Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 14 januari 2014
Auteur:
Functie: Managing Director
Organisatie: Markus Verbeek Praehep


Een geweldige opleiding, carrièrekansen, maar wie gaat dat betalen?

Een oerwoud aan mogelijkheden, de zoektocht waard. Een goede opleiding is de basis voor een mooie carrière. Wat zijn de kosten van een opleiding en hoe beïnvloedt dat uw keuze voor een opleiding.

Gelukkig hoeven we in Nederland niet meer uit te leggen dat een goede opleiding de basis is voor een mooie carrière, of voor wie minder ambitieus is, een voorwaarde om je brood en beleg te kunnen verdienen. Voor zij die nog steeds twijfelen: recent onderzoek heeft aangetoond dat de jeugdwerkloosheid onder jongeren met minimaal een mbo-4 of hbo-diploma in de juiste richting, significant lager is, dan onder zij die een lagere opleiding hebben genoten. We weten inmiddels ook dat het daar niet mee ophoudt, een leven lang leren is, en zal noodzakelijk blijven voor werknemers om zichzelf te kunnen onderscheiden van anderen en het bedrijf te ondersteunen in het verwerven van een concurrentievoordeel. Beseffen dat dit noodzakelijk is, betekent nog niet dat het altijd eenvoudig is hiernaar te handelen. Want wie gaat die investering betalen en wat betekent dat allemaal voor u? Wie dat onderzoekt, komt in een oerwoud van jargon en keuzes terecht. De mogelijkheden binnen het hoger onderwijs hebben wij voor u op een rijtje gezet.

Een oriëntering op de kosten

Zonder al teveel in te gaan op het keuzeproces, is het wel degelijk van belang om stil te staan bij de verschillende vormen van onderwijs en aanbieders die u tegen kunt komen. Het is immers pas zinvol over financiering te praten als u de kosten kent die u mag verwachten. En deze zijn weer afhankelijk van de vorm van onderwijs en de aard van de aanbieder die u kiest.

Vorm van onderwijs en financiering

Als we kijken naar de kosten van het onderwijs, zijn de docentkosten in de regel de grootste kostenpost voor de instituten. Het is dan ook zo dat opleidingen duurder worden als er sprake is van meer contacttijd (docent voor de klas of in de begeleiding). Het zal dan ook niet verrassend zijn, dat opleidingen die gevolgd kunnen worden via e-learning een lagere prijs hebben dan opleidingen, waarbij veel lessen worden gegeven. De keerzijde is dat de slagingspercentages bij e-learning in de regel lager liggen dan die bij contactonderwijs. Dat hoeft niet te liggen aan de kwaliteit van het onderwijs. Vaak blijkt dat de vereiste extra discipline om de leerstof op eigen initiatief bij te houden, bij de student niet in voldoende mate aanwezig is.

Bij, door de overheid, bekostigde hogescholen en private rechtspersonen voor hoger onderwijs worden de termen voltijd, duaal en deeltijd gehanteerd, die ook van invloed zijn op de kosten van de opleiding.

Voltijd

Voltijdse opleidingen worden doorgaans gevolgd door jongeren die vrijwel direct na het afronden van mbo, havo of vwo een hbo- of universitaire opleiding gaan volgen. Ze zijn in principe gedurende de gehele week beschikbaar voor onderwijs.

Duaal

De WHW (Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs) meldt het volgende in artikel 7.7. lid 2: Een duale opleiding is zodanig ingericht dat het volgen van onderwijs gedurende een of meer perioden wordt afgewisseld met beroepsuitoefening in verband met dat onderwijs. Op dit aspect is er eigenlijk geen verschil met deeltijdonderwijs.
Verder meldt de WHW, in artikel 7.7 lid 5: De beroepsuitoefening binnen een duale opleiding vindt plaats op basis van een overeenkomst, gesloten door de instelling, de student en het desbetreffende bedrijf of de desbetreffende organisatie. Duale studenten zijn in de eerste plaats student en doen daarnaast veel praktijkervaring op. Doorgaans wordt er een vergoeding betaald voor de werkuren die zij doorbrengen bij de werkgever.

Deeltijd

De deeltijd en duale vorm lijken erg op elkaar. Het verschil is met name gelegen in het feit dat hier geen tripartiete overeenkomst wordt gemaakt en dat de deeltijdstudent doorgaans een gewone baan heeft met een salaris.

