en voor Dirk-Jan: ‘Door de masteropleiding heb ik meer kennis gekregen en kan ik dus mijn werk beter uitvoeren. Ik ben nu veel beter in staat om de experimenteel verkregen resultaten te verbinden met de theorie. Deze opleiding heeft mij de moed gegeven om weer diep de techniek in te duiken.’

 

Nu of nooit

Dirk-Jan studeerde Autotechniek aan de HAN. Toen hij snel daarna een baan kreeg aangeboden bij Bosch, besloot hij zijn plannen voor een masteropleiding op te schorten. ‘Ik wilde deze baan niet laten schieten, maar heb die master nooit helemaal uit mijn hoofd gezet.’ Toen de deeltijdmasteropleiding Automotive startte, zag Dirk-Jan zijn kans schoon. ‘Het was nu of nooit. Mijn vrouw studeert ook, we kunnen elkaar stimuleren. We hebben bovendien nog geen kinderen, dus dan gaat het nog gemakkelijker. Het enige lastige was, dat ik er wel 5 jaar uit was geweest. Dus ik moest er echt weer inkomen, vooral in de wiskunde.’

 

Breder inzetbaar

Als experimental engineer studeert Dirk-Jan af in opdracht van de voorontwikkelingsafdeling, Research en Development, waar Paul Faes werkt. Paul begeleidt Dirk-Jan intern bij zijn afstuderen. ‘Toen Paul met deze opdracht kwam, bleek ik voor dit project al veel gedaan te hebben. Er was dan ook snel een inhoudelijke klik met het onderzoek. Ik had het tot dan toe alleen vanuit de experimentele kant bekeken, maar nu ging ik het vanuit de theorie beredeneren. En ik heb het bewezen! Dat is mooi. Ik wil mijn werk nu breder gaan trekken. Ik wil bijvoorbeeld meer research en voorontwikkeling doen. Een idee uitwerken op basis van theorie én metingen. Dankzij de master weet ik dat ik het kan. Ik ben nu breder inzetbaar. En kan dat overbrengen. Ook dat komt door de master.’

 

‘Dat concrete resultaat is geweldig’

‘In gesprekken met collega’s en leidinggevenden merk ik dat ik de inhoud beheers. Dankzij de masteropleiding en mijn afstudeeropdracht dus. Het is leuk om meer kennis van het product te hebben. Dat kan ik in al mijn werkzaamheden toepassen. Ik wil ook het proces waarin mijn onderzoek een rol speelt, van dichtbij blijven volgen. Ik weet nu hoe de eindspeling van een band geoptimaliseerd kan worden, welke parameters van belang zijn en in welke mate. We zijn nu prototypes aan het maken en we gaan op korte termijn nadenken over de mogelijkheden om de verbeterde banden in productie te nemen. Dat concrete resultaat is geweldig. Nu lever je iets op wat het bedrijf ook ziet. Wat ik dankzij mijn master heb kunnen waarmaken. Het voelt goed om dit voor het bedrijf terug te kunnen doen. Ik wil het vervolgonderzoek van heel dichtbij in de gaten blijven houden.’

Dirk-Jan de Kuyper (Experimental engineer), Bosch Transmission Technology B.V. in Tilburg
Master Management & Innovatie in maatschappelijke organisaties - Begeleider

Bouwe Smeding is opleider, trainer en adviseur aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij bedient 2 masteropleidingen: Human Resource Management en Management & Innovatie in maatschappelijke organisaties en begeleidt regelmatig studenten bij hun afstudeeropdracht en het schrijven van de masterthese. Hij vertelt over de implicaties van de afstudeeropdrachten in de Bouwe Smedingdagelijkse praktijk en over het wetenschappelijke niveau van de opleiding.

 

Het onderzoek van Anja van Baardewijk illustreert volgens hem zowel die praktische implicaties als het wetenschappelijke niveau. Anja studeerde een tijdje terug af als Master of Management & Innovatie in maatschappelijke organisaties met een onderzoek naar het versterken van mantelzorgondersteuning in Nijmegen. Anja is manager Staf en Bedrijfsvoering van SWON het seniorennetwerk.

 

Dagelijkse praktijk verbeteren

Studenten komen volgens Bouwe vaak al met een specifieke onderzoeksvraag naar de opleiding: ‘Dat houdt ons als opleiding relevant en up to date. Studenten zijn vrij in hun onderwerpkeuze en de meeste kiezen heel bewust voor onderzoek dat hun eigen organisatie vergaand beïnvloedt. Als werkgever moet je de praktische implicaties van het sturen van een medewerker naar deze opleiding dan ook niet onderschatten. Onze studenten willen een antwoord vinden op de belangrijke vraagstukken in hun organisaties: meer samenwerking, meer aandacht voor de zorgvraag, meer financiële armslag, daarin willen ze werkelijk iets betekenen voor hun werkgever. Wij vragen van ze dat ze op wetenschappelijk niveau onderzoek doen, maar ook dat ze dicht bij de praktijk blijven, dus een goed voorstel doen voor de implementatie van de onderzoeksresultaten, zodat ze hun dagelijkse praktijk daadwerkelijk verbeteren.

 

Duw in de rug

Bouwe benadrukt dat een medewerker met een afstudeeropdracht de organisatie een flinke duw in de rug kan geven: ‘Anja van Baardewijk koos bijvoorbeeld precies het goede onderwerp voor haar organisatie. Het SWON (Stichting Welzijn Ouderen Nijmegen) had een omvangrijke opdracht van de gemeente binnengehaald. Die opdracht ging over mantelzorgondersteuning in Nijmegen, iets wat niet tot de primaire activiteiten van SWON hoort. Het SWON kon deze opdracht dankzij Anja’s onderzoek heel gedegen oppakken.’ Een ander mooi voorbeeld dat Bouwe geeft, komt van een leidinggevende van de Stichting Peuterspeelzalen Arnhem. Daar stonden bezuinigingen en een flinke subsidiekorting op het programma. Uit haar onderzoeksresultaten bleek echter hoe belangrijk de ouders het voortbestaan van de peuterspeelzaal vonden. Die informatie is een rol gaan spelen in de gemeenteraadsvergaderingen. Het uiteindelijke resultaat: behoud van de subsidie.

