Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 28 februari 2013
Auteur:
Organisatie: Capgemini Academy


Erkenning van vakmanschap door middel van EVC’s

Iemand is meer waard dan zijn diploma's. De in de praktijk opgedane kennis en ervaring is vaak niet te bewijzen. Maar tegenwoordig kun je dit om laten zetten in een ErVaringsCertificaat oftewel EVC. Vooral wanneer je een opleiding wilt volgen en je wilt een vrijstelling krijgen voor een vak, kun je het EVC gebruiken om dit aan te tonen. Hoe EVC's werken is hier te lezen.

Sinds 2006 is het in Nederland mogelijk om de in praktijk opgedane kennis en ervaring te verzilveren in de vorm van een ErVaringsCertificaat, ook wel EVC genoemd. Met dit EVC kan in een specifieke beroepspraktijk het vakmanschap worden aangetoond en kan het gebruikt worden als middel om vrijstellingen te verkrijgen bij een (vervolg) opleiding. Hiermee is EVC een belangrijk instrument ter bevordering van de zogenaamde employability van een werknemer.
Stadia van plantengroei als symbool voor ontwikkeling

Het ErVaringsCertificaat of EVC staat dan eigenlijk ook voor Erkenning van Verworven Competenties. Het is een door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende rapportage waarmee professionals hun in de praktijk opgedane kennis en vaardigheden kunnen aantonen. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om opgedane kennis uit (voor)opleidingen maar ook om aantoonbare, relevante kennis en ervaring die in de praktijk is opgedaan.

Waarom een EVC?

Iemand is meer waard dan de optelsom van zijn diploma's. Sterker nog, het meeste van wat iemand weet en kan, heeft hij geleerd in de praktijk. Tegelijkertijd hebben goede praktijkmensen niet altijd een erkend diploma. Omdat ze bijvoorbeeld liever de mouwen opstropen, hebben ze voor een baan gekozen in plaats van de collegebanken. Met een EVC wordt die ervaring in kaart gebracht en officieel erkend. Professionals kunnen hun kennis en vaardigheden aantonen bij werkgevers, opleidingsinstituten en scholen met een EVC, bijvoorbeeld als ze zich willen kwalificeren voor een baan of een vervolgopleiding willen doen. Voor het behalen van een EVC hoef je geen examen af te leggen. De werkgever kan de aanwezige en ontbrekende kennis en ervaring van medewerkers doormiddel van EVC's nauwkeurig in kaart brengen. Van daaruit kunnen ze hun medewerkers beter op de juiste plek in de organisatie zetten en/of gerichte opleidingstrajecten of leer/werktrajecten op maat aanbieden, die leiden tot een fittere organisatie.

Een EVC, hoe werkt dat??

Een EVC wordt afgemeten tegen een profiel wat landelijk binnen de beroepsgroep erkend wordt. De profielen kunnen in drie hoofdgroepen worden ingedeeld:

  • Middelbaar Beroeps Onder-wijs profielen;
  • Hoger Beroeps Onderwijs profielen;
  • Brancheprofielen.

Deze profielen bieden een kwalificatie die geldt voor een vakgebeid en ze moeten formeel geaccrediteerd zijn door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De MBO en HBO profielen zijn automatisch geaccrediteerd, omdat deze dienen als basis voor het beroepsonderwijs. De brancheprofielen moeten geaccrediteerd worden als profielen die herkenbaar zijn voor zowel beroepsbeoefenaars als werkgevers in de specifieke branche. Hiermee brengen deze kwalificaties niet alleen het kennisniveau van de medewerkers in kaart, maar nadrukkelijk ook het vaardigheidsniveau en de opgebouwde ervaring. Alleen dan dragen EVC's bij aan een grotere arbeidsmobiliteit binnen het vakgebied.

De EVC start met een intake gesprek. Hierin wordt met de deelnemer afgestemd wat het doel is waarvoor de EVC procedure ingezet wordt. Op basis hiervan wordt samen met de deelnemer een keuze gemaakt voor het meest relevante profiel.
Op basis van het gekozen profiel gaat de deelnemer bewijslast verzamelen waarmee hij de competenties uit het profiel wil aantonen. De bewijslast bestaat uit beroepsproducten die hij in de loop van zijn carrière geproduceerd heeft en hij dient aan te tonen dat hij in staat is de taken uit zijn vakgebied uit te voeren. Dit kan vervolgens aangevuld worden met praktijk- en jaarbeoordelingen en reflectieverslagen. Deze producten legt de deel-nemer vast in zijn persoonlijk ePortfolio.

