Dé opleidingensite voor hbo en hoger
Gepubliceerd op: 31 augustus 2005
Auteur:
Organisatie: Capgemini Academy


De opkomst van de ‘Screenagers’

De meesten van ons zijn opgegroeid in een leercultuur met daarin een hele centrale rol voor de docent. Wat we moesten leren, hoorden we tijdens zijn lessen of colleges, aangevuld met de inhoud van de boeken die hij ons voorschreef. In latere fasen van onze opleiding deden we ook practica, schreven we scripties of liepen we stage bij een bedrijf. Het leven was in die tijd zeker overzichtelijk te noemen. Als we vandaag de dag naar het onderwijs kijken, zien we dat zich een aantal forse veranderingen in deze leercultuur aan het voltrekken is.

de opkomst van screenagers

Als we vandaag de dag naar het onderwijs kijken, zien we dat zich een aantal forse veranderingen in deze leercultuur aan het voltrekken is. Wie bijvoorbeeld kinderen in het voortgezet onderwijs heeft, kan daarover meepraten. Zelf stuit ik met enige regelmaat op het volgende tafereel:

Op het bureau liggen een opengeslagen leerboek en een agenda. In geen van beide wordt gekeken, laat staan gelezen. De computer staat standaard op MSN, en er wordt 'gechat' met een onbekend aantal personen, meestal meer dan vijf. Eén van de kinderen heeft daarbij ook altijd de webcam aanstaan. Verder klinkt er luide muziek uit de iPod en ligt het mobieltje onder handbereik, een enkele keer voor een snel telefoontje, veel vaker voor het ontvangen of versturen van sms'jes.

Wanneer je in die omgeving een gesprekje begint, blijven al deze activiteiten gewoon doorgaan. Dochterlief is daarbij nog zo beleefd om zich even om te draaien en je aan te kijken - zij verstaat de kunst om blind te typen, half achter haar rug - zoonlief (degene van de webcam) laat zich geen moment afleiden en kijkt ononderbroken in de camera zodat naar we mogen aannemen zijn vriendinnetje uit Minsk hem permanent kan blijven bewonderen. Hoewel je dus uitsluitend tegen zijn nek praat, krijg je toch redelijk adequate, zij het meestal korte antwoorden van hem.

Je kunt je natuurlijk afvragen of deze nieuwe generatie op zo'n moment aan het leren is. Zelf vinden ze van wel. Als je daar vragen over stelt, zeggen ze dat een deel van het chatten over school gaat, over hun huiswerk. Ze hebben bijvoorbeeld een vraag over scheikunde waar ze zelf niet uitkomen en het enige dat ze doen, is deze vraag bij iemand in hun netwerk droppen. Er komt altijd wel een antwoord en dan kunnen ze weer even verder.

De hamvraag voor opleiders is natuurlijk: Hoe gaan we om met deze nieuwe generatie, deze screenagers, die niet meer te bewegen zijn om een leerboek van voor naar achteren door te nemen, of te luisteren naar de wijze lessen van de oude rotten in het vak? Het antwoord op deze vraag ligt besloten in de volgende wijsheid: 'It's not the amount of training you get that counts, it's the amount of learning you do that matters!' Met andere woorden, het nieuwe leren wordt niet langer rond de docent georganiseerd, maar rond de cursist: het gaat niet om het perfectioneren van de opleiding, maar om het inrichten van een rijke leeromgeving. Om dat te bereiken moeten we een aantal elementaire vuistregels in het achterhoofd houden...

Een eerste vuistregel voor het leren is, dat je niet alleen aan het leerproces aandacht moet schenken maar ook - en misschien nog wel meer - aan het proces van vergeten. In formulevorm: L : V = I : G

Daarin staat L voor Leren, V voor Vergeten, I voor Investeren en G tenslotte voor Geld weggooien. Waarom is deze vuistregel zo belangrijk? Omdat we uit onderzoek weten dat iets wat je maar één keer leert, heel snel weer vergeten wordt. Na één week weet u nog maar ongeveer eenderde van wat u vandaag geleerd hebt; na twee maanden nog maar eenzesde. Daar wordt een mens niet vrolijk van.

De allerbelangrijkste, meest effectieve methode om het leerrendement op te hogen, is verbluffend simpel: gewoon alles nog een tweede keer leren. Als deze tweede keer binnen een week na de eerste keer valt, weet u nog betrekkelijk veel en gaat het herleren snel. Het effect is evenwel overweldigend…

Van iets dat u twee keer geleerd hebt, onthoudt u na twee maanden nog steeds ongeveer zeventig procent, vier keer zo veel als na één keer leren. Herhaling van de leerstof is dus uitermate lonend! Helaas herhaalt de screenager de stof niet, althans niet uit zichzelf. We zullen een slimme truc moeten verzinnen om dat te laten gebeuren, anders krijgen we een generatie medewerkers die wel alles leert, maar daarna ook weer bijna alles vergeet. Wat in ieder geval helpt, is een leeromgeving waarin de cursist het geleerde op de een of andere manier moet vastleggen en bijvoorbeeld aan medecursisten presenteren. Maar andere trucs voldoen natuurlijk ook.