 

Kwetsbaar durven zijn

Bouwe vindt het belangrijk te benadrukken dat een opdrachtgever of werkgever volledig achter het onderzoek moet staan: ‘Als organisatie moet je je namelijk kwetsbaar op durven stellen. Dat begint met het formuleren van een probleem, maar ook de oplossing die boven tafel komt, kan veel impact hebben. De student doet onderzoek en gaat dan aan de slag met de implementatie daarvan. In de praktijk komt er nog veel bij kijken en als opdrachtgever moet je dan open durven staan voor verandering.’ Volgens Bouwe stelt de opleiding zich ook kwetsbaar op: ‘We nemen onszelf regelmatig de maat’. Onlangs werden een aantal mastertheses onder de loep genomen door Prof. dr. Dankbaar. Hij is als hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit. Zijn oordeel was zeer positief: professor Dankbaar beoordeelde de onderzoeken als volwaardige masterproducten. Bouwe voegt daar graag nog iets aan toe: ‘De masterthese van Anja sprong er volgens de professor wel uit, vanwege de zeer stevige methodologische basis.’
 

Anja's masterthese is prachtproduct

Bouwe beschrijft de masterthese van Anja als een ‘prachtproduct’: ‘Anja is gedreven en heeft een leergierige en perfectionistische aard. In de goede zin van het woord hoor! En dat heeft gezorgd voor een kwalitatief hoogstaand eindproduct. Haar onderzoek zit methodologisch zeer goed in elkaar. Ze heeft vanuit een kritische houding gezocht naar een geschikt onderzoeksinstrument. Tussen de mogelijkheden die we binnen de opleiding aanboden, vond ze niet wat ze zocht.’ Anja heeft vervolgens contact gezocht met het lectoraat en kwam in contact met dr. Martha van Biene, lector Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief. Bouwe: ‘Met de narratieve-analysemethode van dr. Van Biene heeft Anja een heel stevige methodologische basis gelegd voor haar onderzoek. Dat is voor kwalitatief onderzoek altijd lastig, maar zij heeft de lat nu weer hoger gelegd voor onze toekomstige studenten.’

Bouwe Smeding (Opleider, trainer en adviseur), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Management & Innovatie in maatschappelijke organisaties - Professional

Soms valt alles op zijn plek: het gevoel dat je meer wilt en de keuze voor een opleiding die je klaarstoomt voor de functie die straks vrij gaat komen. 'Maar dat wist ik toen nog niet,' zegt Anja van Baardewijk. Zij is Master in Management en Innovatie in maatschappelijke organisaties. Ze werkte bij Swon het seniorennetwerk in Nijmegen toen ze in 2008 aan de opleiding begon. En ze werkt er nog steeds. Inmiddels is ze manager Staf en Bedrijfsvoering. Dankzij de opleiding? 'Zeker,' zegt Anja.

Anja van Baardewijk-Joosten

 

Anja was al om zich heen aan het kijken naar een andere baan, omdat ze het tijd vond voor een nieuwe stap in haar carrière. Haar bestuurder Caroline Kooij, stelde toen een opleiding voor, zodat ze daar uitdaging in zou vinden. Anja: ‘Natuurlijk snap je dan dat je nog een paar jaar bij die werkgever gaat blijven, omdat die in je investeert. Maar ik heb wel heel bewust gekozen voor Management en Innovatie, omdat ik breder opgeleid wilde worden. Ik had me tot dat moment met mijn werk altijd gericht op ouderen, maar wilde graag mijn horizon verbreden naar andere terreinen’.


Aanbevelen en uitvoeren

De gemeente heeft in 2009 aan Swon gevraagd de mantelzorgondersteuning in Nijmegen te gaan coördineren. Swon was als seniorennetwerk misschien niet direct een logische partij vanwege de brede doelgroep, maar heeft de opdracht aanvaard. Voor Anja betekende dat meteen dat ze een afstudeeropdracht had: ‘Voor Swon was de regie van mantelzorgondersteuning een nieuwe tak van sport:

 

  • Welke behoeften hebben mantelzorgers?
  • Wat is nodig binnen om die regierol in te vullen?

Het paste allemaal precies in het kader van Management en Innovatie. In juni was ik klaar met mijn masterthese en in juli zijn we meteen begonnen met het coördinatiepunt.’ Inmiddels put Swon twee jaar later nog steeds uit het onderzoek van Anja: ‘Het is allemaal nog heel actueel. Als ik mijn aanbevelingen teruglees, zie ik wel dat we het grootste deel hebben opgepakt, maar er staan nog punten in waar we mee aan de slag kunnen. Ik vind de aanbeveling om te zoeken naar ‘social return on investment’ heel interessant. Daar ga ik zeker nog iets mee doen.’


Nieuwe strategische functie

Toen kwam de functie van manager Staf en Bedrijfsvoering vrij en Anja wist dat ze dat aankon: ‘Ik was al manager Informatie en Advies, maar ik wilde afdelingsoverstijgend, strategisch bezig zijn. Met deze nieuwe functie viel alles dus prachtig op zijn plek. Anja is ook een tijdje waarnemend bestuurder geweest. ‘Dankzij de opleiding had ik ook daar genoeg bagage voor.’ Ze benadrukt dat van de lessen die ze leerde er ook een paar heel persoonlijk waren: ‘Je komt ook jezelf tegen hoor. Ik leerde bijvoorbeeld dat ik behoorlijk rechtlijnig van probleem naar oplossing kan gaan. Terwijl het vaak beter is om tijd te nemen voor analyse en voor het zoeken naar meerdere oplossingen.’ ‘Daar ben ik me nu van bewust, wat me een geduldigere manager maakt,’ lacht ze.


