Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 7 januari 2013
Auteur:
Functie: Universitair docent en coördinator executive masterprogramma Bestuur en Beleid
Organisatie: Departement Bestuur- en Organisatiewetenschap (USBO), Universiteit Utrecht


Openbaar bestuur in verwarrende tijden

De rol van het openbaar bestuur is ten alle tijde aan verandering onderhevig. De huidige financiële crisis voert de druk op de vraag om nieuw beleid op.

Waar gaat de bestuurskunde naar toe?

De economische en financiële crisis zorgt voor problemen bij banken, bedrijven en burgers, maar zeker ook bij de overheid. Waar tot voor kort soms nog kon worden geteerd op eerder opgebouwde reserves, is 2012 voor vrijwel alle gemeenten en provincies het jaar van de bezuinigingen en dat zal vermoedelijk ook voor 2013 gaan gelden.

Op veel plekken klinken credo's als "meer met minder" of "schaarste leidt tot creativiteit". Het feit dat er minder geld is te besteden, dwingt gemeenten en provincies kritisch naar de eigen taken en organisatie te kijken. In die zoektocht blijkt nogal eens dat beleid misschien niet echt nodig is. Moeten overheden bepaalde taken nog wel uitvoeren, of horen die eigenlijk thuis bij maatschappelijke organisaties of bij de markt? Kan het minder omslachtig en minder bureaucratisch? Bestuurskundige inzichten kunnen helpen grip te krijgen op een omgeving die nieuwe eisen stelt en voortdurend in beweging is.

Het openbaar bestuur

De bestuurskunde houdt zich al tientallen jaren bezig met het functioneren van het openbaar bestuur. In de loop van de tijd heeft dit onderzoek een steeds sterker wetenschappelijk karakter gekregen, hoewel de praktische kant - het adviseren van bestuurders en beleidsmakers - nooit uit het oog is verloren. Het is niet voor niets dat veel bestuurskundigen zich in de wereld van advies en strategie begeven.

Maar ook in het wetenschappelijke onderzoek staat vaak de vraag centraal: werkt dit nu eigenlijk? In de loop van de jaren zijn heel wat visies en concepten enthousiast op het schild geheven en er weer hard vanaf gevallen. Een cruciale taak voor de bestuurskundige is om telkens nuchter naar deze nieuwe inzichten te kijken en na te gaan of het hier om bruikbare, duurzame ideeën gaat of om vluchtige hypes. Enig historisch besef is daarbij van groot belang: vaak is er sprake van golfbewegingen, met oude wijn in nieuwe zakken.

Wat zijn de thema's die op dit moment een grote rol spelen in het openbaar bestuur en die ook in de toekomst de warme belangstelling van bestuurskundigen verdienen? We kunnen ten minste vijf van zulke thema's onderscheiden:

  1. de verhouding tussen de burger en de overheid;
  2. de verhouding tussen de overheid en de markt;
  3. de invloed van beleid dat door de EU en internationale instellingen wordt gemaakt;
  4. de (on)mogelijkheden van sturing door regels;
  5. de invloed van (sociale) media op de overheid.

De mondige burger?

Het gemiddelde opleidingsniveau van Nederlanders is in de voorbije decennia flink toegenomen. Burgers gaan zelf actief op zoek naar informatie en doen niet meer zomaar iets, alleen omdat de overheid het zegt. Zij ontwikkelen hun eigen deskundigheid, die de kennis die op gemeente- of provinciehuizen aanwezig is, aanvult of versterkt, maar er ook lijnrecht tegenin kan gaan. Dat betekent dat bestuurders veel beter dan voorheen moeten uitleggen waarom bepaald beleid is gekozen en welke resultaten dat gaat opleveren. De betrokkenheid van burgers is te zien als een kans voor de overheid om meer draagvlak te krijgen en mogelijk een deel van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij (groepen van) burgers neer te leggen. In dit verband wordt wel eens van "overheidsparticipatie" gesproken, waarbij initiatieven van bewoners zelf komen en door de overheid worden gefaciliteerd.

Wat in dit verhaal over mondige burgers nog wel eens ondergesneeuwd raakt, is dat het een beperkte groep betreft: "weinigen participeren veel, velen participeren weinig." Veel Nederlanders hebben de tijd hard nodig om in hun inkomen te voorzien en te zorgen voor kinderen en / of ouders. Veel Nederlanders hebben inderdaad een hogere opleiding dan hun ouders, maar de lager- en middelbaar opgeleiden vormen nog altijd de meerderheid. Zij kennen soms de paden in het overheidsbos minder goed of kennen de overheidstaal minder. Voor de bestuurskunde ligt hier de uitdaging om na te gaan in hoeverre alle belangen doorklinken in het beleid en of bepaalde groepen in de "diplomademocratie" niet structureel over het hoofd worden gezien.

De tucht van de markt

Er is de nodige ervaring opgedaan met privatisering en verzelfstandiging, denk aan post en telecom, energielevering en de spoorwegen. Tegenwoordig lijkt er een terugtrekkende beweging gaande: zowel socialistische als liberale partijen trappen op de rem om nog meer marktwerking tegen te gaan. Het geloof uit de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw, dat de markt veel taken per definitie efficiënter en beter zou kunnen doen, lijkt verdwenen. Maar het is onvermijdelijk dat deze vragen terug gaan komen, wanneer wordt gesproken over een 'kleine' overheid die zich concentreert op de kerntaken.