Een tweede vuistregel is dat leren succesvoller is als de informatie die verwerkt en onthouden moet worden, bestaat uit een mix van ongeveer driekwart bekende stof en één kwart nieuwe stof. Het is vrijwel ondoenlijk om iets te leren - en vervolgens te onthouden - wanneer dat geheel of grotendeels nieuw voor u is. Dat valt aan te tonen met een willekeurig gekozen tekstfragment…

Het Cenozoïcum is een periode in de geschiedenis van de aarde tussen 65 miljoen jaar geleden en nu. Het wordt onderverdeeld in de volgende tijdvakken:

Paleoceen 65.0 Mj - 56.5 Mj
Eoceen 56.5 Mj - 35.5 Mj
Oligoceen 35.5 Mj - 23.5 Mj
Mioceen 23.5 Mj - 5.20 Mj
Plioceen 5.20 Mj - 1.64 Mj
Pleistoceen 1.64 Mj - 0.01
Mj Holoceen 0.01 Mj - nu

De periode voorafgaand aan het Cenozoïcum heet het Mesozoïcum.

Oké, tenzij u toevallig in uw vrije tijd amateur-paleontoloog of zoiets bent, zult u moeten toegeven dat deze informatie misschien nog wel te leren is, maar - in deze vorm, zonder verdere context - absoluut niet te onthouden. Het is dus verstandig om de leeromgeving zo in te richten, dat de nieuwe informatie ingebed wordt in reeds bekende informatie. Dat geldt voor vrijwel alle vormen van leren, dus ook voor ICT.

We hebben nog meer vuistregels voor u. De derde is dat alle leren contextgevoelig is. Dat betekent dat de juiste toepassing van het geleerde het eenvoudigst gaat indien de toepassingssituatie grote overeenkomst vertoont met de leersituatie. Eerst maar weer even een eenvoudig voorbeeld, iets dat u allemaal wel eens is overkomen. Stel, u bent aan het werk in de keuken en op een gegeven moment bedenkt u dat er geen hagelslag meer is en dat u een nieuw pak uit de kelder moet halen. Maar eenmaal in de kelder aangekomen, bent u vergeten wat u daar kwam doen. Het is u vast wel eens gebeurd. En wat u dan ook probeert, het schiet u niet meer te binnen. Het enige wat u kunt doen, is teruggaan naar de leercontext, in dit geval de keuken, en floep… u weet het weer, de hagelslag.

Ook dit verschijnsel is vele malen onderzocht en de uitkomst is steeds hetzelfde: Hoe meer de leersituatie op de toepassingssituatie lijkt, hoe groter de kans dat het geleerde ook met succes in de praktijk toegepast gaat worden (In dit verband nog een handige tip: Wie een examen moet afleggen, doet er verstandig aan zijn leeromgeving alvast zoveel mogelijk op de examenomgeving te laten lijken. Het helpt zelfs om tijdens het examen dezelfde kleren te dragen als tijdens het leren…). Als u zich wel eens afvraagt wat het effect is van trainingen die uw medewerkers ergens in een mooi in de bossen gelegen trainingscentrum hebben gevolgd, dan kunnen we u melden dat dat effect beduidend groter had kunnen zijn als ten minste een deel van die training - en dan bij voorkeur het laatste deel - op of in de buurt van de werkplek had plaatsgevonden.

In zekere zin is deze derde vuistregel er eentje waarbij de screenager ontegenzeggelijk garen spint. Hij creëert nu al zijn leeromgeving met behulp van attributen die hij in veel gevallen ook op zijn werk tot zijn beschikking heeft: zijn computer, zijn mobieltje, zijn persoonlijke netwerk. Desondanks vallen ook op dit punt nog vorderingen te maken.

We willen nog twee vuistregels kort aanstippen. De vierde regel luidt, dat leren het meest effectief is indien de lerende een duidelijk probleem heeft dat hij moet oplossen. Als hij vastloopt, dan wil hij wel leren. Uw auteur heeft ooit een cursus Powerpoint gevolgd zonder dat hij die op dat moment nodig had. Het duurde daarna nog een half jaar voordat hij voor het eerst een presentatie moest maken. Het dramatische resultaat daarvan is eigenlijk nog steeds merkbaar: uw auteur en Powerpoint, dat gaat niet samen. U kent zelf zonder twijfel vergelijkbare anekdotes.