Waardevolle contacten

Tijdens de opleiding deed Anja waardevolle contacten op onder haar medestudenten. Anja: ‘Ik vond het heel verfrissend dat mensen vanuit verschillende sectoren deze opleiding doen. Dat zorgt voor nieuwe perspectieven van waaruit je kunt kijken naar een probleem.’ Tijdens de opleiding komen de studenten regelmatig bij elkaar voor intervisie en na afloop van de studie besluiten Anja en haar jaargenoten om dit in aangepaste vorm te blijven doen, maar nu op eigen initiatief. ‘En dat doen we nu nog steeds. Je spreekt dezelfde taal en kunt op een bepaalde manier naar een vraagstuk kijken. We begrijpen elkaar en kunnen goed met elkaar discussiëren over een onderwerp. Iedereen vanuit zijn eigen invalshoek, zodat je jouw vraag vanuit al die invalshoeken belicht krijgt. Ik vind het heel waardevol dat we nog steeds regelmatig contact hebben met elkaar.’


Gedreven, leergierig, perfectionistisch…

‘… ja, ik geloof dat ik dat inderdaad allemaal wel ben,’ is Anja’s reactie op de beschrijving die Bouwe Smeding van haar geeft. Bouwe Smeding is docent aan de masteropleiding en begeleidde Anja bij haar afstuderen. Anja: ‘Ik heb ervaren dat er allerlei deuren voor je opengaan als je vanuit een gedreven houding met je masteropleiding bezig bent. Maar dat gold voor al mijn studiegenoten hoor. Mijn perfectionisme kreeg ook alle ruimte. Bijvoorbeeld toen ik de methode voor mijn onderzoek ging bepalen. Ik deed kwalitatief onderzoek en zou daarvoor veel verschillende mensen interviewen. De methodes die voorhanden waren deden naar mijn mening onvoldoende recht aan de input uit die interviews. Ik wilde het verhaal van de respondenten overeind houden en er meer uit halen. Toen ben ik naar het lectoraat Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief gegaan. Met de methode voor narratieve vraaganalyse van dr. Martha van Biene had Swon in het samenwerkingsverband ‘stichting Maat’ immers al ervaring opgedaan. Met die methode blijft niet alleen overeind wát iemand zegt, maar ook hoe het gezegd wordt en door wie. En dat is wat ik wilde.’

Anja van Baardewijk-Joosten (Manager Staf en Bedrijfsvoering), Swon Seniorennetwerk Nijmegen
Master Management & Innovatie in maatschappelijke organisaties - Leidinggevende

‘Als je ziet dat iemand potentie heeft, dan moet je daar iets mee als werkgever. Want iedereen wordt er beter van: de persoon zelf ontwikkelt zich, als organisatie heb je profijt van meer kennis in huis en je klant profiteert natuurlijk ook, omdat de kwaliteit van je dienstverlening toeneemt als je in je medewerkers investeert. Dat betekent wel dat je heel kritisch kijkt naar de opleiding die iemand wil gaan doen.’ Caroline Kooij vertelt vanuit werkgeversperspectief over de keuze om een van haar managers te laten deelnemen aan het masterprogramma Management & Innovatie van de HAN.Caroline Kooij
 

Caroline is directeur-bestuurder van Swon het seniorennetwerk Nijmegen. Als werkgever ziet zij duidelijke meerwaarde van de Master Management & Innovatie die Anja van Baardewijk volgde. Anja is één van de managers. Voor ze de masteropleiding begon was ze manager Informatie en Advies. Snel na haar afstuderen werd ze manager Staf en Bedrijfsvoering. Caroline: ‘En daar zie je direct de meerwaarde van zo’n opleiding. Anja is opgeklommen naar het strategische niveau, dat wilde ze graag. Maar ik wil dat ook graag, omdat ik zie dat zij voor deze organisatie op een ander niveau nog meer kan betekenen. Zowel voor haar persoonlijk als voor onze organisatie hebben haar opleiding en afstudeeropdracht dus veel waarde gecreëerd.

 

Opleiding en praktijk dichtbij elkaar

Caroline: ‘Je kunt dus best zeggen dat ik heel kritisch ben op de opleiding, want ik wil ook als organisatie van die opleiding profiteren. Wat ik vooral belangrijk vind is dat de wisselwerking met de praktijk groot is. Als organisatie kun je daar zelf trouwens ook aan bijdragen. Ik vind dat je zelf ook dicht bij zo’n opleiding moet willen zijn, want dan houd je die kwaliteit mee in de gaten. Een aantal van mijn collega’s geven bijvoorbeeld les aan de HAN en we hebben regelmatig stagiaires hier. Op die manier kun je dichtbij elkaar blijven.’

 

Afstudeeropdracht snel gevonden

In de tijd dat Anja zocht naar een afstudeeropdracht, legde de gemeente Nijmegen bij Swon een spannende opdracht neer. Caroline: ‘De gemeente vroeg of we de ondersteuning aan mantelzorgers in Nijmegen op ons wilden nemen. De regievoering was daar een belangrijk onderdeel van. We wisten wel dat we dat konden, maar toen Anja besloot daar haar afstudeeropdracht aan te wijden, gaf dat een extra stimulans om de opdracht met veel vertrouwen aan te nemen.’ Anja onderzocht de behoeftes van alle partijen en gaf strategisch en praktisch invulling aan die regiefunctie.

 

Onderzoek en kennis over mantelzorgers

Het Coördinatiepunt is inmiddels een feit en Caroline vindt het belangrijk dat Anja daar nog steeds een rol in heeft: ‘Als je zo’n onderzoek doet, is het belangrijk dat je het ook in de praktijk kunt brengen. Ik vind het belangrijk dat Anja ziet dat het klopt wat ze bedacht heeft. Bovendien heeft ze door het onderzoek enorm veel kennis opgedaan over de doelgroep van mantelzorgers en bij partnerorganisaties. En in het bijzonder hoe je dat gefundeerd opzet en er richting aan geeft. Daar hebben zowel zijzelf als wij als organisatie dagelijks profijt van.’ Ook het onderzoeksrapport is volgens Caroline een waardevol document: ‘Het gaat nu allemaal goed, maar als ik het rapport weer bekijk, zie ik dat we nog steeds stappen kunnen maken.’

