Dé opleidingensite voor hbo en hoger

Opleiding: Integrale gemeentelijke woon- en zorgvisie: luxe of noodzaak?

Aangeboden door: Berghauser Pont Academy

  • Beschrijving
  • Overzicht

De wettelijke transitie van wonen en zorg wordt in hoog tempo gerealiseerd. Maar hoe gaat het nu in de praktijk? Het rijk heeft een flinke stap terug gedaan, de gemeente is nu aan zet. Mensen willen langer thuis wonen of ze nu senior zijn of een beperking hebben. Mensen moeten ook langer thuis wonen, want intramurale woonplekken zijn steeds schaarser. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun levensregie: ook als de leeftijd of de gezondheid hen in de steek laat. Zo moeten zij zich voorbereiden op wat komen gaat. En dat moeten ze samen met de gemeente doen. De gemeente opereert daarbij vanuit twee domeinen: wonen en zorg/welzijn.

Woon- en zorgvisie

Het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen, adviseerde recent om naast een door gemeenten op te stellen woonvisie ook na te denken over de betekenis van een op te stellen zorgvisie. In een reactie aan de Tweede Kamer hierop stelt het kabinet dat betrokken partijen onder aanvoering van gemeenten lokaal of regionaal tot een gezamenlijke, langjarige strategie en uitvoeringsagenda moeten komen. Het kabinet roept gemeenten, zorgkantoren en andere lokale en regionale partijen op om actief aan de slag te gaan met het opstellen van een zogenaamde zorgvisie.

Met een heldere visie ontstaat het kader waarbinnen juist burgers, beleggers, woningcorporaties, zorgaanbieders, welzijnsaanbieders en aanbieders van tal van producten zich kunnen richten op de invulling van de zich ontwikkelende vraag. Burgers vertrekken bij hun integrale vraag. Een gemeentelijke visie geeft richting aan mogelijke vraaginvulling. Maar pakken gemeenten hun regie voldoende op? Hoe geven zij vorm aan hun verantwoordelijkheid en wat zouden zij nog meer kunnen doen? Welke kansen zijn er en hoe zijn die af te dwingen?

Langer zelfstandig wonen is een integraal vraagstuk vanuit de optiek van de burger. Maar in de gemeentewereld zijn de verschillende wettelijke domeinen vaak ondergebracht bij afzonderlijke afdelingen en wethouders. Hoe kunnen zij gezamenlijk toch tot een optimale aanpak komen?


Inhoud en resultaat

In deze cursus wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste beleidsmatige aspecten die voor gemeenten van belang zijn bij het ontwikkelen van een integrale visie op wonen, welzijn en zorg. De betekenis van een goede visie is drieledig:

  • Een goede visie gaat in op de rol en de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Zo stuurt een visie de verwachtingspatronen van burgers en kunnen burgers zelf anticiperen op hun toekomstige situatie.
  • Een visie geeft richting aan aanbieders van wonen, welzijn en zorg als het gaat om het ontwikkelen en aanbieden van diensten en producten die voor burgers relevant zijn.
  • Een visie is ook van belang voor de ontwikkeling van het woon- en leefmilieu: van fysieke inrichting van buurten tot bereikbaarheid van voorzieningen. Een visie op wonen, zorg en welzijn is de basis voor een op te stellen omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet.

Vanuit een analyse van de werkelijkheid worden de elementen van een zorgvisie benoemd en leren deelnemers hoe ze hier concreet mee aan de slag kunnen.

Doelgroep

De cursus is bestemd voor medewerkers bij gemeenten op het gebied van de volkshuisvesting/wonen, welzijn/ zorg, fysieke omgeving/ veiligheid en ruimtelijke ontwikkeling. Ook voor partners van gemeenten zoals woningcorporaties, ontwikkelaars, beleggers, aanbieders van welzijnsdiensten, zorgaanbieders, zorginstellingen en juristen van en voor gemeenten: alle partijen die een stevige basis onder hun kennis willen leggen over de ins en outs van het langer zelfstandig wonen om zo beter beslagen ten ijs te komen om kansen en risico's in beeld te krijgen en de eigen rol en verantwoordelijkheid daarbij te begrijpen.


Programma

1. Introductie op de cursus

Ingegaan wordt op de leerdoelen. Een eerste gesprek over de eigen beelden. Aan bod komen ook de persoonlijke leerdoelen (interactie) . Het programma wordt besproken.