De beste oplossing voor dit probleem is het zogenaamde 'just-in-time' leren. Wanneer leren uw medewerkers? Zoals een directeur van Dell Computers ooit eens in een interview zei: binnen tien minuten nadat ze op een probleem zijn gestuit. Dat is misschien wat strak geformuleerd, maar in essentie komt het er wel op neer. Er zijn talloze situaties aan te wijzen waarin 'just-in-time' leren de enige zinvolle manier is. We geven één voorbeeld. Onderhoudsmonteurs van vliegtuigen hebben een heel verantwoordelijke baan. Ze zijn verantwoordelijk voor de technische staat en de veiligheid van de vliegtuigen. Maar er vliegen heel veel verschillende merken en types rond en bovendien van allerlei verschillende jaargangen. Bij al die vliegtuigen is het onderhoud weer anders, en moeten er andere, vaak afwijkende onderdelen vervangen worden. Ondoenlijk voor die monteurs om al die kennis paraat te hebben. En hoe gaat dat dan in de praktijk? Er komt een telefoontje binnen dat er een Boeing 737 onderweg is van Milaan naar Schiphol en dat zojuist gediagnosticeerd is dat er een defect aan dat toestel is. Het vliegtuig zal over een uur landen. Dus wordt er een monteur opgetrommeld die dat defect zo snel mogelijk moet zien te repareren want iedere minuut dat de kist aan de grond staat, kost klauwen met geld. Op dat moment moet de monteur dus heel snel leren wat hij moet doen om dat probleem op te lossen: Just In Time!

Ook onze screenager is iemand die bij voorkeur just-in-time leert. Sterker nog, onze kinderen zijn doorgaans absoluut niet te bewegen om alvast in het vooruit te leren. Als de toets Geschiedenis voor volgende week woensdag op het programma staat, wordt er normaal gesproken niet voor dinsdagavond aan begonnen. Als bezorgde ouders is ons dat natuurlijk een gruwel, maar vanuit leerstrategische overwegingen kunnen we ze eerlijk gezegd geen ongelijk geven.

De laatste vuistregel voor dit moment, maar ook weer een heel belangrijke: alle leren is gebaat bij succes. Daar bedoelen we niet mee, dat het leren bevorderd wordt door het slagen voor een aansluitende toets of zo - hooguit is het omgekeerde het geval - nee, we bedoelen dat leren zoveel beter lukt als dat gepaard gaat met succesvolle momenten. Een taart leren bakken bijvoorbeeld, gaat een stuk beter indien tijdens dat leerproces een smakelijke taart wordt geproduceerd. Zo'n direct succes als gevolg van het leerproces bepaalt in hoge mate of je het geleerde in de praktijk blijft toepassen.

De les die we hieruit moeten trekken, is dat je er altijd voor moet zorgen dat mensen het geleerde een aantal keren met succes in praktijk kunnen brengen. Zo niet, dan gaat het geleerde op den duur weer allemaal verloren en neemt de G-factor navenant sterk toe. We geven u een extreem, maar wel sprekend voorbeeld. Douanepersoneel op luchthavens krijgt aan het begin van de loopbaan een uitputtende training in het herkennen van wapens in de bagage van reizigers. In de praktijk kunnen er echter jaren voorbijgaan zonder dat zo'n douanier ooit een wapen tegenkomt. Wat moet je in zo'n geval doen? In Amerika hebben ze daarvoor een systeem ontwikkeld dat op gezette tijden een wapen projecteert op het scherm van de douanier die al die koffers aan zich voorbij ziet komen. De medewerker in kwestie dient dan te reageren door de band stil te zetten. Doet hij dat, dan verschijnt er een mededeling op zijn scherm: Congratulations! You just detected a fake weapon! Mist hij daarentegen het Bulgaarse pistool in de vorm van een sleutelhanger, dan krijgt hij ook daar meteen feedback op. En als het vaker gebeurt, moet hij terug naar de schoolbanken…

Een van de trends in ICT land is, dat ICT-professionals steeds minder tijd hebben om in de schoolbanken door te brengen. En het gevaar dat op de loer ligt, is natuurlijk dat ze daardoor steeds minder tijd aan leren besteden. Voor opleiders betekent dit een grote uitdaging: Hoe zorgen we ervoor dat onze ICT'ers, onze screenagers, blijven leren? Voor een deel wordt dit gedaan door steeds meer formele eisen aan het niveau van de professionals te stellen. De markt vraagt om gecertificeerd personeel. Maar dat lost het probleem nog niet op. Een aanpak die veel mogelijkheden biedt om mensen te laten leren 'tussen het werk door', gebruikt daarvoor de ICT zelf: niet zozeer de vele web-based courses, maar wel de virtual (learning) communities en de open source aanpak. In plaats van in een leslokaal, leren de cursisten in (computer)netwerken, met coaching op afstand. Ze komen bijvoorbeeld eenmaal in de drie weken een dag bij elkaar om de leerresultaten te bespreken en gaan dan weer hun eigen weg. Bijkomend voordeel is dat ze veelal werken aan (leer)projecten die zo aan hun eigen werkpraktijk zijn ontleend. Bijna automatisch wordt in deze situatie recht gedaan aan de eerder beschreven vuistregels voor goed leren (en weinig vergeten).

ICT-opleidingen veranderen meer en meer in ICT-leeromgevingen!

Bekijk hier de presentatie van Capgemini Academy op Millian.nl.