 

Goed werkgeverschap

Caroline vindt dat werkgevers niet altijd de link leggen tussen hun opleidingsbudget en de meerwaarde voor de klant: ‘Als je investeert in je medewerkers, helpt dat in de persoonlijke ontwikkeling van diegene, maar ook op organisatieniveau en dús op klantniveau verdien je die investering weer terug. Waar mensen ook zitten in de organisatie: als ze beter worden in hun vak heeft dat effect op de klant. Dat verband wordt volgens mij te weinig gezien.’

 

Anja heeft potentie

Het was voor Caroline wel duidelijk dat Anja potentie had en nog steeds heeft: ‘Ik zag wel dat zij een wat zwaardere opleiding moest gaan doen. Omdat ze dan echt een carrièresprong kon maken. Inmiddels heeft ze een sprong gemaakt, maar er zit nog meer in. Anja is iemand die op den duur ook directeur of bestuurder zou kunnen zijn. Dat heeft ze ook al laten zien toen ze mij heeft vervangen tijdens ziekte. De verwachting was dat ik een paar maanden uit de roulatie zou zijn, maar het werd ruim een jaar. In die periode heeft zij op 3 borden geschaakt: ze was collega, directeur en bestuurder. Ik heb er veel bewondering voor hoe ze dat gedaan heeft. Als ik erop terugkijk, realiseer ik me pas wat een onmogelijke positie zij soms eigenlijk had. Maar zij had mede dankzij de opleiding en haar onderzoek voldoende bagage en zelfvertrouwen om die taken aan te kunnen. Ik denk ook dat zij nog meer in haar mars heeft dan ze zelf denkt. Ik vind ook dat ze verder moet. Maar liefst niet meteen.’

Caroline Kooij (Directeur-bestuurder), Swon het seniorennetwerk Nijmegen
Master Human Resources Management - Begeleider

´Samen denken en sparren uitstekend fundament voor innovatieve ideeën´

 

Afstudeerbegeleider Bouwe Smeding over de Master HRM

 

Bouwe SmedingEen professional die niet alleen kómt om te leren, maar waar je zélf door geïnspireerd raakt. Zo’n student is Annet Kootstra volgens begeleider Bouwe Smeding. Haar onderzoek is zeer innovatief.’

 

'Annet is heel nauwgezet'

Twee dagen per maand state-of-the-art inzichten opdoen in colleges, ’s avonds in de literatuur duiken, overdag werken. Hoe ze vrijdag na de colleges nog fit naar de zwemtraining vertrok? Begeleider Bouwe Smeding stond er wel eens versteld van. ‘Annet is heel nauwgezet. In haar werk en in haar tijd. Een heldere planning en steekhoudende argumenten. Haar masterthese over doe-het-zelf-organisaties rondde ze cum laude af, maar ook essays waren uitstekend geschreven en beargumenteerd.’

 

Hoger denken, verder kijken

De gedrevenheid van Annet geeft een mooi profiel van het type professional dat elkaar vindt in de Master HRM: professionals die de volgende stap willen maken en meer strategisch willen denken. ‘De zorg, het bankwezen, de overheid de instroom van HRM-adviseurs is heel divers. Ze willen vanuit verschillende perspectieven samen denken, sparren en toetsen om nieuwe out of the box ideeën te bedenken’, vertelt Bouwe, die naast het docentschap onderzoek doet naar duurzame inzetbaarheid bij medewerkers én organisaties.

 

Voeden en gevoed worden

‘Juist daarom zetten we in op interactie: tussen studenten en studenten, studenten en docenten en de theorie en de praktijk. ‘Heel bewust hebben we in de colleges voor gastsprekers gekozen uit het hart van het veld en het onderzoek. Omdat state-of-the-art kennis dynamisch is kun je die alleen maar samen construeren en iets toevoegen aan de praktijk. HRM’ers brengen casuïstiek uit het veld in. In de Master HRM ontwikkelen ze de tools om onderzoek te doen binnen de eigen organisatie. Zo voeden we en worden we gevoed. In werkgroepen, colleges en werkbezoeken bouwen we samen aan de nieuwste kennis.’

 

Complexe uitdagingen

In een complexer wordend werkveld zijn professionals als Annet van grote waarde, benadrukt Bouwe. ‘Waar de P&O-adviseur vroeger vooral bezig was met processen en producten, moet de HRM-adviseur nu veel meer focussen op het hart van de organisatie: de mensen. Wat moet er gebeuren om de afstemming tussen organisatiedoel en de medewerker te optimaliseren? Hoe kan de adviseur bijdragen aan de bevlogenheid van mens én organisatie? Het zijn uitdagende kwesties in een veld waar voor de HRM’er een steeds strategischer rol is weggelegd.’

 

Diplomatiek en conceptueel denken

‘Met haar masterthese over de succesvoorwaarden voor zelfsturende organisaties liet Annet haar strategische competenties zien. ‘Haar organisatie, de RIBW-maakte een forse organisatieverandering door: van hiërarchische structuur naar zelforganiserende teams. In representatieve focusgroepen onderzocht ze de voorwaarden voor zelfsturing. Voor zo’n onderzoek heb je veel vaardigheden nodig. Je moet weten wat er in de literatuur is gezegd, de best practices elders kennen en de historie van je eigen organisatie. En je moet diplomatiek zijn en ruimte geven. Terwijl je zelf ook nog deel bent van de organisatie. Ze is er in geslaagd om echte kennis naar boven te halen en voorbij de pijnpunten en de sociaal wenselijke antwoorden te vragen en te vinden. Daardoor weet ze wat er speelt en heeft ze oog voor wat er nodig is. Annet heeft persoonlijkheid en de professionaliteit om innovatief beleid te maken.’