2. De veranderde opstelling van het rijk, de essentie van de grote decentralisaties en de gevolgen voor de gemeenten

Jeugdwet, Participatiewet, Wmo 2015, Zvw, Wlz, Woningwet 2015 en toekomstige Omgevingswet. Al deze wetten hebben betekenis voor de invulling van de kwaliteit van leven van burgers. Waar liggen de overeenkomsten maar zijn er ook verschillen? De insteek is wonen en zorg en de landelijke transitie van wonen en zorg. Een overzicht vanuit de wetgeving. Besproken wordt het uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Waar ligt de grens? Hoe past daarbij de systeemverantwoordelijkheid van het rijk en de ultieme verantwoordelijkheid van de gemeente als het gaat om individuele aandacht en zorg voor burgers en in meer generieke zin de leefbaarheid van de eigen gemeenschappen?

Welke visies zijn hier actueel en hoe is dat in de wetgeving verankerd?


3. De ervaringen van het aanjaagteam aan de hand van een vijftal thema's

a) de burger en zelfredzaamheid

b) de beleidsvraagstukken uit de praktijk

c) het vastgoedvraagstuk rondom het wonen

d) de rollen van zorgaanbieders, beleggers, woningcorporaties en andere marktpartijen

e) de gemeente als regisseur

De ervaringen worden in een interactie met de deelnemers besproken en per thema wordt de diepte in gegaan. Per thema wordt in overleg met de deelnemers een selectie van de belangrijkste essenties bepaald die mogelijk in een zorgvisie zouden moeten worden benoemd. Zo ontstaan de mogelijke elementen voor een zorgvisie.


4. Hulp bij lokale prestatieafspraken over wonen en zorg

Het ministerie van BZK heeft samen met onderzoeksbureau RIGO en Platform31 de eerste stap gezet in de ontwikkeling van de zogenaamde Woonzorgwijzer, die geografisch in beeld brengt welke zorggroepen in een gebied wonen en welke beperkingen en behoeften zij hebben. Gemeenten, corporaties en zorgaanbieders krijgen zo meer zicht op de (toekomstige) lokale opgave wonen en zorg. Het afgelopen jaar dachten pilotgemeenten Amsterdam en Tilburg mee over de praktische gebruikswaarde van dit instrument, dat onderdeel uitmaakt van het Kennis- en experimentenprogramma Langer Thuis. (een samenwerking van Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en Platform31) Het resultaat van de pilot wordt hier belicht. De vraag is aan de orde wat de haken en de ogen zijn en hoe op een praktische manier dit instrument kan worden ingezet.


5. Het formuleren van de mogelijke betekenis van een woon- en zorgvisie

Wat zou de betekenis moeten zijn van een zorgvisie? Hoe zou je een zorgvisie moeten bezien in relatie tot de wettelijk al bekende visies? Hier grijpen we terug op onderdeel drie van deze dag. Wat kan de toegevoegde waarde zijn om zo'n visie te ontwikkelen: de externe betekenis in de maatschappelijke omgeving (aanjaagfunctie, verbindingsfunctie, baken voor de markt) en de betekenis binnen de gemeente als integratiekader (netwerkverbinder tussen afdelingen en hun sectorbeleid)?


6. Een woon- en zorgvisie: het concrete product

Aan de hand van de eerder gemaakte selectie wordt een mogelijke invulling gegeven van de inhoud van een concrete visie. Hoe zou dit eruit kunnen zien? Hoe is een concrete visie te verbinden met de wereld buiten en de wereld binnen? Welke bestuurlijke status is te ontwikkelen? Hoe kan de visie een bouwsteen zijn voor de omgevingsvisie? Hoe kan de visie een belangrijke externe betekenis krijgen voor burgers en voor de zakelijke partners van de gemeente? Hoe krijgt zo'n visie concreet vorm? Met elkaar wordt de constructie gebouwd en inhoud gegeven.


7. Tot slot

Het resultaat ligt voor. Wat vinden we daarvan? Hoe gaan we dat vertalen naar de eigen omgeving? Wat betekent dat? Is het enkel een goede oefening om zicht te krijgen op de werkelijkheid van maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg of kan het meer betekenen? Blijft het virtueel of wordt het levensecht? Deelnemers komen hier tot hun eigen conclusies.

Een integrale gemeentelijke woon- en zorgvisie: Luxe of noodzaak?

Niveau N.V.T.
Vorm Part-time
Incompany Nee
Open inschrijving Ja
Tijden Overdag
Kosten (indicatie) Geen opgave
Titulatuur Geen titel
Benodigde taalkennis Nederlands
Startmaand oktober
Afronding Geen