Wat moet per se door de overheid gedaan worden en wat kan aan de markt worden overgelaten? De rol van de bestuurskundige in dit debat is om aan de ene kant aan te geven dat veel van de hooggespannen verwachtingen over privatisering en marktwerking niet zijn uitgekomen en aan de andere kant erop te wijzen dat efficiëntie afgewogen moet worden tegenover andere waarden als legitimiteit en rechtsgelijkheid.

Daar hoort ook de vraag bij in hoeverre het mogelijk en wenselijk de logica van de markt op de overheid toe te passen. Of het wel zo verstandig is om over klanten te spreken en over producten die worden aangeboden. Een aantal gemeenten is al aan het terugkomen van de sterke nadruk op dienstverlening, juist omdat er nog zoveel meer is waaraan de burger vertrouwen in de overheid ontleent. Vanuit het perspectief van de bestuurskunde roept dat de vraag op, om welke andere criteria het dan gaat.

Vreemde ogen dwingen

De afspraken die de lidstaten van de Europese Unie met elkaar hebben gemaakt om de euro overeind te houden, zijn op dit moment het meest zichtbare voorbeeld, maar er zijn nog talloze andere beleidsterreinen waarop het belang van Europa toeneemt. Bevoegdheden worden van het nationale niveau naar 'Brussel' overgedragen. Regels die vanuit de Europese Unie zijn gesteld voor de bescherming van planten en dieren hebben invloed op onder meer bouwprojecten, op de landbouw en op de aanleg van infrastructuur. Regionale projecten op het gebied van cultuur, plattelandsontwikkeling, economie of wetenschap worden mede door Europese financiële steun mogelijk gemaakt.

Tegelijk laten provincies en gemeenten Europees beleid niet zomaar over zich heenkomen. Zij proberen - meestal gezamenlijk - om de keuzes die in Europa worden gemaakt, te beïnvloeden door vroeg in de besluitvorming hun wensen kenbaar te maken en door te lobbyen. Dat vraagt wel om kennis van hoe het Europese politiek-bestuurlijke systeem in elkaar steekt. Vanuit de bestuurskunde wordt onderzocht hoe groot de invloed van Europa eigenlijk is en via welke kanalen die invloed loopt. Het is te verwachten dat die invloed verder zal toenemen en dat begrippen als 'grenzen' en 'territorium' aan betekenis gaan verliezen. Het is interessant om te zien welke consequenties dat in de komende jaren zal hebben voor het huis van Thorbecke.

Regels veranderen de werkelijkheid niet zomaar

Een complexe samenleving met complexe problemen, waarbij verschillende belangen spelen en er verschil van mening is over de beste aanpak. Of het nu gaat om integratie, de jeugdzorg of vergrijzing, duidelijk is dat Nederland veel van dit soort 'wicked problems' kent. Incidenten worden uitvergroot en leiden vaak tot meer regels. De reactie op onzekerheid is nog meer willen controleren, nog meer registeren. En nog meer beleid, waarvan het de vraag is of het ergens toe leidt.

Al dat nieuwe beleid heeft ook veel verantwoordingsdruk met zich meegebracht. Voor de bestuurskunde zal de uitdaging zijn te laten zien dat problemen ook op een andere manier dan met nieuwe regels en beleidsplannen aangepakt kunnen worden, waarbij nog steeds het beoogde maatschappelijke resultaat wordt behaald. Bovendien zullen nieuwe vormen van verantwoording moeten worden ontwikkeld, die de administratieve last bij de uitvoerders verminderen, maar tegelijkertijd de opdrachtgevers meer toegesneden en zinvollere informatie geven.

Het belang van (sociale) media

In een democratie hebben media traditioneel de rol van waakhond: zij houden in de gaten wat bestuurders doen en informeren hun lezers of kijkers daarover. Media kunnen bovendien zelf onderwerpen agenderen, waarvan zij denken dat die leven onder de bevolking, maar politiek te weinig aandacht krijgen, en zij fungeren als podium voor debat. Er is veel discussie, ook in de bestuurskunde, of de media deze rol wel naar behoren vervullen: komen voldoende verschillende opvattingen aan bod en is er niet te veel aandacht voor spanning en sensatie en te weinig voor inhoud en achtergronden?

Met twitter, facebook en andere sociale media hebben politici bovendien instrumenten in handen om rechtstreeks met burgers (kiezers) of organisaties te communiceren, zonder tussenkomst van de media. Bestuurskundigen onderzoeken of deze sociale media zorgen voor nieuwe verbindingen tussen burgers onderling en tussen burgers en de overheid. Bovendien kan in aanvulling op de rol die aan de 'oude' media wordt toegedicht, worden gekeken of er via de sociale media verantwoording wordt afgelegd.

Openbaar bestuur in een dynamische omgeving

Overheden hebben kortom met grote veranderingen in hun omgeving te maken. Een bestuurskundig perspectief helpt om deze ontwikkelingen in beeld te brengen, te duiden en te analyseren hoe overheden hierop kunnen inspelen. In de opleidingen, trainingen en cursussen die aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) worden gegeven, komen veel van deze vragen bij elkaar. Bovendien koppelen we deze bestuurskundige inzichten nadrukkelijk aan de praktijk van bestuurders en beleidsmakers. Want bedenken van beleid is maar een deel, het moet uiteraard ook uitgevoerd worden.

Bekijk hier de presentatie van het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), Univ. Utrecht op Millian.nl.