Bouwe Smeding (Afstudeerbegeleider), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Master Human Resources Management - Professional

´Ik geloof in de kracht van mensen´

 

Professional Annet Kootstra over de meerwaarde van de Master HRM

 

Annet KootstraEen verticale organisatie veranderen in een organisatie met zelforganiserende teams: hoe doe je dat? Professional Annet Kootstra onderzocht de succesfactoren van de ‘doe-het-zelforganisatie’ in haar masterthese. Cum laude studeerde ze af. ‘Als er iets misgaat ren ik er niet direct op af.’

 

Ik wist meteen: dit wil ik

Hongerig naar kennis, naar nieuwe frisse inzichten. Als nieuwsgierige en onderzoekende HRM-adviseur had Annet behoefte aan nieuwe perspectieven, aan sparren, aan weten wat er elders speelt. Toen de RIBW Groep Overijssel aan de vooravond van een grote reorganisatie stond, zette ze de stap: ze koos voor de Master HRM aan de HAN. ‘Ik wist meteen: dit wil ik. Vooral het toegepaste karakter van de masteropleiding sprak me aan. Niet alleen maar leren hoe het in de literatuur beschreven staat, maar direct toepassen in je eigen praktijk. En de interactie natuurlijk. Hoe denken collega’s uit het bankwezen, het onderwijs, de zorg over talentmanagement? Op welke manier zorgen zij dat medewerkers zich intrinsiek gemotiveerd voelen om te blijven leren? Juist het kunnen toetsen van ideeën en het uitwisselen van ervaringen is zo prettig’.

 

Studiereis naar Zweden

Als voorbeeld en hoogtepunt van de studie noemt Annet de studiereis naar Zweden, waar ze met medestudenten verschillende organisaties heeft bezocht. ‘Je ziet heel concreet de praktijk. Daarnaast leer je, door de gesprekken tijdens de opleiding en het schrijven van de essays ook afstand te nemen. Die reflectie zorgde voor een heel andere blik op mijn organisatie maar ook op mijn eigen rol. Het geeft een kader waardoor ik zaken beter kan duiden, plaatsen en beoordelen. Ik kijk anders, breder nu.’

 

Meer daadkracht

Uitgaan van de kracht van mensen, het netwerk zien, het netwerk verstevigen en optimaal inzetten. De RIBW gaat uit van de zelfredzaamheid van cliënten. En waarom zou dat alleen voor cliënten gelden? Van een hiërarchische verticale organisatie werd de RIBW getransformeerd in een plattere instelling met zelforganiserende lokale teams. Het doel: meer draagvlak, meer daadkracht. ‘Een forse verandering’, beaamt Annet. ‘In plaats van aangestuurd te worden, moeten medewerkers in een nieuw verband - kleinere teams - zichzelf sturen. Dat betekent niet alleen op organisatorisch en facilitair vlak een omslag, maar ook in visie. Oude rollen moeten worden losgelaten, nieuwe gezocht.’

 

Elkaar vertrouwen

Welke werkkenmerken, organisatiefactoren en werknemersfactoren zorgen voor een succesvolle zelfsturing? In haar masterthese onderzocht Annet wat dat zelfsturend vermogen van nu beïnvloedt. Ze organiseerde en analyseerde gesprekken met focusgroepen. De uitkomsten – meegenomen bij de implementatie – laten zich niet in twee zinnen samenvatten, benadrukt ze. ‘Maar in de kern gaat het om vertrouwen. Vertrouwen in jezelf en in je collega’s. Elkaar de ruimte geven. Ook om fouten te mogen maken. Als er nu iets misgaat ren ik er niet direct op af. Een zelfsturende organisatie moet zelf leren. En durven! Juist daar zitten de kansen. Alleen als mensen zich veilig voelen is het mogelijk zaken ter discussie te stellen.’

 

Minder hooi

Niet alleen de organisatie veranderde, ook Annet zelf. Van een coördinerende rol kwam ze in een meer coachende, adviserende rol terecht. Een fijne rol, vindt ze. ‘Uit mijn onderzoek weet ik dat het belangrijk is om te weten wat er leeft, maar dat ik niet meteen hoef te handelen. Ik durf veel beter stil te staan. Wat gebeurt er nu eigenlijk? Wat betekent dit voor de organisatie? Hoe sluit het aan bij de uitgangspunten? Ik heb geleerd te analyseren, verbanden te leggen en zaken in groter perspectief te zien. De diepte kennen, maar ook de breedte zien: dat ik een stevig kader heb, heeft me rustiger gemaakt.’

Annet Kootstra (HRM-adviseur), RIBW Groep Overijssel
Master Human Resources Management - Leidinggevende

´Annets onderzoek naar zelforganisatie van grote meerwaarde´

 

Leidinggevende Nicole ter Bogt over de meerwaarde van de Master HRM

 

Nicole ter BogtGedreven, integer, zorgvuldig: dat is Annet Kootstra volgens leidinggevende Nicole ter Bogt. En vooral: sterk analytisch. Doen, doen! dacht Nicole dan ook toen Annet de Master Human Resources Management voorstelde om dat vermogen verder te ontwikkelen. ‘Als jij iets ontwikkelt waar je goed in bent en er blij van wordt, dan heeft dat ook een positief effect voor de organisatie.‘

 

Afstand, reflectie en rust

Wat is een probleem? En is het een probleem? En als het al een probleem is: bij wie hoort het eigenlijk? Sinds ze de Master HRM heeft gevolgd schiet Annet minder snel in de actie en neemt ze meer afstand om zaken te beoordelen, volgens Nicole ter Bogt. En dat is niet alleen prettig voor de organisatie, het past ook beter bij haar aard en talent. ‘Een onderzoek opzetten, vraagstukken formuleren, data analyseren: niet iedereen kan het. Annet kan dat heel erg goed. Dat ze dat talent verder wilde ontwikkelen in de masteropleiding vond ik geweldig. Niet focussen op wat je nog moet leren, maar doen waar je goed in bent. Want wie een talent ontwikkelt krijgt energie, dat voelt de organisatie ook. Er komt een nieuwe dynamiek in het team.’ Soms moet Nicole een beetje lachen, geeft ze toe. ‘Dan vraagt Annet zich hardop af: moet ik niet iets doen? Maar juist in haar rust en haar reflectie is ze een voorbeeld voor het team.’ De masteropleiding bracht die rust, denkt Nicole.