Op het moment dat de deelnemer hiermee klaar is, beoordeelt een assessor de inhoud van het portfolio van de deelnemer op validiteit, relevantie, authenticiteit, actualiteit en kwaliteit. De assessor geeft op basis van de aangeleverde bewijslast, een oordeel over de competenties die de deelnemer hiermee aantoont. Op basis van dit oordeel wordt de uiteindelijke EVC rapportage opgesteld.

Startkwalificatie versus rapportage over vakmanschap

Voor een beginnend beroepsbeoefenaar is het heel goed om zichzelf te kwalificeren door middel van een diploma van een beroepsopleiding (MBO of HBO). In het hierbij horende onderwijs krijgt de deelnemer een brede kijk op het vakgebied en worden hem de beginselen van het vakmanschap aangeleerd. Na het behalen van het diploma kan de beginnend beroepsbeoefenaar nog allerlei keuzes maken die leiden naar specialisatie en het uiteindelijke vakmanschap. Voor een medewerker die van vakgebied wil wisselen, is het dus heel zinvol om een EVC uit te voeren die zijn kennis en ervaring vergelijkt met de benodigde kennis en ervaring van het nieuw gekozen vakgebied. Hij zal daarom uitkomen bij een EVC volgens een MBO of HBO profiel.

Op het moment dat een medewerker al meerdere jaren in een vakgebied werkzaam is, heeft hij zich reeds gespecialiseerd en is het hebben van een startkwalificatie minder relevant. Veel belangrijker is het dat de medewerker de kennis heeft die bij zijn vak hoort en in staat is om de taken uit te voeren die bij zijn vak horen. Hiermee kan hij zich namelijk bij zijn werkgever onderscheiden. Indien deze medewerker een EVC uitvoert ligt het veel meer voor de hand dat hij kiest voor een Brancheprofiel EVC. Hierin zit de ervaring verwerkt die hoort bij de keuzes en specialisaties die hij in de loop van zijn carrière gemaakt heeft. Een keuze voor een EVC volgens een MBO of HBO profiel zou hierbij zelfs onrecht doen aan zijn vakmanschap.

Het intake gesprek helpt de deelnemer met het maken van een keuze voor het voor hem best passende profiel.

Historie van het EVC

Het EVC is door de directie Leren en Werken (initieel een samenwerking tussen het ministerie van sociale zaken en het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen) als instrument voor employability neergezet. In de eerste jaren is het echter voornamelijk door het onderwijs gebruikt voor het vrijstellingen beleid van hun MBO en HBO opleidingen. Hiermee was het voor hen een belangrijk instrument om nieuwe studenten te werven met verkorte opleidingen. Bijna alle MBO en HBO instellingen hadden zo hun eigen EVC centrum.

Deze instellingen gingen hiermee voorbij aan het oorspronkelijke doel van het EVC om inzicht te geven in de opgedane praktijkkennis en ervaring. Het EVC is een autonoom instrument en kan gebruikt worden voor zowel de kwalificatie voor een baan of functie in de organisatie als voor verkorting van het opleidingstraject. In de praktijk werd echter de nadruk gelegd op de verkorting van de opleidingstijd.

Toekomst van het EVC

Momenteel groeit, mede door de huidige economische situatie, de aandacht voor de oorspronkelijke doelstelling van het EVC, namelijk het vergroten van de employability van medewerkers. Door reorganisaties wordt het voor werknemers erg belangrijk om erkenning te krijgen voor hun opgebouwde vakmanschap.

Maar ook werkgevers willen inzage in het vakmanschap van hun medewerkers. Daar waar medewerkers moeite hebben met het aantonen van hun vakmanschap, hebben werkgevers een vergelijkbaar probleem. Wie is het meest geschikt voor een bepaalde functie? Of gaat hij bij het werven van ervaren medewerkers vragen naar startkwalificaties in de vorm van MBO of HBO diploma's? Of gaat hij vragen naar een rapportage waarin het werkelijke vakmanschap van deze toekomstige werknemer wordt aangetoond?