Aard van de aanbieder

In Nederland kennen we in het hoger onderwijs twee soorten instellingen:

  1. De door de overheid bekostigde instellingen, zoals hogeschool Avans, hogeschool Windesheim, hogeschool Inholland en universiteiten zoals de Erasmus Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen, de VU en de UvA, ontvangen per student en per jaar een bedrag van de overheid dat ligt tussen ongeveer € 6.000 en € 10.000. Conform de wet brengen zij de studenten jaarlijks collegegeld in rekening. Voor voltijdse bacheloropleidingen bedraagt dit voor schooljaar 2013/2014 € 1.835 per jaar, voor duale en deeltijdopleidingen is dit een bedrag tussen € 1.049 en € 1.835 per jaar.
  2. De onbekostigde opleiders, ofwel de private rechtspersonen voor hoger onderwijs, zoals Hogeschool Markus Verbeek Praehep, NCOI, LOI, NTI, of Universiteit Nyenrode, kennen geen collegegeld, maar brengen een cursusprijs in rekening. Omdat dit in de regel prijzen zijn voor de complete cursus of per module, verdient het aanbeveling om rekening te houden met de duur van de opleiding als u een prijsvergelijking wilt maken met de bekostigde instellingen. Een private aanbieder is niet altijd duurder dan een door de overheid bekostigde opleider. Bij de deeltijdvariant ligt de reële gemiddelde studieduur bij hbobacheloropleidingen op ca. 5,5 jaar. In praktijk blijkt de combinatie werk en leren voor een langere studieduur te zorgen.

Wie gaat dat betalen?

Werkgever of werknemer / student

Het bekostigen van de voltijdse opleiding gebeurt in de regel door ouders of door de student zelf. Bij duale of deeltijdopleidingen is het mogelijk dat de werkgever de opleiding geheel of gedeeltelijk financiert. Met name bij deeltijdopleidingen zal dit vaker het geval zijn.
Het is aan te raden om met uw werkgever een studieovereenkomst af te sluiten, indien deze bereid is de studie geheel of gedeeltelijk te betalen. Bij duale opleidingen is er al een overeenkomst tussen bedrijf, student en werkgever, maar met name bij deeltijdopleidingen is het van het grootste belang dat u en uw werkgever weten waar u aan toe bent als u onverhoopt de opleiding moet beëindigen, bijvoorbeeld als u met ontslag te maken krijgt of als u een andere werkgever krijgt. Vaak is er niets geregeld en ontstaat er onnodige discussie en wrevel als dit niet is vastgelegd. Neem dus zelf initiatief als uw werkgever dit al niet standaard regelt.

Fiscale voordelen

Indien u uw opleiding zelf geheel of gedeeltelijk bekostigt, kunnen de kosten deels gecompenseerd worden doordat ze aftrekbaar zijn van de belasting. De hoogte van het voordeel is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Indien uw werkgever uw studie geheel of gedeeltelijk betaalt, kan hij de kosten van scholing volledig als bedrijfskosten in mindering brengen op het resultaat.

Financieringsmogelijkheden

Natuurlijk is een opleiding allereerst een investering in jezelf en voor de werkgever een investering in de kwaliteit van zijn personeel. Door de bezuinigingen van het kabinet zijn de stimuleringsmaatregelen die de overheid in het leven heeft geroepen, steeds verder beperkt. Discussies over het al dan niet voort laten bestaan van de overgebleven regelingen zijn nog niet weggeëbd. Dat maakt het lastig om te voorzien hoe de financiering van uw opleiding eruit moet gaan zien.

De financieringsmogelijkheden hangen in hoge mate af van de aard van de aanbieder, de opleiding of de vorm van het onderwijs. Dit is voor leken vaak een ingewikkelde materie. Daarom hebben wij in dit artikel een 'overzicht opleidingen en financieringsmogelijkheden' opgenomen.

Studiefinanciering

Alleen bij voltijdse of duale opleidingen is het mogelijk dat de student recht heeft op studiefinanciering. Het maakt hierbij niet uit of u bij een door de overheid bekostigde opleider of een private rechtspersoon voor hoger onderwijs studeert. De studiefinanciering bestaat uit vier elementen:

1. De prestatiebeurs

Hier heeft men alleen recht op vanaf het achttiende jaar. De aanvraag moet voor het dertigste levensjaar zijn gedaan. Uw tegenprestatie is dat u binnen tien jaar moet afstuderen om te voorkomen dat de beurs moet worden terugbetaald. De uitwonende beurs bedraagt € 272,46 per maand, voor thuiswonenden is dit bedrag € 97,85.