 

Sparren met vakexperts

‘Hoe zet je optimaal mensen en middelen in in een complexer wordend veld waarin hiërarchische structuren steeds meer verdwijnen? En hoe richt je je procedures en processen dan in? En wat doe je om ondersteunende diensten niet meer aanbodgericht, maar vraaggericht te laten werken? Annet is iemand die wil weten waar ze over praat. Als je hebt kunnen sparren met vakexperts en gevoed wordt met state-of-the-art kennis vergroot dat je zelfvertrouwen natuurlijk enorm. Annet heeft de regie genomen in haar eigen groei. Het resultaat: een expert.‘

 

Onderzoek zelforganisatie

Theorie en praktijk verbinden, samen innovatieve oplossingen zoeken, zodat juist de praktijk er weer iets aan heeft: dat is de opzet van de master aan de HAN. Aan de eigen praktijk had Annet een aardige case organisatieveranderkunde: van een hiërarchische gestuurde organisatie veranderde de RIBW-Groep Overijssel in een organisatie van zelfsturende teams. Voor haar masterthese zette Annet een onderzoek op naar de succesfactoren van en voorwaarden voor zelforganisatie. ‘Van grote meerwaarde voor de organisatie’, vindt Nicole, die de aanbevelingen van Annet meenam bij de implementatie van het strategisch beleidsplan. ’We weten nu dat we de teams niet groter moeten maken dan 15 man, anders kun je niet meer spreken van zelforganisatie. En als zo’n team zichzelf moet aansturen zijn veiligheid en vertrouwen natuurlijk essentieel. Door Annets onderzoek focussen we daar echt op: goed HRM – zeker in zelforganiserende teams -begint met aandacht voor mensen, oog en respect voor elkaars kwaliteiten.’

 

Strategisch beleidsexpert

Waar denkt Nicole dat Annet over vijf jaar staat? ‘Ik denk dat ze dan zeker meedenkt over beleid in een specialistische sector, zoals bijvoorbeeld GGZ Nederland. In ieder geval op een plek waar ze uitgedaagd wordt en haar talenten kan inzetten. De uitgangspunten van de organisatie onderzoeken, de lijnen bepalen, en voorwaarden ervoor scheppen: Annet kan het als geen ander. Als persoon en als professional.’ Super trots was Nicole dan ook toen Annet haar Master afrondde. ‘Ik zie nu iemand staan die helemaal in haar kracht stond. Een deskundige op haar terrein, die openstaat voor anderen, maar niet bang is de koers uit te zetten.’

Nicole ter Bogt (Leidinggevende), RIBW - Groep Overijssel
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Professional

'Ik heb uitdagingen nodig'

 

Professional Monique Bakker over de meerwaarde van de Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening.

 

Monique BakkerNederland telt 5 regionale organisaties die onderzoek verrichten naar borstkanker en baarmoederhalskanker. Monique Bakker is regiomanager borstkanker bij Bevolkingsonderzoek Zuid en verantwoordelijk voor de regio Midden-Brabant. In die regio worden jaarlijks 65.000 vrouwen gescreend. Monique volgde de masteropleiding Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening en deed onderzoek naar een mogelijk verdergaande samenwerking van de 5 regionale organisaties: wat kan centraal? Wat moet decentraal?


Alles kan beter

Monique was al manager bij Bevolkingsonderzoek Zuid toen zij de mogelijkheid kreeg om de masteropleiding Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening te gaan doen. Over haar motivatie zegt ze: ‘Ik heb eigenlijk altijd de drive om dingen anders en beter te doen. Als iets een tijdje goed loopt, begint het op een gegeven moment te kriebelen.’ Monique wilde zich meer verdiepen in management en sturing en een helikopterview ontwikkelen: ‘Vooral omdat in onze organisatie heel veel gebeurt en er grote strategische vragen op tafel liggen. Ik had ook de behoefte om mijn kennis uit een eerdere managementopleiding weer op te vijzelen en liefst ook te verbreden. En ik zou graag doorgroeien naar minder specialistische managementverantwoordelijkheid.’

Praktijkgericht leren

Doordat Monique al eerder een managementopleiding had gevolgd, kon ze in het tweede jaar van de Master Bedrijfskunde instromen. Ze wist al snel dat ze goed zat: ‘Ik merk dat ik qua kennis echt een slag gemaakt heb. Alleen al omdat ik het hele proces van onderzoek, literatuurstudie en wetenschappelijke benadering doorlopen heb. Daar heb ik enorm veel van geleerd. Ik heb nu bovendien beter zicht op de bedrijfsprocessen en hoe ik ze kan optimaliseren.’ Monique was vooral blij met de praktijkgerichte aanpak: ‘De theorie die werd aangereikt werd steeds direct gekoppeld aan de praktijk. Dat werkte heel goed voor mij. Er is een grote afwisseling in vakken en thema’s en elk thema wordt verder uitgediept in opdrachten. Dat doe je veel in samenwerking met je medestudenten, zodat je tegelijkertijd van elkaars ervaringen en invalshoeken kunt leren. Ik was bovendien heel blij met intervisiegroep. Die bijeenkomsten vond ik heel waardevol.’

