Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 24 oktober 2007
Auteur:
Functie: Manager
Organisatie: Contractonderwijs FEM, Hogeschool Utrecht


Management en Economie in Opleiden: theorie is pas nuttig als ze praktisch toepasbaar is

Hoe kunnen reguliere hogescholen een opleiding aanbieden die zo effectief mogelijk is voor de werkende cursist en werkgever?

Cursist verbreed zijn kennis

"Je groeit altijd in je werk, maar door mijn opleiding denk ik veel meer na over waarom ik dingen doe zoals ik ze doe, waarom ik bepaalde keuzes maak." Aan het woord is Johan, teamleider bij een telecombedrijf in de Randstad. Johan doet de opleiding Management en Bedrijfsvoering bij het Centre for Business & Management van Hogeschool Utrecht.

Tijdens een R&O-gesprek met zijn leidinggevende, kwam ter sprake dat Johan in de paar jaar dat hij bij het bedrijf werkt, steeds verantwoordelijker werk is gaan doen, zonder dat hij daar formeel de juiste papieren voor heeft. Samen hebben zij afspraken gemaakt over Johans professionele ontwikkeling. Johan geeft aan dat hij tijdens de opleiding beter zicht heeft gekregen op zijn sterke kanten, maar ook op de punten waarin hij zich verder kan ontwikkelen: "Wat ik waardeer aan de opleiding, en vooral aan de docenten waar ik les van krijg, is dat ze me leren dat ik niet alleen moet stilstaan bij mijn zwakkere kanten, maar vooral ook uitgebreid aandacht besteed aan mijn sterke punten, omdat ik me hiermee beter kan profileren in mijn werk."

Een opleiding volgen naast een baan, is een uitdaging voor de cursist, voor het instituut dat de opleiding aanbiedt, en voor de werkgever van de cursist. Natuurlijk is de tijdsinvestering, en het beslag dat de studie legt op het privéleven van de cursist, een belangrijke, en vaak onderschatte factor in het slagen van het project dat een opleiding is. De vraag wat voor opleiding iemand volgt, en hoe die opleiding ingericht moet worden om een zo groot mogelijk effect te bewerkstelligen voor zowel cursist als werkgever, is een vraag die tegenwoordig hoog op de agenda staat bij de instituten die zich in het verleden vooral richten op het onderwijs voor jongeren, de reguliere hogescholen.


Hogeschool voor kenniscirculatie

Hogescholen waren lange tijd niet het eerste waar werkgevers en werknemers aan dachten als ze afspraken maakten over (verdere) scholing. Vooral niet wanneer er behoefte was aan scholing op het vlak van managementtrainingen of na- en bijscholing op economisch terrein. De gedachten gingen dan al snel uit naar private instellingen die veelal rechtstreeks voortkomen uit het bedrijfsleven, en waar de relatie tot de beroepspraktijk buiten kijf staat. De rol van hogescholen is in de huidige samenleving echter een andere geworden dan pakweg 10 jaar geleden. Hogescholen zijn veranderd in instituten die zich niet meer alleen bezighouden met kennisoverdracht, maar veel meer met kenniscirculatie: het dynamische proces van kennisuitwisseling tussen bedrijven en de hogescholen.

Hogescholen zijn het aan hun stand verplicht niet alleen goede relaties te onderhouden met het bedrijfsleven (bijvoorbeeld om stageplaatsen te verwerven om hun studenten ervaring in de beroepspraktijk op te laten doen), maar die relaties ook uit te bouwen. Een hogeschool leidt immers geen enkele student op voor het bedrijfsleven van nu, maar voor de praktijk van over 5 tot 10 jaar. Het overdragen van de huidige kennis en inzichten is slechts een element daarin. Het voorbereiden van studenten op een wereld waarin verandering een constante is, is een veel belangrijker element. En daar zit precies het raakvlak tussen het traditionele opleidingsinstituut dat hogescholen in het verleden waren, en het proactieve, ontwikkelingsgerichte instituut dat zij heden ten dage zijn.

Een leven lang leren, je continu blijven ontwikkelen en voorbereid zijn op de wereld die komen gaat, is immers niet alleen een noodzaak voor de student die na zijn opleiding de arbeidsmarkt voor het eerst betreedt, maar minstens zo sterk voor een werknemer die al enkele sporten van de carrièreladder heeft beklommen en zo langzaamaan denkt aan een volgende stap.


Ontwikkelen met partners

Hogescholen zijn van huis uit gericht op de ontwikkeling van mensen, en werken vanuit een jarenlange traditie van ontwerpen en herontwerpen van didactische concepten die deze ontwikkeling ondersteunen. De ingezette gang naar kenniscirculatie brengt met zich mee dat hogescholen zich vanuit die traditie opstellen als een actieve partner van het bedrijfsleven in de ontwikkeling van organisaties en hun personeel. Samen met het bedrijfsleven organiseren hogescholen scenariosessies waarin een gezamenlijk beeld van toekomstige ontwikkelingen tot stand komt, met de noden en wensen die daaruit voortkomen voor de ontwikkeling van het huidige en toekomstige personeel.

Zonder die actieve rol was er geen halfjaarlijks programma 'Ondernemerschap in de zorg' ontstaan aan Hogeschool Utrecht: als minor aangeboden aan studenten gezondheidszorg, maar ook (met enigszins gewijzigde opzet) als cursus voor personeel van zorginstellingen in de regio. Frank is eigenaar / directeur van een klein bedrijf, en doet de post-HBO opleiding Bedrijfskunde in Utrecht. De ontwikkelingen binnen zijn bedrijf sluiten nauw aan op de colleges die hij voor zijn opleiding volgt:

"Juist in dit stadium van een veranderende organisatie spelen allerlei strategische overwegingen een belangrijke rol. Zowel in het vak Verandermanagement als bij Strategisch Management krijg ik theoretische onderbouwing aangeboden voor precies die aspecten waar we nu op de zaak mee bezig zijn. De adviesopdracht waar ik aan werk is een advies voor mijn eigen bedrijf. Ik krijg daarbij ondersteuning en feedback van docenten die de theorie zelf ook in de praktijk ervaren hebben."

Daarnaast wordt Frank, net als zijn medecursisten, bijgestaan door een bedrijfscoach. Die bedrijfscoach is geen docent, maar beoordeelt (ook weer vanuit eigen praktijkervaring) Franks eindproducten en adviseert in het proces daar naartoe.

Vanuit de jarenlange ervaring die hogescholen hebben in het aanbieden van beroepsgericht onderwijs, en vooral vanuit de onderwijskundige ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, zijn zij als geen ander in staat met de nodige kritische distantie te kijken naar de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Zij gaan niet mee in de waan van alledag, maar bieden juist een theoretische achtergrond waartegen de lijnen van de veranderingen helder zichtbaar worden.

Het Centre for Business & Management van Hogeschool Utrecht is een voorbeeld van de wijze waarop hogescholen zich van die nieuwe taak van kenniscirculatie kwijten. Het biedt opleidingen met een zogenoemd civiel effect. Dit wil zeggen dat een diploma of certificaat gelijk staat aan of een verkort traject biedt naar door de overheid erkende diploma's en daarmee een herkenbare kwalificatie van het opleidingsniveau biedt. De opleidingen kunnen bestaan uit langer durende vastgestelde opleidingen, kortere cursussen voor individuele werknemers van een bedrijf, coachingstrajecten voor werknemers met een specifieke vraag in het domein economie en management, en opleidingen op maat voor grotere aantallen werknemers van een organisatie.

Bekijk hier de presentatie van Hogeschool Utrecht, Centre for Business & Management op Millian.nl.