2. Een eventuele aanvullende beurs

Afhankelijk van het inkomen van de ouders kan een student recht hebben op een aanvullende beurs.

3. OV-kaart

Iedereen die recht heeft op studiefinanciering kan ook gebruik maken van het recht op gratis reizen met een OV-kaart.

4. Lening

Tegelijkertijd met de studiefinanciering kunnen studenten ook een lening aanvragen. De site van DUO heeft een handige rekenhulp waarmee het maximaal te lenen bedrag en de studieschuld berekend kan worden. Op www.duo.nl vindt u meer details.

Lening bij de bank

Voor alle vormen van onderwijs (deeltijd, voltijd of duaal) is het mogelijk een lening af te sluiten bij uw bank. Veel banken bieden deze leningen aan, al bepalen uw persoonlijke omstandigheden welke mogelijkheden er zijn.
Het is bij de meeste banken zelfs mogelijk om uw hypothecaire lening te verhogen indien er sprake is van overwaarde op uw huis. U dient er wel rekening mee te houden dat de rente over dit deel niet aftrekbaar is van de belasting.
Sommige opleiders, hebben een speciale regeling afgesproken met een bank waar studenten gebruik van kunnen maken. Het verdient wel aanbeveling om een dergelijke regeling te vergelijken met de regeling die u zelf met de bank zou kunnen treffen.

WVA (t/m 1 jan 2014) of vervangende subsidieregeling

Helaas heeft het kabinet vanwege de bezuinigingen besloten om de Wet Vermindering Afdracht Loonbelasting en Premie Volksverzekeringen (WVA) in het kader van de initiële hbo-opleiding af te schaffen. Dit was een aantrekkelijke regeling waar werkgevers gebruik van konden maken als één van hun werknemers een hbo-studie volgt die aan de voorwaarden voldoet en de werkgever € 5.500 voordeel opleverde. De regeling vervalt per 1 januari 2014 ook voor lopende trajecten. De minister heeft toegezegd dat er een vervangende subsidieregeling zou komen. Tot teleurstelling van het onderwijsveld en werkgevers is die regeling er wel, maar deze is echter niet van toepassing op het hbo-onderwijs, met een mogelijke uitzondering voor hbo-opleidingen in de zorg en de techniek. De minister heeft aangegeven geen overgangsregeling in het leven te willen roepen voor lopende trajecten.

Fondsen

In verschillende sectoren bestaan er fondsen die gebruikt kunnen worden als werknemers gaan studeren. Ook bij opleiders zijn er soms speciale regelingen. Een voorbeeld: Het Pia Potgieser van den Boogaard studiefonds, een legaat van de erfgenamen van de oprichter van instituut Praehep in 1930 (nu Markus Verbeek Praehep), ondersteunt studenten die hun studie vanwege omstandigheden moeten onderbreken of niet kunnen betalen.

Subsidieregelingen en fondsen verwacht in 2014:

1. ESF subsidies.

Voor 2014 komen een aantal subsidies van het Europees Sociaal Fonds ter beschikking. De aanvragers voor deze subsidies zijn organisaties, maar als deelnemer zou u hier mee te maken kunnen krijgen. Nederland heeft ca. € 60 miljoen te besteden die voor het grootste deel worden besteed aan mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals arbeidsgehandicapten en langdurig werklozen. Een kleiner deel kan besteed worden aan projecten ter bevordering van duurzame inzetbaarheid. Tot slot wordt er nog een bedrag beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van vraag gestuurd aanbod. Dit laatste is alleen beschikbaar voor de vier grote steden.

2. Europees Globaliserings Fonds (EGF).

Deze fondsen komen vrij voor werknemers die te maken hebben gehad met ontslag als gevolg van globalisering van de markt of als gevolg van de economische crisis. Er zijn echter vrij strikte voorwaarden opgenomen. De aanvragers zijn organisaties en er moet sprake zijn van een ontslag van minimaal 500 mensen binnen vier maanden

3. Erasmus+

Erasmus+ is een fonds dat de internationalisering binnen Europa probeert te stimuleren. Ook hier zijn organisaties zoals ROC's en hogescholen de aanvragers. Het gaat hier bijvoorbeeld om internationale stages en samenwerking tussen organisaties van diverse Europese landen.

Kostenoverzicht opleidingen

Bekijk hier de presentatie van Markus Verbeek Praehep op Millian.nl.