Breed onderzoek

Vier jaar geleden werden de 20 screeningsorganisaties voor borst- en baarmoederhalskanker ‘omgevormd’ naar 5 organisaties. Dat gebeurde in opdracht van het Ministerie van VWS. Sindsdien zijn die organisaties structureel in overleg over nog intensievere samenwerking. De strategische vraag die onder andere op tafel ligt is: welke taken kunnen we centraliseren en welke in elk geval niet? In overleg met haar opdrachtgever besloot ze haar afstudeeropdracht aan deze vraag te wijden. ‘Dat is, zoals voorzien, een heel breed onderzoek geworden dat ik heb kunnen sturen in de richting waar de 5 organisaties behoefte aan hadden. We staan nu op het punt om daarover knopen door te hakken. Ik heb advies gegeven over wat centraal kan en wat decentraal moet en onderzocht wat die keuzes betekenen voor de organisatie, voor de medewerkers en voor cliënten. Uit mijn onderzoek komen duidelijke do’s en dont’s en adviezen om zoveel mogelijk synergie te bereiken.’

Politieke verhoudingen

Het doen van het onderzoek bij alle 5 de organisaties had wel wat voeten in de aarde: ‘Ik had vanuit mijn landelijke contacten al wel oog voor de politieke verhoudingen, maar met dit onderzoek kom je wel echt dichtbij. Je vraagt je toch af of ook die andere partijen wel echt op dit onderzoek en op je advies zitten te wachten. Dat vond ik spannend, maar het is goed gegaan. Ik heb er veel van geleerd en stap nu nog gemakkelijker op mensen en problemen af.’

Ambities

Hoe zit het met haar ambities om verder te komen? Waar liggen de nieuwe uitdagingen? ‘Er gebeurt in deze organisatie voorlopig nog heel veel. In de afgelopen jaren zijn we gedigitaliseerd, gefuseerd, van structuur veranderd en ik heb nog meer verantwoordelijkheid gekregen. Bovendien komen er, zoals ik al aangaf, nog allerlei strategische besluiten aan. Er is nog veel te doen hier voor mij. Stel dat alles straks helemaal op rolletjes loopt en er niets meer verbeterd hoeft te worden, dan zoek ik wellicht weer een nieuwe uitdaging. Ik geloof dat dat op je pad komt, als je ervoor open staat. Ik heb altijd gestudeerd en geleerd en vraag me continu af of het anders of beter kan. Omdat ik de afgelopen tijd met studie en werk wel heel druk ben geweest, zit ik in een soort afkickperiode. Nu wil ik mijn werk gewoon heel goed doen. Daarna zien we wel weer.’

Monique Bakker (Regiomanager borstkanker), Bevolkingsonderzoek Zuid
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Leidinggevende

'Moniques bevindingen zijn van wezenlijk belang voor onze toekomst'

Mark SteinbuschLeidinggevende en bestuurder Bevolkingsonderzoek-Zuid Mark Steinbusch over de meerwaarde van de Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening.

 

Mark Steinbusch is bestuurder van Bevolkingsonderzoek-Zuid, een van de 5 screeningsorganisaties voor borst- en baarmoederhalskanker in Nederland. Hij vindt dat de verwachtingen van de meetbaarheid in de zorg te hoog gespannen zijn. En dat er managers nodig zijn die boven de meetinstrumenten uit kunnen stijgen, die kunnen relativeren en discussiëren op strategisch niveau. Zo’n manager is Monique Bakker inmiddels. Zij volgde de masteropleiding Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening en ze is regiomanager bij Bevolkingsonderzoek-Zuid.

Zorg heeft masters nodig

Mark vindt dat voor managers in zijn organisatie het masterniveau nodig is: ‘De omgeving wordt steeds complexer. Het is nodig dat managers de totale organisatie en de omgeving overzien. We komen uit een golf van alles willen beheersen en meetbaar maken, maar daarmee verbeteren we niet wezenlijk iets. Van al dat meten en beheersen ga je navelstaren, terwijl je als manager juist verder moet kijken dan je neus lang is. De zorgsector verandert continu en we hebben mensen zoals Monique nodig die daarmee om kunnen gaan en erop in kunnen spelen..’

Opleiding op maat

In haar functie als manager heeft Monique meer afstand tot de uitvoering dan voorheen en ze wilde zich op dit abstractere niveau bij laten scholen: ‘Daar kon ik me wel in vinden, maar ik wilde wel een opleiding die past bij iemand die al ruime ervaring heeft. Geen standaard pakket waar zij dan misschien een paar modules van zou benutten. Ik wilde dat de opleiding zou aansluiten bij de kennis die zij al had. En natuurlijk wilden we dat haar afstudeeropdracht een onderzoek moest worden waar we als organisatie echt iets aan hebben.’

Brede strategische vraag

‘Haar afstudeeropdracht heeft ze durven houden op het hoogste niveau van onze organisatie. Daarmee heeft ze wel haar nek uitgestoken. Ze had ook een veiliger terrein kunnen kiezen, maar ze ging aan de slag met een brede strategische vraag. Ik wilde namelijk weten hoe we zo goed mogelijk landelijk met die andere vier organisaties kunnen samenwerken: wat doe je samen en wat doe je alleen. Monique heeft die vraag opgepakt en is gaan kijken hoe andere zorgorganisaties dat doen. Ook heeft ze bij onze eigen vijf organisaties voor bevolkingsonderzoek uitgebreide interviews gehouden. Ze heeft de samenwerking vanuit de invalshoeken bekeken die wij belangrijk vinden: de klant, de medewerkers en de totale organisatie. Haar rapport is nu een belangrijk instrument in de verdere strategievorming. Dat klinkt abstract, maar is van wezenlijk belang voor de toekomst van de 5 organisaties.’

Regie uit handen geven

Mark heeft Monique niet zonder risico ‘het veld in gestuurd’: ‘Ik heb natuurlijk gestuurd in het formuleren van de onderzoeksvraag, maar had natuurlijk geen grip op de uitkomst. Dat voelde wel alsof ik de regie uit handen gaf. Ze is met objectieve vragen naar die andere organisaties gegaan. Alle opties lagen dus open. Het was dus mogelijk dat ik van de uitkomst zou schrikken. En dat we dus vanuit onze organisatie met een rapport zouden komen waarvan ik als bestuurder de visie niet onderschreef. Dat heb ik wel spannend gevonden. Maar uiteindelijk gaat het erom dat we iets leren, dus daar moest ik zelf ook toe bereid zijn.’ Mark voegt nog toe dat hij van de uitkomst niet is geschrokken en blij is dat het rapport wezenlijk bijdraagt aan de samenwerkingsdiscussie.

Persoonlijke groei

Monique staat nu anders in haar werk, vindt Mark. ‘Ze heeft in haar werk veel met onderzoek te maken en heeft in de opleiding het hele traject nu van a tot z doorlopen: de vraag formuleren, knelpunten tegenkomen, kwalitatieve analyses maken. Daarmee is haar kennis verbreed en verdiept , en die ervaring heeft haar ook zekerder gemaakt. Ze staat anders in bepaalde onderwerpen en is relaxter dan voorheen. Kennis geeft rust, merk ik bij haar.’

Mark Steinbusch (Leidinggevende en bestuurder), Bevolkingsonderzoek-Zuid
Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening - Begeleider

'Er is hier voor elke organisatie veel te halen'

 

Hoofddocent en afstudeerbegeleider Floris Kraan over de Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening.

 

Floris KraanWaar het in deze masteropleiding echt om draait? Daar heeft Floris Kraan snel antwoord op: ‘De zorg moet goed en goedkoop. De belangrijkste rol van de bedrijfskundige zit hem in het zo goedkoop mogelijk maken: geen overbodige handelingen, niet lang wachten, je organisatie zo slim mogelijk inrichten.’ Maar om dat echt goed te kunnen, moet je zelf wel ‘aan het bed’ gestaan hebben. Als je een organisatie goed kent, kun je haar helpen verbeteren. Dat is ook Monique Bakker goed gelukt, vindt Floris. Monique is regiomanager bij Bevolkingsonderzoek-Zuid. Zij pakte een strategische vraag van haar organisatie op en studeerde daarop af als Master Bedrijfskunde Zorg en Dienstverlening.

Managers met ‘inside information’

Floris Kraan ziet dat steeds meer bedrijfskundigen met neutrale MBA-opleidingen op managementfuncties in zorginstellingen terechtkomen. Maar hij ziet daarin een groot bezwaar: ‘Zij hebben nog nooit ‘aan een bed gestaan’. Je moet de problemen in een organisatie eerst goed kennen om de werkelijk beste en goedkoopste oplossing te vinden. Al onze studenten hebben aan het bed gestaan of kennen in ieder geval de operationele kant van de organisatie uit eigen ervaring: fysiotherapeuten laboranten, mondhygiënisten, verpleegkundigen, zij kennen de problemen van de medewerkers, de frustratie van formulieren en vergaderingen. Zij weten dat het beter kan en kunnen als geen ander die verbetering vormgeven.’

Complexe materie

Monique Bakker is volgens Floris zo iemand die vanuit inhoudelijke en praktische kennis van de organisatie bedrijfskundige verbeteringen door kan voeren. Zij is regiomanager bij Bevolkingsonderzoek Zuid. Zij rondde de opleiding vorig jaar af en deed voor haar afstudeeropdracht onderzoek naar de mate van centralisatie die voor haar organisatie en vier soortgelijke organisaties in Nederland wenselijk is. Floris: ‘Op dat strategische niveau in de organisatie is de materie complex en is een kant-en-klare oplossing niet mogelijk. Als je op het niveau van Monique opereert, geef je aan waarover de organisatie moet praten. Je begeleidt het proces. Dat heeft zij heel duidelijk gedaan. Ze gaf belangrijke aandachtspunten waar aan gewerkt moest worden.’

Daadkracht

‘Wat ik sterk vond aan het onderzoek van Monique is de objectieve manier waarop zij de strategische vraag is aangevlogen, terwijl er op dat niveau natuurlijk altijd politieke verhoudingen en belangen liggen. Zij is iemand die uit zichzelf dingen gaat opzoeken. En dat is goed want je moet er niet op rekenen dat mensen bedrijfskundige vragen bij je neerleggen. Mensen als Monique gaan zelf op zoek naar ontbrekende kennis en naar de dingen die beter kunnen in een organisatie. Die daadkracht hebben al onze studenten. Het zijn allemaal ervaren professionals die bij ons binnenkomen met een vraag of zelfs frustratie die ze in hun eigen organisatie tegenkomen. Soms stromen ze al gedurende de opleidingen door naar een andere functie. Hoger of meer bedrijfskundig. Deze opleiding helpt ze van operationeel-tactisch naar tactisch-strategisch niveau. Dat is bij Monique ook gebeurd.’

De hele zorg worstelt met die vragen

’De vraag van Monique over centralisatie speelt in veel organisaties. Zij heeft die discussie verrijkt en daar hebben haar medestudenten weer van geleerd. In intervisiegroepjes houden ze bijvoorbeeld presentaties aan elkaar. Je ziet dan een duidelijke verbinding tussen alle verschillende disciplines in de zorg. Ze worstelen allemaal met dezelfde bedrijfskundige vraagstukken: hoe doe ik het zo goed en goedkoop mogelijk. Hoe vind ik de goede weg tussen bedrijfskundige optimalisatie en het demotiverende effect van al die regels. Wat is de middenweg tussen regelgeving en verantwoorden enerzijds en zoveel mogelijk goede zorg verlenen anderzijds. Het draait om optimaal gebruik van hulpmiddelen en slimmer organiseren zodat je niet elke stap hóeft te verantwoorden. Dit speelt overal, maar nog het meest in de ouderenzorg, thuiszorg en jeugdzorg. Daar leggen we te veel vast. Onze studenten leveren dan een tegenwicht: zij laten zien dat het bedrijfskundig gezien niet nodig is om alles vast te leggen. Zij zijn ook degenen die in kunnen grijpen: omdat je al goed inzicht hebt in de processen, kun je ze beter ‘gladstrijken’.’

Floris Kraan (Hoofddocent en afstudeerbegeleider), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen